Examenvragen Bouwproces
Elke vraag heeft vier antwoordmogelijkheden, waarvan slechts één correct is. Dit zijn de
vragen die ik kreeg in januari die ik mij nog kon herinneren
1. Wat kan men stellen over de gemiddelde prijs van een standaard stalen L-
profiel?
A. Deze ligt zeer hoog door complexe productie B. Deze is relatief laag in vergelijking met
andere staalprofielen C. Deze is hoger dan die van HEB-profielen D. Deze varieert sterk
naargelang de aannemer
Correct antwoord: B
→ hierbij de laagste prijs kiezen, dit is blijkbaar echt niet duur
2. Op het visitekaartje van een aannemer staat vermeld: “Gyprocbedrijf X –
BVBA – geregistreerd aannemer”. Wat betekent dit correct?
A. De aannemer is geen erkende aannemer B. De aannemer mag grote overheidswerken
uitvoeren C. De aannemer is geen geregistreerde aannemer D. De aannemer geniet
automatisch van 6% btw
Correct antwoord: C
3. Welke combinatie van documenten maakt deel uit van een objectief en
ondubbelzinnig aanbestedingsdossier?
A. Enkel plannen en meetstaat B. Aanbestedingsplannen, stabiliteitsstudie, vergunning en
algemeen bestek C. Offertes van aannemers en raming D. Enkel het bijzonder bestek
Correct antwoord: B
4. Wie mag zich in België juridisch een aannemer noemen?
A. Enkel erkende aannemers B. Enkel geregistreerde aannemers C. Iedereen D. Enkel
aannemers met een ondernemingsnummer
Correct antwoord: C
, 5. Voor een uiterst complexe overheidsopdracht met onduidelijk programma
van eisen kiest men best voor:
A. Openbare aanbesteding B. Offerteaanvraag C. Onderhandelingsprocedure zonder
bekendmaking D. Concurrentiedialoog
Correct antwoord: D
6. Wat wordt door de overheid beschouwd als het grootste voordeel van PPS
(Publiek-Private Samenwerking)?
A. Snellere uitvoering van de werken B. Lagere bouwkost C. Alternatieve financiering D.
Minder administratieve verplichtingen
Correct antwoord: C
7. Welke stelling over een vertragingsboete is correct?
A. Ze moet verband houden met de werkelijke schade B. Bij private werken is ze vaak een
vast bedrag per dag C. Ze is verboden bij toepassing van de wet Breyne D. Ze is enkel
mogelijk bij overheidsopdrachten
Correct antwoord: B
8. De bouwheer keurt de werken goed, maar deze blijken later gebrekkig. Wie
draagt in principe de kost?
A. De bouwheer, wegens goedkeuring B. De architect, wegens controleplicht C. De
aannemer, wegens uitvoeringsfout D. Niemand, wegens overmacht
Correct antwoord: C
9. Waarom mag een architect niet tegelijk optreden als aannemer op hetzelfde
project?
A. Om fiscale redenen B. Wegens belangenconflict met zijn controlefunctie C. Wegens
verzekeringsproblemen D. Omdat dit wettelijk nooit toegelaten is
Correct antwoord: B
Elke vraag heeft vier antwoordmogelijkheden, waarvan slechts één correct is. Dit zijn de
vragen die ik kreeg in januari die ik mij nog kon herinneren
1. Wat kan men stellen over de gemiddelde prijs van een standaard stalen L-
profiel?
A. Deze ligt zeer hoog door complexe productie B. Deze is relatief laag in vergelijking met
andere staalprofielen C. Deze is hoger dan die van HEB-profielen D. Deze varieert sterk
naargelang de aannemer
Correct antwoord: B
→ hierbij de laagste prijs kiezen, dit is blijkbaar echt niet duur
2. Op het visitekaartje van een aannemer staat vermeld: “Gyprocbedrijf X –
BVBA – geregistreerd aannemer”. Wat betekent dit correct?
A. De aannemer is geen erkende aannemer B. De aannemer mag grote overheidswerken
uitvoeren C. De aannemer is geen geregistreerde aannemer D. De aannemer geniet
automatisch van 6% btw
Correct antwoord: C
3. Welke combinatie van documenten maakt deel uit van een objectief en
ondubbelzinnig aanbestedingsdossier?
A. Enkel plannen en meetstaat B. Aanbestedingsplannen, stabiliteitsstudie, vergunning en
algemeen bestek C. Offertes van aannemers en raming D. Enkel het bijzonder bestek
Correct antwoord: B
4. Wie mag zich in België juridisch een aannemer noemen?
A. Enkel erkende aannemers B. Enkel geregistreerde aannemers C. Iedereen D. Enkel
aannemers met een ondernemingsnummer
Correct antwoord: C
, 5. Voor een uiterst complexe overheidsopdracht met onduidelijk programma
van eisen kiest men best voor:
A. Openbare aanbesteding B. Offerteaanvraag C. Onderhandelingsprocedure zonder
bekendmaking D. Concurrentiedialoog
Correct antwoord: D
6. Wat wordt door de overheid beschouwd als het grootste voordeel van PPS
(Publiek-Private Samenwerking)?
A. Snellere uitvoering van de werken B. Lagere bouwkost C. Alternatieve financiering D.
Minder administratieve verplichtingen
Correct antwoord: C
7. Welke stelling over een vertragingsboete is correct?
A. Ze moet verband houden met de werkelijke schade B. Bij private werken is ze vaak een
vast bedrag per dag C. Ze is verboden bij toepassing van de wet Breyne D. Ze is enkel
mogelijk bij overheidsopdrachten
Correct antwoord: B
8. De bouwheer keurt de werken goed, maar deze blijken later gebrekkig. Wie
draagt in principe de kost?
A. De bouwheer, wegens goedkeuring B. De architect, wegens controleplicht C. De
aannemer, wegens uitvoeringsfout D. Niemand, wegens overmacht
Correct antwoord: C
9. Waarom mag een architect niet tegelijk optreden als aannemer op hetzelfde
project?
A. Om fiscale redenen B. Wegens belangenconflict met zijn controlefunctie C. Wegens
verzekeringsproblemen D. Omdat dit wettelijk nooit toegelaten is
Correct antwoord: B