Samenvatting mensen met een beperking
Hoofdstuk 1: ontwikkelingen in de sector p11 tot 30
Term ‘orthopedagogie’
Engels = social educational care work
Frans = education socialise
Terminologie ‘verstandelijke beperking’
Uitgangspunt à terminologie weerspiegelt de kijk op de mensen.
Vroeger was het personen met een mentale handicap. KLOPT NIET!
Mentale beperking à psychische stoornis
1.2 Het concept paradigma
= geheel van inzichten van gedachten die richting geeft aan ons denken en handelen.
Wanneer ontstaat een nieuw paradigma?
Er ontstaat een nieuw paradigma wanneer de maatschappij veranderd.
Defectparadigma
Periode: Jaren 50
Defect: Richten en klemtoon leggen op wat iemand niet kan.
Patiënt: Grote dorpen op zichzelf voor deze soorten mensen. Het waren patiënten van
dokters (baas). Focus lag op 3B’s (bed, bad, brood)
Woorden: debiel, imbeciel, idioot.
Artsen, verplegers, kine en logopedisten zorgden voor hen. Ze kregen gewoon de
dagelijkse verzorging maar geen ondersteuning. Ze leefden in grote instituten met alle
voorzieningen samen.
De omgeving van de patiënt was er niet bij betrokken. Het gezin, ouders hadden geen
contact met de persoon.
Er was duidelijke segregatie. Dit betekent dat ze de mensen weg hielden van de
maatschappij.
,Ontwikkelingsparadigma
Periode: jaren 70
Mogelijkheden-leren: Ze legde de klemtoon op wat ze al kunnen en soms nieuwe dingen
leren.
Ontwikkelen: Ze deden aan programma’s om de trein te nemen, koken of kuisen.
Woorden: mentaal gehandicapte, minder-valide, andersvalide.
De mensen werden begeleid door geschoolde leefgroep-begeleiders. Er waren training-
programma’s om verschillende dingen aan te leren. De mensen zaten in kleine
organisaties en ze deden aan deïnstitutionalisering. (afbouwen van grote voorzieningen
in de samenleving) Er was een beperkte betrokkenheid want de ouders wisten er niks
van en de professional was de deskundige.
Er was integratie en normalisatie.
Nirje?
à Scandinavische man met grote invloed over de integratie.
5 voorbeelden van normalisatie:
1. Wonen en werken moet gescheiden zijn.
2. Ze moeten op pensioen kunnen gaan.
3. Weekprogramma met activiteiten.
4. Gemengde leefgroepen.
5. Ze moeten op verlof kunnen gaan.
Burgerschapsparadigma
Periode: jaren 90
Cliënt-persoon-mens-burger: klemtoon op dat ze mensen zijn en hun talenten en
rechten, het zijn eigen mensen.
Woorden: persoon of mens met een verstandelijk beperking.
Nu worden deze mensen begeleid door Interdisciplinaire teams, individuele begeleiders,
persoonlijke assistent/coach. Er is ondersteuning op maat om het KVL (kwaliteit van
leven) te bevorderen. Deze mensen wonen, werken en krijgen vrijetijd en onderwijs
zoveel mogelijk in de samenleving.
Hun netwerk is ervaringsdeskundige ze hebben gedeeld verhaal met gedeelde inzichten,
zorg en verantwoordelijkheid.
Nu is het inclusie = iedereen neemt deelt aan de maatschappij en geen aparte groepen.
,1.3 film verstandelijke beperking in Noorwegen
Hoe kijkt men naar de cliënt?
à Alsof hij agressief en onhandelbaar is.
Welke ondersteuning krijgt hij?
à Persoonlijke verzorging, financiële ondersteuning, medicatie, materiële
ondersteuning (bus).
Welk paradigma is dit?
à Brugerschapsparadigma
1.4 Kritische bedenkingen
• Defectparadigma
Het zijn ‘niet-mensen’ die enkel medische en paramedische ondersteuning krijgen. Ze
hebben geen contact met de buitenwereld en familie.
• Ontwikkelingsparadigma
De persoon is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen ‘integratie’. Alles gebeurt in groep
(routine en regels). Ze leven in kleinere voorzieningen. Ze leven nog steeds afgesloten
van de buitenwereld.
• Burgerschapsparadigma
Er is nog steeds uitsluiting en niet echt inclusie. Er zijn veel drempels, zowel fysiek maar
ook qua toegankelijkheid in de samenleving die alsmaar complexer wordt.
, 1.5 burgerschapsparadigma
Self-advocacy
= eigen advocaat zijn.
Een beweging die opkomt voor het collectieve verlangen van deze soort mensen.
Zelf dingen kiezen vb. ik wil die hobby doen en dat eten…
2 vormen:
• Ervaringsdeskundigheid
= mensen met een beperking werken mee met de onderzoeken over hun, ze geven mee
les of workshops over hun beperking.
Dit heeft 3 positieve gevolgen voor de cliënt en hulpverlener.
• Zelfbeeld gaat omhoog.
• Eyeopener voor de hulpverlening.
• Versterkt relatie tussen cliënt en hulpverlener.
Hoe word je ervaringsdeskundige? 3 stappen
1. Wat is mijn levensverhaal?
2. Wat maken de andere mensen mee in de opleiding?
3. Opkomen voor de belangen van anderen.
• Disabilities Studies
Zij vertrekken vanuit de mensenrechten en ijveren voor een inclusieve samenleving.
Ze werken met ervaringsdeskundigen die met onderzoek en onderwijs uitvoeren.
Wat is de meerwaarde?
• Zelfbeeld groeit.
• Versterkt relatie tussen cliënt en hulpverlener.
• Eyeopener voor hulpverleners.
Hoofdstuk 1: ontwikkelingen in de sector p11 tot 30
Term ‘orthopedagogie’
Engels = social educational care work
Frans = education socialise
Terminologie ‘verstandelijke beperking’
Uitgangspunt à terminologie weerspiegelt de kijk op de mensen.
Vroeger was het personen met een mentale handicap. KLOPT NIET!
Mentale beperking à psychische stoornis
1.2 Het concept paradigma
= geheel van inzichten van gedachten die richting geeft aan ons denken en handelen.
Wanneer ontstaat een nieuw paradigma?
Er ontstaat een nieuw paradigma wanneer de maatschappij veranderd.
Defectparadigma
Periode: Jaren 50
Defect: Richten en klemtoon leggen op wat iemand niet kan.
Patiënt: Grote dorpen op zichzelf voor deze soorten mensen. Het waren patiënten van
dokters (baas). Focus lag op 3B’s (bed, bad, brood)
Woorden: debiel, imbeciel, idioot.
Artsen, verplegers, kine en logopedisten zorgden voor hen. Ze kregen gewoon de
dagelijkse verzorging maar geen ondersteuning. Ze leefden in grote instituten met alle
voorzieningen samen.
De omgeving van de patiënt was er niet bij betrokken. Het gezin, ouders hadden geen
contact met de persoon.
Er was duidelijke segregatie. Dit betekent dat ze de mensen weg hielden van de
maatschappij.
,Ontwikkelingsparadigma
Periode: jaren 70
Mogelijkheden-leren: Ze legde de klemtoon op wat ze al kunnen en soms nieuwe dingen
leren.
Ontwikkelen: Ze deden aan programma’s om de trein te nemen, koken of kuisen.
Woorden: mentaal gehandicapte, minder-valide, andersvalide.
De mensen werden begeleid door geschoolde leefgroep-begeleiders. Er waren training-
programma’s om verschillende dingen aan te leren. De mensen zaten in kleine
organisaties en ze deden aan deïnstitutionalisering. (afbouwen van grote voorzieningen
in de samenleving) Er was een beperkte betrokkenheid want de ouders wisten er niks
van en de professional was de deskundige.
Er was integratie en normalisatie.
Nirje?
à Scandinavische man met grote invloed over de integratie.
5 voorbeelden van normalisatie:
1. Wonen en werken moet gescheiden zijn.
2. Ze moeten op pensioen kunnen gaan.
3. Weekprogramma met activiteiten.
4. Gemengde leefgroepen.
5. Ze moeten op verlof kunnen gaan.
Burgerschapsparadigma
Periode: jaren 90
Cliënt-persoon-mens-burger: klemtoon op dat ze mensen zijn en hun talenten en
rechten, het zijn eigen mensen.
Woorden: persoon of mens met een verstandelijk beperking.
Nu worden deze mensen begeleid door Interdisciplinaire teams, individuele begeleiders,
persoonlijke assistent/coach. Er is ondersteuning op maat om het KVL (kwaliteit van
leven) te bevorderen. Deze mensen wonen, werken en krijgen vrijetijd en onderwijs
zoveel mogelijk in de samenleving.
Hun netwerk is ervaringsdeskundige ze hebben gedeeld verhaal met gedeelde inzichten,
zorg en verantwoordelijkheid.
Nu is het inclusie = iedereen neemt deelt aan de maatschappij en geen aparte groepen.
,1.3 film verstandelijke beperking in Noorwegen
Hoe kijkt men naar de cliënt?
à Alsof hij agressief en onhandelbaar is.
Welke ondersteuning krijgt hij?
à Persoonlijke verzorging, financiële ondersteuning, medicatie, materiële
ondersteuning (bus).
Welk paradigma is dit?
à Brugerschapsparadigma
1.4 Kritische bedenkingen
• Defectparadigma
Het zijn ‘niet-mensen’ die enkel medische en paramedische ondersteuning krijgen. Ze
hebben geen contact met de buitenwereld en familie.
• Ontwikkelingsparadigma
De persoon is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen ‘integratie’. Alles gebeurt in groep
(routine en regels). Ze leven in kleinere voorzieningen. Ze leven nog steeds afgesloten
van de buitenwereld.
• Burgerschapsparadigma
Er is nog steeds uitsluiting en niet echt inclusie. Er zijn veel drempels, zowel fysiek maar
ook qua toegankelijkheid in de samenleving die alsmaar complexer wordt.
, 1.5 burgerschapsparadigma
Self-advocacy
= eigen advocaat zijn.
Een beweging die opkomt voor het collectieve verlangen van deze soort mensen.
Zelf dingen kiezen vb. ik wil die hobby doen en dat eten…
2 vormen:
• Ervaringsdeskundigheid
= mensen met een beperking werken mee met de onderzoeken over hun, ze geven mee
les of workshops over hun beperking.
Dit heeft 3 positieve gevolgen voor de cliënt en hulpverlener.
• Zelfbeeld gaat omhoog.
• Eyeopener voor de hulpverlening.
• Versterkt relatie tussen cliënt en hulpverlener.
Hoe word je ervaringsdeskundige? 3 stappen
1. Wat is mijn levensverhaal?
2. Wat maken de andere mensen mee in de opleiding?
3. Opkomen voor de belangen van anderen.
• Disabilities Studies
Zij vertrekken vanuit de mensenrechten en ijveren voor een inclusieve samenleving.
Ze werken met ervaringsdeskundigen die met onderzoek en onderwijs uitvoeren.
Wat is de meerwaarde?
• Zelfbeeld groeit.
• Versterkt relatie tussen cliënt en hulpverlener.
• Eyeopener voor hulpverleners.