College 1: Met aandacht luisteren als basishouding
Extra literatuur:
- Hill 2014
BASISINSTRUMENTARIUM VD HULPVERLENER
- Elk aanbod (programma, interventie) is slechts werkzaam wanneer ze in een goede werkrelatie wordt
aangeboden.
o Het gevoel hebben dat je belangrijk, waardevol bent is een essentie voor de cliënt
- Kennis zit niet in een doosje, maar wordt aangeboden door een professionele hulpverlener binnen een
goede werkrelatie
- Dit veronderstelt een goede receptieve basishouding als bedding voor een actieve en bij de persoon en
diens vraag passende hulpverlening
o Om goed te kunnen inschatten wie de persoon is van daaruit een actief aanbod doen
LUISTEREN, DAT KAN ELKE KIND? OF IS HET TOCH EEN LEERPROCES?
- Elk kind leert ‘luisteren’:
o Oprecht en geïnteresseerd in zich opnemend wat de ander vertelt
o Versus gehoorzamend en angstig doen wat de ander vraagt
- Oprecht luisteren verfijn je doorheen latere goede relaties
o Aanvankelijk vooral (volwassen) familieleden, leerkrachten, …
o Later in peer-relaties met siblings en in vriendschappen
- Hulpverlener worden:
o Oefenen en verfijnen van deze vaardigheden (cfr leren fietsen of zwemmen)
Luisteren is enerzijds de basis van ons mens-zijn en anderzijds de technische verfijning
daarvan
o Leren hanteren binnen een specifieke context en relatie
Anders evenwicht tussen afstand en nabijheid dan in een vriendschapsrelatie
1
, Afspraak binnen een specifieke context met een specifieke bedoeling
o Tegen de achtergrond van groeiende theoretische bagage
Je luistert vanuit heel wat theoretische en praktijk gebonden bagage in je opleiding
De kennis uit theoretische vorming en praktijkervaring geeft mee richting aan je
luisteren en zal invloed hebben op de vragen die je stelt
OPEN, AANDACHTIG EN MET MILDE NIEUWSGIERIGHEID LUISTEREN = STARTPUNT VAN ELKE
HULPVERLENING
- Open: Neem in je op wat de ander echt vertelt
o Zelfs als het jouw onrustig maakt, degouteert
- Aandachtig: schenk gedetailleerde aandacht aan het verhaal van de ander
o Let op de details
o Aandacht focust soms op negatieve dingen, door te letten op details kan je ook positieve
dingen aanduiden en benoemen.
- Mild nieuwsgierig: vraag je af wat de ander precies bedoelt, waarom hij/zij de dingen ziet en ervaart
zoals hij/ze ze verwoordt
o Is het ingekleurd?
o Wat maakt dat die persoon zo denkt/ handelt?
BELANG VAN GEHOORD (OF GEZIEN WORDEN) = STARTPUNT VAN ELKE HULPVERLENING
- Mensen komen terug omdat ze zich gehoord, gezien, gevoeld vinden.
- Als we iets willen toevertrouwen aan iemand gehoord en gezien worden is:
o Essentieel voor iemands gevoel van identiteit
Je bent iemand voor de ander, je betekent iets
o Helpt om stil te staan bij en te ontdekken wat je zelf denkt en/of voelt
o Helpt bij het verwerken van een ervaring
Vb. een situatie meerdere keren vertellen kan helpend zijn om een moeilijke
gebeurtenis een plaats te geven.
- Met andere woorden: bevordert persoonlijke groei!
‘Gezien willen worden’ gaat ontwikkelingspsychologisch vooraf aan ‘gehoord willen worden’
- Non-verbale communicaties de eerste vorm van communicatie
o Baby’s communiceren met hun lichaam allerlei gevoelstoestanden en informeren zo hun
omgeving over hun noden of hoe ze het stellen
o Vanaf jonge leeftijd al nood aangehoord of gezien worden aandacht vragen wanneer het
genegeerd wordt. negatieve emoties
- Wanneer kinderen hun cognitieve, emotionele en taalontwikkeling het toelaat, gaat het kind zelf via
woorden aangeven wat het nodig heeft of hoe zij zich voelt.
o Non-verbale boodschappen verdwijnen niet
o Zijn steeds samen aan de orde, al wijzigt de verhouding tussen beide doorheen de ontwikkeling
- Vaak: gedrag waarvan volwassenen vinden dat het niet hoort, niet past
o Betekent vaak gewoon gedrag waarvan de betekenis niet gehoord, en dus niet begrepen
wordt.
2
,- Herstel is heel belangrijk
o Gaat niet over dat we altijd de juiste aandacht geven, maar wel dat we kunnen herstellen.
- Wanneer elk hoofd een wereld is, is elk hulpverleningsaanbod het binnentreden van iemands ’wereld’
o Als je veel cliënten hebt ga je ook het gevoel hebben in veel verschillende werelden terecht te
komen
- Dit vergt een zorgzaam en neutraal (niet-oordelend) luisteren
MET AANDACHT LUISTEREN: ENKELE TECHNISCHE ASPECTEN
1. EXTERNE BASISVOORWAARDEN
Het externe kader: is er tijd en ruimte om te luisteren?
- Creëer een passende ruimte, die je luisterhouding faciliteert en de expressiemogelijkheden van de
ander ondersteunt
o Ruim plaats hebben, niet op elkaar
o Beschikbaar
o Rustig
Ongestoord (betekent ook zonder mobiele telefoon)
Vertrouwelijk dat niemand kan meeluisteren
- Van kort tot duurzaam
o Elke vorm van hulpverlening heeft zijn eigen kader
o Crisisgesprek vergt een ander kader dan een begeleiding van meerdere gesprekken
- Soms betekent ‘een passende ruimte creëren’ ook dat dat je ook met je collega’s het gesprek aangaat
- Rust en vertrouwen uitstralen is belangrijk!!
Angulair: cliënt de meeste ruimte om tot
gesprek te komen. Soms de therapeut kunnen
aankijken, andere keren kunnen wegkijken.
Parallel: helpend bij de testing/ vragenlijst van
kinderen gevoel van samenwerking,
verbondenheid, ondersteuning
Frontaal: werkhouding
Diagonaal: onverschillig en afstandelijk
- Hoe ga je de ruimte invullen foto’s van je zelf? Somber?
3
, 2. INTERNE VOORWAARDEN
Interne voorwaarden: aandacht schenken vergt ruimte in je hoofd.
- Met een eigen vol hoofd, kan je niet luisteren oefening voor hoe je de ruimte rustig en met open
geest kan binnengaan.
- Zorg dragen voor je persoonlijke ingesteldheid:
o Sta even stil: ben ik rustig genoeg voor dit gesprek? Kan ik met volle aandacht luisteren?
o Maak je hoofd leeg (5 minuutjes-truc): maak een wandeling, verplaats je even…
o Laat je niet afleiden: ga nu geen gesprek aan met je collega over een andere client, vraag of dat
straks mag
o Zoek naar een focus op deze client (herlees bv even je nota’s van het vorige gesprek, zo kom je
soms snel terug bij wat er vorige keer aan de orde was)
niet als iets dwingend of sturend om even de orde terug te brengen
3. NON-VERBALE UITINGEN VAN EEN AANDACHTIGE INGESTELDHEID
Aandacht tot uitdrukking brengen: open blik en lichaamshouding
- Met je luisterhouding vertel je veel over je ingesteldheid snel afleesbaar aan je non-verbale signalen
a. Oogcontact
o Je kan intimiteit communiceren, interesse, onderwerping of dominantie
o Ontwijken/ afbreken
uiting van angst, onbehagen, weerzin om te communiceren met de ander
Manier om zich af te wenden van een al te grote nieuwsgierigheid of een intrusieve blik
o Te weinig oogcontact: indruk van geen interesse
o Te veel oogcontact: ongemakkelijk
b. Gelaatsexpressie
o Gelaat = belangrijkste deel van ons lichaam wat betreft non-verbale overdracht van informatie
o Vele expressies hebben een universele betekenis: huilen, lachen, …
o Basisemoties worden volgens een vast patroon van gelaatsexpressies gecommuniceerd
c. Paralinguale aspecten
o = aspecten die samengaan met het spreken
o Stemgebruik/ spreeksnelheid
Stress = sneller spreken, zorgen maken, zenuwachtig
o Vocale aanmoedigingen
Geluiden, klanken en kleine woordjes
Te weinig laten horen dat we luisterend aanwezig zijn gesprek blokkeren omdat
cliënt vragen krijgt over of je wel luister/ betrokken bent
o Stilte
Kan cliënt helpen om even na te denken of om in contact te komen met wat hij denkt
of voelt of om iets nieuws te laten vormen dat nog vaag of onduidelijk is
Kan te lang duren, voor ene helpend, voor andere stressvol
o Aansluiten bij het taalgebruik van de ander
4
Extra literatuur:
- Hill 2014
BASISINSTRUMENTARIUM VD HULPVERLENER
- Elk aanbod (programma, interventie) is slechts werkzaam wanneer ze in een goede werkrelatie wordt
aangeboden.
o Het gevoel hebben dat je belangrijk, waardevol bent is een essentie voor de cliënt
- Kennis zit niet in een doosje, maar wordt aangeboden door een professionele hulpverlener binnen een
goede werkrelatie
- Dit veronderstelt een goede receptieve basishouding als bedding voor een actieve en bij de persoon en
diens vraag passende hulpverlening
o Om goed te kunnen inschatten wie de persoon is van daaruit een actief aanbod doen
LUISTEREN, DAT KAN ELKE KIND? OF IS HET TOCH EEN LEERPROCES?
- Elk kind leert ‘luisteren’:
o Oprecht en geïnteresseerd in zich opnemend wat de ander vertelt
o Versus gehoorzamend en angstig doen wat de ander vraagt
- Oprecht luisteren verfijn je doorheen latere goede relaties
o Aanvankelijk vooral (volwassen) familieleden, leerkrachten, …
o Later in peer-relaties met siblings en in vriendschappen
- Hulpverlener worden:
o Oefenen en verfijnen van deze vaardigheden (cfr leren fietsen of zwemmen)
Luisteren is enerzijds de basis van ons mens-zijn en anderzijds de technische verfijning
daarvan
o Leren hanteren binnen een specifieke context en relatie
Anders evenwicht tussen afstand en nabijheid dan in een vriendschapsrelatie
1
, Afspraak binnen een specifieke context met een specifieke bedoeling
o Tegen de achtergrond van groeiende theoretische bagage
Je luistert vanuit heel wat theoretische en praktijk gebonden bagage in je opleiding
De kennis uit theoretische vorming en praktijkervaring geeft mee richting aan je
luisteren en zal invloed hebben op de vragen die je stelt
OPEN, AANDACHTIG EN MET MILDE NIEUWSGIERIGHEID LUISTEREN = STARTPUNT VAN ELKE
HULPVERLENING
- Open: Neem in je op wat de ander echt vertelt
o Zelfs als het jouw onrustig maakt, degouteert
- Aandachtig: schenk gedetailleerde aandacht aan het verhaal van de ander
o Let op de details
o Aandacht focust soms op negatieve dingen, door te letten op details kan je ook positieve
dingen aanduiden en benoemen.
- Mild nieuwsgierig: vraag je af wat de ander precies bedoelt, waarom hij/zij de dingen ziet en ervaart
zoals hij/ze ze verwoordt
o Is het ingekleurd?
o Wat maakt dat die persoon zo denkt/ handelt?
BELANG VAN GEHOORD (OF GEZIEN WORDEN) = STARTPUNT VAN ELKE HULPVERLENING
- Mensen komen terug omdat ze zich gehoord, gezien, gevoeld vinden.
- Als we iets willen toevertrouwen aan iemand gehoord en gezien worden is:
o Essentieel voor iemands gevoel van identiteit
Je bent iemand voor de ander, je betekent iets
o Helpt om stil te staan bij en te ontdekken wat je zelf denkt en/of voelt
o Helpt bij het verwerken van een ervaring
Vb. een situatie meerdere keren vertellen kan helpend zijn om een moeilijke
gebeurtenis een plaats te geven.
- Met andere woorden: bevordert persoonlijke groei!
‘Gezien willen worden’ gaat ontwikkelingspsychologisch vooraf aan ‘gehoord willen worden’
- Non-verbale communicaties de eerste vorm van communicatie
o Baby’s communiceren met hun lichaam allerlei gevoelstoestanden en informeren zo hun
omgeving over hun noden of hoe ze het stellen
o Vanaf jonge leeftijd al nood aangehoord of gezien worden aandacht vragen wanneer het
genegeerd wordt. negatieve emoties
- Wanneer kinderen hun cognitieve, emotionele en taalontwikkeling het toelaat, gaat het kind zelf via
woorden aangeven wat het nodig heeft of hoe zij zich voelt.
o Non-verbale boodschappen verdwijnen niet
o Zijn steeds samen aan de orde, al wijzigt de verhouding tussen beide doorheen de ontwikkeling
- Vaak: gedrag waarvan volwassenen vinden dat het niet hoort, niet past
o Betekent vaak gewoon gedrag waarvan de betekenis niet gehoord, en dus niet begrepen
wordt.
2
,- Herstel is heel belangrijk
o Gaat niet over dat we altijd de juiste aandacht geven, maar wel dat we kunnen herstellen.
- Wanneer elk hoofd een wereld is, is elk hulpverleningsaanbod het binnentreden van iemands ’wereld’
o Als je veel cliënten hebt ga je ook het gevoel hebben in veel verschillende werelden terecht te
komen
- Dit vergt een zorgzaam en neutraal (niet-oordelend) luisteren
MET AANDACHT LUISTEREN: ENKELE TECHNISCHE ASPECTEN
1. EXTERNE BASISVOORWAARDEN
Het externe kader: is er tijd en ruimte om te luisteren?
- Creëer een passende ruimte, die je luisterhouding faciliteert en de expressiemogelijkheden van de
ander ondersteunt
o Ruim plaats hebben, niet op elkaar
o Beschikbaar
o Rustig
Ongestoord (betekent ook zonder mobiele telefoon)
Vertrouwelijk dat niemand kan meeluisteren
- Van kort tot duurzaam
o Elke vorm van hulpverlening heeft zijn eigen kader
o Crisisgesprek vergt een ander kader dan een begeleiding van meerdere gesprekken
- Soms betekent ‘een passende ruimte creëren’ ook dat dat je ook met je collega’s het gesprek aangaat
- Rust en vertrouwen uitstralen is belangrijk!!
Angulair: cliënt de meeste ruimte om tot
gesprek te komen. Soms de therapeut kunnen
aankijken, andere keren kunnen wegkijken.
Parallel: helpend bij de testing/ vragenlijst van
kinderen gevoel van samenwerking,
verbondenheid, ondersteuning
Frontaal: werkhouding
Diagonaal: onverschillig en afstandelijk
- Hoe ga je de ruimte invullen foto’s van je zelf? Somber?
3
, 2. INTERNE VOORWAARDEN
Interne voorwaarden: aandacht schenken vergt ruimte in je hoofd.
- Met een eigen vol hoofd, kan je niet luisteren oefening voor hoe je de ruimte rustig en met open
geest kan binnengaan.
- Zorg dragen voor je persoonlijke ingesteldheid:
o Sta even stil: ben ik rustig genoeg voor dit gesprek? Kan ik met volle aandacht luisteren?
o Maak je hoofd leeg (5 minuutjes-truc): maak een wandeling, verplaats je even…
o Laat je niet afleiden: ga nu geen gesprek aan met je collega over een andere client, vraag of dat
straks mag
o Zoek naar een focus op deze client (herlees bv even je nota’s van het vorige gesprek, zo kom je
soms snel terug bij wat er vorige keer aan de orde was)
niet als iets dwingend of sturend om even de orde terug te brengen
3. NON-VERBALE UITINGEN VAN EEN AANDACHTIGE INGESTELDHEID
Aandacht tot uitdrukking brengen: open blik en lichaamshouding
- Met je luisterhouding vertel je veel over je ingesteldheid snel afleesbaar aan je non-verbale signalen
a. Oogcontact
o Je kan intimiteit communiceren, interesse, onderwerping of dominantie
o Ontwijken/ afbreken
uiting van angst, onbehagen, weerzin om te communiceren met de ander
Manier om zich af te wenden van een al te grote nieuwsgierigheid of een intrusieve blik
o Te weinig oogcontact: indruk van geen interesse
o Te veel oogcontact: ongemakkelijk
b. Gelaatsexpressie
o Gelaat = belangrijkste deel van ons lichaam wat betreft non-verbale overdracht van informatie
o Vele expressies hebben een universele betekenis: huilen, lachen, …
o Basisemoties worden volgens een vast patroon van gelaatsexpressies gecommuniceerd
c. Paralinguale aspecten
o = aspecten die samengaan met het spreken
o Stemgebruik/ spreeksnelheid
Stress = sneller spreken, zorgen maken, zenuwachtig
o Vocale aanmoedigingen
Geluiden, klanken en kleine woordjes
Te weinig laten horen dat we luisterend aanwezig zijn gesprek blokkeren omdat
cliënt vragen krijgt over of je wel luister/ betrokken bent
o Stilte
Kan cliënt helpen om even na te denken of om in contact te komen met wat hij denkt
of voelt of om iets nieuws te laten vormen dat nog vaag of onduidelijk is
Kan te lang duren, voor ene helpend, voor andere stressvol
o Aansluiten bij het taalgebruik van de ander
4