LEERPAD A
Bouw en functie van het parodontium
Hoofdfuncties parodontium:
1. Steun rond de tand
2. Vascularisatie en innervatie
3. In stand houden alveolair bot
4. Tandverplaatsingen (eruptie, ortho)
Defecten die optreden in het tandvlees en kaakbot:
Fenestratie: opening/venster in het bot.
▪ Kan in gezonde situaties
▪ Bij een dunne corticale plaat bij ortho het te dun wordt.
▪ Kan open of bedekt zijn door tandvlees
Dehiscentie: recessie
▪ Hard poetsen of ortho vooral bij onderfront
▪ Dun corticaal bot
Verdedigingsmechanismen sulcus
1. Cellen van het epitheel
2. Cellen van Langerhans
3. De polymorphonucleaire neutrofielen (PMN’s)
4. De monocyten, macrofagen en lymfocyten (t en b)
Functies aanhechtingsepitheel
1. Fysieke barrière (tegen bacteriën)
2. Snelle turnover (herstellen) (nadeel bij kwaadaardige cellen, tumoren)
3. Verdediging tegen bacteriën
4. Lichte vloeistofstroom (creviculaire vloeistof)(bacteriën uit sulcus verwijderen)
Plaveiselcellen
• Alle epitheelcellen, platte cel
• Schilferen af, → verdedigingsmechanisme
• Meerlagig afgeplat verhoornd epitheel
• Meerlagig niet-verhoornd epitheel
o !
,Cellen van Langerhans
• Overal in de huid
• Rol bij immuunsysteem
• Indringers afvoeren naar een lymfeknoop
• In T aangemaakt
Granulocyten
• Polymorfo-nucleaire(rare vorm, celkern kan bestaan uit meerdere delen leukocyten)
leukocyten
• In beenmerg aangemaakt
• Maken vesikels (vochtblaasjes) aan met een lage ph
• Maken ook waterstofperoxide en stikstofmonoxide
• Hebben ook dezelfde functie als lysosomen
Monocyten
• Witte bloedcellen
• Kunnen verplaatsen naar infectiezones
• In beenmerg aangemaakt
• Differentiëren in een bepaald soort macrofagen
Macrofagen
• Gespecialiseerde cel die in staat is om een bacterie te vangen en op te eten
• Witte bloedcel
• Verder doorontwikkeld dan een monocyt
• Doen aan fagocytose
• Heeft uitstulpingen
Lymfocyten
• In beenmerg aangemaakt
• Witte bloedcellen
• Speelt rol bij verworven immuunsysteem
1. T-lymfocyten >schildklier
2. B-lymfocyten > beenmerg
Functies gingiva
1. Bestand tegen mechanische krachten
2. Beschermt het bindweefsel tegen infectie
3. Voorkomt uitdroging
4. Heeft hoge celdeling
Parodontaal ligament
Cellen
• Epitheliale resten van Malassez
o Embryologische overblijfselen
o Bij externe stimuli (infectie, plaque) zorgt ervoor dat de cel opnieuw geactiveerd
wordt.
o Kan cysten vormen, vocht.
, o Epitheel moet worden weggehaald
• Osteoblasten
o Botvormende cellen
o Gebruikt voeddingstoffen die door osteoclasten
wordt uitgegeven
• Osteoclasten
o Afbreken van bot
o Zuur produceren
o Bestanddelen van bot resorberen in bloedbaan
o Osteoporose= netto meer afbraak dan opbouw
• Cementoblasten
o Factor die bepaald of je regeneratie zal krijgen of niet
o Cementocyten
o Scharpey vezels lopen van het cement tot bot
o Cellulair: na de tand is doorgebroken (kan herstellen)
▪ 2/3 apicaal
o Acellulair: eerst gevormde cement
▪ 1/3 onder CEJ
• Fibroblasten
o Produceren collageen, vulstof
o 25%
o Dichtheid hangt af van belasting
o Collagene vezels →
▪ Stevigheid bepalen
▪ Scharpey vezels
Functies parodontaal ligament:
1. Beschermt de wortel tegen resorptie
→ Ankylose: tand wordt deel van het skelet
2. Soepele bevestiging van tand in bot
3. Hogere belasting
4. Aanmaak collageenvezels
5. !!
6. Tactiele functie: bij te hard bijten zorgt het parodontaal ligament ervoor dat we ons gebit
niet kapotbijten. (heeft implantaat niet)
Alveolair bot= waar de tand zich in bevind
• Corticaal: buitenste rand
• Spongieus: binnenste deel
• Crista alveolaris: bovenste alveolaire botrand
o Afbraak begint als het wazig wordt→
o 2 mm onder de CEJ
, Gingivaal biotype
• Dik: veel collageen
• Dun
Vascularisatie
➢ A. Carotis communis
➢ A. Carotis interna
➢ A. Carotis externa
➢ A. Maxillaris
➢ A. Alveolaris inferior
Innervatie
N. Trigeminus= vijfde
hersenzenuw
➢ Mandibularis
➢ Maxillaris
➢ Opthalmicus