GESCHIEDENIS (DEEL INTERN RECHT)
DEEL I: PERSONEN EN FAMILLIERECHT
ONDERAFDELING I : INLEIDING
- Onderscheid
o Nu duidelijk onderscheid
o Onderscheid in het verleden minder duidelijk, omdat men toen met totaal andere
uitgangspunten werkte.
- Vermogensrecht
o Personen- en familierecht houdt zich bezig met niet in geld waardeerbare
rechten; het vermogensrecht daarentegen is gericht op de in geld waardeerbare
rechten. Men kan ze vervreemden, verkopen.
- Personen- en familierecht
o Term personen- en familierecht
In enge zin
In ruime zin
o Verschil met vermogensrecht
Waardering in geld
Vermogensrecht te vervreemden, personen- en familierechten niet
Invloed RoRe groot (itt personen-en familierecht: van MEse oorsprong)
Verschil tussen de 2 zit hem in het feit dat vermogensrecht over rechten gaat die u in geld
kan waarderen. Familierecht daarentegen gaat niet om dingen die u in geld kan waarderen.
Gaat over de rechtspositie van het individu.
bij de Romeinen gebruiken ze die definities niet! Als het gaat om vermogensrecht gaat de
invloed van de Romeinen heel groot zijn, als het gaat om personen- en familierecht zal vooral
ons gewoonterecht en canoniek recht grote rol spelen.
BASISBEGRIPPEN:
- Komen uit de 19de eeuw: ze toepassen op een tijd waarin ze niet bestonden
o Rechtssubjecten: mensen: hebben rechten en verplichtingen
(persoon)
o Rechtsobjecten: dingen: hebben geen rechten en verplichtingen
(zaak)
o Maar: rechtspersonen, hebben ook rechten en verplichtingen
Dierenrechten valt over te discussiëren
- Juridische persoonlijkheid: rechtsbekwaamheid: hebben van rechten
o Het geheel van rechtsbelangen en verplichtingen
o Rechtsbekwaamheid: de bekwaamheid om rechten uit te oefenen
door het stellen van RH’en
de mogelijkheid om rechten te hebben.
Het wordt bepaald door de staat van de persoon.
Vroeger kon de rechtsbekwaamheid beperkt of ontzegd worden
zoals bij slaven.
NU zijn alle mensen vrij en gelijk, dit vind je terug in de GW. =>
Het gevolg hiervan is dat alle mensen gelijk en rechtsbekwaam
zijn.
Bij de Romeinen werden mensen opgedeeld in vrijen en slaven.
Slaven waren dingen, dit was hun juridische betekenis. Ze
1
, hadden geen rechten, enkel plichten en hadden een eigenaar
o Handelingsbekwaamheid: uitoefenen van rechten
(rechtshandelingen)
- Feiten, rechtsfeiten, rechtshandelingen
o Niet elke gebeurtenis is voor het recht relevant
o Gewone feiten: geen enkel juridisch gevolg
Rechtsfeiten: kan rechtsgevolgen hebben maar deze zijn niet
gewild
Rechtshandeling: brengt gewilde rechtsgevolgen met zich
mee
ONDERAFDELING II : HANDELINGSBEKWAAMHEID
JURIDISCHE DISCRIMINATIE BIJ VROUWEN
INLEIDING
- hangt af van leeftijd, GESLACHT,…
- Vroeger was er juridische discriminatie tussen man en vrouw.
• reden = vrouw heeft weinig te zeggen had EN juridische discriminatie is
minder belangrijk dan de mentaliteit waaruit ze voortkomt.
• Is de juridische discriminatie weg dan blijft de mentaliteit bestaan.
- Naast juridische discriminatie zijn er ook sociale verschillen
- Ook is er discriminatie door de natuur: vroeger waren er geen goede
voorbehoedsmiddelen, hoog kraamsterftecijfer, fysieke zwakte van vrouwen.
• Ideaalbeeld van de moeder aan de haard
• Thuisblijven en op de kinderen letten
Mislukking van Popelin: Zij was de eerste vrouw met diploma in de rechten. Ze wenste het
beroep van advocaat uit te oefenen maar ze wordt geweigerd door de raad. Ze dient een
beroep in bij het HvB die baseert zich voor zijn uitspraak op de bijzondere aard van de vrouw.
In theorie moet de rechter kijken naar de feiten, daarna deze toepassen op de wet en dan een
vonnis vellen. Hier hebben de rechters het legal realism gehanteerd, ze kijken naar de feiten,
hebben hun vooroordeel klaar en zoeken een excuus in de wet om het vooroordeel goed te
praten. Maar eigenlijk gaat het niet om een vooroordeel dat de vrouw aan de haard dient te
zitten, in deze tijden was dat realiteit. De mentaliteit is belangrijker dan het recht
Discriminatie vrouwen in het recht
- Meestal werden ze benadeeld maar uitzondering;
• Vrouwen werden meerderjarig aan 12 jaar, mannen pas aan 14 jaar.
• relativeren
• bleef onder het gezag van de ouders.
• had meisje vroeger maandstonden, kon ze uitgehuwelijkt worden
• kind werd niet geëmancipeerd bij bereiken meerderjarigheidsleeftijd
- Vrouwen in steden hebben een betere positie dan deze op het platteland
- Statuut van de ongehuwde vrouw is beter dan deze van de gehuwde omdat ze niet
onder een man valt
VOOR NAPOLEON;
2
,DE ONGEHUWDE VROUW – EEN BETER POSITIE
BIJ DE ROMEINEN
Opgelet: sui iuris <> alieni iuris
Alieni iuris wil zeggen dat de vrouw onder de pater potestas staat, dus deze van
haar vader.
De sui iuris daarentegen wil zeggen dat de vrouw zelfstandig is en niet onder
het gezag staat van de pater potestas, ze is onafhankelijk.
o aanvankelijk niet handelingsbekwaam => voogd nodig.
o Dat evolueert en later stelt het niet veel meer voor omdat de voogd geen
toestemming moet geven als de vrouw iets wil doen, hij moet enkel de
rechtshandelingen stellen.
o Uiteindelijk verdwijnt de vrouwenvoogdij.
GERMANEN EN DE VROEGE MIDDELEEUWEN
- Aanvankelijk: onbekwaamheid
• Eerst staat de vrouw onder het gezag van de vader, later onder het gezag van
haar man en als hij sterft dan valt ze weer onder het gezag van een mannelijk
familielid.
- Na volksverhuizingen: bekwaamheid
• Vrouw staat altijd onder en man , maar vanaf de 5e E , bij de
volksverhuizingen , ontstaat er een probleem , als de mannen gaan vechten zijn
, hebben die dus geenn tijd om zich gaan bezig te houden met de zaken thuis ,
en zo kregen de vrouwen bekwaamheid
• Verklaring: oorlog is goed voor vrouwen?
LATE MIDDELEEUWEN EN MODERNE TIJD
Weer achteruit omdat ze soms een voogd nodig hebben
Bijstand door een voogd voor de ongehuwde vrouw die een rechtshandeling wil
stellen
DE VEREISTE VAN BIJSTAND DOOR EEN VOOGD
Bijstand door een voogd, maar:
- Niet overal geen algemeen fenomeen, plaatselijk) bv in graafschap vlaanderen
minder
- Soms op eigen verzoek vrouw
- Is beperkt: eerder soort rechtshulp
• Waarom dan nog voogd? Gewoon om vrouw bewust te maken van de ernst van
rechtshandeling
• Voogd vaak ad hoc (niet in algemeen maar aangeduid door rechter, vaak ook
lid van rechtbank) = rechtshulp eerder
- Teksten zijn niet duidelijk (elementen die niet vereist zijn voor bewijsvoering mogen
weggelaten worden, dus optreden voogd blijft vaak onvermeld)
HET SENATUSCOSULTUM VELLEIANUM (VEEL BELANGRIJKER)
Het senatusconsultum Velleianum beschermde vrouwen in het Romeinse recht:
ze mochten zich wel verbinden, maar konden zich achteraf beroepen op deze regel om
aansprakelijkheid te vermijden. In het middeleeuwse ius commune werd dit verkeerd
begrepen alsof vrouwen zich helemaal niet mochten verbinden voor derden, waardoor
een strengere en ongunstigere regel ontstond dan in Rome.
FRANSE REVOLUTIE
3
, Alle beperkingen verdwijnen
CONCLUSIE
- Er is geen rechtlijnige evolutie. De positie van de vrouw kan nog steeds achteruit gaan
in de toekomst.
- Positie van de ongehuwde vrouw was beter dan deze van de gehuwde vrouw. Toch was
het maatschappelijk ideaal om een gehuwde vrouw te zijn EN het was as ongehuwde
vrouw niet evident om een inkomen te verwerven.
DE GEHUWDE VROUW
BIJ DE ROMEINEN.
Aanvankelijk trouwde men onder de Manus van de echtgenoot.
o Rechtsgrond daarbij niet huwelijk, maar de overdracht van de Manus (de macht
over de vrouw)
Let wel
o Sui iuris (vaak omdat vader en grootvader al gestorven waren – niet meer
onder macht)
1) trouwen met echtgenoot => alieni iuris (staat onder haar echtgenoot)
2) niet te trouwen => blijft sui iuris
o Alieni iuris (ze staat onder pater families)
1) mogelijkheid dat pater familias macht overdraagt naar echtgenoot (niet zo
veel verandering, enkel persoon die macht heeft over haar verandert)
2) geen machtoverdraging, ze blijft onder macht patria potestas
Het manushuwelijk kan op 2 manieren ontstaan
o Ofwel door een afzonderlijke rechtshandeling
o Ofwel automatisch als ze 1 jaar lang samen hadden geleefd.
Huwelijk met Manus verdwijnt echter al vlug, zodat Romeinse echtgenote zelfde statuut
verkrijgt als de ongehuwde vrouw
- = vrouw kan de verjaring doen stuiten door het trinoctio abesse, gedurende dat jaar
slaapt ze minimum 3 nachten niet in de woning van haar man.
- Op die manier wordt het manushuwelijk minder belangrijk en verdwijnt het uiteindelijk.
DE GERMANEN TOT 1804
DE MATERIEËLE MACHT
Maritale macht, de man is heer en meester:
a. Verplichting tot gehoorzaamheid Als de vrouw niet luistert heeft de man
tuchtrecht, hij kan zijn vrouw mishandelen maar mag haar niet doden.
b. Verplichting tot samenwonen Als de vrouw het huis verlaat dan mag de
man haar met geweld terughalen, haar man kan zeggen jij komt niet meer buiten)
(als hij haar betrapt met een andere man kan ze haar wel doodslaan)
c. Verplichting tot getrouwheid De verplichting geld ook voor de man maar in
mindere mate.
Is de maritale macht absoluut?
o Neen, de man heeft ook plichten tegenover de vrouw. Hij moet haar kunnen
onderhouden en eerbaar behandelen. Toch heeft de vrouw nog steeds minder
rechten dan de man.
o Bij de man is overspel enkel een probleem als het een schandaal is.
4
DEEL I: PERSONEN EN FAMILLIERECHT
ONDERAFDELING I : INLEIDING
- Onderscheid
o Nu duidelijk onderscheid
o Onderscheid in het verleden minder duidelijk, omdat men toen met totaal andere
uitgangspunten werkte.
- Vermogensrecht
o Personen- en familierecht houdt zich bezig met niet in geld waardeerbare
rechten; het vermogensrecht daarentegen is gericht op de in geld waardeerbare
rechten. Men kan ze vervreemden, verkopen.
- Personen- en familierecht
o Term personen- en familierecht
In enge zin
In ruime zin
o Verschil met vermogensrecht
Waardering in geld
Vermogensrecht te vervreemden, personen- en familierechten niet
Invloed RoRe groot (itt personen-en familierecht: van MEse oorsprong)
Verschil tussen de 2 zit hem in het feit dat vermogensrecht over rechten gaat die u in geld
kan waarderen. Familierecht daarentegen gaat niet om dingen die u in geld kan waarderen.
Gaat over de rechtspositie van het individu.
bij de Romeinen gebruiken ze die definities niet! Als het gaat om vermogensrecht gaat de
invloed van de Romeinen heel groot zijn, als het gaat om personen- en familierecht zal vooral
ons gewoonterecht en canoniek recht grote rol spelen.
BASISBEGRIPPEN:
- Komen uit de 19de eeuw: ze toepassen op een tijd waarin ze niet bestonden
o Rechtssubjecten: mensen: hebben rechten en verplichtingen
(persoon)
o Rechtsobjecten: dingen: hebben geen rechten en verplichtingen
(zaak)
o Maar: rechtspersonen, hebben ook rechten en verplichtingen
Dierenrechten valt over te discussiëren
- Juridische persoonlijkheid: rechtsbekwaamheid: hebben van rechten
o Het geheel van rechtsbelangen en verplichtingen
o Rechtsbekwaamheid: de bekwaamheid om rechten uit te oefenen
door het stellen van RH’en
de mogelijkheid om rechten te hebben.
Het wordt bepaald door de staat van de persoon.
Vroeger kon de rechtsbekwaamheid beperkt of ontzegd worden
zoals bij slaven.
NU zijn alle mensen vrij en gelijk, dit vind je terug in de GW. =>
Het gevolg hiervan is dat alle mensen gelijk en rechtsbekwaam
zijn.
Bij de Romeinen werden mensen opgedeeld in vrijen en slaven.
Slaven waren dingen, dit was hun juridische betekenis. Ze
1
, hadden geen rechten, enkel plichten en hadden een eigenaar
o Handelingsbekwaamheid: uitoefenen van rechten
(rechtshandelingen)
- Feiten, rechtsfeiten, rechtshandelingen
o Niet elke gebeurtenis is voor het recht relevant
o Gewone feiten: geen enkel juridisch gevolg
Rechtsfeiten: kan rechtsgevolgen hebben maar deze zijn niet
gewild
Rechtshandeling: brengt gewilde rechtsgevolgen met zich
mee
ONDERAFDELING II : HANDELINGSBEKWAAMHEID
JURIDISCHE DISCRIMINATIE BIJ VROUWEN
INLEIDING
- hangt af van leeftijd, GESLACHT,…
- Vroeger was er juridische discriminatie tussen man en vrouw.
• reden = vrouw heeft weinig te zeggen had EN juridische discriminatie is
minder belangrijk dan de mentaliteit waaruit ze voortkomt.
• Is de juridische discriminatie weg dan blijft de mentaliteit bestaan.
- Naast juridische discriminatie zijn er ook sociale verschillen
- Ook is er discriminatie door de natuur: vroeger waren er geen goede
voorbehoedsmiddelen, hoog kraamsterftecijfer, fysieke zwakte van vrouwen.
• Ideaalbeeld van de moeder aan de haard
• Thuisblijven en op de kinderen letten
Mislukking van Popelin: Zij was de eerste vrouw met diploma in de rechten. Ze wenste het
beroep van advocaat uit te oefenen maar ze wordt geweigerd door de raad. Ze dient een
beroep in bij het HvB die baseert zich voor zijn uitspraak op de bijzondere aard van de vrouw.
In theorie moet de rechter kijken naar de feiten, daarna deze toepassen op de wet en dan een
vonnis vellen. Hier hebben de rechters het legal realism gehanteerd, ze kijken naar de feiten,
hebben hun vooroordeel klaar en zoeken een excuus in de wet om het vooroordeel goed te
praten. Maar eigenlijk gaat het niet om een vooroordeel dat de vrouw aan de haard dient te
zitten, in deze tijden was dat realiteit. De mentaliteit is belangrijker dan het recht
Discriminatie vrouwen in het recht
- Meestal werden ze benadeeld maar uitzondering;
• Vrouwen werden meerderjarig aan 12 jaar, mannen pas aan 14 jaar.
• relativeren
• bleef onder het gezag van de ouders.
• had meisje vroeger maandstonden, kon ze uitgehuwelijkt worden
• kind werd niet geëmancipeerd bij bereiken meerderjarigheidsleeftijd
- Vrouwen in steden hebben een betere positie dan deze op het platteland
- Statuut van de ongehuwde vrouw is beter dan deze van de gehuwde omdat ze niet
onder een man valt
VOOR NAPOLEON;
2
,DE ONGEHUWDE VROUW – EEN BETER POSITIE
BIJ DE ROMEINEN
Opgelet: sui iuris <> alieni iuris
Alieni iuris wil zeggen dat de vrouw onder de pater potestas staat, dus deze van
haar vader.
De sui iuris daarentegen wil zeggen dat de vrouw zelfstandig is en niet onder
het gezag staat van de pater potestas, ze is onafhankelijk.
o aanvankelijk niet handelingsbekwaam => voogd nodig.
o Dat evolueert en later stelt het niet veel meer voor omdat de voogd geen
toestemming moet geven als de vrouw iets wil doen, hij moet enkel de
rechtshandelingen stellen.
o Uiteindelijk verdwijnt de vrouwenvoogdij.
GERMANEN EN DE VROEGE MIDDELEEUWEN
- Aanvankelijk: onbekwaamheid
• Eerst staat de vrouw onder het gezag van de vader, later onder het gezag van
haar man en als hij sterft dan valt ze weer onder het gezag van een mannelijk
familielid.
- Na volksverhuizingen: bekwaamheid
• Vrouw staat altijd onder en man , maar vanaf de 5e E , bij de
volksverhuizingen , ontstaat er een probleem , als de mannen gaan vechten zijn
, hebben die dus geenn tijd om zich gaan bezig te houden met de zaken thuis ,
en zo kregen de vrouwen bekwaamheid
• Verklaring: oorlog is goed voor vrouwen?
LATE MIDDELEEUWEN EN MODERNE TIJD
Weer achteruit omdat ze soms een voogd nodig hebben
Bijstand door een voogd voor de ongehuwde vrouw die een rechtshandeling wil
stellen
DE VEREISTE VAN BIJSTAND DOOR EEN VOOGD
Bijstand door een voogd, maar:
- Niet overal geen algemeen fenomeen, plaatselijk) bv in graafschap vlaanderen
minder
- Soms op eigen verzoek vrouw
- Is beperkt: eerder soort rechtshulp
• Waarom dan nog voogd? Gewoon om vrouw bewust te maken van de ernst van
rechtshandeling
• Voogd vaak ad hoc (niet in algemeen maar aangeduid door rechter, vaak ook
lid van rechtbank) = rechtshulp eerder
- Teksten zijn niet duidelijk (elementen die niet vereist zijn voor bewijsvoering mogen
weggelaten worden, dus optreden voogd blijft vaak onvermeld)
HET SENATUSCOSULTUM VELLEIANUM (VEEL BELANGRIJKER)
Het senatusconsultum Velleianum beschermde vrouwen in het Romeinse recht:
ze mochten zich wel verbinden, maar konden zich achteraf beroepen op deze regel om
aansprakelijkheid te vermijden. In het middeleeuwse ius commune werd dit verkeerd
begrepen alsof vrouwen zich helemaal niet mochten verbinden voor derden, waardoor
een strengere en ongunstigere regel ontstond dan in Rome.
FRANSE REVOLUTIE
3
, Alle beperkingen verdwijnen
CONCLUSIE
- Er is geen rechtlijnige evolutie. De positie van de vrouw kan nog steeds achteruit gaan
in de toekomst.
- Positie van de ongehuwde vrouw was beter dan deze van de gehuwde vrouw. Toch was
het maatschappelijk ideaal om een gehuwde vrouw te zijn EN het was as ongehuwde
vrouw niet evident om een inkomen te verwerven.
DE GEHUWDE VROUW
BIJ DE ROMEINEN.
Aanvankelijk trouwde men onder de Manus van de echtgenoot.
o Rechtsgrond daarbij niet huwelijk, maar de overdracht van de Manus (de macht
over de vrouw)
Let wel
o Sui iuris (vaak omdat vader en grootvader al gestorven waren – niet meer
onder macht)
1) trouwen met echtgenoot => alieni iuris (staat onder haar echtgenoot)
2) niet te trouwen => blijft sui iuris
o Alieni iuris (ze staat onder pater families)
1) mogelijkheid dat pater familias macht overdraagt naar echtgenoot (niet zo
veel verandering, enkel persoon die macht heeft over haar verandert)
2) geen machtoverdraging, ze blijft onder macht patria potestas
Het manushuwelijk kan op 2 manieren ontstaan
o Ofwel door een afzonderlijke rechtshandeling
o Ofwel automatisch als ze 1 jaar lang samen hadden geleefd.
Huwelijk met Manus verdwijnt echter al vlug, zodat Romeinse echtgenote zelfde statuut
verkrijgt als de ongehuwde vrouw
- = vrouw kan de verjaring doen stuiten door het trinoctio abesse, gedurende dat jaar
slaapt ze minimum 3 nachten niet in de woning van haar man.
- Op die manier wordt het manushuwelijk minder belangrijk en verdwijnt het uiteindelijk.
DE GERMANEN TOT 1804
DE MATERIEËLE MACHT
Maritale macht, de man is heer en meester:
a. Verplichting tot gehoorzaamheid Als de vrouw niet luistert heeft de man
tuchtrecht, hij kan zijn vrouw mishandelen maar mag haar niet doden.
b. Verplichting tot samenwonen Als de vrouw het huis verlaat dan mag de
man haar met geweld terughalen, haar man kan zeggen jij komt niet meer buiten)
(als hij haar betrapt met een andere man kan ze haar wel doodslaan)
c. Verplichting tot getrouwheid De verplichting geld ook voor de man maar in
mindere mate.
Is de maritale macht absoluut?
o Neen, de man heeft ook plichten tegenover de vrouw. Hij moet haar kunnen
onderhouden en eerbaar behandelen. Toch heeft de vrouw nog steeds minder
rechten dan de man.
o Bij de man is overspel enkel een probleem als het een schandaal is.
4