Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 117 pages
Resume

volledige samenvatting levenslooppsychologie

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 117 pages

Deze samenvatting bevat hoofdstuk 1 t.e.m. 9 en is zeer duidelijk en gestructureerd. het bevat ook afbeeldingen die de leerstof verduidelijkt en interessanter maakt. ik behaalde een 17/20 op mijn examen.

Aperçu du contenu

LLP H1: ideeën uit de levenslooppsychologie

1.1 WAT IS LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE?

• De levenslooppsychologie omvat de wetenschappelijke studie van de evolutie van het
normale functioneren en gedrag van het individu in de loop van het leven.

Meer bepaald het beschrijven en verklaren van:

- Lichamelijke ontwikkeling
- Motorische ontwikkeling
- Neurologische ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Morele ontwikkeling
- Affectieve ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling
- …

DEFINITIE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE:

- Studie → wetenschappelijk (geen exacte wetenschap)
- Evolutie → veranderingen
- Normaal → pathologisch
- Gedrag → de 3 G’s (Gebeurtenis, Gedachten en Gevoelens)
- Van het individu → dus niet van de maatschappij
- Doorheen het leven → dus elke fase in het leven


Biopsychosociale model: verschillende perspectieven

- Biologisch
- Cognitieve
- Sociale
➔ Gedrag verandert doorheen het leven → hoe komt dit?

Je kunt de 3 niet los van elkaar zien want ze beïnvloeden elkaar
continu.

,1.2 KERNCONCEPTEN UIT DE LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE


Beschrijven VS Verklaren
Ontwikkelingspsychologie =

Descriptieve wetenschap:

• Beschrijven van wat men ziet op welk moment (wat, waar, wanneer, hoe)

Verklarende wetenschap:

• Werkzame processen en mechanismen verklaren (wat zijn oorzaken, verbanden, werkzame
processen)

Eveneens:

• Predictie van ontwikkelingsfenomenen



Nomothetisch VS Idiografisch
Nomos – thèsis

• (Wet – stelling)
• Observatie van grote groep mensen → wetmatigheden

Idios – graphein

• (Eigene – beschrijven)
• Beschrijven van individu → mechanismen


➔ Beide zijn complementair (beide kunnen aanwezig zijn)

Nomothetische aanpak = wat zou iemand allemaal moeten kunnen rond een bepaalde leeftijd.

Idiografisch = Hoe een specifieke individu evolueert.



Differentiatie, integratie, organisatie
Ontwikkeling verloopt via processen van:

Differentiatie

• Verfijning van capaciteiten (emoties, motoriek,…)
• Functies worden preciezer, genuanceerder
▪ Ongecontroleerde handbeweging -> grijpen -> pincetgreep

Integratie

• Samenwerking van verschillende domeinen van functioneren
▪ Oog-hand coördinatie = visus + motoriek

Organisatie

• Complexere gedragsvormen (samenwerking + verfijning)
▪ Tennis = lopen + zien + grijpen

Niet enkel in de richting van grotere complexiteit, ook terugval mogelijk -> in ouderdom (fijne motoriek
wordt moeilijker, autorijden moeilijker,…)

,Nature VS Nurture
Iedereen is anders; door de verschillen in nature en nurture zijn we verschillend als individu.

Nature

• Persoonlijkheid/vaardigheden zijn overgeërfd van ouders → genen, DNA, biologie
• Cfr Charles Darwin (evolutietheorie)
• Pedagogisch pessimisme → denkt dat alles aangeboren is

Nurture

• Alles is verworven uit ervaring, leerprocessen, opvoeding, omgeving
• Mens wordt geboren als ‘Tabula Rasa’ en groeit via omgeving
• Pedagogisch optimisme → denkt dat je geboren bent als blanco blad en alles leert door
opvoeding



(Nature = genen / Nurture = omgeving waarin je bent opgegroeid)

➔ Beide hebben invloed



Is intelligentie erfelijk?
➢ Tweeling- en adoptieonderzoek
• Monozygote tweeling (eeneiig)
• Dizygote tweeling (2-eiig)
➢ Kritieken
• Samen opvoeden = identieke omgevingsinvloeden?

➔ Interactioneel model: is er een verband tussen aanleg en IQ? (Zie dia 19, 20)


Ontwikkelingsdeterminanten en kritische periodes

• = Bepalende factoren in de ontwikkeling

• Nature/Nurture debat
- Nature: biologische georiënteerde visie
▪ Ontwikkeling is endogeen: een van binnenuit gestuurd rijpingsproces
- Nuture: omgevingsgeoriënteerde visie
▪ Ontwikkeling is exogeen: omgevingsinvloeden bepalen de ontwikkeling

• Interactionistisch model:
- Gevolg van geen interactie bij ontwikkeling (filmpje Gini)
▪ Ontwikkeling = het resultaat van interactie tussen aanleg & milieu (invloed van milieu
op erfelijke aanleg is vaak vrij groot)
• Gevoelige periodes
- Biologische rijping én noodzakelijke omgevingsinvloeden
▪ Voor de ontwikkeling van sommige vaardigheden is er een bepaald tijdsvenster
waarbinnen de rijping zich op een ideaal punt bevindt om door omgevingsstimulatie
die vaardigheid tot zijn ideale ontwikkeling te laten komen
▪ Bv lezen en schrijven
• Kritische periodes
- Wolfskind/ wilde kinderen (Gini)
▪ Van jongs af aan zonder menselijk contact zijn opgegroeid en hebben daardoor
nauwelijks of geen kennis van menselijk gedrag en taal.

, Normatieve Ontwikkelinsdeterminanten
Factoren die voor iedereen gelden (dus niet-persoonsgebonden) en die inwerken op de ontwikkeling
van mensen uit zelfde leeftijdsgroep

• Leeftijdsgebonden invloeden

Biologisch (bv lichamelijke veranderingen in puberteit) of omgevingsbepaald (bv pensioenleeftijd op
65 jaar na primaire verouderingsprocessen)

• Socioculturele invloeden

Etnische afkomst, opvoedingscontext (smartphone generatie, tablet generatie, game generatie…)

• Historische invloeden

Invloeden (biologisch of omgeving) bepaald door een tijdskader (coronacrisis, oorlogen,…)



Niet-normatieve Ontwikkelinsdeterminanten

• Specifieke, persoonsgebonden factoren
▪ Vb. overlijden, migratie, echtscheiding, mishandeling…
▪ Secundaire veroudering
▪ Verschilt dus van persoon tot persoon
• Zelfbepaling
▪ Bepalende factor voor ontwikkeling naast nature en nurture
▪ We bepalen zelf hoe we met alle invloeden omgaan → ‘kunnen maar niet willen’
▪ = ‘zelfdeterminatievisie’: zelf het eigen levenspad bewandelen en keuzes maken
▪ Kritiek:
 Kindkenmerk? (Een volwassene kan dit misschien, maar een kind?)
 Wordt zelfbepaling niet bepaald door interactie aanleg/omgeving?



Plasticiteit van de hersenen
= neuroplasticiteit

- Vermogen van de hersenen om zich aan te passen
- Herstel van zenuwen en zenuwverbindingen op anatomisch niveau
- Hierdoor kan uitval op een bepaald gebied gecompenseerd worden door een sterkere
ontwikkeling op een ander gebied
▪ bv. blinden die geur- en tastzin verfijnen of die echolocatie toepassen om hun weg te
vinden
- Soms ook hersengebieden die de taak van andere, beschadigde, hersengebieden overnemen
▪ bv. spraakcentra die in de rechterhemisfeer ontwikkeld worden na beschadiging van
het centrum van Broca of centrum van Wernicke in de linker hemisfeer (waar
taalcentrum oorspronkelijk zit)



Continu VS Discontinu
Continu → ontwikkeling verloopt geleidelijk (Bv. nieuwe vaardigheid bouwt voort op vorige: leren
stappen, …)

Discontinu → ontwikkeling verloopt in sprongen (Bv. de fases: van baby naar peuter,
overgangsperiodes,…)

Infos sur le Document

Publié le
2 février 2026
Nombre de pages
117
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
3
Abonnés
0
Éléments
3
Dernière vente
6 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions