Wat is het verschil in startpunt tussen de empirische cyclus (voor
fundamenteel onderzoek) en de regulatieve cyclus (voor
praktijkgericht onderzoek)?
De empirische cyclus start bij een kennisprobleem (Wat weten we nog
niet?). De regulatieve cyclus start bij een praktijkprobleem van
aanwijsbare
personen/groepen buiten de wetenschap (Welk concreet probleem
moet worden opgelost?).
In de praktijk verandert een theorie zelden of nooit fundamenteel na
één enkele falsificatie. Wat zijn volgens de tekst een positieve en een
negatieve interpretatie van dit fenomeen?
Positief: Theorieën ontwikkelen en verbeteren zich voortdurend (ze
"verbouwen"). Negatief: Het kan leiden tot het in omloop blijven van
speculatieve en moeilijk weerlegbare theorieën.
Welke drie directe oorzaken voor de ontwikkeling van armoede
onderscheiden de onderzoekers in Box 3.2 ("Armoede in kaart") in hun
theoretisch raamwerk?
1. De verdeling van economische en niet-economische hulpbronnen
(opleiding, gezondheid, sociaal kapitaal). 2. De samenstelling van het
huishouden. 3. De
, vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt.
Wat is een praktijktheorie, en waarin verschilt deze van een
fundamentele theorie?
Een praktijktheorie is een theorie die gericht is op concrete
verschijnselen in de specifieke praktijksituatie die wordt onderzocht.
Het staat in dienst van het
oplossen van een praktijkprobleem, terwijl een fundamentele theorie
algemene kennisvermeerdering nastreeft.
Noem de vier fasen van de regulatieve cyclus zoals weergegeven in Figuur
3.2.
1. Diagnose, 2. Planvorming, 3. Interventie, 4. Monitoring (en Evaluatie).
Waarom is de formulering van een probleemstelling in praktijkgericht
onderzoek vaak een proces van onderhandeling?
Omdat niet alleen de onderzoekers, maar ook opdrachtgevers en andere
betrokkenen uit de praktijk (zoals beleidsmakers, organisaties)
meebepalen. Zij kunnen het probleem formuleren zodat het aansluit bij
bepaalde (politieke) denkrichtingen of mogelijke oplossingen.