Embryonale Ontwikkeling
1. Inleiding: Het Begin van de Ontwikkeling
Humane ontwikkeling start met de fusie van een eicel (oöcyte) en
een zaadcel (spermatozoön).
Proces omvat:
o Celdeling (mitose en meiose)
o Celgroei en -migratie
o Celdifferentiatie
o Geprogrammeerde celdood (apoptose)
o Weefsel- en orgaanvorming
De meeste veranderingen vinden plaats tijdens de embryonale en
foetale fase, maar ook na de geboorte (zoals tandgroei en
geslachtskenmerken).
2. Twee Belangrijke Ontwikkelingsfasen
1. Embryonale periode (week 1-8)
o Basisstructuren en organen ontstaan.
o Meeste vormveranderingen vinden hier plaats.
2. Foetale periode (week 8-38)
o Weefsels en organen groeien verder en differentiëren.
o Lengte en gewicht nemen toe.
, 3. Eerste Week: Van Bevruchting tot Implantatie
Dag 14 van de menstruatiecyclus → eisprong (ovulatie), eicel komt
in de eileider.
Bevruchting:
o Spermacel versmelt met eicel in de eileider.
o Oöcyte voltooit de tweede meiotische deling.
o DNA van beide ouders wordt gecombineerd.
Vroege celdelingen:
o 30 uur na bevruchting: eerste deling → zygote wordt een 2-
cellige structuur.
o 40 uur na bevruchting: morula-stadium (16-64 cellen).
o Dag 4: morula bereikt de baarmoeder en verandert in een
holle blastocyste.
Structuren in de blastocyste:
o Trofoblast → buitenste cellaag, vormt later de placenta.
o Embryoblast (kiemknop) → vormt het eigenlijke embryo.
o Blastocoel → holte gevuld met vloeistof.
Dag 6: Implantatie begint, trofoblastcellen dringen in
baarmoederslijmvlies.
4. Tweede Week: Vorming van de Tweebladige
Kiemschijf
Blastocyste nestelt zich verder in het baarmoederslijmvlies.
Trofoblast splitst in twee lagen:
o Syncytiotrofoblast → dringt in het endometrium (geen
celgrenzen).
o Cytotrofoblast → binnenste laag, blijft gescheiden cellen
bevatten.
Embryoblast splitst in twee lagen:
o Epiblast → vormt de amnionholte (vult zich met vruchtwater).
o Hypoblast → vormt de dooierzak (voeding voor embryo).
Extra-embryonaal mesoderm ontstaat: