Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 26 pages
Resume

Samenvatting Begrippen hele cursus

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 26 pages

Dit zijn al de begrippen die in de cursus voorkomen. Met voorbeelden of verbanden tussen elkaar zodat je dit gemakkelijk kan leren en begrijpen voor het examen. Op het examen vraag hij standaard een 8tal begrippen.

Aperçu du contenu

Kwalitatief onderzoek

= inductief -> je begint bij een observatie/ waarneming en

- Ervaringen
- Hoe verloop
 Door diepte-interviews of observaties
- Vorm van Empirisch onderzoek
 Gebruikt directe waarnemingen
 Sociale fenomenen zoals gedrag, sociale interacties en ervaringen in
de natuurlijke omgeving gaan onderzoeken ≠ NIET in een
kunstmatige omgeving
 Geen cijfergegevens, wel gebruik van narratieve gegevens:
woorden, beelden, ervaringen, verhalen

Inductief = kwalitatief

= theorie vormend

1. Observaties/ waarnemingen
2. Concepten= verschillende eenheden die tot eenzelfde categorie
behoren
3. Verklarende patronen
4. Theorie

Kwantitatief

Deductief = kwantitatief

= gaat echt theorie gaan toetsen

1. Begint bij theorie
2. Toetst de hypothese
3. Verificatie of falsificatie van de theorie
4. Besluit

Longitudinaal -> meer meetmomenten over langere periode met
dezelfde deelnemers. Het ozontwerp, de gegevensverzameling en de
analyse volgen elkaar op en zijn verspreid over een brede periode.

Cohort  speciale vorm longitudinaal onderzoek.

Cross- sectioneel -> 1 moment in de tijd gemeten

Survey- onderzoek -> grote teekproef en gestandaardiseerde
vragenlijst.

,Prospectief -> over toekomst. Begint bij oorzaak (onafhankelijke
variabele) waarop een effect (afhankelijke variabele) kan optreden in de
toekomst.

Retrospectief -> over verleden. Begint met effect (afhankelijke
variabele) -> terug in de tijd om oorzaak te bepalen (onafhankelijke
variabele).

Grounded theory -> inductieve wijze van theorie te vormen. Proberen ze
vanuit concrete observaties meer abstracte en meer concrete concepten
te ontwikkelen en samenhang te ontdekken. Methode van voortdurende
vergelijking, de observaties worden voortdurend met elkaar vergeleken en
via gelijkenis en contrast komen de onderzoekers tot classificaties en tot
verbanden. Deze benadering doorloopt kleine empirische cycli waarbij de
voornaamste aandacht naar observeren en inductie gaat. Onderzoeker
laat zich zo weinig mogelijk leiden door al bestaande begrippen,
hypothesen en theorieën. Theorie wordt ontwikkeld vanuit het
bestudeerde stukje sociale werkelijkheid; maar is breder toepasbaar.

Variabelen -> een kenmerk of eigenschap van een persoon of object die
varieert tss de personen of objecten waarnaar onderzoek wordt gedaan.
Een meetbaar kenmerk na operationaliseren.

Onafhankelijke variabele -> wat beïnvloed wordt, gemanipuleerd =
oorzaak. Verwacht dat deze invloed heeft op de afhankelijke variabele.
Verklarende variabele.

Afhankelijk variabele -> gemeten = effect. Gedrag of reactie dat
beïnvloed wordt door de onafhankelijke variabele. Uitkomst variabele, de
variabele die moet w verklaard.

Wederkerige relatie  De ov de af elkaar voorspellen. Bv sociale klasse
gaat een invloed hebben op studieprestaties. Dus hoe hoger je sociale
klasse is hoe beter je studieprestaties maar ja studieprestaties gaan op
zich dan ook weer een invloed hebben op sociale klasse want wie hogere
studies heeft behoord tot een hogere sociale klasse. Of studeermotivatie
en studieresultaten.

Externe/ interveniërende variabele -> soorten variabele waarin de
onderzoeker niet geïnteresseerd is maar die de uitkomst van het
onderzoek wel kan beïnvloeden

Moderator -> de beïnvloeding, interactie-effect, een RF kan de uitkomst
verhogen door samen te komen met een andere RF. Bv alcohol en roken
en kanker. De sterkte van dat verband beïnvloeden. Ov-studietijd die zou
voorspellend moeten zijn voor studieresultaten, het idee dat als je meer
blokt je een beter studieresultaat zal hebben. Maar er is een 3 de variabele

, namelijk intelligentie die de sterkte van dat verband zal beïnvloeden.
Want afhankelijk van je intelligentie zal meer studietijd minder rendement
opleveren in termen ven studieresultaat ten opzichte van als je heel
intelligent bent waar meer studietijd een sterker effect zal hebben op
studieresultaat. Hoe sterk die invloed is hangt af van de 3 de variabele. Is
een interactie-effect.

Mediator -> medieert dit gedrag maar gaat voor een stuk lopen. De
invloed van de ov w gemedieerd door onze mediator op de av. Het
verband tss 2 variabele loopt door onze mediator. Kan een onrechtstreeks
of een rechtstreeks effect zijn.

- Onrechtstreeks als de OV de AV niet beïnvloed zonder lans de
mediator te passeren. Bv steun omgeving  studiemotivatie 
studieprestatie
- Rechtstreeks als onrechtstreeks als er ook een pijl is van de OV naar
de AV. Bv inkomen vader  inkomen zoon maar ook inkomen vader
 opleidingsniveau zoon  inkomen zoon.

Intermediaire variabele. Niet op controleren want dan is ons verband
weg.




Confounding  Doordat er een 3de variabele is die de relatie tss de o en
de a gelijktijdig beïnvloed lijkt het alsnog er een verband is tss de o en de
a. schijnbaar een foute relatie aantonen. Verstorende variabele. Hier zien
we dat de confounder een soort causaal pad opent tss de o en de a
variabele en er w een causaal pad geopend dat er eigenlijk niet is. Men
spreekt van een schijnverband? Op controleren na het operationaliseren.
Vb aantal vpk  sterfte pten maar hier hebben we een confounder de
zorgzwaarte van de pten. Die zorgt ervoor dat er meer vpk gaan zijn en
tegelijk zorgt die er ook voor dat er meer pten zullen sterven door hun
zware aandoeningen.
Hier heb je 1 oorzaak (= de confounder) en 2 gevolgen (= AV)

Collider  omgekeerde van confounding. Hier heb je 2 oorzaken (= ov)
en 1 gevolg (=collider) het beïnvloed niet de ov en de av maar het w
beïnvloed door de ov en de av. Is het gemeenschappelijke gevolg van de
ov en de av. Het verband tss x en y klopt niet net doordat je gaat
controleren voor de 3de variabele. Bv enkel In het zkh gaan bekijken. Bij x
en y heb je beide verhoogde kans om in het zkh te belanden en dan krijg

Infos sur le Document

Publié le
10 mars 2026
Nombre de pages
26
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€20,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
1
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions