1. Inleiding
- markt = Concept van ontmoeting van potentiële vragers en aanbieders (Alfred
Marshall)
bv. goederenmarkt, dienstenmarkt,...
- prijzen = essentiële signaalfunctie → reflecteren voorkeuren
consumenten, rantsoeneren beschikbare hoeveelheid, motiveren
producenten om gewenste hoeveelheid te produceren
prijsvorming:
- prijzen: bepaald door productiekosten (Adam Smith & Karl Marx) →
onvolledig: bv. woningen van dezelfde kwaliteit verschillen van prijs
(ligging)
- prijzen: bepaald door waarde die hun consumptie opleverde voor de koper
(19e E) → onvolledig: goud duurder dan water, maar water: hogere
gebruikswaarde
=> prijs komt tot stand rekening houdend met productiekosten & betalingsbereidheid vd
consumenten (Marshall)
4 voorwaarden voor zuivere mededinging of perfecte concurrentie:
1. Homogene goederen (perfecte substituten)
2. Aantal potentiële kopers en aanbieders is zeer groot (“markt atomisme”)
3. Vrije toe- en uittreding (geen belemmeringen)
4. Marktdeelnemers hebben perfecte informatie (markttransparantie)
2. De Marktvraag
2.1 algemene formulering
Definitie: “De marktvraag naar een goed/dienst refereert aan de totale hoeveelheid die alle
consumenten samen bereid zijn te kopen afhankelijk van determinanten zoals prijs en
inkomen.”
→ gewenste hoeveelheden want
→ werkelijke aankopen vormen uitkomst marktwerking
→ marktvraag = stroombegrip: het gaat om een hoeveelheid per tijdseenheid
Vraagfunctie:
, ceteris paribus: gevraagde hoeveelheid daalt wanneer de prijs van het goed stijgt
→ negatief verband tussen gevraagde hoeveelheid en prijs: Px stijgt, Xv daalt
invloed inkomen (positief):
- inkomen stijgt → vraag stijgt
uitzondering: inferieure goederen: gevr hvlheid daalt bij stijging inkomen (bv. instant
noedels)
y stijgt, Xv daalt
invloed van de prijzen van andere goederen:
- complementaire goederen: auto’s & benzine
P auto’s stijgt → Xv benzine daalt
- substituten: margarine & boter
P margarine stijgt → Xv boter stijgt
invloed aantal consumenten
- pos invloed op Xv: modeverschijnselen (barbies, kleding) of netwerkeffecten (de
markt voor pc’s, gsm’s)
- neg invloed op Xv: snobeffecten, bij producenten met hoge exclusiviteitswaarde (bv;
exclusieve sportwagens of kleding)
andere factoren
- bv. weer, reclame of verwachtingen
- verwachtingen van consumenten
bv. algemene verwachting prijsstijging van olieproducten in toekomst →
huidige vraag stijgt
- als producten bewaard kunnen worden: verwachte prijsverandering →
intertemporele substitutie = mensen kopen nu meer om verwachte
prijsstijging voor te zijn
<-> stellen aankopen uit als ze prijsdaling verwachten
2.2 Analyse vd vraagcurve
Partiële analyse: beschouwt enkel het effect van prijs van het goed op de vraag naar het
goed (ceteris paribus)
+ eenvoudig
+ grafische voorstelling
- verwaarlozing effecten
Verband tussen prijs en gevraagde hoeveelheid pizza: