Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 6 sur 236 pages
Resume

Volledige samenvatting vennootschapsbelasting

Document preview thumbnail
Aperçu 6 sur 236 pages

Deze samenvatting bevat volledige en zorgvuldig uitgewerkte lesnotities, aangevuld met de dia’s die tijdens de lessen werden behandeld. De inhoud is logisch opgebouwd en volgt nauwgezet de structuur van de lessen, inclusief oefeningen en gastcolleges.

Aperçu du contenu

les 1

,Les 1

Vennootschapsbelasting

I. Toepassingsgebied van de Vennootschapsbelasting

Om onderworpen te zijn aan de vennootschapsbelasting (VenB), moet voldaan zijn aan drie
toepassingsvoorwaarden:

1.​ Men moet beschikken over rechtspersoonlijkheid.
2.​ Men moet in België gevestigd zijn.
3.​ Men moet activiteiten van winstgevende aard verrichten.


1. Beschikken over rechtspersoonlijkheid (Rechtspersoonlijkheid)

Dit criterium maakt het onderscheid tussen vennootschapsbelasting en
personenbelasting.

●​ Vennootschappen (Rechtspersonen): Bedrijven zoals de BV en de NV vallen
hieronder. De vennootschap is aansprakelijk en wordt belast in de VenB.
●​ Natuurlijke Personen / Eenmanszaken: Winsten van eenmanszaken (bv. een
bakker of beenhouwer) worden belast in de personenbelasting.
●​ Belang van aansprakelijkheid: Naast fiscale redenen (tariefverschil), is
aansprakelijkheid een belangrijke reden om te kiezen voor een vennootschap.
●​ Managementvennootschappen: Dit zijn vennootschappen die door consultants of
partners worden opgericht om aan het bedrijf waarvoor ze werken te factureren.
○​ Voordelen: De vennootschap kan kosten (die beroepsgerelateerd zijn, maar
soms ruim geïnterpreteerd) in mindering brengen van de winst, waardoor
minder belasting wordt betaald. Dit is voordeliger dan als de werknemer
kosten betaalt met een nettoloon (waarop al belastingen zijn betaald).
○​ Fiscus: De fiscus controleert schijnzelfstandigheid en overdreven kosten,
maar kent in België geen fiscale transparantie; zij moet de afzonderlijke
rechtspersoon respecteren en mag er niet doorheen kijken.


2. In België gevestigd zijn (Territorialiteit)

Deze voorwaarde bepaalt de vestigingsplaats van de vennootschap.

●​ Vestigingscriteria: Men moet de maatschappelijke zetel of de voornaamste
inrichting en zetel van bestuur of beheer in België hebben (plaats van waar de
controle wordt uitgeoefend).

, ●​ Werkelijke zetelleer: Het gaat om de werkelijke zetelleer. Men kijkt naar de plaats
waar de controle en het bestuur werkelijk worden uitgeoefend (waar de productie is,
waar de mensen te werk gesteld zijn).
●​ De werkelijke zetelleer is bedoeld om brievenbusvennootschappen tegen te gaan
die in een land met een lager tarief zijn opgericht (bv. Luxemburg, Ierland), maar
vanuit België worden bestuurd.
●​ Verschil met vennootschapsrecht: In het fiscale recht geldt de werkelijke zetel. In
het vennootschapsrecht werkt men op basis van de statutaire zetelleer (enkel en
alleen wat in de statuten staat) omwille van rechtszekerheid binnen de EU. In het
fiscaal recht is dit echter niet haalbaar omdat de statutaire zetelleer te veel opties zou
bieden voor belastingontwijking.

Verschil met vaste inrichtingen

Vennootschappen zijn in principe op hun wereldwijd inkomen belastbaar.

●​ Vaste Inrichting: Dit is een structuur in het buitenland die geen
rechtspersoonlijkheid heeft en valt onder dezelfde 'pot' als de hoofdvennootschap.
Een vaste inrichting kan een gebouw, een depot, of zelfs een persoon zijn die de
essentie van de business doet (bv. contracten afsluit) voor een buitenlandse
vennootschap in België.
●​ Dubbele belasting: Wanneer een vaste inrichting in België winsten realiseert, zal
België (via de Belasting Niet-Inwoners) de in België gerealiseerde winsten
belasten. Het land van de werkelijke zetel (bv. Frankrijk) belast ondertussen het
wereldwijde inkomen. Dit wordt opgelost door dubbelbelastingverdragen, die
vrijstellingen geven.


3. Exploitatie of verrichtingen van winstgevende aard

Dit criterium maakt het onderscheid met verenigingen zonder winstoogmerk (VZW's).

●​ VZW's zijn normaal onderworpen aan de rechtspersonenbelasting (RPB), wat een
gunstiger regime is met vrijgestelde zaken. Belastingplichtigen zullen vaak proberen
te sjoemelen.
●​ Wanneer wordt een VZW belast in de VenB? Een VZW wordt in de VenB belast als
de activiteiten de aard van winstgevende aard aannemen, wat niet het geval is bij:
○​ Alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen.
○​ Verrichtingen die bijkomstig en ondergeschikt zijn aan de hoofdactiviteit.
○​ Verrichtingen die niet volgens de nijverheids- of handelsmethode zijn
uitgevoerd.
●​ Handelsmethode: De beoordeling hiervan omvat het kijken naar:
○​ Reclame: Hoe kenbaar zijn de activiteiten gemaakt?
○​ Prijs: Worden democratische prijzen gehanteerd (iedereen die hier komt, kan
een drankje kopen) of is er een intentie om winst te maken?
○​ Continuïteit: Bijvoorbeeld, is een sportclubcafetaria continu open (ongeacht
of er een sportactiviteit plaatsvindt), of enkel tijdens trainingen/wedstrijden?

, ●​ Misbruik: VZW's die slechts één winstgevende activiteit per jaar (bv. een bar op
Gentse Feesten of Couleur Café) oprichten, niet-democratische prijzen hanteren en
reclame maken, worden gezien als misbruik en vallen onder de Ven B.

EXAMEN: voldoende argumentatie waarom er sprake van misbruik kan zijn vanuit de
belastingplichtige o.b.v. deze criteria

Uitgesloten entiteiten

Bepaalde entiteiten vallen automatisch buiten de Ven B:

●​ Publieke Rechtspersonen: Infrabel, waterzuiveringsmaatschappijen, openbaar
vervoer (De Lijn), en intracommunales.
●​ Bevoorrechte activiteiten: Onderwijs, ouderenzorg, bepaalde beroepsverenigingen.
●​ Feitelijke Verenigingen: Studentenclubs, vakbonden. Deze hebben geen
rechtspersoonlijkheid. Ze zijn onderworpen aan de Personenbelasting. Ze
hoeven geen jaarrekeningen of cijfers te publiceren, en betalen geen belasting tenzij
het inkomen bij natuurlijke personen terechtkomt.


4. Belastingontwijking en Staatssteun (Multinationals)

De context van de UK-cases: Amazon, Starbucks en Google

Grote multinationals organiseren zich in verschillende landen met als doel de globale
belastingdruk te minimaliseren. In het Verenigd Koninkrijk leidde dit tot een parlementair
onderzoek waarbij de topmensen van Amazon, Starbucks en Google zich moesten
verdedigen. De kernvraag van het parlement was hoe het mogelijk is dat deze bedrijven
enorme activiteiten genereren in een land, maar daar jarenlang geen winst rapporteren en
dus geen belasting betalen. Normaal gesproken zou een ondernemer bij aanhoudend verlies
vertrekken, wat hier niet gebeurde.

Casus Amazon: De Luxemburgse Licentieroute

De winstverschuiving bij Amazon verliep via een specifieke structuur in Luxemburg, waarbij
gebruik werd gemaakt van twee entiteiten: een operationele vennootschap en een
holdingvennootschap.

●​ De constructie: Wanneer een klant in de Europese Unie iets kocht via de website,
werd die winst toegerekend aan de operationele vennootschap in Luxemburg.
●​ Het mechanisme: De holdingvennootschap bezat de intellectuele eigendom, zoals
de merknamen en logo's. De operationele vennootschap betaalde een extreem
hoge vergoeding (bijvoorbeeld 75% van de winst) aan de holding om deze te mogen
gebruiken.
●​ Het fiscale voordeel: Omdat de holding in Luxemburg onder een bijzonder gunstig,
nagenoeg belastingvrij regime viel, bleef driekwart van de winst onbelast. De winst
werd zo van de ene naar de andere vennootschap verschoven en vloeide uiteindelijk
onbelast naar de Verenigde Staten.

,Casus Starbucks: Transfer Pricing (Verrekenprijzen)

Bij Starbucks werd winst verschoven door middel van kunstmatige prijzen tussen
groepsvennootschappen, met name rond de inkoop van koffiebonen.

●​ De constructie: Starbucks had een koffiebranderij in Nederland, maar de bonen
werden aangekocht via een zusteronderneming in Zwitserland, hoewel de bonen
feitelijk uit Afrika kwamen.
●​ Het mechanisme: De Nederlandse entiteit betaalde een gigantische prijs aan de
Zwitserse zusteronderneming voor deze bonen. Hierdoor waren de kosten in
Nederland (en het VK) kunstmatig hoog, waardoor er nauwelijks belastbare winst
overbleef.
●​ Economische verantwoording: De fiscus stelt dat er geen economische
verantwoording is om bonen tien keer duurder in Zwitserland te kopen dan bij de
bron in Afrika. Tegenwoordig eist de fiscus dat bedrijven de "arm's length"-prijs
hanteren: de prijs die ook tussen onafhankelijke partijen zou gelden.

Casus Facebook en de digitale uitdaging

Bij bedrijven zoals Facebook is winstverschuiving lastiger aan te pakken omdat zij werken
met een website, wat fiscaal gezien als "lucht" wordt beschouwd.

●​ Bedrijven sluiten contracten af met bijvoorbeeld Facebook Ierland, waardoor de
inkomsten daar terechtkomen.
●​ De fiscus heeft moeite om deze winsten naar België te trekken omdat een website
vaak niet als een voldoende fysiek aanknopingspunt (zoals een depot of kantoor)
wordt beschouwd om een belastbare vaste inrichting te vormen.
●​ Zelfs als er daar veel inkomsten worden gegenereerd (bv. Facebook die factureert
vanuit Ierland voor Belgische reclame-inkomsten).



Het arm’s length-principe is daarbij een essentieel controlemechanisme waarmee de
fiscus nagaat of de prijszetting tussen verbonden ondernemingen overeenstemt met de
marktrealiteit. Wanneer vennootschappen een band van afhankelijkheid hebben, bestaat
immers het risico dat zij elkaar bewust gunstprijzen aanrekenen om het belastbaar resultaat
te beïnvloeden. Daarom vergelijkt de fiscus de intern gehanteerde prijs steeds met de prijs
die zou worden toegepast tussen onafhankelijke partijen. Het uitgangspunt van het arm’s
length-principe luidt dat verbonden ondernemingen dezelfde voorwaarden en prijzen moeten
hanteren als wanneer zij met een derde, onafhankelijke marktspeler zouden handelen.

Dit principe vormt de kern van wat in het fiscaal recht wordt aangeduid als verrekenprijzen
of transfer pricing. Verrekenprijzen zijn de prijzen die binnen eenzelfde groep worden
toegepast voor onderlinge transacties, en hun correcte vaststelling is cruciaal om
winstverschuivingen tussen landen tegen te gaan. Zonder toepassing van het arm’s
length-principe zouden multinationale ondernemingen winsten kunstmatig kunnen
verschuiven naar rechtsgebieden met een lager belastingtarief, louter door intern andere
prijzen te hanteren dan wat economisch verantwoord is.

, De toepassing van verrekenprijzen is bovendien zeer ruim. Zij heeft niet enkel betrekking op
de levering van goederen, maar ook op diensten, leningen en andere financiële
verrichtingen. Zo moet bijvoorbeeld de rentevoet op een groepslening vergelijkbaar zijn met
de rente die een bank zou aanrekenen, en moeten vergoedingen voor personeel of
knowhow marktconform zijn.

Ondernemingen moeten hun interne prijszetting steeds economisch kunnen
verantwoorden tegenover de fiscus. Er bestaat bijvoorbeeld geen economische
rechtvaardiging om identieke koffiebonen binnen een groep tien keer duurder aan te kopen
in een ander land dan bij de oorspronkelijke leverancier, louter om winst te verschuiven.

De toenemende globalisering en complexiteit van internationale ondernemingsstructuren
heeft ertoe geleid dat de fiscus zich niet langer beperkt tot de juridische werkelijkheid,
namelijk wat formeel op papier staat. Steeds vaker wordt gekeken naar de economische
werkelijkheid achter de transacties. Indien een belastingadministratie deze economische
realiteit niet zou toetsen via controle op verrekenprijzen, zou zij structureel belastbare
winsten mislopen en haar belastinggrondslag niet langer kunnen veiligstellen.




II. Algemene Fiscale Principes
1. Totstandkoming en Begrenzing van Belasting

De invoering van een belasting is een fundamentele beslissing die de tussenkomst vereist
van de wetgevende macht.

●​ Wetgevende Macht: De essentiële elementen van de belasting (object en subject)
worden bepaald door de wetgever (Koning, Kamer, Senaat).
●​ Eigendomsrecht: Een overheid wil zoveel mogelijk belasten, maar het
eigendomsrecht (verankerd in het EVRM en de Grondwet) stelt grenzen aan de
rechtvaardigheid. Het Grondwettelijk Hof gaat echter niet zomaar tegen een overheid
in tenzij de basisprincipes duidelijk zijn aangetast. Een historisch voorbeeld hiervan
is de vernietiging van een successietarief van 70% in Wallonië.
●​ Volmacht- en Kaderwetten: Normaal gesproken maakt de wetgevende macht de
wetgeving. Bij kaderwetten schept de wetgevende macht een kader, waarna de
uitvoerende macht (Regering) details invult via een Koninklijk Besluit (KB) of
Ministerieel Besluit (MB). Bij volmachtenwet krijgt de Regering volmacht om
bestaande wetten te wijzigen via een KB (bv. in het kader van COVID).




2. Interpretatie en Rechtszekerheid

Table des matières

  1. 01 les 1 1
  2. 02 Les 1 2
    1. I. Toepassingsgebied van de Vennootschapsbelasting 2
    2. 1. Beschikken over rechtspersoonlijkheid (Rechtspersoonlijkheid) 2
    3. 2. In België gevestigd zijn (Territorialiteit) 2
    4. 3. Exploitatie of verrichtingen van winstgevende aard 3
    5. Uitgesloten entiteiten 4
    6. 4. Belastingontwijking en Staatssteun (Multinationals) 4
    7. De context van de UK-cases: Amazon, Starbucks en Google 4
    8. Casus Amazon: De Luxemburgse Licentieroute 4
    9. Casus Starbucks: Transfer Pricing (Verrekenprijzen) 5
    10. Casus Facebook en de digitale uitdaging 5
  3. 03 II. Algemene Fiscale Principes 6
    1. 1. Totstandkoming en Begrenzing van Belasting 6
    2. 2. Interpretatie en Rechtszekerheid 6
    3. 3. Basisprincipes van Vennootschapsbelasting 7
  4. 04 les 2 14
    1. I. Actualiteit en Context van de Vennootschapsbelasting 15
    2. Voorgestelde wijzigingen: Vanuit de politiek (voornamelijk linkse hoek) en vanwege het begrotingstekort is er de vraag om dit aan te pakken. Men overweegt om dividenden te herkwalificeren als loon wanneer het loon onder een bepaalde drempel ligt. Momenteel is die drempel €50.000, maar er is sprake van dit bedrag op te trekken. 15
    3. II. De Verhouding tussen Boekhoudrecht en Fiscaal Recht 15
    4. 3. Jaarrekening, Vennootschapstype en Structuur 16
    5. III. Classificatie: Kleine vs. Grote Vennootschappen 17
    6. IV. Vaststelling van het Fiscale Resultaat 18
    7. V. De Berekening van het fiscaal resulaat: Reserves, Verworpen Uitgaven en Dividenden 21
    8. VI. Tijdstip van Belastbaarheid en Opbrengsten 27
    9. 1. Het basisprincipe: De zekere en vaststaande vordering 27
    10. 2. Uitzonderingen en specifieke kwalificaties 28
    11. 3. Overlopende rekeningen 29
    12. Fiscale verwerking en boekhoudkundig resultaat 31
  5. 05 Les 3 38
    1. Les 3 39
  6. 06 Les 4 66
    1. 1. Onroerende Inkomsten (Real Estate Income) 67
    2. 2. Roerende Inkomsten (Movable Income) 69
  7. 07 Les 5 90
    1. I. Meerwaarde op Aandelen (Vrijgestelde Winsten) 91
    2. II. Bijzondere Fiscale Posten 96
    3. IV. Aftrekbare Kosten (Artikel 49) 102
  8. 08 Extra les boekhouden 109
    1. I. De Balans: Actief en Passief 110
    2. II. Boekingsprincipes: Debet en Credit 111
    3. III. Boekingen van Transacties 111
    4. IV. Resultatenrekening en Resultaatbestemming 113
    5. V. Fiscale Aspecten 114
  9. 09 Les 6 115
  10. 10 Fiscale Beroepskosten en Verworpen Uitgaven 116
    1. I. Algemene Beginselen en Aftrekbaarheid 116
    2. II. Kosten met Betrekking tot Onroerende Goederen (Art. 52, 1°) 116
    3. III. Interesten van leningen (Rente) (Art. 52, 1°) 118
    4. IV. Lasten, renten en soortgelijke uitkeringen betreffende de onderneming 122
    5. V. Bezoldigingen en lonen (art. 52, 3°) 123
    6. VI. Giften (Liberaliteiten) 125
    7. VI. Verworpen Uitgaven (Niet-Aftrekbare Kosten) 126
  11. 11 Les 7 136
  12. 12 Fiscale Aftrekken en Vrijstellingen (Vennootschapsbelasting) 137
    1. I. Van fiscaal resultaat naar belastbare grondslag 137
    2. II. Omdeling van de winst volgens oorsprong (Art. 206) 138
    3. III. De DBI-Aftrek (Definitief Belastbare Inkomsten) 144
    4. 2. Uitsluitingen van de taxatievoorwaarde (wanneer geen DBI?) 149
    5. 3. De Taxatievoorwaarde: Geen "Zwart-wit" Verhaal 157
    6. 3.1. Offshore-activiteiten 158
    7. 3.2. De Rol van Buitenlandse Inrichtingen 159
    8. 4. Antimisbruikbepalingen en Passieve Structuren 164
    9. 5. Uitoefening van de DBI-aftrek 165
  13. 13 Les 8 169
    1. I. Vaste Inrichtingen (Permanent Establishments) 170
    2. 4. Fiscale Verwerking van Verliezen van een Vaste Inrichting 172
    3. II. Niet-belastbare Bestanddelen: Giften 174
    4. III. De Innovatieaftrek 174
    5. IV. De Groepsbijdrageregeling 176
    6. V. De Aanslag en de Tweede Korf 181
    7. Examentips: 185
  14. 14 Gastcollege 1 186
    1. 2. Structuur van de FOD Financiën 187
    2. 3. Missie en Taken van Fiscaliteit versus BBI 188
    3. 4. Structuur en Partners van de BBI 189
    4. 5. Afdelingen Directie Brussel 191
    5. 1. Inleiding en Context van de Casus 191
    6. 2. De Onderneming en de Structuur (Trading SA) 192
    7. 3. De Belastingsproblematiek 192
    8. 4. Uitdagingen en Discussiepunten 195
    9. 1. Casus Jman Core (Belcore) en de Leningconstructie 196
    10. 2. Taxatie I: Terugbetaling Roerende Voorheffing (RV) en Nergens Belast 197
    11. 3. Taxatie II: De Grote Overwinning op basis van Misbruik (VenB) 198
    12. 4. Taxatie III: De Transfer Pricing (TP) Interestvoet (Art. 185) 199
    13. 5. Afsluitende Bedenkingen 200
  15. 15 Gastcollege 2 201
    1. 1. Inleiding 202
    2. 2. Juridische Basis en Definities van Reorganisatieverrichtingen 202
    3. 3. Fusies (Samenvoegen van Vermogens) 202
    4. 4. Splitsingen (Uit elkaar Halen van Vermogens) 204
    5. 5. Overige Reorganisatieverrichtingen 205
    6. 6. Ontbinding en Vereffening: De Fiscale Basislijn 205
    7. I. Procedure en Juridische Aspecten 206
    8. II. Boekhoudkundige Continuïteit 207
    9. III. Retroactiviteit 209
    10. IV. Fiscale Neutraliteit (Art. 211 WIB 92) 210
    11. V. Beperking van Fiscale Verliezen 211
    12. VI. Splitsingen en Partiële Splitsingen 212
    13. VII. Btw en Registratierechten (Overdracht van Activa/Passiva) 213
    14. VIII. Actuele Topic: Moving Target en Interestaftrek 213
  16. 16 Gastcollege 3 215
    1. I. Inleiding en Context 216
    2. II. De Aangifte VNB: Proces en Structuur 216
    3. III. Fiscale Aftrekken en Vrijstellingen (KP Casus) 218
    4. IV. Meerwaarde op Aandelen (MG Casus) 219
    5. I. Inleiding en Context 220
    6. II. Vrijgestelde Gereserveerde Winsten 220
    7. III. Verworpen Uitgaven (VA) 221
    8. IV. Berekening Belastbare Basis en Aftrekken 222
    9. V. Groepsbijdrageregeling 223
    10. VI. KMO-statuut 224
  17. 17 Gastcollege 4 225
    1. I. Inleiding en Achtergrond 226
    2. II. Toepassingsgebied en Kwalificerende Rechten 227
    3. III. Berekening van de Innovatieaftrek 229
    4. IV. Administratieve en Praktische Overwegingen 230
    5. I. Toepassingsmoment en Voorwaardelijke Aftrek 231
    6. II. Bepaling van de Netto Innovatiewinst (Royalty Valuation) 232
    7. III. Fiscale Zekerheid en Rulingpraktijk 234
    8. IV. Innovatieaftrek en Pillar 2 (Minimumbelasting) 235

Infos sur le Document

Cours
Publié le
9 février 2026
Nombre de pages
236
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€16,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Sofiaaslami
5,0
(1)
Vendu
27
Abonnés
3
Éléments
5
Dernière vente
4 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions