Voeding & gezondheid
1 Introductie tot voeding en gezondheid
1. Wat is voeding, hoe wordt een voedingsmiddel geproduceerd?
Humane voeding is een complex en multidisciplinair wetenschapsdomein dat bestudeert hoe voedingsmiddelen:
Geproduceerd worden
verwerkt (processing) worden
vorm van communicatie: ze schreeuwen op aandacht
gaan bewerkt worden
geconsumeerd worden
gemetaboliseerd worden
Humane voeding is ook: hoe nutriënten bijdragen aan het structureel en functioneel behoud van het menselijk
lichaam op moleculair niveau maar ook rekening houdend op maatschappelijk niveau(sociale aspecten).
Want je kan een ideaal voedingsmiddel hebben bv algen, maar als niemand het wenst te consumeren heeft
het totaal geen nut.
Voeding is een complex samenspel, het omvat:
cellulaire en metabole processen,
orgaan- en systeemniveau,
sensorische aspecten (smaak, geur, textuur),
sociale, culturele en economische factoren.
Voeding is altijd een geïntegreerd samenspel, nooit één geïsoleerde factor. Je moet het volledige spectrum
gebruiken.
2. Link tussen voeding en gezondheid: nutritionele situaties
2.1 OPTIMUM NUTRITIE
Definitie
Adequate, evenwichtige en gevarieerde voeding bij voedsel zekere individuen. (globaal goed voedingspatroon)
Gevolgen
Goede fysieke en mentale ontwikkeling
Optimale immuun functie
Gezondheid, welzijn en hoge levenskwaliteit
2.2 U NDERNUTRITION (ONDERVOEDING / HONGER)
Definitie
Te weinig gaan consumeren
Wanneer?
Armoede
Politieke instabiliteit
Oorlog
Verstoorde samenlevingen
Gevolgen
Vertraagde fysieke en mentale ontwikkeling
Verminderde immuunfunctie
Verhoogde vatbaarheid voor infectieziekten
Vicieuze cirkel van ondervoeding, onderontwikkeling en armoede
2.3 OVERNUTRITION ( OVERVOEDING)
Definitie
Te veel voeding gaan consumeren
Kenmerken
Overmatige energie-inname: energie disbalans
Vooral overconsumptie van macronutriënten
, Vaak in combinatie met:
o lage fysieke activiteit
o alcoholgebruik
o stress
o roken
Gevolgen
Positieve energiebalans
Obesitas
Metabool syndroom
Cardiovasculaire aandoeningen
Type 2 diabetes mellitus
Bepaalde kankers
2.4 MALNUTRITIE (DOUBLE BURDEN OF MALNUTRITION )
Definitie
Dit zien we vaak tegenwoord, omvat zowel onder- als overvoeding en wordt vaak gekenmerkt door:
overvoeding van macronutriënten
gecombineerd met ondervoeding van micronutriënten
Niveaus
Landelijk niveau
Huishoudniveau: moeders overvoed en vaders en kinderen ondervoed
Individueel niveau (meest relevant in klinische praktijk)
Gevolgen
Dubbele ziektelast(double burden):
o infectieziekten
o chronische niet-overdraagbare aandoeningen (NCD’s)
Malnutritie komt ook voor bij personen met obesitas!!!!
3. Epidemiologische onderbouwing (Lancet, GBD)
De ziektelast door voeding is bimodaal: op jonge leeftijd overheersen ondervoeding en infectieziekten, terwijl op
latere leeftijd chronische niet-overdraagbare aandoeningen domineren. Aangezien voedingsgewoonten vroeg in het
leven worden gevormd en cumulatieve effecten hebben, is vroegtijdige aandacht voor voeding essentieel voor
gezondheid op latere leeftijd.
Uit wereldwijde en Belgische data blijkt dat voeding sterk bijdraagt aan:
mortaliteit
vroegtijdige sterfte (DALYs)
Wat zijn dan belangrijkste voedingsgerelateerde risicofactoren:
Dietary risks
Hoge bloeddruk
Hoog BMI
Hoge nuchtere glucose
Hoog totaal cholesterol
Alcoholgebruik/drugs
Voor België behoren dietary risks en hoge bloeddruk tot de top 3 oorzaken van ziektebelasting.
Dietary risks zijn te weinig fruit, te weinig granen, te weinig groenten (top3)
,4. Van voeding naar ziekte: de link tussen dieet en gezondheidsuitkomsten
4.1 EXPOSURE → CLINICAL OUTCOMES
Exposure: wat we consumeren op dagelijkse basis (Bv. We consumeren ijzer)
o Link met: Indicators of exposure (pijl 4) : statusmarkers (We zien een verhogen van serum ijzer)
Die ijzer verhoging heeft niet noodzakelijk altijd een link met de Clinical outcome (pijl3),
bv anemie, het is niet omdat we vandaag veel ijzer eten dat we plots een betere
outcome hebben.
Veel reclame is eigenlijk gebaseerd op dit eerste stuk: de pijl 4 en pijl 3 connectie.
(Valid)surrogaat uitkomsten: zijn biologische parameters die sterk en causaal bewezen gelinkt zijn aan
ziekte bv. Botmineraaldichtheid aan osteoporose
Sterkste pijlen(2 en 4-5 connectie) in voedingsonderzoek en worden vaak gebruikt omdat echte ziekten pas na
jaren optreden.
(Non-validated) Intermediate outcomes: uitkomsten die biologisch logisch liggen maar niet altijd causaal
bewezen zijn. Niet elke verandering in een intermediaire marker betekent automatisch een betere of
slechtere klinische uitkomst. Bv. Zout en hypertensie bij cardiovasculair lijden
Clinical outcomes: ziekte, mortaliteit
Een verhoogde nutriëntenstatus ≠ automatisch betere klinische uitkomst.
4.2 S URROGAAT UITKOMSTEN
Voorbeelden:
Botmineraaldichtheid als surrogaat voor osteoporose
LDL-cholesterol als surrogaat voor cardiovasculair risico
Deze worden gebruikt omdat:
echte klinische uitkomsten vaak pas na jaren optreden
lange interventiestudies moeilijk uitvoerbaar zijn
5. Mechanistische link tussen voeding en cardiovasculaire aandoening (ziekte)
Voeding beïnvloedt risico op cardiovasculaire aandoening via meerdere biologische mechanismen:
Lipidenprofiel (LDL, HDL, triglyceriden)
Bloeddruk
Insulinesensitiviteit
Systemische inflammatie
Homocysteïnemetabolisme (B-vitamines)
Oxidatieve stress
Het kan ook veel korter.
Voorbeeld: vitamine A-deficiëntie
Chronische onvoldoende inname zorgt voor een graduele uitputting →
weefseldepletie
metabole en genetische dysfunctie
verminderde immuniteit: bv celdifferentiatie niet meer optimaal, anemie,.
nachtblindheid → xerophthalmie
Heel deze opstapeling zorgt voor verhoogde mortaliteit, en dit is dus maar een chronische insufficientie van 1
MICRONUTRIENT
, 6. Nutrition responsiveness
Niet alle aandoeningen zijn in dezelfde mate nutritioneel beïnvloedbaar:
Sterk nutritioneel responsief:
o Micronutriëntdeficiënties: vitamine, mineralen
o Anemie
o laag geboortegewicht
Gedeeltelijk nutritioneel responsief, secundaire preventie:
o diabetes
o hypertensie
o obesitas
o hart ziekte
Heel specifieke pathologien, kunnen we de aandoeningen wel ondersteunen met voeding, zodat ze zo min mogelijk
tot uiting komen. MAAR we gaan ze niet 100% kunnen genezen.
Beperkt nutritioneel responsief:
o osteoporose
o kanker
Deze ziektes kunnen we niet genezen met voeding, voeding heeft een ondersteunende rol. Chemotherapie beter
als persoon in kwestie niet ondervoed is.
7. Preventie over de levensloop
Ongeacht je leeftijd, effect van een gezond voedingspatroon:
verlaagt het risico op chronische aandoeningen
heeft het grootste effect wanneer het vroeg in het leven wordt aangeleerd
blijft ook op latere leeftijd zinvol, maar met minder impact dan als je in het begin gezond leeft
8. Relatie voeding en gezondheid
Het is dus duidelijk dat voeding een belangrijke rol speelt in preventie en behandelen van verschillende
aandoeningen en zorgen voor een optimalisatie van levenskwaliteit.
(Natuurlijk spelen fysieke activiteit, omgevingsfactoren en vele andere zaken ook een rol!)
9. Determinanten van nutritionele status
De nutritionele status is nooit enkel “eten” en wordt beïnvloed door een keten van factoren:
E NABLING ENVIRONMENT : DE RAND VOORWAARDEN ,HET BELEID DAT GEZOND ETEN MOGELIJK MAKEN
o Politieke wil en engagement
o Samenwerking tussen sectoren (gezondheid,landbouw,onderwijs)
o Beleidsruimte
Zonder deze laag kan geen duurzame verbetering van voeding plaatsvinden
ONDERLIGGENDE PROCESSEN: MACRO -MAATSCHAPPELIJKE FACTOREN
o Inkomen en ongelijkheid
1 Introductie tot voeding en gezondheid
1. Wat is voeding, hoe wordt een voedingsmiddel geproduceerd?
Humane voeding is een complex en multidisciplinair wetenschapsdomein dat bestudeert hoe voedingsmiddelen:
Geproduceerd worden
verwerkt (processing) worden
vorm van communicatie: ze schreeuwen op aandacht
gaan bewerkt worden
geconsumeerd worden
gemetaboliseerd worden
Humane voeding is ook: hoe nutriënten bijdragen aan het structureel en functioneel behoud van het menselijk
lichaam op moleculair niveau maar ook rekening houdend op maatschappelijk niveau(sociale aspecten).
Want je kan een ideaal voedingsmiddel hebben bv algen, maar als niemand het wenst te consumeren heeft
het totaal geen nut.
Voeding is een complex samenspel, het omvat:
cellulaire en metabole processen,
orgaan- en systeemniveau,
sensorische aspecten (smaak, geur, textuur),
sociale, culturele en economische factoren.
Voeding is altijd een geïntegreerd samenspel, nooit één geïsoleerde factor. Je moet het volledige spectrum
gebruiken.
2. Link tussen voeding en gezondheid: nutritionele situaties
2.1 OPTIMUM NUTRITIE
Definitie
Adequate, evenwichtige en gevarieerde voeding bij voedsel zekere individuen. (globaal goed voedingspatroon)
Gevolgen
Goede fysieke en mentale ontwikkeling
Optimale immuun functie
Gezondheid, welzijn en hoge levenskwaliteit
2.2 U NDERNUTRITION (ONDERVOEDING / HONGER)
Definitie
Te weinig gaan consumeren
Wanneer?
Armoede
Politieke instabiliteit
Oorlog
Verstoorde samenlevingen
Gevolgen
Vertraagde fysieke en mentale ontwikkeling
Verminderde immuunfunctie
Verhoogde vatbaarheid voor infectieziekten
Vicieuze cirkel van ondervoeding, onderontwikkeling en armoede
2.3 OVERNUTRITION ( OVERVOEDING)
Definitie
Te veel voeding gaan consumeren
Kenmerken
Overmatige energie-inname: energie disbalans
Vooral overconsumptie van macronutriënten
, Vaak in combinatie met:
o lage fysieke activiteit
o alcoholgebruik
o stress
o roken
Gevolgen
Positieve energiebalans
Obesitas
Metabool syndroom
Cardiovasculaire aandoeningen
Type 2 diabetes mellitus
Bepaalde kankers
2.4 MALNUTRITIE (DOUBLE BURDEN OF MALNUTRITION )
Definitie
Dit zien we vaak tegenwoord, omvat zowel onder- als overvoeding en wordt vaak gekenmerkt door:
overvoeding van macronutriënten
gecombineerd met ondervoeding van micronutriënten
Niveaus
Landelijk niveau
Huishoudniveau: moeders overvoed en vaders en kinderen ondervoed
Individueel niveau (meest relevant in klinische praktijk)
Gevolgen
Dubbele ziektelast(double burden):
o infectieziekten
o chronische niet-overdraagbare aandoeningen (NCD’s)
Malnutritie komt ook voor bij personen met obesitas!!!!
3. Epidemiologische onderbouwing (Lancet, GBD)
De ziektelast door voeding is bimodaal: op jonge leeftijd overheersen ondervoeding en infectieziekten, terwijl op
latere leeftijd chronische niet-overdraagbare aandoeningen domineren. Aangezien voedingsgewoonten vroeg in het
leven worden gevormd en cumulatieve effecten hebben, is vroegtijdige aandacht voor voeding essentieel voor
gezondheid op latere leeftijd.
Uit wereldwijde en Belgische data blijkt dat voeding sterk bijdraagt aan:
mortaliteit
vroegtijdige sterfte (DALYs)
Wat zijn dan belangrijkste voedingsgerelateerde risicofactoren:
Dietary risks
Hoge bloeddruk
Hoog BMI
Hoge nuchtere glucose
Hoog totaal cholesterol
Alcoholgebruik/drugs
Voor België behoren dietary risks en hoge bloeddruk tot de top 3 oorzaken van ziektebelasting.
Dietary risks zijn te weinig fruit, te weinig granen, te weinig groenten (top3)
,4. Van voeding naar ziekte: de link tussen dieet en gezondheidsuitkomsten
4.1 EXPOSURE → CLINICAL OUTCOMES
Exposure: wat we consumeren op dagelijkse basis (Bv. We consumeren ijzer)
o Link met: Indicators of exposure (pijl 4) : statusmarkers (We zien een verhogen van serum ijzer)
Die ijzer verhoging heeft niet noodzakelijk altijd een link met de Clinical outcome (pijl3),
bv anemie, het is niet omdat we vandaag veel ijzer eten dat we plots een betere
outcome hebben.
Veel reclame is eigenlijk gebaseerd op dit eerste stuk: de pijl 4 en pijl 3 connectie.
(Valid)surrogaat uitkomsten: zijn biologische parameters die sterk en causaal bewezen gelinkt zijn aan
ziekte bv. Botmineraaldichtheid aan osteoporose
Sterkste pijlen(2 en 4-5 connectie) in voedingsonderzoek en worden vaak gebruikt omdat echte ziekten pas na
jaren optreden.
(Non-validated) Intermediate outcomes: uitkomsten die biologisch logisch liggen maar niet altijd causaal
bewezen zijn. Niet elke verandering in een intermediaire marker betekent automatisch een betere of
slechtere klinische uitkomst. Bv. Zout en hypertensie bij cardiovasculair lijden
Clinical outcomes: ziekte, mortaliteit
Een verhoogde nutriëntenstatus ≠ automatisch betere klinische uitkomst.
4.2 S URROGAAT UITKOMSTEN
Voorbeelden:
Botmineraaldichtheid als surrogaat voor osteoporose
LDL-cholesterol als surrogaat voor cardiovasculair risico
Deze worden gebruikt omdat:
echte klinische uitkomsten vaak pas na jaren optreden
lange interventiestudies moeilijk uitvoerbaar zijn
5. Mechanistische link tussen voeding en cardiovasculaire aandoening (ziekte)
Voeding beïnvloedt risico op cardiovasculaire aandoening via meerdere biologische mechanismen:
Lipidenprofiel (LDL, HDL, triglyceriden)
Bloeddruk
Insulinesensitiviteit
Systemische inflammatie
Homocysteïnemetabolisme (B-vitamines)
Oxidatieve stress
Het kan ook veel korter.
Voorbeeld: vitamine A-deficiëntie
Chronische onvoldoende inname zorgt voor een graduele uitputting →
weefseldepletie
metabole en genetische dysfunctie
verminderde immuniteit: bv celdifferentiatie niet meer optimaal, anemie,.
nachtblindheid → xerophthalmie
Heel deze opstapeling zorgt voor verhoogde mortaliteit, en dit is dus maar een chronische insufficientie van 1
MICRONUTRIENT
, 6. Nutrition responsiveness
Niet alle aandoeningen zijn in dezelfde mate nutritioneel beïnvloedbaar:
Sterk nutritioneel responsief:
o Micronutriëntdeficiënties: vitamine, mineralen
o Anemie
o laag geboortegewicht
Gedeeltelijk nutritioneel responsief, secundaire preventie:
o diabetes
o hypertensie
o obesitas
o hart ziekte
Heel specifieke pathologien, kunnen we de aandoeningen wel ondersteunen met voeding, zodat ze zo min mogelijk
tot uiting komen. MAAR we gaan ze niet 100% kunnen genezen.
Beperkt nutritioneel responsief:
o osteoporose
o kanker
Deze ziektes kunnen we niet genezen met voeding, voeding heeft een ondersteunende rol. Chemotherapie beter
als persoon in kwestie niet ondervoed is.
7. Preventie over de levensloop
Ongeacht je leeftijd, effect van een gezond voedingspatroon:
verlaagt het risico op chronische aandoeningen
heeft het grootste effect wanneer het vroeg in het leven wordt aangeleerd
blijft ook op latere leeftijd zinvol, maar met minder impact dan als je in het begin gezond leeft
8. Relatie voeding en gezondheid
Het is dus duidelijk dat voeding een belangrijke rol speelt in preventie en behandelen van verschillende
aandoeningen en zorgen voor een optimalisatie van levenskwaliteit.
(Natuurlijk spelen fysieke activiteit, omgevingsfactoren en vele andere zaken ook een rol!)
9. Determinanten van nutritionele status
De nutritionele status is nooit enkel “eten” en wordt beïnvloed door een keten van factoren:
E NABLING ENVIRONMENT : DE RAND VOORWAARDEN ,HET BELEID DAT GEZOND ETEN MOGELIJK MAKEN
o Politieke wil en engagement
o Samenwerking tussen sectoren (gezondheid,landbouw,onderwijs)
o Beleidsruimte
Zonder deze laag kan geen duurzame verbetering van voeding plaatsvinden
ONDERLIGGENDE PROCESSEN: MACRO -MAATSCHAPPELIJKE FACTOREN
o Inkomen en ongelijkheid