BEWEGING)
- Sensorische gebieden
Verwerking visuele, auditieve, olfactorische en smaak
Evenwicht (proprioceptie) = samenspel sensorisch en motorisch
Evenwicht is gebaseerd op zintuiglijke input
Bv. Op1 been staan met ogen dicht vs. ogen open
Dat gaat anders zijn want je hebt geen input van buitenaf, van je ogen
- Somatosensorische gebieden
Tast in hele lichaam, de sensoriek in het hele lichaam
Specifiek deel in hersenen die dat ondersteunt
Voor de tast hebben we een specifiek gebied, nl. het
somatosensorisch gebied
Soma = somatisch (somatische klachten = lichamelijke klachten)
Bv. Psychosomatische klachten, pijn voelen in lichaam maar veroorzaakt door
psychisch
Bv. Opstaan met hoofdpijn, maar kan door stress komen, …
- Motorische gebieden
Controle lichaamsbeweging en motoriek
Proprioceptie
- Informatie over stand van ons lichaam
Bv. Als je ogen dicht doet en je arm moet opsteken moet je niet nadenken
Zelf met ogen dicht weet je waar in de ruimte je arm /lijf zich bevindt
- In skeletspieren, pezen en gewrichten, binnenoor
Die geven allemaal informatie over hoe je lichaam zich in de ruimte
bevindt
Die informatie die we krijgen van onze spieren = proprioceptie
- Gecombineerd met informatie uit visuele systeem en het vestibulair
systeem
Samen zorgt het voor ons evenwicht
- Bv. Inschatten hoeveel iets weegt door ernaar te kijken
Je spierkracht afstemmen op hoe zwaar je denkt dat iets zal zijn
Soms gaat dat fout & schat je iets verkeerd in
Bv. trap oplopen en denken dat er nog trede is, maar is niet en dan
doorschieten, …
Bv. Inschatten hoe zwaar doos is
PROJECTIE- VS. ASSOCIATIEGEBIED
Let op: dit slaat op het sensorische gebied (niet het motorische, zie
verder)
- Projectiegebied (sensorisch)
Ontvangt de binnenkomende prikkels (gewaarwording)
Hier komt de initiële prikkel binnen (iets zien, horen, proeven, …)
In realiteit merken we dat niet in onze hersenen, gaat zodanig snel,
milliseconde
, Soms merken we dat wel op: bv. iemand die ver loopt en je niet herkent en dan
plots wel
- In onze hersenen loopt dat in 2 fasen (1e fase: merken dat je iets hoort)
- 2e fase: associatiegebied dat een betekenis toekent