De relatie tussen onze persoonlijke en professionele identiteit
1 Leraar met hart en ziel
1.1 Leraar vanuit je hart
Keuze voor het leraarschap
- Lkr worden geen toevallige keuze, je kiest vanuit betrokkenheid en gevoel
- Niet om rijk en comfortabel te worden
Hart voor het vak
- Veel lkr volgen hun gevoel, betekent emotioneel betrokken zijn
- Hart fungeert als kompas in je handelen
Relatie met lln
- Openstellen van hart maakt verbinding mogelijk
- Hart geeft informatie over het hier en nu
- Vragen; ‘Wat raakt mij?’ ‘Wat voelt ik?’ ‘Wat betekent dit?’
Het hart als thermometer
- Hart meet ervaringen en gevoelens en helpt om emoties en indrukken te verwerken
1.2 Leraar vanuit je ziel
Hart en ziel
- Met je hart iets doen: betrokkenheid en gevoel
- Met je ziel iets doen: vanuit je diepste kern, je identiteit
Wat is de ziel?
- Is authenticiteit, echtheid, wie je ten diepste bent
- Zonder ziel lichaam of school voelt leegt
- Ziel = levensbron, kracht, verbonden met inspiratie
Inspiratie en spirit
- Inspiratie: energie, bevlogenheid, innerlijke drive
- Kan komen van binnen (eigen passie) of buitenaf (verhaal, docent, muziek, natuur, iets spiritueels)
Bezieling ervaren
- Geeft gevoel van zinvolheid en verbondenheid
- Legt ziel in wat je doet anderen ervaren jouw bezieling
- Kinderen hierdoor inspireren
- Helpt hen ook hun eigen inspiratie te ontdekken
1.3 Een bezielde leraar heeft per definitie ook een
levensbeschouwing
Bezielde leraar
, - Iemand die ergens voor staat en zijn identiteit zichtbaar maakt
- Inspireert lln door authentiek aanwezig te zijn
Onderzoek naar bezieling
- Onderzoek kijk op het leven
- Ontdek wat jou inspireert en motiveert
Levensbeschouwelijke identiteit
- Bestaat uit:
o Jouw visie op leven
o Jouw bronnen van inspiratie
- Ontstaat door persoonlijke ervaringen en betekenisgeving
- Laat zien wat jij belangrijk en waardevol vindt
Voor de leraar
- Bewustwording van levensbeschouwing helpt je om met hart en ziel les te geven
- Geeft richting aan je werk en versterkt verbinding met lln
2 Een persoonlijke levensbeschouwing
1.1 Persoonlijke levensbeschouwingen als een ‘verhaal’
Levensbeschouwelijk leren
- Ontwikkel eigen kijk op leven
- Vormt referentiekader: bril waardoor je de wereld bekijkt
- Bepaalt wat je belangrijk, zinvol en waardevol vindt
Levensbeschouwing als verhaal
- Geen feiten, maar persoonlijke interpretatie en betekenisgeving
- Vertellen = selecteren, wegen en betekenis geven
- Jouw verhaal is altijd gekleurd door wat jij waardevol vindt
Dagelijkse betekenisgeving
- Zoals bij vertellen van je dag aan iemand:
o Selecteert wat belangrijk is, vergroot bepaalde dingen uit, laat andere zaken weg
- Proces vormt persoonlijke levensbeschouwing
Levensloop als groter verhaal
- Bestaat uit hoogte- en dieptepunten, sleutelmomenten en belangrijke personen
- Geeft samenhang en zin, ook achteraf
- Bepaalt je blik op de toekomst
Levensbeschouwelijke ontwikkeling
- Voortdurend proces van betekenis geven
- Loopt hele leven door
- Levensbeschouwing is nooit af
1.2 Een leerkracht met bagage
Leerkracht zijn = meer dan kennisoverdracht
- Geeft interpretatie en kijk op het leven door
, - Nooit neutraal
- Helpt lln hun eigen verhaal en levensbeschouwing te ontwikkelen
Persoonlijke en professionele identiteit
- Persoonlijke = wie je bent in uw verhaal, jouw levensbeschouwing
- Professionele = hoe dit doorwerkt in je visie en handelen als lkr
- Beide beïnvloeden elkaar voortdurend
Levenslang proces
- Identiteitsontwikkeling stopt nooit
- Ervaringen in stage en reflectie vormen professionele identiteit
- Ook persoonlijke levenservaringen blijken levensbeschouwing en je leraarschap te beïnvloeden
2 De identiteitsdriehoek
Katholieke identiteitsdriehoek
Persoonlijke identiteit
- Eigen waarden, levensvisie en levensbeschouwing
- Vragen:
o Wie ben ik? Wat is mijn verhaal? Waar sta ik voor? Hoe kijk ik naar mensen met andere
levensbeschouwing?
Professionele identiteit
- Identiteit als lkr
- Meer kennis en vaardigheden ook persoonlijke waarden spelen mee
- Bepaalt welke lkr je wilt zijn
- Vragen:
- Welke lkr wil ik zijn? Hoe ga ik om met diversiteit in de klas? Wat doe ik als mijn overtuigingen botsen met
verwachten van de school? Moet ik als lkr ook goed mens zijn?
Institutionele identiteit
- Identiteit van school of instelling
- Belangrijk dat overeenkomst is met persoonlijke en professionele identiteit
- Vragen:
o Wat verwacht de school van mij? Hoe kan ik bijdragen aan de identiteit van de school?
Identiteit en beloning
1. Wat is identiteit?
Wat is identiteit?
- Identiteit = cognitief, affectief en gedragsmatig repertoire van individu en groepen
- Identiteit ontstaat in interactie met omgeving
- Meer proces dan vaststaand ‘ding’
Persoonlijke vs sociale identiteit
- Persoonlijke: hoe je jezelf definieert via persoonlijke eigenschappen (biologisch en psychologisch)
- Sociale: verbondenheid en interactie met groepen (gezin, school, cultuur, religie,..)
, Belonging – erbij horen
- ‘To be is to belong’ identiteit hangt samen met erbij horen
- Belonging: basisbehoefte van de mens
- Gaat zowel om deel uitmaken van systeem als om verlangen ergens thuis te horen
- Geeft betekenisvolle plaats in de wereld
Impact op welbevinden
- Sterke link tussen identiteit, belonging en welzijn
- Jezelf kunnen zijn verhoogt motivatie en psychologisch welbevinden
- In onderwijs: verbondenheid met school en peers leidt tot betere prestaties en motivatie
Dynamiek en verandering
- Identiteit = voortdurende beweging tussen ‘jezelf zijn’ en ‘ergens bij horen’
- Kan rust en stabiliteit brengen, maar ook spanning en veranderen
- Identiteit is dus gelaagd en dynamisch
2. Identiteitsontwikkeling
Identiteit: een voortdurende zoektocht
- Identiteit = essentieel, kern van je ‘zijn’
- Bepaalt overtuigingen, waarden, normen beïnvloedt hoe je de wereld ziet en hoe je je gedraagt
- Identiteit is dynamisch en veranderlijk, nooit eindpunt
Identiteitsvragen
- Wie ben ik? Wie wil ik zijn? Hoe zien anderen mij? Hoe ben ik anders dan mijn ouders?
- Proces start bij geboorte, maar is extra aanwezig tijdens adolescentie
Erikson en fasen
- Erikson 8 levensfasen van identiteitsontwikkeling (van zuigeling tot late volwassenheid)
- Adolescentie = cruciale fase
o Rollen uitproberen
o Keuzes maken rond overtuigingen, waarden, levensdoelen
- Ondanks nieuwe modellen blijft Eriksons werk belangrijk
Identiteitsontwikkeling in schoolcontext
- Jongeren zoeken grenzen en experimenteren
- Sociale dynamiek: kliekjesvorming, bij horen vs. Opvallen
- Uniek proces van vallen en opstaan
- Leren navigeren tussen verschillende werelden en bepalen hoe ze in de wereld willen staan
3. Fluïditeit van identiteiten
Identiteit blijft dynamisch
- Identiteit is nooit vaststaand, ook niet na ‘voltooide’ identiteitsontwikkeling
- Hoe je identiteit beleefd wordt, hangt af van context
Voorbeeld: biculturele identiteit
- Biculturelen groeien op in 2 culturen
- Hun identiteit blijft voortdurend in beweging
- Dynamiek speelt niet alleen in kindertijd/ adolescentie, maar ook over generaties heen