• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 17 pages
Examen

100 Oefenvragen met Antwoorden - Hersenen en Gedrag

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 17 pages

Dit zijn 100 zelfgemaakte oefenvragen voor het vak Hersenen en Gedrag. De oefenvragen zijn gebaseerd op de hoofdstukken van het boek en de hoorcolleges. De oefenvragen staan op volgorde van de boekhoofdstukken. En de antwoorden staan onderaan.

Aperçu du contenu

Voorbeelden oefenvragen hersenen en gedrag
Een aantal oefenvragen die hier aan bod komen:

6. Wat is het belangrijkste onderscheid tussen een ischemisch en een hemorragisch CVA?
a. Een ischemisch CVA wordt veroorzaakt door een bloedprop of vernauwing van een bloedvat,
terwijl een hemorragisch CVA wordt veroorzaakt door een opengebarsten of gescheurd bloedvat.
b. Een ischemisch CVA veroorzaakt een bloeduitstorting in de hersenen, terwijl een hemorragisch
CVA wordt veroorzaakt door een afsluiting van een bloedvat.
c. Beide zijn het gevolg van een bloedprop in een bloedvat.
d. Beide worden veroorzaakt door een gescheurd bloedvat in de hersenen.

9. Welk gebied is berokken bij het impliciete geheugen en controle van vrijwillige motorische
bewegingen?
a. Cerebrale cortex
b. Basale ganglia
c. Hippocampus
d. Thalamus

17. Welke stelling is waar?
a. De natrium/kalium pomp pompt NA+ in de cel en K+ uit de cel in de verhouding 3:2 en dit kost
energie.
b. De natrium/kalium pomp pompt NA+ uit de cel en K+ in de cel in de verhouding 3:2 en dit kost
energie.
c. De natrium/kalium pomp pompt NA+ in de cel en K+ uit de cel in de verhouding 3:2 en dit kost
geen energie.
d. De natrium/kalium pomp pompt NA+ uit de cel en K+ in de cel in de verhouding 3:2 en dit kost
geen energie.

25. Wat bepaalt of er inhibitie of excitatie in de synaps plaats vindt?
a. De neurotransmitter.
b. Het type receptor.
c. De axo-dendritische synaps.
d. De axo-somatische synaps.


37. Welke anatomische imaging techniek kan goed onderscheid maken tussen grijze en witte stof in
de hersenen?
a. MRI.
b. MEG.
c. DTI.
d. MRA.


48. In welke volgorde nemen we de wereld waar?
a. Receptie en transductie -> sensatie -> codering.
b. Sensatie -> receptie en transductie -> codering.
c. Codering -> sensatie -> receptie en transductie.
d. Receptie en transductie -> codering -> sensatie.

,Hoofdstuk 1
1. Van wie is het encefalisatiequotiënt (EQ) het hoogste?
a. Australopithecus
b. Homo habilis
c. Homo erectus
d. Homo sapiens

2. Is een groter brein ook een beter brein?
a. Nee, de kwaliteit van het brein is niet alleen afhankelijk van de grootte.
b. Ja, over het algemeen worden grotere hersenen geassocieerd met hogere cognitieve
vermogens.
c. Dat hangt af van verschillende factoren, waaronder genetica, omgevingsinvloeden en
neuroplasticiteit.
d. Ja, want mannen hebben gemiddeld 10% meer hersengewicht dan vrouwen.

Hoofdstuk 2
3. Welke van de volgende stellingen is NIET waar:
a. De hersenen hebben een bepaalde structuur, maar zijn geen statisch orgaan.
b. We worden geboren met een brein dat de rest van ons leven onveranderd blijft.
c. De hersenen zijn flexibel, ze bevatten neurale plasticiteit
d. Hersenweefsel heeft het vermogen om zich aan te passen aan de omgeving.

4. Stel, ik maak een dorsale doorsnede, welk deel kan ik dan niet zien?
a. Het frontale deel
b. Het mediale deel
c. Het horizontale deel
d. Het ventrale deel

5. Kies de juiste volgorde van de hersenvliezen van binnen naar buiten
a. Dura mater, arachnoid layer, pia mater
b. Dura mater, pia mater, arachnoid layer
c. Pia mater, dura mater, arachnoid layer
d. Pia mater, arachnoid layer, dura mater

6. Wat is het belangrijkste onderscheid tussen een ischemisch en een hemorragisch CVA?
a. Een ischemisch CVA wordt veroorzaakt door een bloedprop of vernauwing van een bloedvat,
terwijl een hemorragisch CVA wordt veroorzaakt door een opengebarsten of gescheurd bloedvat.
b. Een ischemisch CVA veroorzaakt een bloeduitstorting in de hersenen, terwijl een hemorragisch
CVA wordt veroorzaakt door een afsluiting van een bloedvat.
c. Beide zijn het gevolg van een bloedprop in een bloedvat.
d. Beide worden veroorzaakt door een gescheurd bloedvat in de hersenen.

7. Waar bevinden zich alleen zenuwvezels?
a. In de reticulaire stof.
b. In de grijze stof.
c. In de witte stof.
d. In de zwarte stof.
8. Welke stelling is waar?
a. De zenuwcellen behoort tot de grijze stof en zit aan de buitenkant van de hersenen.
b. De zenuwvezels behoort tot de grijze stof en zit aan de buitenkant van de hersenen.
c. De zenuwcellen behoort tot de witte stof en zit aan de buitenkant van de hersenen.

, d. De zenuwvezels behoort tot de witte stof en zit aan de buitenkant van de hersenen.
9. Welk gebied is berokken bij het impliciete geheugen en controle van vrijwillige motorische
bewegingen?
a. Cerebrale cortex
b. Basale ganglia
c. Hippocampus
d. Thalamus

Hoofdstuk 3
10. Welke stelling is waar?
a. Axonen verzamelen informatie, het cellichaam integreert de informatie en de dendrieten
versturen de informatie.
b. Dendrieten verzamelen informatie, het cellichaam integreert de informatie en het axon
verstuurt de informatie.
c. Het cellichaam verzamelt informatie, het axon integreert de informatie en de dendrieten
versturen de informatie.
d. Het cellichaam verzamelt informatie, de dendrieten integreren de informatie en het axon
verstuurt de informatie.

11. Wat is de functie van ependymalcellen?
a. Het afscheiden van cerebrospinale vloeistof.
b. Voedende en ondersteunende functie.
c. Een afwerende functie.
d. Het vormen van myeline.

12. Wat is het verschil tussen schwanncellen en oligodendrocieten?
a. Schwanncellen zijn asymmetrisch en vormen myeline rond axonen in het centrale
zenuwstelsel, oligodendrocieten zijn asymmetrisch en vormt myeline in het perifere
zenuwstelsel.
b. Schwanncellen zijn asymmetrisch en vormt myeline in het perifere zenuwstelsel,
oligodendrocieten zijn asymmetrisch en vormen myeline rond axonen in het centrale
zenuwstelsel.
c. Schwanncellen zijn symmetrisch en vormen myeline rond axonen in het centrale
zenuwstelsel, oligodendrocieten zijn asymmetrisch en vormt myeline in het perifere
zenuwstelsel.
d. Schwanncellen zijn symmetrisch en vormt myeline in het perifere zenuwstelsel,
oligodendrocieten zijn asymmetrisch en vormen myeline rond axonen in het centrale
zenuwstelsel.

13. Zet de stappen naar gedrag in de juiste volgorde:
a. Cellen -> basen -> aminozuren -> peptiden -> eiwitten -> gedrag
b. Cellen -> peptiden -> basen -> aminozuren -> eiwitten -> gedrag
c. Eiwitten -> aminozuren -> peptiden -> cellen -> basen -> gedrag
d. Basen -> aminozuren -> peptiden -> eiwitten -> cellen -> gedrag

14. Zet de stappen naar gedrag in de juiste volgorde:
a. DNA -> transcriptie -> mRNA -> translatie -> aminozuurketen
b. Aminozuurketen -> transcriptie -> mRNA -> translatie -> DNA
c. DNA -> translatie -> mRNA -> transcriptie -> aminozuurketen
d. mRNA -> translatie -> DNA -> transcriptie -> aminozuurketen

Table des matières

  1. 01 Voorbeelden oefenvragen hersenen en gedrag 1
    1. Hoofdstuk 1 2
    2. Hoofdstuk 2 2
    3. Hoofdstuk 3 3
    4. Hoofdstuk 4 4
    5. Hoofdstuk 5 5
    6. Hoofdstuk 6 6
    7. Hoofdstuk 7 6
    8. Hoofdstuk 8 7
    9. Hoofdstuk 9 8
    10. Hoofdstuk 10 10
    11. Hoofdstuk 11 12
    12. Hoofdstuk 12 14
    13. Hoofdstuk 13 15
    14. Hoofdstuk 14 16
    15. Antwoorden 17

Livre connecté
 image
Bryan Kolb, Ian Q. Whishaw An Introduction to Brain and Behavior
Éditeur: 2006 ISBN: 9780716711872 Édition: 2

Infos sur le Document

Cours
Publié le
16 mars 2026
Nombre de pages
17
Écrit en
2025/2026
Type
Examen
Contient
Questions et réponses
€6,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
hdb2345
4,3
(3)
Vendu
40
Abonnés
9
Éléments
7
Dernière vente
2 semaines de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions