• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 35 pages
Resume

Samenvatting Consumentenpsychologie

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 35 pages

In dit document geef ik een overzicht van de lessen consumentenpsychologie die in het eerste jaar, tijdens het eerste semester van de opleiding Communicatie, aan bod kwamen. Deze samenvatting is bruikbaar voor zowel het jaartraject als het februaritraject.

Aperçu du contenu

1. CONSUMENTENPSYCHOLOGIE
1.1. Consumentengedrag
1.1.1. Wat is consumentenpsychologie?
Consumentenpsychologie
●​ De wetenschappelijke studie van consumentengedrag
●​ Wetenschappelijke studie van gedrag, beleving en mentale processen van het
individu als consument
●​ Studie van de binnenkant en de buitenkant

Mensenkennis Psychologie

●​ Is per definitie subjectief, een ●​ De psycholoog tracht objectief te
gevoel werk te gaan
●​ Bewust op toevallige ervaringen en ●​ Het onderzoek verloopt
stereotypes systematisch
●​ Valt moeilijk te controleren ●​ Het onderzoek is controleerbaar

1.1.2. Wat is consumentengedrag?
Consumentengedrag
●​ Consumentengedrag gaat over alles wat mensen denken en doen wanneer zij
producten en diensten kiezen, kopen, gebruiken en wegdoen.
●​ Deze keuzes worden beïnvloed door verschillende oorzaken en hebben gevolgen
voor henzelf en voor de samenleving. Het doel is om behoeften te vervullen,
doelen te bereiken en tevredenheid en welzijn te ervaren, zowel op korte als op
lange termijn.

Functievervulling
grondstoffen → goederen → diensten → beleving → transformatie

Consumentenpsychologie wordt toegepast in marketing maar is geen synoniem: marketing
is een merkbeleid waarbij we op resultaat gericht zijn.

1.2. Consumptiecyclus
We onderscheiden vier fases
1.​ oriëntatiefase
2.​ aankoopfase
3.​ gebruiksfase
4.​ afdankfase

1.2.1. Oriëntatie
Behoeften
●​ Primaire behoeften:
○​ aangeboren behoeften die je niet hoeft te leren, zoals eten en drinken.

●​ Secundaire behoeften:
○​ aangeleerde behoeften, bijvoorbeeld status of comfort.

●​ Manifeste behoeften:
○​ behoeften waarvan je je bewust bent.

●​ Latente behoeften:
○​ behoeften waarvan je je (nog) niet bewust bent.

,Zoekproces
●​ Satisficer:
○​ De consument is snel tevreden en stelt geen hoge eisen. Hij koopt snel iets
dat “goed genoeg” is.

●​ Optimizer:
○​ De consument bekijkt eerst alle mogelijkheden en neemt de tijd om de
beste keuze te maken.

Manier van informatie zoeken
●​ Intern zoekproces: (satisficer)
○​ De consument zoekt niet actief naar nieuwe informatie, maar baseert zich
op eerdere ervaringen en kennis. Dit leidt vaak tot merkentrouw.

●​ Extern zoekproces: (optimizer)
○​ De consument gaat actief op zoek naar informatie, bijvoorbeeld door
anderen te raadplegen, experts te zoeken of websites te bekijken.

1.2.2. Aankoopfase
Systeem 1: Snel Denken
●​ Bij systeem 1 nemen consumenten snelle en automatische beslissingen.
○​ Beslissingen op basis van scripts: eerdere ervaringen en gewoontes.
○​ Beslissingen op basis van vuistregels (heuristieken): eenvoudige denkregels
om snel te kiezen.

Soorten heuristieken
●​ Cognitieve heuristieken:
○​ snelle keuzes op basis van eigen gedachten, geheugen of ervaringen.
●​ Sociale heuristieken:
○​ snelle keuzes op basis van wat anderen doen of zeggen (bijvoorbeeld
reviews of aanbevelingen).

(Een heuristiek is dus een korte denkweg die mensen gebruiken om snel een beslissing te
nemen.)

Systeem 2: Traag Denken
●​ Bij systeem 2 denken consumenten bewust en grondig na voordat ze een keuze
maken.

Beslissingsregels
●​ Compenserende beslissingsregel:
○​ Alle eigenschappen van een product worden beoordeeld. Een zwakke
eigenschap kan worden goedgemaakt door een sterke eigenschap.

●​ Conjunctieve beslissingsregel:
○​ Voor elk kenmerk is een minimale eis vastgesteld. Alleen producten die aan
alle eisen voldoen, blijven over.

●​ Disjunctieve beslissingsregel:
○​ Eén belangrijke eigenschap is doorslaggevend. Het product moet uitblinken
op die ene eigenschap.

●​ Lexicografische beslissingsregel:
○​ Je rangschikt de eigenschappen op belangrijkheid en vergelijkt eerst op de
belangrijkste. Bij gelijke score kijk je naar de volgende.

,1.2.3. Gebruiksfase
Gebruiksfase
●​ Na de aankoop wordt het product opgenomen in het dagelijks gebruik van het
huishouden.
●​ Het bestuderen van hoe een product wordt gebruikt, kan waardevolle informatie
opleveren voor verbeteringen en innovatie.
●​ Het gebruik van een product brengt ook kosten met zich mee. Een lage
aankoopprijs betekent dus niet altijd dat het product op lange termijn goedkoop
is.
●​ Wanneer een product langer en intensiever wordt gebruikt, neemt de kans op
slijtage en storingen toe.
●​ Tijdens deze fase beoordeelt de consument het product. Tevredenheid is hierbij
belangrijk, omdat dit de basis vormt voor een herhalingsaankoop.

Tevredenheid : verwachting disconfirmation model




1.2.4. Afdankfase
Drie typen van veroudering
●​ Technische veroudering:
○​ Het product werkt niet meer of is versleten.

●​ Economische veroudering:
○​ Reparatie of verder gebruik is te duur in verhouding tot de waarde van het
product.

●​ Psychologische veroudering:
○​ Het product werkt nog goed, maar wordt niet meer aantrekkelijk gevonden,
bijvoorbeeld omdat het uit de mode is of er nieuwere modellen zijn.

Diverse opties bij het afdanken van producten
●​ tijdelijk opslaan
●​ tweedehandsmarkt
●​ weggeven
●​ weggooien
●​ …

, 1.2. Kijken naar klanten: Buyer persona
1.2.1. Buyer Persona
Een persona
●​ Een persona is een verzonnen persoon die jouw ideale klant of gebruiker voorstelt
per doelgroep. Het helpt om beter te begrijpen voor wie je iets maakt, zoals een
product, dienst of marketingcampagne.

Elke marketingactie wordt nadien getoetst aan de persona
●​ Welk design zou hij of zij het meest aantrekkelijk vinden?
●​ Hoe staat hij of zij er financieel voor?
●​ Welke boodschap zou hem of haar het meest aanspreken?
●​ Op welke kanalen is hij of zij het meest actief?
●​ …

1.2.2. Buyer Persona: Opbouw
Opbouw persona
●​ Persona moet een doelgroep dekken die breed genoeg is en tegelijkertijd
voldoende details bevatten om de doelgroep zo persoonlijk mogelijk aan te
spreken
●​ Marketingplan dat enkel focust op buyer persona dat aan al de criteria voldoet zal
weinig effect bereiken
●​ Marktonderzoek werkt ondersteunend in de opbouw

1.3. Kijken naar klanten: attributen (persoonlijkheid)
1.3.1. Persoonlijkheid
Typologie MBTI
●​ Typologie zorgt voor een eenduidig profiel → Herkenbare types
●​ Veel nuance gaat verloren.Niet wetenschappelijk ondersteund




Dichotome meting
●​ Een dichotome meting is een manier van meten waarbij er maar twee mogelijke
antwoorden zijn.

Table des matières

  1. 01 1. CONSUMENTENPSYCHOLOGIE 1
  2. 02 1.1. Consumentengedrag 1
    1. 1.1.1. Wat is consumentenpsychologie? 1
    2. 1.1.2. Wat is consumentengedrag? 1
  3. 03 1.2. Consumptiecyclus 1
    1. 1.2.1. Oriëntatie 1
    2. 1.2.2. Aankoopfase 2
    3. 1.2.3. Gebruiksfase 3
    4. 1.2.4. Afdankfase 3
  4. 04 1.2. Kijken naar klanten: Buyer persona 4
    1. 1.2.1. Buyer Persona 4
    2. 1.2.2. Buyer Persona: Opbouw 4
  5. 05 1.3. Kijken naar klanten: attributen (persoonlijkheid) 4
    1. 1.3.1. Persoonlijkheid 4
  6. 06 2. PERCEPTIE EN GEHEUGEN 6
  7. 07 2.1. Vijf sensoriële systemen 6
    1. 2.1.1. Visuele gewaarwording 6
    2. 2.1.2. Auditieve gewaarwording 6
    3. 2.1.3. Gewaarwording van geur 6
    4. 2.1.4. Tactiele gewaarwording 6
    5. 2.1.5. Gewaarwording van smaak 7
    6. 2.1.6. Kruismodaliteit 7
  8. 08 2.2. Gewaarwording 7
    1. 2.2.1. Gewaarwording 7
    2. 2.2.2. Absolute gewaarwording drempel 7
    3. 2.2.3. Subliminale perceptie 7
    4. 2.2.4. Differentiële gewaarwording drempel 7
  9. 09 2.3. Aandacht 8
    1. 2.3.1. Aandacht 8
    2. 2.3.2. Persoonlijke factoren 8
    3. 2.3.3. Stimulusfactoren 8
  10. 10 2.4. Perceptie 9
    1. 2.4.1. Selectief proces 9
    2. 2.4.2. Organisatorisch proces 9
    3. 2.4.3. Gestaltpsychologie 9
    4. 2.4.4. Insteken cognitieve psychologie 9
  11. 11 2.5. Interpretatie 10
    1. 2.5.1. Waarnemen 10
    2. 2.5.2. Soorten betekenis 10
    3. 2.5.3. Invloed van ervaringen en verwachtingen 10
    4. 2.5.4. Vervormde percepties kunnen ontstaan door: 10
  12. 12 2.6. Geheugen 10
    1. 2.6.1. Het geheugen: een reconstructie van het verleden 10
    2. 2.6.2. Verschillende soorten geheugen 11
  13. 13 3. BEHOEFTEN & DOELEN 11
  14. 14 3.1. Motivatie 11
    1. 3.1.1. Begripsomschrijving 11
  15. 15 3.2. Probleembesef en motivatie 12
    1. 3.2.1. Probleembesef en motivatie 12
    2. 3.2.2. Probleembesef en motivatie : sterkte 12
    3. 3.2.3. Probleembesef en motivatie : richting 12
    4. 3.2.4. Probleembesef en motivatie : binnen of buiten? 12
    5. 3.2.5. Probleembesef en motivatie : motivatieconflict 13
  16. 16 3.3. Behoeften & doelen 13
    1. 3.3.1. Behoeften versus doelen 13
    2. 3.3.2. Oorsprong: behoeften 13
    3. 3.3.3. Behoeften kanaliseren 14
  17. 17 3.3. Dynamiek van motivatie 14
    1. 3.3.1. Dynamiek van motivatie 14
    2. 3.3.2. Wat na frustratie? 14
  18. 18 3.4. Hiërarchische visie op motivatie 15
    1. 3.4.1. De visie van Maslow 15
    2. 3.4.2. De visie van Alderfer 16
    3. 3.4.2. Visie van Maslow vs. Alderfer 16
    4. 3.4.3. De visie van Herzberg 16
  19. 19 3.5. Hedendaagse visie op motivatie 17
    1. 3.5.1. Zelf-determinatietheorie 17
  20. 20 4. EMOTIES & ATTITUDE 17
  21. 21 4.1. Emoties 17
    1. 4.1.1. Wat zijn emoties? 17
    2. 4.1.2. Basisdimensies van emoties 18
    3. 4.1.3. Ontstaan van emoties 18
    4. 4.1.4. Emoties en consumentengedrag 18
    5. 4.1.5. Toepassing: Neuromarketing 19
  22. 22 4.2. Attitudes 19
    1. 4.2.1. Attitudes 19
    2. 4.2.2. Kenmerken van attitudes 19
    3. 4.2.3. Ontstaan van attitudes 20
  23. 23 4.3. Ontwikkeling van het attitudebegrip 20
    1. 4.3.1. ABC-model 20
    2. 4.3.2. Hiërarchie van effecten 21
    3. 4.3.3. Consistentieprincipe (balanstheorie van Heider) 21
    4. 4.3.3. Multi-attribuutmodel 21
  24. 24 4.4. Attitude en gedrag 22
    1. 4.4.1. Attitudes 22
    2. 4.4.2. Gedrag 22
  25. 25 4.5. Attitudes veranderen 23
    1. 4.5.1. Attitudes veranderen 23
  26. 26 4.6. Elaboration Likelihood Model 23
    1. 4.6.1. Elaboration Likelihood Model 23
    2. 4.6.2. Attitudes beïnvloeden 23
  27. 27 5. LEERPROCESSEN 24
  28. 28 5.1. Vormen van leren 24
    1. 5.1.1. Vormen van leren 24
  29. 29 5.2. Klassieke conditionering 25
    1. 5.2.1. Wat is klassieke conditionering? 25
    2. 5.2.2. Kenmerken van klassieke conditionering 26
    3. 5.2.3. Fases van klassieke conditionering 26
    4. 5.2.4. Klassieke conditionering in marketing 26
    5. 5.2.5. Toepassingen in marketing 26
  30. 30 5.3. Operante conditionering 27
    1. 5.3.1. Operante (instrumentele) conditionering 27
    2. 5.3.2. Bekrachtiging en straf 27
    3. 5.3.3. Herhaling in operante conditionering 27
    4. 5.3.4. Toepassingen in marketing 28
  31. 31 5.4. Observationeel leren 28
    1. 5.4.1. Wat is observationeel leren? 28
    2. 5.4.2. Voorbeelden in marketing 29
  32. 32 5.5. Contact-conditionering 29
    1. 5.5.1. Wat is contact-conditionering? 29
  33. 33 6. GROEPSPROCESSEN 29
  34. 34 6.1. Sociale psychologie 29
    1. 6.1.1. Wat is sociale psychologie 29
    2. 6.1.2. Sociale psychologie vs. Sociologie: 29
  35. 35 6.2. Sociale perceptie 30
    1. 6.2.1. Wat is sociale perceptie? 30
    2. 6.2.2. Factoren die ons beeld beïnvloeden 30
    3. 6.2.3. Toepassing op reclame 30
  36. 36 6.3. Sociale beïnvloeding 31
    1. 6.3.1. Wat is sociale beïnvloeding 31
    2. 6.3.2. Drie categorieën van sociale beïnvloeding 31
    3. 6.3.3. Conformiteit (overeenstemming) 31
  37. 37 6.4. Gezin en huishouden 32
    1. 6.4.1. Meerpersoonshuishoudens 32
    2. 6.4.2. Invloed op beslissingen 32
  38. 38 6.5. Generaties (cohorten) 33
    1. 6.5.1. Generaties 33
    2. 6.5.2. Belangrijke generaties 33
  39. 39 6.6. Groepsnormen 34
    1. 6.6.1. Wat is een referentiegroep of -persoon? 34
    2. 6.6.2. Soorten referentiegroepen 34
    3. 6.6.3. Aanwezigheid van anderen 34
    4. 6.6.4. Sociale effecten in groepen 35
    5. 6.6.5. Sociale invloeden op product aankopen 35
    6. 6.6.6. Psychologische mechanismen 35

Infos sur le Document

Publié le
23 février 2026
Nombre de pages
35
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€13,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
7
Dernière vente
-




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions