Preventie en maatschappelijke aspecten
Hoofdstuk 6: biofilmcontrole deel 2
Anti-biofilm en gingivitis tandpasta
Vermindert plaque door het verwijderen te vergemakkelijken of in te grijpen op
de vorming, aanhechting of samenstelling van de biofilm, vaak via bacteriële
werking
Vermindert gingivitis hoofdzakelijk door disruptie van plaque eventueel met
bijkomende ontstekingsremmende werking
Stoffen in tandpasta
Stannous fluoride (SnF2)
o Antibacteriële en anti-biofilm werking
o Verbetert gingivale parameters
o Formulatie is cruciaal
o Moderne systemen beperken verkleuring
Zinkzouten (Zn)
o Remt tandsteen
o Kan plaque-opstapelen beïnvloeden
o Kan VSC (= vluchtige zwavelverbindingen die halitose veroorzaken)
beïnvloeden
Chloorhexidine (CHX)
o krachtig antibacterieel middel in (voorgeschreven) tandpasta’s
o Tijdelijk gebruik bij tandvleesproblemen of na tandheelkundige
ingrepen
o Risico op verkleuring
Triclosan
o Antibacterieel middel in tandpasta’s
o Vroeger veel in tandpasta’s om tandplak en gingivitis te
verminderen
o Gebruik afgenomen door gezondheid- en milieuzorgen
Amine-fluoride (vaak in combinatie met Sn-zouten)
o Oppervlakte-actieve eigenschappen
o Antibacteriële activiteit
o RCT’s tonen meer plaque- en gingivitisreductie t.o.v. SMFP en NaF
Anti-tandsteen tandpasta
= proberen vorming van tandsteen te remmen of te voorkomen
o Actieve igrediënten: zinkchloride + zinkcitraat, pyrofosfaat (+
copolymeer)
o Grootste inhibitie van tandsteenvorming bij pyrofosfaat +
copolymeer
Vertaalt minder tandsteen zich in beter klinisch gezondheidsvoordeel?
Tandsteen is verharde tandplak. Tandplak bevat bacteriën die
tandvleesontsteking (gingivitis) kunnen veroorzaken. Wanneer tandplak niet
, wordt verwijderd en tandsteen ontstaat, wordt het oppervlak ruwer → bacteriën
hechten makkelijker → ontsteking kan toenemen. Dus minder tandsteen is minder
risico. Maar het is geen garantie, want iemand kan weinig tandsteen hebben
maar tóch parodontale problemen hebben (bijv. door agressieve parodontitis,
roken, genetische factoren).
6. 3 Tandpasta en gevoelige tanden
Pulpa in het midden van de tand, bevat zenuwen en bloedvaten maar ook
cellen (odontoblasten) die dentine aanmaken
Dentine overgevoeligheid (DHS): korte, scherpe pijn op een prikkel
Brännström (= hydrodynamische theorie): prikkels
zorgen voor vloeistofbeweging in dentinetubuli. Dit
zorgt voor activatie van sensorische zenuwvezels.
Gevoeligheid ontstaat wanneer deze tubuli bloot
komen te liggen (teruggetrokken tandvlees, slijtage
van tandglazuur)
Behandelstrategieën in tandpasta:
1. Zenuw-desensitisatie = kaliumzouten:
Mechanisme: K+ stijgt extracellulair depolarisatie van
zenuwuiteinden moeilijker prikkelbaar membraanpotentiaal
minder pijn
Effect klein, toont beperkte superioriteit t.o.v. placebopasta
2x dag, enkele weken, combineren met trigger-management (zuur
mijden, zachte borstel, niet schrobben)
2. Tubuli-occlusie / oppervlakte-afdichting (SnF2, arginine + CaCO3)
SnF2 mechanisme: vormt tin-rijke afzetting occludeert tubuli
stimuli kan niet door minder pijn
+ ook anti-biofilm eigenschappen
Arginine (8%) + calciumcarbonaat mechanisme: vormt
arginine-/calcium/-fosfaat-rijke laag occludeert tubuli directe
verlichting pijn = spot-applicatie
CSPS (= bioactief glas): levert minderalen (Ca2+ , PO4(3-) vormt
hydroxyapatiet achtige laag zuurbestendig
HAP (hydroxyapatiet): deeltjes vullen tubuli en opp
Oxalaten/nitraten/biopolymeren
Stappenplan gevoelige tanden
Stap 1: oorzaak vaststellen (= anamnese) zoals zuur, slijtage, poetsfouten, SLS-
tolerantie.
Stap 2: eerste behandeling
Poetsen: gebruik zachte borstel en correcte techniek.
Tandpasta aanpassing: kies voor tandpasta met kalium of occlusiepasta.
Stap 3: spot-applicatie, voor acute zones, gebruik Arginine-CaCO₃ pasta op
gevoelige plekken.
Stap 4: herbeoordeling
Na 4-6 weken.
Indien nodig, verwijs door voor professionele behandelingen
Hoofdstuk 6: biofilmcontrole deel 2
Anti-biofilm en gingivitis tandpasta
Vermindert plaque door het verwijderen te vergemakkelijken of in te grijpen op
de vorming, aanhechting of samenstelling van de biofilm, vaak via bacteriële
werking
Vermindert gingivitis hoofdzakelijk door disruptie van plaque eventueel met
bijkomende ontstekingsremmende werking
Stoffen in tandpasta
Stannous fluoride (SnF2)
o Antibacteriële en anti-biofilm werking
o Verbetert gingivale parameters
o Formulatie is cruciaal
o Moderne systemen beperken verkleuring
Zinkzouten (Zn)
o Remt tandsteen
o Kan plaque-opstapelen beïnvloeden
o Kan VSC (= vluchtige zwavelverbindingen die halitose veroorzaken)
beïnvloeden
Chloorhexidine (CHX)
o krachtig antibacterieel middel in (voorgeschreven) tandpasta’s
o Tijdelijk gebruik bij tandvleesproblemen of na tandheelkundige
ingrepen
o Risico op verkleuring
Triclosan
o Antibacterieel middel in tandpasta’s
o Vroeger veel in tandpasta’s om tandplak en gingivitis te
verminderen
o Gebruik afgenomen door gezondheid- en milieuzorgen
Amine-fluoride (vaak in combinatie met Sn-zouten)
o Oppervlakte-actieve eigenschappen
o Antibacteriële activiteit
o RCT’s tonen meer plaque- en gingivitisreductie t.o.v. SMFP en NaF
Anti-tandsteen tandpasta
= proberen vorming van tandsteen te remmen of te voorkomen
o Actieve igrediënten: zinkchloride + zinkcitraat, pyrofosfaat (+
copolymeer)
o Grootste inhibitie van tandsteenvorming bij pyrofosfaat +
copolymeer
Vertaalt minder tandsteen zich in beter klinisch gezondheidsvoordeel?
Tandsteen is verharde tandplak. Tandplak bevat bacteriën die
tandvleesontsteking (gingivitis) kunnen veroorzaken. Wanneer tandplak niet
, wordt verwijderd en tandsteen ontstaat, wordt het oppervlak ruwer → bacteriën
hechten makkelijker → ontsteking kan toenemen. Dus minder tandsteen is minder
risico. Maar het is geen garantie, want iemand kan weinig tandsteen hebben
maar tóch parodontale problemen hebben (bijv. door agressieve parodontitis,
roken, genetische factoren).
6. 3 Tandpasta en gevoelige tanden
Pulpa in het midden van de tand, bevat zenuwen en bloedvaten maar ook
cellen (odontoblasten) die dentine aanmaken
Dentine overgevoeligheid (DHS): korte, scherpe pijn op een prikkel
Brännström (= hydrodynamische theorie): prikkels
zorgen voor vloeistofbeweging in dentinetubuli. Dit
zorgt voor activatie van sensorische zenuwvezels.
Gevoeligheid ontstaat wanneer deze tubuli bloot
komen te liggen (teruggetrokken tandvlees, slijtage
van tandglazuur)
Behandelstrategieën in tandpasta:
1. Zenuw-desensitisatie = kaliumzouten:
Mechanisme: K+ stijgt extracellulair depolarisatie van
zenuwuiteinden moeilijker prikkelbaar membraanpotentiaal
minder pijn
Effect klein, toont beperkte superioriteit t.o.v. placebopasta
2x dag, enkele weken, combineren met trigger-management (zuur
mijden, zachte borstel, niet schrobben)
2. Tubuli-occlusie / oppervlakte-afdichting (SnF2, arginine + CaCO3)
SnF2 mechanisme: vormt tin-rijke afzetting occludeert tubuli
stimuli kan niet door minder pijn
+ ook anti-biofilm eigenschappen
Arginine (8%) + calciumcarbonaat mechanisme: vormt
arginine-/calcium/-fosfaat-rijke laag occludeert tubuli directe
verlichting pijn = spot-applicatie
CSPS (= bioactief glas): levert minderalen (Ca2+ , PO4(3-) vormt
hydroxyapatiet achtige laag zuurbestendig
HAP (hydroxyapatiet): deeltjes vullen tubuli en opp
Oxalaten/nitraten/biopolymeren
Stappenplan gevoelige tanden
Stap 1: oorzaak vaststellen (= anamnese) zoals zuur, slijtage, poetsfouten, SLS-
tolerantie.
Stap 2: eerste behandeling
Poetsen: gebruik zachte borstel en correcte techniek.
Tandpasta aanpassing: kies voor tandpasta met kalium of occlusiepasta.
Stap 3: spot-applicatie, voor acute zones, gebruik Arginine-CaCO₃ pasta op
gevoelige plekken.
Stap 4: herbeoordeling
Na 4-6 weken.
Indien nodig, verwijs door voor professionele behandelingen