H7. Een netwerk is geen groep.
Over de diversiteit van samenlevingsverbanden
1. Sociale netwerken
Netwerken zijn relationeel: wat speelt er tussen mensen
Relaties van allerlei aard komen op de eerste plaats
Samenwerking
Conflict
Competitie
Hiërarchie
Het kleinste netwerk: dyade -> 2 personen
Triade -> 3 personen
Binnen een persoonlijk netwerk staat één actor (ego) centraal.
- 1ste zone: rechtstreekse interactie; mama of papa
- 2de zone: mensen die het ego via de actoren uit de eerste zone
bereikt.
- 3de zone: mensen die het ego via via kan bereiken.
Sociale media zijn een belangrijke weg waarlangs mensen vandaag
sociale netwerken vormen.
Opvallend is dat ‘netwerken’ vandaag niet alleen verwijst naar een
structuur, maar net zo goed naar een activiteit: we netwerken met
het oog op het vormen van netwerken.
1. Netwerken zijn kanalen waarlangs sociale goederen (kunnen)
stromen
Netwerken functioneren als kanalen waarlangs sociale goederen
stromen. Die kunnen materieel zijn (geld, leningen) of immaterieel
(informatie, steun).
Relaties binnen een netwerk zijn niet altijd zichtbaar.
Een persoonlijk netwerk bestaat uit verschillende kringen:
- Binnenste kring van directe relaties
- Daaromheen indirecte relaties
- En verder contacten via-via.
Actueel = iemand waarmee je al in in tractie staat
, Potentieel = iemand die verder af staat maar waar de mogelijkheid is om
er mee in interactie te gaan.
2. Kenmerken van netwerken
Netwerken onderscheiden zich door hun:
Structurele kenmerken
Interactionele kenmerken
Samenstelling
Kenmerken structuur van netwerk
1. Omvang of grootte (potentieel aan hulpbronnen, hoe groter je
netwerk, hoe groter de groep mensen die je kunnen helpen)
2. Dichtheid (rechtsreeks contact met iemand, hechtheid)
3. Diversiteit (verschillende posities)
4. Centraliteit (rond één of meerdere centrale actoren,
gatekeepers)
Interactionele kenmerken: die hebben betrekking op de aard v/d
relaties tussen ego en de andere actoren in het netwerk.
Sterkte
- Frequentie of de duur van de aanwezigheid
- Emotionele draagwijdte van de aanwezigheid (betrokkenheid)
- Aantal domeinen waarop men in het leven van ego aanwezig is
Sterke banden – emotioneel vlak, steun (banden met je persoonlijk
netwerk)
Zwakke banden – instrumenteel (banden met mensen die verder
afstaan van jou) bv: geld te lenen, informatie te krijgen etc.
Je hebt beide banden nodig!
Die strength of weak ties: de sterke banden van zwakke banden.
Een groter netwerk levert meer macht en kansen op!
2. Kenmerken van netwerken armoede en netwerken?
Armoede
Mensen in armoede geraken moeilijk uit de armoede omdat ze
minder hebben aan mensen uit hun onmiddellijke omgeving. Zij
hebben ook weinig toegang tot belangrijke sociale goederen.
Mensen in armoede = beperkte toegang tot
hooggewaardeerde sociale goederen omdat die buiten het
bereik liggen van het eigen beperkte netwerk.
Enkel toegang tot de laaggewaarde goederen die wel binnen het
bereik liggen.
Primaire arbeidsmarkt: de goed betaalde jobs, goede functies, diploma,
…
Over de diversiteit van samenlevingsverbanden
1. Sociale netwerken
Netwerken zijn relationeel: wat speelt er tussen mensen
Relaties van allerlei aard komen op de eerste plaats
Samenwerking
Conflict
Competitie
Hiërarchie
Het kleinste netwerk: dyade -> 2 personen
Triade -> 3 personen
Binnen een persoonlijk netwerk staat één actor (ego) centraal.
- 1ste zone: rechtstreekse interactie; mama of papa
- 2de zone: mensen die het ego via de actoren uit de eerste zone
bereikt.
- 3de zone: mensen die het ego via via kan bereiken.
Sociale media zijn een belangrijke weg waarlangs mensen vandaag
sociale netwerken vormen.
Opvallend is dat ‘netwerken’ vandaag niet alleen verwijst naar een
structuur, maar net zo goed naar een activiteit: we netwerken met
het oog op het vormen van netwerken.
1. Netwerken zijn kanalen waarlangs sociale goederen (kunnen)
stromen
Netwerken functioneren als kanalen waarlangs sociale goederen
stromen. Die kunnen materieel zijn (geld, leningen) of immaterieel
(informatie, steun).
Relaties binnen een netwerk zijn niet altijd zichtbaar.
Een persoonlijk netwerk bestaat uit verschillende kringen:
- Binnenste kring van directe relaties
- Daaromheen indirecte relaties
- En verder contacten via-via.
Actueel = iemand waarmee je al in in tractie staat
, Potentieel = iemand die verder af staat maar waar de mogelijkheid is om
er mee in interactie te gaan.
2. Kenmerken van netwerken
Netwerken onderscheiden zich door hun:
Structurele kenmerken
Interactionele kenmerken
Samenstelling
Kenmerken structuur van netwerk
1. Omvang of grootte (potentieel aan hulpbronnen, hoe groter je
netwerk, hoe groter de groep mensen die je kunnen helpen)
2. Dichtheid (rechtsreeks contact met iemand, hechtheid)
3. Diversiteit (verschillende posities)
4. Centraliteit (rond één of meerdere centrale actoren,
gatekeepers)
Interactionele kenmerken: die hebben betrekking op de aard v/d
relaties tussen ego en de andere actoren in het netwerk.
Sterkte
- Frequentie of de duur van de aanwezigheid
- Emotionele draagwijdte van de aanwezigheid (betrokkenheid)
- Aantal domeinen waarop men in het leven van ego aanwezig is
Sterke banden – emotioneel vlak, steun (banden met je persoonlijk
netwerk)
Zwakke banden – instrumenteel (banden met mensen die verder
afstaan van jou) bv: geld te lenen, informatie te krijgen etc.
Je hebt beide banden nodig!
Die strength of weak ties: de sterke banden van zwakke banden.
Een groter netwerk levert meer macht en kansen op!
2. Kenmerken van netwerken armoede en netwerken?
Armoede
Mensen in armoede geraken moeilijk uit de armoede omdat ze
minder hebben aan mensen uit hun onmiddellijke omgeving. Zij
hebben ook weinig toegang tot belangrijke sociale goederen.
Mensen in armoede = beperkte toegang tot
hooggewaardeerde sociale goederen omdat die buiten het
bereik liggen van het eigen beperkte netwerk.
Enkel toegang tot de laaggewaarde goederen die wel binnen het
bereik liggen.
Primaire arbeidsmarkt: de goed betaalde jobs, goede functies, diploma,
…