Vennootschapsbelasting
H1: Wie is onderworpen aan de vennotschapsbelasting
4 verschillende vormen van inkomstenbelasting
1. Personenbelasting – PB
2. Vennootschapsbelasting - VenB
3. Belasting van de niet inwoner – BNI
4. Rechtspersonenbelasting – RPB
Wie is er aan de vennootschapsbelasting onderworpen?
1. Rechtspersoonlijkheid bezitten
o Volgens Belgisch/buitenlands recht
o Behalve
Feitelijke verenigingen, tijdelijke handelsverenigingen
= PB
2. Zetel van bestuur in België hebben
o Plaats waar het werkelijk bestuur gelegen is
Waar de beslissingen worden genomen
Moet fiscus kunnen bewijzen
o Wettelijk vermoeden:
Als statutaire zetel in België ligt, ligt werkelijke zetel
ook in België
Weerlegbaar adhv. dubbel bewijs
1. Werkelijke zetel ligt niet in België
2. Vennootschap is fiscaal inwoner van een andere
staat
3. Zich bezighouden met een exploitatie van winstgevende aard
o Winst is het doel
H2: Krachtlijnen van de venootschapsbelasting
Boekhoudkundig recht vs fiscaal recht
Verschillende taal & visie
Fiscale winst zal NOOIT gelijk zijn aan boekwinst
Boekhoudrecht primeert op fiscaal recht
Bv. Boete:
Boekhoudkundig: boeken we in als kost
Fiscaal: wordt niet aanvaard als kost
1.2. Indeling belastbare winst volgens bestemming
Je vertrekt vanuit de boekwinst:
Aangroei van de reserves
VU
Dividenden
1
, = In principe belastbare winst
1.3. Vrijstelbare winst
= sommige bestanddelen van de boekwinst hoeven niet belast te worden
1.4. Belastbaar inkomen van de vennootschap
In principe belastbare winst – afrekbewerking = belastbaar inkomen
2. Tarieven
Basistarief = 25%
Verlaagd tarief voor KMO’s minder 100 000€ = 25%
3. Aanslagjaar & belastbaar tijdperk
BJ eindigt op 31/12/N -> AJ = N+1
BJ eindigt NIET op 31/12/N = N
5. De aangifte
Aangifte
Verplicht elektronisch via Biztax
Bijlagen:
o Jaarrekening
o Verslagen & besluiten algemene vergadering
Termijnen
o Afsluitdatum op 31/12 of jan/feb = 30/09 van het AJ
o Andere afsluitdatum = 7maand vanaf 1ste dag v.d. maand na
balansdatum
o Uitstel = mogelijk door overmacht
6. Ruiling
Mogelijk bij onderhandelen over meerwaarde, afschrijven
Voorafgaande akkoorden maken met fiscus
H3: De KMO-vennootschap
1. Toepassingen
Gunstmaatregelen voor kleine/microvennootschap
Verlaagd tarief eens minder dan 100 000€
Geen beperking aftrek overgedragen verliezen tijdens eerste 4 BJ
Geen minimum bezoldiging tijdens eerste 4 BJ
120% kostenaftrek voor e-facturatie
2
, 3. Criteria
Consistentieregel
Je mag niet meer dan 1 criterium overschrijden gedurende 2
opeenvolgende BJ
Anders word je een grote venn.
Personeel = max 50
Omzet = max 11 250 000
Balanstotaal = max 6 000 000
Speciale gevallen:
Startende vennootschap
BJ korter/langer dan 12m
Verbonden ondernemingen
o Criteria toepassen op geconsolideerde basis (bij
moeder/dochter ond)
o Ofwel allemaal klein ofwel allemaal groot
H4: Belastbare inkomsten
In de VennB
Alle inkomsten behoren na aftrek van de kosten, tot de winst
In de PB
1. Onroerende inkomsten
Werkelijke kosten
Werkelijke opbrengsten
Bv. Als je een magazijn verhuurt
2. Roerende inkomsten
Inkomsten uit verhuring
Inkomsten uit belegde kapitalen
3. Beroepsinkomsten
3.1. Belastbaar tijdperk
Vooruit ontvangen opbrengsten
Bv. Huurgelden voor 5j
Gespreide prestaties die lopen in verschillende BJ
= VERPLICHT doorschuiven naar later belastbare tijdperken
3.2. De winstbestanddelen
Venn = belastbaar op de winsten
Alles ontvangen boven haar kapitaal = winst
4. Diverse inkomsten
Werkelijke opbrengsten – kosten = winst
3
H1: Wie is onderworpen aan de vennotschapsbelasting
4 verschillende vormen van inkomstenbelasting
1. Personenbelasting – PB
2. Vennootschapsbelasting - VenB
3. Belasting van de niet inwoner – BNI
4. Rechtspersonenbelasting – RPB
Wie is er aan de vennootschapsbelasting onderworpen?
1. Rechtspersoonlijkheid bezitten
o Volgens Belgisch/buitenlands recht
o Behalve
Feitelijke verenigingen, tijdelijke handelsverenigingen
= PB
2. Zetel van bestuur in België hebben
o Plaats waar het werkelijk bestuur gelegen is
Waar de beslissingen worden genomen
Moet fiscus kunnen bewijzen
o Wettelijk vermoeden:
Als statutaire zetel in België ligt, ligt werkelijke zetel
ook in België
Weerlegbaar adhv. dubbel bewijs
1. Werkelijke zetel ligt niet in België
2. Vennootschap is fiscaal inwoner van een andere
staat
3. Zich bezighouden met een exploitatie van winstgevende aard
o Winst is het doel
H2: Krachtlijnen van de venootschapsbelasting
Boekhoudkundig recht vs fiscaal recht
Verschillende taal & visie
Fiscale winst zal NOOIT gelijk zijn aan boekwinst
Boekhoudrecht primeert op fiscaal recht
Bv. Boete:
Boekhoudkundig: boeken we in als kost
Fiscaal: wordt niet aanvaard als kost
1.2. Indeling belastbare winst volgens bestemming
Je vertrekt vanuit de boekwinst:
Aangroei van de reserves
VU
Dividenden
1
, = In principe belastbare winst
1.3. Vrijstelbare winst
= sommige bestanddelen van de boekwinst hoeven niet belast te worden
1.4. Belastbaar inkomen van de vennootschap
In principe belastbare winst – afrekbewerking = belastbaar inkomen
2. Tarieven
Basistarief = 25%
Verlaagd tarief voor KMO’s minder 100 000€ = 25%
3. Aanslagjaar & belastbaar tijdperk
BJ eindigt op 31/12/N -> AJ = N+1
BJ eindigt NIET op 31/12/N = N
5. De aangifte
Aangifte
Verplicht elektronisch via Biztax
Bijlagen:
o Jaarrekening
o Verslagen & besluiten algemene vergadering
Termijnen
o Afsluitdatum op 31/12 of jan/feb = 30/09 van het AJ
o Andere afsluitdatum = 7maand vanaf 1ste dag v.d. maand na
balansdatum
o Uitstel = mogelijk door overmacht
6. Ruiling
Mogelijk bij onderhandelen over meerwaarde, afschrijven
Voorafgaande akkoorden maken met fiscus
H3: De KMO-vennootschap
1. Toepassingen
Gunstmaatregelen voor kleine/microvennootschap
Verlaagd tarief eens minder dan 100 000€
Geen beperking aftrek overgedragen verliezen tijdens eerste 4 BJ
Geen minimum bezoldiging tijdens eerste 4 BJ
120% kostenaftrek voor e-facturatie
2
, 3. Criteria
Consistentieregel
Je mag niet meer dan 1 criterium overschrijden gedurende 2
opeenvolgende BJ
Anders word je een grote venn.
Personeel = max 50
Omzet = max 11 250 000
Balanstotaal = max 6 000 000
Speciale gevallen:
Startende vennootschap
BJ korter/langer dan 12m
Verbonden ondernemingen
o Criteria toepassen op geconsolideerde basis (bij
moeder/dochter ond)
o Ofwel allemaal klein ofwel allemaal groot
H4: Belastbare inkomsten
In de VennB
Alle inkomsten behoren na aftrek van de kosten, tot de winst
In de PB
1. Onroerende inkomsten
Werkelijke kosten
Werkelijke opbrengsten
Bv. Als je een magazijn verhuurt
2. Roerende inkomsten
Inkomsten uit verhuring
Inkomsten uit belegde kapitalen
3. Beroepsinkomsten
3.1. Belastbaar tijdperk
Vooruit ontvangen opbrengsten
Bv. Huurgelden voor 5j
Gespreide prestaties die lopen in verschillende BJ
= VERPLICHT doorschuiven naar later belastbare tijdperken
3.2. De winstbestanddelen
Venn = belastbaar op de winsten
Alles ontvangen boven haar kapitaal = winst
4. Diverse inkomsten
Werkelijke opbrengsten – kosten = winst
3