Hoofdstuk 1: Personen met een auditieve beperking
1. Auditieve beperking
Personen met een auditieve beperking zijn meer dan hun gehoorverlies → ze hebben uiteenlopende rollen,
talenten en identiteiten. Niet iedereen met gehoorverlies ziet zichzelf als auditief beperkt. In deze cursus
gebruiken we de term persoon met een auditieve beperking volgens de WHO-definitie, die alle vormen van
gehoorverlies omvat. Deze terminologie sluit aan bij het gebruik in België en internationaal.
Diversiteit binnen de doelgroep
Personen met een auditieve beperking vormen een diverse groep, van volledig Dove gebarentaalgebruikers
tot slechthorenden met technologische hulpmiddelen. Hun behoeften verschillen sterk en vereisen
maatwerk. Ervaringen worden bovendien beïnvloed door factoren zoals leeftijd, cultuur, gender en
sociaal-economische status.
Het ICF- model als kader
Voor de bespreking van auditieve beperkingen gebruiken we het ICF-model van de WHO. Dit model
onderscheidt drie niveaus:
● Stoornis: een afwijking of verlies van een anatomische structuur of functie
○ (bijv. Doofheid of slechthorendheid),
● Beperking: de gevolgen van de stoornis voor het uitvoeren van activiteiten
○ (bijv. moeite met gesproken communicatie),
● Handicap: participatieproblemen die voortvloeien uit de interactie tussen de beperking en de
omgeving
○ (bijv. beperkte toegang tot onderwijs of werk).
Het biedt een holistisch kader om de impact van gehoorverlies in de context van iemands leven en omgeving
beter te begrijpen.
leerdoelen:
1. Inzicht in terminologie, oorzaken, prevalentie en orthopedagogische vragen bij auditieve
beperkingen.
2. Kennis van historische en actuele visies op begeleiding.
3. Inzicht in interventies, hulpmiddelen en ondersteuning in relatie tot het werkveld.
4. Toepassen van theoretische kennis in orthopedagogische praktijk.
1.1 Terminologie
Binnen het domein van auditieve beperkingen is duidelijke terminologie essentieel. De term auditieve
beperking omvat alle vormen van gehoorverlies, van licht tot volledig Doof zijn.