SAMENVATTING – INLEIDING ACCOUNTANCY -
UGENT
H1: BALANSMETHODE + extra online
oefeningen!
1.1 Samenvatting boek ‘Balanslezen voor niet-
economen’ - Hoofstuk 1: De balansmethode: de
start van de interpretatie van de jaarrekening p 1 –
55
Dubbel boekhouden waar komen de middelen vandaan en hoe heeft
onderneming de middelen besteed?
We spreken van
De Bronnen van vermogen
De Aanwendingen van vermogen
bij dubbel boekhouden moet er een fundamenteel evenwicht bewaard
blijven
Bronnen van vermogen (=passiva) : geven de herkomst van het vermogen
aan, komt het vermogen van de aandeelhouders of van derden?
Aanwendingen van vermogen (=activa) : geven aan waarvoor de
onderneming de middelen heeft aangewend. Het zijn de bezittingen van de
onderneming.
Een onderneming kan nooit over meer aanwendingen beschikken dan dat ze
via bronnen heeft verkregen fundamenteel evenwicht wordt
weergegeven in de balans.
Begrip "kost" = de in geldwaarde uitgedrukte offers van ingezette
productiemiddelen (zoals arbeid, materialen of kapitaal). Kenmerking voor
het begrip 'kost' is dat er steeds iets verbruikt of gebruikt wordt.
Voorraad afgewerkte producten wordt gewaardeerd aan kostprijs. Het
overbrengen van de afgewerkte producten naar het magazijn wordt
boekhoudkundig een "voorraadwijziging gereed product" genoemd. Het lijkt
op een verkoop aan onszelf tegen kostprijs.
Vordering= de onderneming heeft nog geld tegoed van de klant.
1
,Afschrijvingen zijn kosten voor de onderneming. Gebouwen en machines
verouderen door gebruik en moeten afgeschreven worden x% van de
aanschaffingswaarde. Afschrijvingen gebeuren op het einde van het jaar.
Op einde van het jaar resultaat bepalen opbrengsten MIN kosten
positief = winst
negatief = verlies
Bij uitkering dividend dit gebeurt pas later, na einde boekjaar, na een AV.
Op einde boekjaar is er dus nog geen uitbetaling zien als een schuld aan
de aandeelhouder.
De onderneming zal een aantal rapporten moeten opstellen, gebundeld in de
zogenaamde jaarrekening:
de eindbalans: overzicht van alle aanwendingen en bronnen van
vermogen, per einde boekjaar. Deze balans is opgesteld op het einde
van het boekjaar, na resultaatbestemming.
resultatenrekening: overzicht van alle opbrengsten en kosten die
tijdens het boekjaar werden gerealiseerd en het bijhorende resultaat.
resultaatverwerking: overzicht van hoe het resultaat werd bestemd.
Activa: onderscheid is gebaseerd op de snelheid waarmee de bezittingen
kunnen worden omgezet in geld (stijgende graad van liquiditeit)
vaste activa
vlottende activa
Passiva: in stijgende graad van opeisbaarheid. Hoe sneller opeisbaar, hoe
lager in de balans.
eigen vermogen: het vermogen dat permanent werd toegekend aan de
onderneming, dat op continue wijze aanwezig is en blijft.
vreemd vermogen: vermogen dat de onderneming gedurende een
bepaalde periode ter beschikking heeft gekregen en dat moet worden
terugbetaald (hetzij op korte, hetzij op lange termijn)
Eindbalans van jaar is altijd de beginbalans van jaar 2.
De opbrengsten en kosten bedragen steeds 0 euro bij aanvang van een
nieuw boekjaar.
Let op met lening: de intrest wordt berekend op het bedrag dat de
onderneming de afgelopen periode mocht gebruiken
Vennootschapsbelasting (25%): ondernemingen worden belast op de winst
van het boekjaar
2
,Winst kan ook overgedragen worden naar een volgend boekjaar of
toevoeging van de reserves.
Overdragen naar een volgend boekjaar wil zeggen dat ze de winst tijdelijk 1
jaar parkeren onder de rubriek 'overgedragen winst' om dan op het einde
van het volgende boekjaar opnieuw mee te nemen bij de
resultaatbestemming.
3 wettelijke modellen van de jaarrekening:
- VOL: volledig model
- VKT: verkort model
- MIC: micromodel
De Balans volgens het wettelijk model
Activa
(de zogenaamde aanwendingen van vermogen) worden omschreven als "alle
bezittingen die in de onderneming aanwezig zijn" om de doelstellingen van
het bedrijf te realiseren.
Vaste activa: ondernemingsmiddelen die op duurzame wijze worden
ingezet voor het realiseren van de doelstellingen van het bedrijf. Het is
niet de bedoeling om ze op korte termijn te gelde te maken.
- Materiële vaste activa: terreinen en gebouwen, machines,
installaties en uitrusting, meubilair en rollend materieel. Wanneer
ze niet meer gebruikt worden --> "overige materiële vaste
activa", ook kosten voor het inrichten van gehuurde gebouwen.
- Immateriële vaste activa: ondernemingsmiddelen die geen
materieel tastbare vorm hebben zoals bv goodwill, licenties voor
gebruik van software, merken en andere gelijkaardige rechten,
kosten van ontwikkeling,..
- Financiële vaste activa: aandelen en leningen verstrekt aan
andere ondernemingen met de bedoeling een duurzame band
met de betrokken onderneming te creëren.
De vaste activa bestaat dus uit middelen die bestemd zijn om
gedurende min of meer lange termijn ingezet te worden in de
onderneming, zonder te worden omgezet in geld.
Vlottende activa: ontstaan binnen de onderneming of worden
aangekocht met het oog op de verkoop (of het verbruik) en het te
gelde maken ervan. Deze omzetting in geld gebeurt doorgaans op
korte termijn.
- Vorderingen op meer dan één jaar: toegestaan
klantenkrediet (= handelsvorderingen = vorderingen op klanten)
of om verstrekte leningen die niet meer gedurende het huidige bj
zullen worden geïnd.
3
, - Voorraden en bestellingen in uitvoering:
grondstoffen: goederen aangekocht bij een leverancier
om ze te gebruiken als een belangrijk element in het
productieproces (vb hout voor meubelfabriek)
hulpstoffen: worden eveneens gebruikt in het
productieproces, maar eerder als een bijkomstig element
(vb lijm voor meubelfabriek)
goederen in bewerking: goederen waarvan de
onderneming al gestart is in het productieproces, maar die
nog niet afgewerkt zijn (vb zelfgemaakt bladerdeeg, in de
diepvries bewaard, om later croissants te produceren en te
verkopen in bakkerij)
gereed product: afgewerkte producten die klaar zijn voor
verkoop en die door de onderneming zelf werden
geproduceerd
handelsgoederen: goederen aangekocht met het oog op
verkoop zonder dat de onderneming er zelf een bewerking
op uitvoert (tenzij bv herverpakking)
onroerende goederen bestemd voor verkoop:
gronden of woningen bij een immobiliënbedrijf
bestellingen in uitvoering: halfafgewerkte producten of
projecten, die speciaal op maat van de klant gemaakt zijn
- Vorderingen op ten hoogste één jaar: vorderingen op
klanten of vorderingen op de btw-administratie
- Geldbeleggingen: overtollige liquiditeiten die belegd werden
met als doel een zo groot mogelijk rendement te behalen én ze
snel te kunnen realiseren (vb obligatieleningen, aandelen in
andere ON of termijnrekeningen bij de bank)
- Liquide middelen: geld in de kas van de ON of op
zichtrekeningen of spaarrekeningen staat en dus onmiddellijk ter
beschikking is
- Overlopende rekeningen:
Over te dragen kosten: kosten die al zijn geboekt maar
nog niet zijn verbruikt
Verkregen opbrengsten: opbrengsten nog niet geboekt,
maar wel al ontstaan
Oprichtingskosten: kosten verbonden aan de oprichting, uitbreiding
of herstructurering van de ON. Als deze geactiveerd worden moet er
ook op afgeschreven worden.
Passiva
(de zogenaamde bronnen van vermogen) geven de oorsprong aan van het
vermogen.
4
UGENT
H1: BALANSMETHODE + extra online
oefeningen!
1.1 Samenvatting boek ‘Balanslezen voor niet-
economen’ - Hoofstuk 1: De balansmethode: de
start van de interpretatie van de jaarrekening p 1 –
55
Dubbel boekhouden waar komen de middelen vandaan en hoe heeft
onderneming de middelen besteed?
We spreken van
De Bronnen van vermogen
De Aanwendingen van vermogen
bij dubbel boekhouden moet er een fundamenteel evenwicht bewaard
blijven
Bronnen van vermogen (=passiva) : geven de herkomst van het vermogen
aan, komt het vermogen van de aandeelhouders of van derden?
Aanwendingen van vermogen (=activa) : geven aan waarvoor de
onderneming de middelen heeft aangewend. Het zijn de bezittingen van de
onderneming.
Een onderneming kan nooit over meer aanwendingen beschikken dan dat ze
via bronnen heeft verkregen fundamenteel evenwicht wordt
weergegeven in de balans.
Begrip "kost" = de in geldwaarde uitgedrukte offers van ingezette
productiemiddelen (zoals arbeid, materialen of kapitaal). Kenmerking voor
het begrip 'kost' is dat er steeds iets verbruikt of gebruikt wordt.
Voorraad afgewerkte producten wordt gewaardeerd aan kostprijs. Het
overbrengen van de afgewerkte producten naar het magazijn wordt
boekhoudkundig een "voorraadwijziging gereed product" genoemd. Het lijkt
op een verkoop aan onszelf tegen kostprijs.
Vordering= de onderneming heeft nog geld tegoed van de klant.
1
,Afschrijvingen zijn kosten voor de onderneming. Gebouwen en machines
verouderen door gebruik en moeten afgeschreven worden x% van de
aanschaffingswaarde. Afschrijvingen gebeuren op het einde van het jaar.
Op einde van het jaar resultaat bepalen opbrengsten MIN kosten
positief = winst
negatief = verlies
Bij uitkering dividend dit gebeurt pas later, na einde boekjaar, na een AV.
Op einde boekjaar is er dus nog geen uitbetaling zien als een schuld aan
de aandeelhouder.
De onderneming zal een aantal rapporten moeten opstellen, gebundeld in de
zogenaamde jaarrekening:
de eindbalans: overzicht van alle aanwendingen en bronnen van
vermogen, per einde boekjaar. Deze balans is opgesteld op het einde
van het boekjaar, na resultaatbestemming.
resultatenrekening: overzicht van alle opbrengsten en kosten die
tijdens het boekjaar werden gerealiseerd en het bijhorende resultaat.
resultaatverwerking: overzicht van hoe het resultaat werd bestemd.
Activa: onderscheid is gebaseerd op de snelheid waarmee de bezittingen
kunnen worden omgezet in geld (stijgende graad van liquiditeit)
vaste activa
vlottende activa
Passiva: in stijgende graad van opeisbaarheid. Hoe sneller opeisbaar, hoe
lager in de balans.
eigen vermogen: het vermogen dat permanent werd toegekend aan de
onderneming, dat op continue wijze aanwezig is en blijft.
vreemd vermogen: vermogen dat de onderneming gedurende een
bepaalde periode ter beschikking heeft gekregen en dat moet worden
terugbetaald (hetzij op korte, hetzij op lange termijn)
Eindbalans van jaar is altijd de beginbalans van jaar 2.
De opbrengsten en kosten bedragen steeds 0 euro bij aanvang van een
nieuw boekjaar.
Let op met lening: de intrest wordt berekend op het bedrag dat de
onderneming de afgelopen periode mocht gebruiken
Vennootschapsbelasting (25%): ondernemingen worden belast op de winst
van het boekjaar
2
,Winst kan ook overgedragen worden naar een volgend boekjaar of
toevoeging van de reserves.
Overdragen naar een volgend boekjaar wil zeggen dat ze de winst tijdelijk 1
jaar parkeren onder de rubriek 'overgedragen winst' om dan op het einde
van het volgende boekjaar opnieuw mee te nemen bij de
resultaatbestemming.
3 wettelijke modellen van de jaarrekening:
- VOL: volledig model
- VKT: verkort model
- MIC: micromodel
De Balans volgens het wettelijk model
Activa
(de zogenaamde aanwendingen van vermogen) worden omschreven als "alle
bezittingen die in de onderneming aanwezig zijn" om de doelstellingen van
het bedrijf te realiseren.
Vaste activa: ondernemingsmiddelen die op duurzame wijze worden
ingezet voor het realiseren van de doelstellingen van het bedrijf. Het is
niet de bedoeling om ze op korte termijn te gelde te maken.
- Materiële vaste activa: terreinen en gebouwen, machines,
installaties en uitrusting, meubilair en rollend materieel. Wanneer
ze niet meer gebruikt worden --> "overige materiële vaste
activa", ook kosten voor het inrichten van gehuurde gebouwen.
- Immateriële vaste activa: ondernemingsmiddelen die geen
materieel tastbare vorm hebben zoals bv goodwill, licenties voor
gebruik van software, merken en andere gelijkaardige rechten,
kosten van ontwikkeling,..
- Financiële vaste activa: aandelen en leningen verstrekt aan
andere ondernemingen met de bedoeling een duurzame band
met de betrokken onderneming te creëren.
De vaste activa bestaat dus uit middelen die bestemd zijn om
gedurende min of meer lange termijn ingezet te worden in de
onderneming, zonder te worden omgezet in geld.
Vlottende activa: ontstaan binnen de onderneming of worden
aangekocht met het oog op de verkoop (of het verbruik) en het te
gelde maken ervan. Deze omzetting in geld gebeurt doorgaans op
korte termijn.
- Vorderingen op meer dan één jaar: toegestaan
klantenkrediet (= handelsvorderingen = vorderingen op klanten)
of om verstrekte leningen die niet meer gedurende het huidige bj
zullen worden geïnd.
3
, - Voorraden en bestellingen in uitvoering:
grondstoffen: goederen aangekocht bij een leverancier
om ze te gebruiken als een belangrijk element in het
productieproces (vb hout voor meubelfabriek)
hulpstoffen: worden eveneens gebruikt in het
productieproces, maar eerder als een bijkomstig element
(vb lijm voor meubelfabriek)
goederen in bewerking: goederen waarvan de
onderneming al gestart is in het productieproces, maar die
nog niet afgewerkt zijn (vb zelfgemaakt bladerdeeg, in de
diepvries bewaard, om later croissants te produceren en te
verkopen in bakkerij)
gereed product: afgewerkte producten die klaar zijn voor
verkoop en die door de onderneming zelf werden
geproduceerd
handelsgoederen: goederen aangekocht met het oog op
verkoop zonder dat de onderneming er zelf een bewerking
op uitvoert (tenzij bv herverpakking)
onroerende goederen bestemd voor verkoop:
gronden of woningen bij een immobiliënbedrijf
bestellingen in uitvoering: halfafgewerkte producten of
projecten, die speciaal op maat van de klant gemaakt zijn
- Vorderingen op ten hoogste één jaar: vorderingen op
klanten of vorderingen op de btw-administratie
- Geldbeleggingen: overtollige liquiditeiten die belegd werden
met als doel een zo groot mogelijk rendement te behalen én ze
snel te kunnen realiseren (vb obligatieleningen, aandelen in
andere ON of termijnrekeningen bij de bank)
- Liquide middelen: geld in de kas van de ON of op
zichtrekeningen of spaarrekeningen staat en dus onmiddellijk ter
beschikking is
- Overlopende rekeningen:
Over te dragen kosten: kosten die al zijn geboekt maar
nog niet zijn verbruikt
Verkregen opbrengsten: opbrengsten nog niet geboekt,
maar wel al ontstaan
Oprichtingskosten: kosten verbonden aan de oprichting, uitbreiding
of herstructurering van de ON. Als deze geactiveerd worden moet er
ook op afgeschreven worden.
Passiva
(de zogenaamde bronnen van vermogen) geven de oorsprong aan van het
vermogen.
4