Achtergrondinfo BKIN:
Energieproductie uit glucose
1. Aerobe glycolyse (cytoplasma)
Glucose → 2 pyruvaat
Opbrengst:
- 2 ATP (netto)
- 2 NADH → 6 ATP (via ETS)
➡ Totaal: 8 ATP
Bij voldoende zuurstof gaat pyruvaat naar mitochondriën.
2. Anaerobe glycolyse (zonder O₂)
Glucose → pyruvaat → lactaat
Opbrengst:
- 2 ATP
Functie:
- regenereert NAD⁺ zodat glycolyse doorgaat
- snelle energie bij zuurstoftekort
👉 gebruikt bij sprints en explosieve inspanning
Overgangsreactie (mitochondriën)
Pyruvaat → acetyl-CoA
Opbrengst:
- 2 NADH → 6 ATP
➡ Totaal: 6 ATP
3. Krebscyclus (citroenzuurcyclus)
Acetyl-CoA wordt volledig
afgebroken.
Opbrengst per glucose:
- 2 ATP
- 6 NADH → 18 ATP
- 2 FADH₂ → 4 ATP
➡ Totaal: 24 ATP
4. Elektronentransportsysteem (ETS)
Binnenmembraan mitochondriën.
NADH & FADH₂ leveren elektronen → zuurstof vormt water.
Opbrengst:
- 10 NADH → 30 ATP
- 2 FADH₂ → 4 ATP
1
, ➡ Totaal ETS: 34 ATP
Totale ATP-opbrengst
✅ Volledige aerobe oxidatie:
- 4 ATP direct gemaakt
- 34 ATP via ETS
- ➡ = 38 ATP per glucose
❌ Anaeroob:
- ➡ = 2 ATP per glucose
Belangrijk verschil
- 34 ATP → enkel ETS
- 38 ATP → volledige afbraak glucose
5.2 Inleiding
Metabolisme:
- Chemische/fysische reacties in het lichaam die verantwoordelijk zijn voor
de omzetting van nutriënten naar energie en bouwstenen die nodig zijn
voor groei, herstel en vitale functies
- Stofwisseling
- Zowel anabole als katabole processen die in lichaam plaatsvinden
Katabolisme:
- Katabolisme = afbraak van macromoleculen (koolhydraten, lipiden,
eiwitten) via hydrolyse tot kleine, opneembare bouwstenen.
(monosachariden, vetzuren, aminozuren)
- Katabolisme = alle processen die plaatsvinden in lichaamscellen en die
instaan voor energieproductie
ATP:
- Gebruikt in allerlei energie vereisende processen: spiercontracties,
membraantransport…
Anabole processen:
- Noodzakelijk om voortdurend nieuwe biomoleculen aan te maken: in
functie van celgroei en cel veroudering
5.2 Koolhydratenmetabolisme
Verschillende processen die aan intracellulaire oxidatie van glucose voorafgaan:
Mechanische vertering
Enzymatische afbraak: van via voedsel opgenomen polysachariden
Secundaire actieve transportsysteem:
- Transport van gevormde monosachariden
2
, Gefaciliteerd passief transport:
- Glucosemoleculen in cytoplasma van darmepithelen diffunderen naar
darmcapillairen: monden uit in poortader (ader die bloed van darmen
naar lever brengt)
Glucosemoleculen arriveren in lever specifiek metabool proces vindt plaats:
- 1. Glucose komt via vena hepatica in systematische bloedsomloop zodat
alle lichaamscellen van glucose worden voorzien (gebeurt enkel bij
dalende glucosespiegel)
- 2. Glucose omgezet tot glycogeen (stapelingsvorm van glucose in
levercellen): glycogenese na maaltijd bij overschot aan glucose
• Bloedglucosespiegel daalt glycogeen opnieuw afgebroken tot
glucose: glycogenolyse glucose komt vrij uit levercellen en komt
terug in bloedbaan
- 3. Glucose omgezet in vetzuren: worden opgeslagen onder vorm van
triglyceriden
• Lipgenese (vorming van vetten): wanneer de glycogeenvoorraad in
lever volledig is aangevuld
Metabole processen:
Gereguleerd door hormonen: insuline en glucagon
Insuline: Hypoglycemisch hormoon
- Functie: verlaagt de bloedsuikerspiegel door glucose-opname in cellen te
stimuleren en opslag te bevorderen (glycogenese, lipogenese).
Glucagon: Hyperglycemisch hormoon.
- Functie: verhoogt de bloedsuikerspiegel door glycogeenafbraak
(glycogenolyse) en gluconeogenese te stimuleren.
3