W. DE WEVER open & MKV zonder gis
Deel 1: rontgenstralen
Radiologische Anatomie =
• Radiologie
– is een medisch specialisme waarin de geneesheer radioloog, bijgestaan
door radiologisch verpleegkundigen, op een niet- of weinig invasieve
manier beelden maakt van het menselijk lichaam en deze beelden
gebruikt om
• enerzijds afwijkingen in de anatomie en functie op te sporen, te
omschrijven en in de mate van het mogelijke te diagnosticeren
• anderzijds om meer invasieve diagnostische en therapeutische
ingrepen uit te voeren en/of te begeleiden.
• Anatomie van de levende
– Radiologische beelden zijn niet “geïdealiseerd”
– Onderlinge variatie (binnen grenzen van het normale)
– Fysiologische parameters
– Belangrijk in elke medische praktijk
• Het kunnen zien van structuren of organen hangt af van
– de grootte
– de samenstelling
– de ligging
– de gebruikte radiologische techniek
• Modaliteit: röntgenstralen, magnetische resonantie,
ultrageluidsgolven
• Gebruik van de modaliteit: projectiebeelden, doorsnedebeelden
Beeldvormingsmodaliteiten
• RX en CT
– Röntgenstralen
• MRI (magnetische resonantie)
– Radiofrequentiegolven en magneetvelden
• US (Echografie)
– Ultra-geluidsgolven
• (Nucleaire beeldvorming)
,W.C. Roentgen : oudste niet invasieve beeldvorming
Rontgenstralen ontstaan als energierijke elektronen plotseling worden afgeremd
doordat ze tegen materie botsen
Röntgenbuis
- De straling wordt opgewekt in een röntgenbuis, waarin tussen een kathode en
een anode een hoge spanning (buisspanning (kV)) wordt aangelegd.
- Uit de kathode komen elektronen vrij, die in een smalle bundel (buisstroom
(mA)) gericht zijn op een deel van de anode, de focus geheten.
- Bij de botsing van de elektronen tegen de focus wordt een deel van hun
bewegingsenergie in röntgenstraling omgezet en deze wordt als een
divergerende bundel gericht op de detector, waarbij de straling interacties
aangaat met de weefsels die in de bundel liggen (het lichaam).
- Een loden omhulsel van de buis voorkomt dat straling in ongewenste richtingen
uittreedt.
- Röntgenstraling wordt opgewekt in een vacuüm röntgenbuis. In de röntgenbuis
bevinden zich een elektrisch negatief geladen kathode en een elektrisch
geladen positieve anode. De kathode bestaat over het algemeen uit een
wolfraam spiraal. Door een gloeistroompje door de kathode te voeren zal er een
sterke verhitting (≥2200°C) van de spiraal optreden. Ten gevolge van de
verhitting komen elektronen vrij. Door het gemaakte spanningsverschil tussen
de anode en kathode (= buisspanning) zullen deze elektronen naar de positieve
geladen anode (= focus/trefplaat) schieten.
- Bij de afremming van de elektronenstroom (= buisstroom) in de anode wordt de
bewegingsenergie van de elektronen omgezet in röntgenstraling.
- De buisspanning wordt uitgedrukt in kilovolt (Kv) en de buisstroom wordt
uitgedrukt in milliampère (mA).
Rontgenstralen
, - Penetratievermogen = het doordringend vermogen van röntgenstralen hangt af
van:
- Het soort weefsel
- Dichtheid van de te doordringen stof
- Dikte van de te doordingen stof
- Aard van de te doordringen stof (afhankelijk van het atoomnummer)
- De golflengte
- Hardheid van de stralen (hardere stralen=kortere golflengte)
- Betere penetratie voor hardere stralen
- Verschillende delen van het lichaam verzwakken de straling in
verschillende mate, met als gevolg dat de intensiteit van de straling
achter de patient van punt tot punt verschilt
- Deze intensiteitsverschillen bevatten informatie over de inwendige
anatomie
- 4 soorten densiteiten te onderscheiden: (oplopende verzwakking)
- Lucht < vet < weke delen < bot
- Hoe dichter de materie hoe meer absorptie hoe witter het beeld (= ↓
translucentie)
Hogere stralingsdosis = hardere stralen = betere penetratie = ‘weke delen’
beelden
Lagere stralingsdosis = zachtere stralen = minder penetratie = ‘bot’ beelden
Rontgendetectoren:
- De uit de onderzochte persoon tredende stralingsbundel wordt opgevangen op
een detector en verwerkt in een beeldvormend systeem tot een rontgenfoto
- Beeld wordt opgebouwd uit contrastverschillen, die ontstaan in organen die
door hun variabele samenstelling in meer of mindere mate herkenbaar zijn
- Digitale detector: directe systemen
- Directe transformatie naar elektrische informatie
- Analoge beeldvorming naar digitale beeldvorming
Voordelen van digitale beeldvorming:
- Acquisitie en verwerkingseenheden: geïntegreerd in 1 systeem
- Betere werkflow voor beeldverwerking
, - Er kunnen meer beelden gemaakt worden in kortere tijd
- Nieuwe beeldvormingstechnieken
- Beschikbaarheid van de beelden in elektronische vorm
- Betere verwerking van de beelden
- Beelden kunnen getoond worden op beeldschermen
- Beelden kunnen elektronisch opgeslagen worden (minder ruimte nodig,
minder werk voor het opslaan)
- Beelden kunnen verspreid worden
Rontgenfoto:
- = tweedimensionale opname van een driedimensionale structuur (het lichaam),
waarop structuren van het lichaam worden omgezet in grijswaarden van zwart
tot wit
- Kwaliteit van het beeld wordt bepaald door:
- Spatiele resolutie: de definitie van de fijne details
- Contrastresolutie: de mate van contrast tussen de verschillende
structuren
- Wanneer een afwijking op een rontgenfoto donker is, wordt deze lucent
genoemd. Wanneer een afwijking licht is, noemt men dit radiopaak of spreekt
men van een verdichting
- Omdat alle informatie uit het afgebeelde deel van de patient op een 2D opname
geprojecteerd wordt, worden verschillende structuren over elkaar heen
afgebeeld = projectieradiologie
- Dit kan bij de interpretatie tot problemen leiden en daarom wordt het te
onderzoeken gebied vaak in verschillende richtingen afgebeeld
- Er zijn rontgentoestellen waarmee alleen een rontgenfoto gemaakt kan
worden en er zijn complexere apparaten, waarmee continue
rontgendoorlichting (fluoroscopie) verkregen kan worden
RX thorax:
- Standaard radiologisch onderzoek van de thorax bestaat uit een achter-
voorwaartse (PA – dit is de richting van de rontgenstralen) en een laterale
foto
- Maken van fotos in 2 richtingen vergroot de kans dat een afwijking
zichtbaar wordt
- Opnamen bieden steun bij twijfel, of een verdichting die zichtbaar is in 1
opname richting op een afwijking berust of het gevolg is van overprojectie
van normale structuren
- Bij een bedlederige pt wordt volstaan met een foto in 1 richting, voor-
achterwaarst (AP)
- Deze techniek maakt dat het hart op een AP-foto door de techniek van de
divergerende rontgenbundel zich groter zal projecteren
RX abdomen
- Voor een RX abdomen worden in de regel voor-achterwaartse opnamen
gemaakt:
- Staand en met pt in rugligging
Deel 1: rontgenstralen
Radiologische Anatomie =
• Radiologie
– is een medisch specialisme waarin de geneesheer radioloog, bijgestaan
door radiologisch verpleegkundigen, op een niet- of weinig invasieve
manier beelden maakt van het menselijk lichaam en deze beelden
gebruikt om
• enerzijds afwijkingen in de anatomie en functie op te sporen, te
omschrijven en in de mate van het mogelijke te diagnosticeren
• anderzijds om meer invasieve diagnostische en therapeutische
ingrepen uit te voeren en/of te begeleiden.
• Anatomie van de levende
– Radiologische beelden zijn niet “geïdealiseerd”
– Onderlinge variatie (binnen grenzen van het normale)
– Fysiologische parameters
– Belangrijk in elke medische praktijk
• Het kunnen zien van structuren of organen hangt af van
– de grootte
– de samenstelling
– de ligging
– de gebruikte radiologische techniek
• Modaliteit: röntgenstralen, magnetische resonantie,
ultrageluidsgolven
• Gebruik van de modaliteit: projectiebeelden, doorsnedebeelden
Beeldvormingsmodaliteiten
• RX en CT
– Röntgenstralen
• MRI (magnetische resonantie)
– Radiofrequentiegolven en magneetvelden
• US (Echografie)
– Ultra-geluidsgolven
• (Nucleaire beeldvorming)
,W.C. Roentgen : oudste niet invasieve beeldvorming
Rontgenstralen ontstaan als energierijke elektronen plotseling worden afgeremd
doordat ze tegen materie botsen
Röntgenbuis
- De straling wordt opgewekt in een röntgenbuis, waarin tussen een kathode en
een anode een hoge spanning (buisspanning (kV)) wordt aangelegd.
- Uit de kathode komen elektronen vrij, die in een smalle bundel (buisstroom
(mA)) gericht zijn op een deel van de anode, de focus geheten.
- Bij de botsing van de elektronen tegen de focus wordt een deel van hun
bewegingsenergie in röntgenstraling omgezet en deze wordt als een
divergerende bundel gericht op de detector, waarbij de straling interacties
aangaat met de weefsels die in de bundel liggen (het lichaam).
- Een loden omhulsel van de buis voorkomt dat straling in ongewenste richtingen
uittreedt.
- Röntgenstraling wordt opgewekt in een vacuüm röntgenbuis. In de röntgenbuis
bevinden zich een elektrisch negatief geladen kathode en een elektrisch
geladen positieve anode. De kathode bestaat over het algemeen uit een
wolfraam spiraal. Door een gloeistroompje door de kathode te voeren zal er een
sterke verhitting (≥2200°C) van de spiraal optreden. Ten gevolge van de
verhitting komen elektronen vrij. Door het gemaakte spanningsverschil tussen
de anode en kathode (= buisspanning) zullen deze elektronen naar de positieve
geladen anode (= focus/trefplaat) schieten.
- Bij de afremming van de elektronenstroom (= buisstroom) in de anode wordt de
bewegingsenergie van de elektronen omgezet in röntgenstraling.
- De buisspanning wordt uitgedrukt in kilovolt (Kv) en de buisstroom wordt
uitgedrukt in milliampère (mA).
Rontgenstralen
, - Penetratievermogen = het doordringend vermogen van röntgenstralen hangt af
van:
- Het soort weefsel
- Dichtheid van de te doordringen stof
- Dikte van de te doordingen stof
- Aard van de te doordringen stof (afhankelijk van het atoomnummer)
- De golflengte
- Hardheid van de stralen (hardere stralen=kortere golflengte)
- Betere penetratie voor hardere stralen
- Verschillende delen van het lichaam verzwakken de straling in
verschillende mate, met als gevolg dat de intensiteit van de straling
achter de patient van punt tot punt verschilt
- Deze intensiteitsverschillen bevatten informatie over de inwendige
anatomie
- 4 soorten densiteiten te onderscheiden: (oplopende verzwakking)
- Lucht < vet < weke delen < bot
- Hoe dichter de materie hoe meer absorptie hoe witter het beeld (= ↓
translucentie)
Hogere stralingsdosis = hardere stralen = betere penetratie = ‘weke delen’
beelden
Lagere stralingsdosis = zachtere stralen = minder penetratie = ‘bot’ beelden
Rontgendetectoren:
- De uit de onderzochte persoon tredende stralingsbundel wordt opgevangen op
een detector en verwerkt in een beeldvormend systeem tot een rontgenfoto
- Beeld wordt opgebouwd uit contrastverschillen, die ontstaan in organen die
door hun variabele samenstelling in meer of mindere mate herkenbaar zijn
- Digitale detector: directe systemen
- Directe transformatie naar elektrische informatie
- Analoge beeldvorming naar digitale beeldvorming
Voordelen van digitale beeldvorming:
- Acquisitie en verwerkingseenheden: geïntegreerd in 1 systeem
- Betere werkflow voor beeldverwerking
, - Er kunnen meer beelden gemaakt worden in kortere tijd
- Nieuwe beeldvormingstechnieken
- Beschikbaarheid van de beelden in elektronische vorm
- Betere verwerking van de beelden
- Beelden kunnen getoond worden op beeldschermen
- Beelden kunnen elektronisch opgeslagen worden (minder ruimte nodig,
minder werk voor het opslaan)
- Beelden kunnen verspreid worden
Rontgenfoto:
- = tweedimensionale opname van een driedimensionale structuur (het lichaam),
waarop structuren van het lichaam worden omgezet in grijswaarden van zwart
tot wit
- Kwaliteit van het beeld wordt bepaald door:
- Spatiele resolutie: de definitie van de fijne details
- Contrastresolutie: de mate van contrast tussen de verschillende
structuren
- Wanneer een afwijking op een rontgenfoto donker is, wordt deze lucent
genoemd. Wanneer een afwijking licht is, noemt men dit radiopaak of spreekt
men van een verdichting
- Omdat alle informatie uit het afgebeelde deel van de patient op een 2D opname
geprojecteerd wordt, worden verschillende structuren over elkaar heen
afgebeeld = projectieradiologie
- Dit kan bij de interpretatie tot problemen leiden en daarom wordt het te
onderzoeken gebied vaak in verschillende richtingen afgebeeld
- Er zijn rontgentoestellen waarmee alleen een rontgenfoto gemaakt kan
worden en er zijn complexere apparaten, waarmee continue
rontgendoorlichting (fluoroscopie) verkregen kan worden
RX thorax:
- Standaard radiologisch onderzoek van de thorax bestaat uit een achter-
voorwaartse (PA – dit is de richting van de rontgenstralen) en een laterale
foto
- Maken van fotos in 2 richtingen vergroot de kans dat een afwijking
zichtbaar wordt
- Opnamen bieden steun bij twijfel, of een verdichting die zichtbaar is in 1
opname richting op een afwijking berust of het gevolg is van overprojectie
van normale structuren
- Bij een bedlederige pt wordt volstaan met een foto in 1 richting, voor-
achterwaarst (AP)
- Deze techniek maakt dat het hart op een AP-foto door de techniek van de
divergerende rontgenbundel zich groter zal projecteren
RX abdomen
- Voor een RX abdomen worden in de regel voor-achterwaartse opnamen
gemaakt:
- Staand en met pt in rugligging