Les 7 participatief armoedebeleid
Onderscheid direct en indirect armoedebeleid
Indirect = richt zich niet direct op mensen in armoede maar op
het geheel van maatregelen die de beperkte van het algemene
economische, financiële of sociaal beleid op de toestand van
mensen in armoede willen compenseren.
Direct = richt zich specifiek naar armoede en vooral naar
mensen in armoede. Met aandacht voor de beleidsparticipatie
van mensen in armoede en specifieke maatregelen voor deze
doelgroep.
Participatief armoedebeleid staat voor een aanpak waarbij
mensen in armoede zelf actief betrokken zijn bij het vormgeven,
uitvoeren en evalueren van beleid dat hen aangaat, om zo
effectievere en meer inclusieve oplossingen te creëren.
Internationale aandacht voor armoede
- Belangrijke prioriteit voor de Verenigde Naties
- 17 oktober: Werelddag voor verzet tegen extreme
armoede
- SDG’s: Sustainable development goals (17
ontwikkelingsdoelstellingen)
- ATD vierde wereld: internationale beweging tegen
armoede en uitsluiting in de wereld opgericht door Franse
priester. (All together in dignity)
Armoedebestrijding in de EU
- Vooral focus op economisch beleid
- Aandacht voor activering en kinderarmoede
- EPSR (Europese Pijler van Sociale Rechten)
Doelstellingen zoals: tegen 2030 aantal mensen in
armoede verminderen met minstens 15 miljoen mensen.
, - Belangenorganisaties op Europees niveau:
1. EAPN (European Anti-Poverty Network)
vertegenwoordigd de stem van mensen in armoede op
Europees niveau.
2. Feantsa (dakloosheid
3. Europese Volksuniversiteit ATD
Armoedebestrijding is een doel van de EU via de Open
Coördinatiemethode (OCM): geen bindende wetgeving, wel
gezamenlijke doelstellingen en monitoring. (Landen
spreken gezamenlijke doelen af en de EU volgt op, maar er
zijn geen verplichtende wetten)
Europese Pijler van Sociale Rechten (EPSR) bevat 20
sociale grondbeginselen die tonen waar Europa naartoe
wil.
Het federaal armoedebeleid
Het Algemeen Verslag tegen de Armoede (AVA) is een
belangrijke mijlpaal in het Belgische armoedebeleid.
Wat is het AVA?
Een officieel (twee jaarlijks) verslag dat voor het eerst de
ervaringen en stem van mensen in armoede centraal
plaatst. Daarna wordt het besproken in parlementen.
Ontstaan als onderdeel van het federaal armoedebeleid
Hoe kwam het tot stand?
Via een dialoogproces tussen: mensen in armoede,
beroepskrachten, vrijwilligers
Participatie en ervaringskennis staan centraal
Visie op armoede
Armoede als een schending van de mensenrechten
Het verslag beschrijft 13 levensdomeinen
, Federaal plan armoedebestrijding heeft drie hoofdlijnen:
1) Vroegtijdige opsporing en preventie armoede
2) Actieve deelname arbeidsmarkt aanmoedigen
3) Toegang tot rechten en inclusie door middel van strijd
tegen non-take up.
Het Vlaamse armoedebeleid
Focust zich vooral op de beleidsparticipatie van mensen in
armoede.
Vlaams Armoededecreet in 2003: opvolging van het Algemeen
Verslag over Armoede.
Organisaties die beleidsparticipatie van mensen in armoede
ondersteunen:
1. Netwerk tegen armoede
Er werken 61 verenigingen die mensen in armoede aan het
woord laten. Deze verenigingen werken volgens 6 criteria:
4) Armen verenigen zich
5) Armen het woord geven
6) Werken aan maatschappelijke emancipatie
7) Werken aan maatschappelijke structuren
8) Dialoog en vorming
9) Armen blijven zoeken
Ze werken ook samen met andere armoedenetwerken over de
grenzen heen zoals EAPN (European Anti-Poverty Network) en
BAPN (Belgium Anti-Poverty Network).
2. De link VZW
Opleiding en tewerkstelling voor ervaringsdeskundigen in
armoede en sociale uitsluiting. Vervullen een brugfunctie
tussen de wereld van de armen en de niet-armen.
Onderscheid direct en indirect armoedebeleid
Indirect = richt zich niet direct op mensen in armoede maar op
het geheel van maatregelen die de beperkte van het algemene
economische, financiële of sociaal beleid op de toestand van
mensen in armoede willen compenseren.
Direct = richt zich specifiek naar armoede en vooral naar
mensen in armoede. Met aandacht voor de beleidsparticipatie
van mensen in armoede en specifieke maatregelen voor deze
doelgroep.
Participatief armoedebeleid staat voor een aanpak waarbij
mensen in armoede zelf actief betrokken zijn bij het vormgeven,
uitvoeren en evalueren van beleid dat hen aangaat, om zo
effectievere en meer inclusieve oplossingen te creëren.
Internationale aandacht voor armoede
- Belangrijke prioriteit voor de Verenigde Naties
- 17 oktober: Werelddag voor verzet tegen extreme
armoede
- SDG’s: Sustainable development goals (17
ontwikkelingsdoelstellingen)
- ATD vierde wereld: internationale beweging tegen
armoede en uitsluiting in de wereld opgericht door Franse
priester. (All together in dignity)
Armoedebestrijding in de EU
- Vooral focus op economisch beleid
- Aandacht voor activering en kinderarmoede
- EPSR (Europese Pijler van Sociale Rechten)
Doelstellingen zoals: tegen 2030 aantal mensen in
armoede verminderen met minstens 15 miljoen mensen.
, - Belangenorganisaties op Europees niveau:
1. EAPN (European Anti-Poverty Network)
vertegenwoordigd de stem van mensen in armoede op
Europees niveau.
2. Feantsa (dakloosheid
3. Europese Volksuniversiteit ATD
Armoedebestrijding is een doel van de EU via de Open
Coördinatiemethode (OCM): geen bindende wetgeving, wel
gezamenlijke doelstellingen en monitoring. (Landen
spreken gezamenlijke doelen af en de EU volgt op, maar er
zijn geen verplichtende wetten)
Europese Pijler van Sociale Rechten (EPSR) bevat 20
sociale grondbeginselen die tonen waar Europa naartoe
wil.
Het federaal armoedebeleid
Het Algemeen Verslag tegen de Armoede (AVA) is een
belangrijke mijlpaal in het Belgische armoedebeleid.
Wat is het AVA?
Een officieel (twee jaarlijks) verslag dat voor het eerst de
ervaringen en stem van mensen in armoede centraal
plaatst. Daarna wordt het besproken in parlementen.
Ontstaan als onderdeel van het federaal armoedebeleid
Hoe kwam het tot stand?
Via een dialoogproces tussen: mensen in armoede,
beroepskrachten, vrijwilligers
Participatie en ervaringskennis staan centraal
Visie op armoede
Armoede als een schending van de mensenrechten
Het verslag beschrijft 13 levensdomeinen
, Federaal plan armoedebestrijding heeft drie hoofdlijnen:
1) Vroegtijdige opsporing en preventie armoede
2) Actieve deelname arbeidsmarkt aanmoedigen
3) Toegang tot rechten en inclusie door middel van strijd
tegen non-take up.
Het Vlaamse armoedebeleid
Focust zich vooral op de beleidsparticipatie van mensen in
armoede.
Vlaams Armoededecreet in 2003: opvolging van het Algemeen
Verslag over Armoede.
Organisaties die beleidsparticipatie van mensen in armoede
ondersteunen:
1. Netwerk tegen armoede
Er werken 61 verenigingen die mensen in armoede aan het
woord laten. Deze verenigingen werken volgens 6 criteria:
4) Armen verenigen zich
5) Armen het woord geven
6) Werken aan maatschappelijke emancipatie
7) Werken aan maatschappelijke structuren
8) Dialoog en vorming
9) Armen blijven zoeken
Ze werken ook samen met andere armoedenetwerken over de
grenzen heen zoals EAPN (European Anti-Poverty Network) en
BAPN (Belgium Anti-Poverty Network).
2. De link VZW
Opleiding en tewerkstelling voor ervaringsdeskundigen in
armoede en sociale uitsluiting. Vervullen een brugfunctie
tussen de wereld van de armen en de niet-armen.