Hoofdstuk 4: anatomie van het
gasuitwisselingsstelsel (longarchitectuur)
4.1. Pleura
Ø Heel fijne membraan die volledige long omgeeft: viscerale pleura
- Slaat om thv de hilus: omgeeft buitenkant (pariëtale pleura)
- Holte onstaat = virtuele holte die zorgt dat beweging mogelijk is
= belangrijk bij pathologie
Ø De omslagrand van de pleura reikt slipvormig naar caudaal tot tegen het
diafragma
- Vormt het ligamentum pulmonalis
4.2. Long en mediastinum
Ø Twee longen:
- Pulmo dexter
- Pulmo sinister
- Lateraal liggend in de cavitas thoracis
Ø In het midden daartussen: mediastinum
Ø Apex pulmonis
- Afgeronde top steekt boven de thoraxapertuur uit
- Reikt tot in de hals
Ø Facies costalis
- Omgeven door de ribben
Ø Facies medialis
- Door het hart ingedrukt
- Bevat de hilus pulmonis
= intrede hoofdbronchi, arteries, zenuwen de long
= uitgang venen en lymfevaten
Ø Facies diafragmatica
- Op het diafragma gelegen
- Niet vlak maar concaaf
Ø Rechter long: 3 kwabben
- Lobus superior
- Lobus medius
- Lobus inferior
Ø Linker long: 2 kwabben
- Lobus superior
- Lobus inferior
Ø De kwabben zijn van elkaar gescheiden door diepe groeven
,- Rechter long Fissura obliqua Tussen lobus superior en medius en lobus inferior
Fissura horizontalis Tussen lobus superior en medius
- Linker long Fissura obliqua Tussen lobus superior en inferior
4.2.1. Longhilus rechts
ð Impressio cardiaca
- Links veel dieper
- Ventraal van de hilus en lig pulmonale
ð Op de facies medialis rechts
ð Verticale groeve voor de v cava superior
- Craniaal van de impressio cardiaca
ð Transversale groeve van de v azygos
- Loopt van dorsaal naar ventraal
- Craniaal van de hilus
ð Verticale groeve voor de slokdarm
- Onmiddellijk dorsaal van de hilus en lig pulmonale
4.2.2. Longhilus links
ð Op de facies medialis lnks
ð Groeve voor arcus aortae
- Craniaal van de hilus
- Zet zich onmiddellijk dorsaal van de hilus en lig pulmonale naar
caudaal voort
è Bevat in dit traject de aorta thoracica
4.2.3. Bronchi
ð Hoofdbronchus dringt binnen in de long
- Vertakt onmiddellijk in secundaire bronchi die elk een longlob
beademen
- 3 rechterkant, 2 linkerkant
ð De longlobben die beademt worden door de secundaire bronchi zijn
onderverdeeld in segmenten
- Rechter long heeft 10 segmenten, de linker long 9
- In elk segment treedt een tertiaire bronchus
- Belangrijke anatomische eenheden voor chirurgische ingrepen
4.2.4. Bronchioli
ð Tertiaire bronchus vertakken steeds verder in nog kleinere buisjes
ð vertakking tot niveau terminale bronchiolen (begin van lobulus long)
ð 1 terminale bronchiolus verbonden met ductuli en dus alveoli
- Via respiratoire bronchioli
, 4.2.5. Lobuli en acini
ð Lobuli en acini hebben een min of meer piramidale structuur
- Basis van de lobulus ligt tegen de pleura
- Apex is naar de longhilus gericht
ð 1 lobulus bevat meerdere acini
- Ook piramidale vorm met apex naar centrolobulaire regio
4.2.6. Functie longluchtwegen
ð Gasgeleidende luchtwegen
- Voortzetting stambronchi
- Omvatten de secundaire (lob) en tertiaire bronchi (segment), de
bronchioli en terminale bronchioli
ð Luchtwegen van het overgangstype
- Respiratoire bronchiolen, enkel alveolen komen er reeds in voor
ð Respiratoire luchtwegen
- Ductuli en sacculi alveolares met in hun wand de alveolen
- Waar uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide gebeurt
4.3. Bloedvaten
Ø Longen hebben een dubbele bloedsomloop
- Pulmonale bloedsomloop (kleine bloedsomloop): zorgt voor de vascularisatie
van de respiratoire delen (gasuitwisseling) van de long
- Bronchiale bloedsomlooop (deel van grote bloedsomloop): zorgt voor het
overige longweefsel en pleura visceralis
- A thoracica interna en a intercostales posteriores: zorgt voor de pleura
parietalis
Ø Pulmonale en bronchiale bloedsomloop:
Pulmonale bloedsomloop Bronchiale bloedsomloop
Doel Gasuitwisseling (alveolaire Verzorgt bronchi met zuurstof
capillairen) en voeding
Arteriële zijde Laag O2 Hoog O2
Hoog CO2 Laag CO2
Veneuze zijde Hoog O2 Laag O2
Laag co2 Hoog CO2
4.3.1. Pulmonale bloedvaten
ð Aa pulmonales zijn elastische arteries
ð Dringen longen binnen aan longhilus
- Lopen samen met de vertakkingen van de luchtwegen tot in de wand
van de respiratoire bronchioli
ð Daar splitsen ze in evenveel precapillaire arteriolen als er ductuli
alveolares zijn
gasuitwisselingsstelsel (longarchitectuur)
4.1. Pleura
Ø Heel fijne membraan die volledige long omgeeft: viscerale pleura
- Slaat om thv de hilus: omgeeft buitenkant (pariëtale pleura)
- Holte onstaat = virtuele holte die zorgt dat beweging mogelijk is
= belangrijk bij pathologie
Ø De omslagrand van de pleura reikt slipvormig naar caudaal tot tegen het
diafragma
- Vormt het ligamentum pulmonalis
4.2. Long en mediastinum
Ø Twee longen:
- Pulmo dexter
- Pulmo sinister
- Lateraal liggend in de cavitas thoracis
Ø In het midden daartussen: mediastinum
Ø Apex pulmonis
- Afgeronde top steekt boven de thoraxapertuur uit
- Reikt tot in de hals
Ø Facies costalis
- Omgeven door de ribben
Ø Facies medialis
- Door het hart ingedrukt
- Bevat de hilus pulmonis
= intrede hoofdbronchi, arteries, zenuwen de long
= uitgang venen en lymfevaten
Ø Facies diafragmatica
- Op het diafragma gelegen
- Niet vlak maar concaaf
Ø Rechter long: 3 kwabben
- Lobus superior
- Lobus medius
- Lobus inferior
Ø Linker long: 2 kwabben
- Lobus superior
- Lobus inferior
Ø De kwabben zijn van elkaar gescheiden door diepe groeven
,- Rechter long Fissura obliqua Tussen lobus superior en medius en lobus inferior
Fissura horizontalis Tussen lobus superior en medius
- Linker long Fissura obliqua Tussen lobus superior en inferior
4.2.1. Longhilus rechts
ð Impressio cardiaca
- Links veel dieper
- Ventraal van de hilus en lig pulmonale
ð Op de facies medialis rechts
ð Verticale groeve voor de v cava superior
- Craniaal van de impressio cardiaca
ð Transversale groeve van de v azygos
- Loopt van dorsaal naar ventraal
- Craniaal van de hilus
ð Verticale groeve voor de slokdarm
- Onmiddellijk dorsaal van de hilus en lig pulmonale
4.2.2. Longhilus links
ð Op de facies medialis lnks
ð Groeve voor arcus aortae
- Craniaal van de hilus
- Zet zich onmiddellijk dorsaal van de hilus en lig pulmonale naar
caudaal voort
è Bevat in dit traject de aorta thoracica
4.2.3. Bronchi
ð Hoofdbronchus dringt binnen in de long
- Vertakt onmiddellijk in secundaire bronchi die elk een longlob
beademen
- 3 rechterkant, 2 linkerkant
ð De longlobben die beademt worden door de secundaire bronchi zijn
onderverdeeld in segmenten
- Rechter long heeft 10 segmenten, de linker long 9
- In elk segment treedt een tertiaire bronchus
- Belangrijke anatomische eenheden voor chirurgische ingrepen
4.2.4. Bronchioli
ð Tertiaire bronchus vertakken steeds verder in nog kleinere buisjes
ð vertakking tot niveau terminale bronchiolen (begin van lobulus long)
ð 1 terminale bronchiolus verbonden met ductuli en dus alveoli
- Via respiratoire bronchioli
, 4.2.5. Lobuli en acini
ð Lobuli en acini hebben een min of meer piramidale structuur
- Basis van de lobulus ligt tegen de pleura
- Apex is naar de longhilus gericht
ð 1 lobulus bevat meerdere acini
- Ook piramidale vorm met apex naar centrolobulaire regio
4.2.6. Functie longluchtwegen
ð Gasgeleidende luchtwegen
- Voortzetting stambronchi
- Omvatten de secundaire (lob) en tertiaire bronchi (segment), de
bronchioli en terminale bronchioli
ð Luchtwegen van het overgangstype
- Respiratoire bronchiolen, enkel alveolen komen er reeds in voor
ð Respiratoire luchtwegen
- Ductuli en sacculi alveolares met in hun wand de alveolen
- Waar uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide gebeurt
4.3. Bloedvaten
Ø Longen hebben een dubbele bloedsomloop
- Pulmonale bloedsomloop (kleine bloedsomloop): zorgt voor de vascularisatie
van de respiratoire delen (gasuitwisseling) van de long
- Bronchiale bloedsomlooop (deel van grote bloedsomloop): zorgt voor het
overige longweefsel en pleura visceralis
- A thoracica interna en a intercostales posteriores: zorgt voor de pleura
parietalis
Ø Pulmonale en bronchiale bloedsomloop:
Pulmonale bloedsomloop Bronchiale bloedsomloop
Doel Gasuitwisseling (alveolaire Verzorgt bronchi met zuurstof
capillairen) en voeding
Arteriële zijde Laag O2 Hoog O2
Hoog CO2 Laag CO2
Veneuze zijde Hoog O2 Laag O2
Laag co2 Hoog CO2
4.3.1. Pulmonale bloedvaten
ð Aa pulmonales zijn elastische arteries
ð Dringen longen binnen aan longhilus
- Lopen samen met de vertakkingen van de luchtwegen tot in de wand
van de respiratoire bronchioli
ð Daar splitsen ze in evenveel precapillaire arteriolen als er ductuli
alveolares zijn