HOORCOLLEGE 1 9
Inleiding in de forensische psychologie, 9
de rol van de PC in het rechtssysteem 9
1.1 Forensische psychologie? 9
1.1.1 Noodzaak van forensische psychologie 9
1.1.2 Wat is forensische psychologie wel en niet 9
1.2 Rol van de media 10
1.2.1 Wat kan de P.C. betekenen hierin? 10
1.3 Historische ontwikkeling 11
1.3.1 Foucault 11
1.3.2 Nederlands Spinhuis en Rasphuis 12
1.3.3 Terug foucault 12
1.3.4 Brede inzetbaarheid van een PC 12
1.4 Groeiende onderbouwing en integratie 13
1.4.1 Samengevat 13
1.5 PC in het forensisch vakgebied 13
1.5.1 Voorbeelden van toepassingsgebieden 13
1.5.2 Grenzen van de PC 13
1.5.3 Verschil met klinische psychologie 14
1.5.4 Nationaal Register van Gerechtsdeskundigen 15
1.5 Vragen tot gesprek 15
1.6 Voorbeelden cognitieve bias in een forensische setting 15
1.7 Beeld van forensische zorg 15
1.7.1 Patiënten 15
1.7.2 Professionals 16
1.7.3 Forensische zorg 16
1.8 Actuele uitdagingen en problemen 16
1.9 Nood aan PC in dit veld 16
HOORCOLLEGE 2 17
De forensische PC als expert in de rechtbank 17
2.1 De juridische context in belgië 17
2.1.1 Soorten rechters 17
2.1.2 Soorten misdrijven 18
2.1.3 Belangrijke nuances 18
2.1.4 Gradaties van opzet 19
2.1.5 Samenvatting 19
2.1.6 Straf of maatregel 20
2.1.7 Voorbeelden van combinaties en maatregelen 20
2.2 Classificaties en typologieën van misdaad, deviant gedrag en criminaliteit. 21
2.2.1 Geweldsmisdrijven 21
2.2.2 Vermogensdelicten 21
2.2.3 Morele misdrijven 21
2.2.4 Georganiseerde misdaad 21
1
, 2.2.5 Haatmisdrijven en terrorisme 21
2.2.6 White collar criminaliteit 21
2.2.7 Bedrijfscriminaliteit 21
2.2.8 Cybercriminaliteit 22
2.2.9 Seksueel deviant gedrag 22
2.2.10 Andere classificaties 22
2.3 Toerekeningsvatbaarheid 22
2.3.1 Belang van ogenblik van gebeurtenis 23
2.3.2 Ontoerekeningsvatbaarheidsverklaring = geen vrijheidstelling 23
2.4 Internering 24
2.5 Deskundigenverslag 24
2.5.1 Mens rea >< Actus reus 24
2.5.2 Deskundigenverslag PSYCHIATER 24
2.5.3 Doel 25
2.5.4 Onderzoek naar het motief 25
2.5.5 Stoornissen en toerekeningsvatbaarheid (Volgend HC) 25
2.5.6 Beslissingsboom rechter 25
2.5.7 Uitdaging 26
2.5.8 Ethische principes 26
2.5.9 Nood aan glijdende schaal 26
HOORCOLLEGE 3 27
Psychologische theorieën over 27
crimineel deviant gedrag 27
3.1 Connectoom 27
3.2 Relevantie 27
3.2.1 Van verklaringsmodellen 27
3.2.2 Voor psychologisch consulenten 27
3.3 Enkelvoudige theorieën 27
3.3.1 Zelfcontroletheorie (Gottfredson & Hirschi) 27
a. Zelfcontrole 28
b. Kritiek 28
3.3.2 Strain Theory (Merton – Agnew) 28
a. Kritiek 29
3.3.3 General Strain Theory (Agnew) 30
a. Kritiek 30
3.3.4 Sociale leertheorie (Akers & Bandura) 30
3.3.5 Biologische modellen 31
a. MAO-A-L (Krijgers Gen) 32
b. Hersenen (Texas tower shooting) 32
3.3.6 Persoonlijkheidstheorieën 32
a. Eysenck 32
b. Persoonlijkheidskenmerken 33
● 5-factor model 34
● Big 5 34
2
, ● ICD 11 model 34
c. Kritiek 34
3.4 Integratieve modellen 34
3.4.1 General Agression Model 34
3.4.2 Risk Needs Responsivity Model 35
3.5 Ontwikkelingsmodellen 36
3.5.1 Moffitt’s Developmental Taxonomy 36
3.5.2 Life-course-persistent offender 37
3.5.3 Adolescence limited offenders 38
3.6 Conclusie 38
HOORCOLLEGE 4 39
Link crimineel/deviant gedrag en stoornissen (deel 1) 39
4.1 Ontwikkelings-stoornissen 39
4.1.1 Autismespectrumstoornis (ASS) 39
4.1.2 Aandachtsstoornis met hyperactiviteit (ADHD) 40
4.1.3 ADHD en middelengebruik 41
4.1.4 Conclusie 41
4.2 Verslaving 41
4.3 Psychose-spectrumstoornissen 42
4.3.2 Hallucinaties en delictgedrag 43
4.4 Psychopathie 44
4.4.1 Video (Dia 27) 44
4.4.2 Psychopathie vs sociopathie vs asociale persoonlijkheidsstoornis 44
4.4.3 Psychopathie 45
4.4.4 Mythes over psychopaten 45
a. Leiderschap en psychopatische kenmerken 46
4.4.5 Psychopathie, geschiedenis 46
4.4.6 De 16 criteria 47
4.4.7 Psychopathie 48
4.4.8 Callous-Unemotional (CU) traits 48
4.4.9 Totstandkoming 48
4.5 Verklaringsmodellen 49
4.6 Ingezoomd op de behandeling 49
HOORCOLLEGE 5 50
Link crimineel/deviant gedrag en stoornissen (deel 2) 50
5.1 Persoonlijkheidsstoornissen 50
5.1.1 Wanneer spreken we over een persoonlijkheidsstoornis? 50
5.1.2 Kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis 50
5.1.3 De 3 P's van een persoonlijkheidsstoornis? 50
5.1.4 Overzicht clusters 51
a. De excentrieke cluster 51
b. Emotieproblemen 51
c. Angsten 51
5.1.5 Cluster A: vreemd of excentriek gedrag 51
3
, a. paranoïde persoonlijkheidsstoornis 51
b. schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis 52
5.1.6 Cluster B; dramatisch, emotioneel of impulsief gedrag 52
a. borderline persoonlijkheidsstoornis 52
b. antisociale persoonlijkheidsstoornis 52
c. theatrale (histrionische) persoonlijkheidsstoornis 52
d. narcistische persoonlijkheidsstoornis 52
e. Samenvattend schema 53
5.1.7 Cluster C: angstig en ontwijkend 53
a. ontwijkende (vermijdende) persoonlijkheidsstoornis 53
b. afhankelijke en obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornis 53
c. Mechanisme en verklaringen 54
HOORCOLLEGE 6 55
Seksuele delinquentie-NOG DOEN MET VIDEO 55
6.1 Verschil met… 55
6.1.1 Seksuele deviantie 55
6.1.2 Seksuele stoornis: seksuele disfuncties en parafilieën 55
a. Seksuele disfuncties 55
b. Parafiele stoornissen 55
6.1.3 Seksuele stoornis: Seksuele disfuncties 55
6.1.4 Seksuele stoornis: parafilieën 56
6.2 Seksuele delinquentie 57
6.2.1 Theoretische verklaringen 57
a. Psychodynamisch perspectief 57
b. Leertheoretisch perspectief 58
c. Cognitief-gedragsmatig model 58
d. Biologisch-neurologisch perspectief 58
e. Sociaal-ecologisch perspectief 58
6.2.2 Factoren voor het onstaan van seksueel delictgedrag 58
a. Biologische factoren 58
b. Psychologische factoren 58
c. Sociale factoren 59
d. Situationele factoren 59
6.2.3 Typologieën van daders 59
6.2.4 Diagnostiek en risicotaxatie 59
6.2.5 Behandeling en re-integratie 60
a. Psychologische behandeling 60
b. Medische interventies 60
c. reclassering en nazorg 60
6.2.6 Recidive en preventie 60
6.2.7 Ethische en maatschappelijke dilemma's 60
HOORCOLLEGE 7 61
Slachtoffer-psychologie en trauma 61
7.1 Wat betekent slachtofferschap vandaag? 61
4
Inleiding in de forensische psychologie, 9
de rol van de PC in het rechtssysteem 9
1.1 Forensische psychologie? 9
1.1.1 Noodzaak van forensische psychologie 9
1.1.2 Wat is forensische psychologie wel en niet 9
1.2 Rol van de media 10
1.2.1 Wat kan de P.C. betekenen hierin? 10
1.3 Historische ontwikkeling 11
1.3.1 Foucault 11
1.3.2 Nederlands Spinhuis en Rasphuis 12
1.3.3 Terug foucault 12
1.3.4 Brede inzetbaarheid van een PC 12
1.4 Groeiende onderbouwing en integratie 13
1.4.1 Samengevat 13
1.5 PC in het forensisch vakgebied 13
1.5.1 Voorbeelden van toepassingsgebieden 13
1.5.2 Grenzen van de PC 13
1.5.3 Verschil met klinische psychologie 14
1.5.4 Nationaal Register van Gerechtsdeskundigen 15
1.5 Vragen tot gesprek 15
1.6 Voorbeelden cognitieve bias in een forensische setting 15
1.7 Beeld van forensische zorg 15
1.7.1 Patiënten 15
1.7.2 Professionals 16
1.7.3 Forensische zorg 16
1.8 Actuele uitdagingen en problemen 16
1.9 Nood aan PC in dit veld 16
HOORCOLLEGE 2 17
De forensische PC als expert in de rechtbank 17
2.1 De juridische context in belgië 17
2.1.1 Soorten rechters 17
2.1.2 Soorten misdrijven 18
2.1.3 Belangrijke nuances 18
2.1.4 Gradaties van opzet 19
2.1.5 Samenvatting 19
2.1.6 Straf of maatregel 20
2.1.7 Voorbeelden van combinaties en maatregelen 20
2.2 Classificaties en typologieën van misdaad, deviant gedrag en criminaliteit. 21
2.2.1 Geweldsmisdrijven 21
2.2.2 Vermogensdelicten 21
2.2.3 Morele misdrijven 21
2.2.4 Georganiseerde misdaad 21
1
, 2.2.5 Haatmisdrijven en terrorisme 21
2.2.6 White collar criminaliteit 21
2.2.7 Bedrijfscriminaliteit 21
2.2.8 Cybercriminaliteit 22
2.2.9 Seksueel deviant gedrag 22
2.2.10 Andere classificaties 22
2.3 Toerekeningsvatbaarheid 22
2.3.1 Belang van ogenblik van gebeurtenis 23
2.3.2 Ontoerekeningsvatbaarheidsverklaring = geen vrijheidstelling 23
2.4 Internering 24
2.5 Deskundigenverslag 24
2.5.1 Mens rea >< Actus reus 24
2.5.2 Deskundigenverslag PSYCHIATER 24
2.5.3 Doel 25
2.5.4 Onderzoek naar het motief 25
2.5.5 Stoornissen en toerekeningsvatbaarheid (Volgend HC) 25
2.5.6 Beslissingsboom rechter 25
2.5.7 Uitdaging 26
2.5.8 Ethische principes 26
2.5.9 Nood aan glijdende schaal 26
HOORCOLLEGE 3 27
Psychologische theorieën over 27
crimineel deviant gedrag 27
3.1 Connectoom 27
3.2 Relevantie 27
3.2.1 Van verklaringsmodellen 27
3.2.2 Voor psychologisch consulenten 27
3.3 Enkelvoudige theorieën 27
3.3.1 Zelfcontroletheorie (Gottfredson & Hirschi) 27
a. Zelfcontrole 28
b. Kritiek 28
3.3.2 Strain Theory (Merton – Agnew) 28
a. Kritiek 29
3.3.3 General Strain Theory (Agnew) 30
a. Kritiek 30
3.3.4 Sociale leertheorie (Akers & Bandura) 30
3.3.5 Biologische modellen 31
a. MAO-A-L (Krijgers Gen) 32
b. Hersenen (Texas tower shooting) 32
3.3.6 Persoonlijkheidstheorieën 32
a. Eysenck 32
b. Persoonlijkheidskenmerken 33
● 5-factor model 34
● Big 5 34
2
, ● ICD 11 model 34
c. Kritiek 34
3.4 Integratieve modellen 34
3.4.1 General Agression Model 34
3.4.2 Risk Needs Responsivity Model 35
3.5 Ontwikkelingsmodellen 36
3.5.1 Moffitt’s Developmental Taxonomy 36
3.5.2 Life-course-persistent offender 37
3.5.3 Adolescence limited offenders 38
3.6 Conclusie 38
HOORCOLLEGE 4 39
Link crimineel/deviant gedrag en stoornissen (deel 1) 39
4.1 Ontwikkelings-stoornissen 39
4.1.1 Autismespectrumstoornis (ASS) 39
4.1.2 Aandachtsstoornis met hyperactiviteit (ADHD) 40
4.1.3 ADHD en middelengebruik 41
4.1.4 Conclusie 41
4.2 Verslaving 41
4.3 Psychose-spectrumstoornissen 42
4.3.2 Hallucinaties en delictgedrag 43
4.4 Psychopathie 44
4.4.1 Video (Dia 27) 44
4.4.2 Psychopathie vs sociopathie vs asociale persoonlijkheidsstoornis 44
4.4.3 Psychopathie 45
4.4.4 Mythes over psychopaten 45
a. Leiderschap en psychopatische kenmerken 46
4.4.5 Psychopathie, geschiedenis 46
4.4.6 De 16 criteria 47
4.4.7 Psychopathie 48
4.4.8 Callous-Unemotional (CU) traits 48
4.4.9 Totstandkoming 48
4.5 Verklaringsmodellen 49
4.6 Ingezoomd op de behandeling 49
HOORCOLLEGE 5 50
Link crimineel/deviant gedrag en stoornissen (deel 2) 50
5.1 Persoonlijkheidsstoornissen 50
5.1.1 Wanneer spreken we over een persoonlijkheidsstoornis? 50
5.1.2 Kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis 50
5.1.3 De 3 P's van een persoonlijkheidsstoornis? 50
5.1.4 Overzicht clusters 51
a. De excentrieke cluster 51
b. Emotieproblemen 51
c. Angsten 51
5.1.5 Cluster A: vreemd of excentriek gedrag 51
3
, a. paranoïde persoonlijkheidsstoornis 51
b. schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis 52
5.1.6 Cluster B; dramatisch, emotioneel of impulsief gedrag 52
a. borderline persoonlijkheidsstoornis 52
b. antisociale persoonlijkheidsstoornis 52
c. theatrale (histrionische) persoonlijkheidsstoornis 52
d. narcistische persoonlijkheidsstoornis 52
e. Samenvattend schema 53
5.1.7 Cluster C: angstig en ontwijkend 53
a. ontwijkende (vermijdende) persoonlijkheidsstoornis 53
b. afhankelijke en obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornis 53
c. Mechanisme en verklaringen 54
HOORCOLLEGE 6 55
Seksuele delinquentie-NOG DOEN MET VIDEO 55
6.1 Verschil met… 55
6.1.1 Seksuele deviantie 55
6.1.2 Seksuele stoornis: seksuele disfuncties en parafilieën 55
a. Seksuele disfuncties 55
b. Parafiele stoornissen 55
6.1.3 Seksuele stoornis: Seksuele disfuncties 55
6.1.4 Seksuele stoornis: parafilieën 56
6.2 Seksuele delinquentie 57
6.2.1 Theoretische verklaringen 57
a. Psychodynamisch perspectief 57
b. Leertheoretisch perspectief 58
c. Cognitief-gedragsmatig model 58
d. Biologisch-neurologisch perspectief 58
e. Sociaal-ecologisch perspectief 58
6.2.2 Factoren voor het onstaan van seksueel delictgedrag 58
a. Biologische factoren 58
b. Psychologische factoren 58
c. Sociale factoren 59
d. Situationele factoren 59
6.2.3 Typologieën van daders 59
6.2.4 Diagnostiek en risicotaxatie 59
6.2.5 Behandeling en re-integratie 60
a. Psychologische behandeling 60
b. Medische interventies 60
c. reclassering en nazorg 60
6.2.6 Recidive en preventie 60
6.2.7 Ethische en maatschappelijke dilemma's 60
HOORCOLLEGE 7 61
Slachtoffer-psychologie en trauma 61
7.1 Wat betekent slachtofferschap vandaag? 61
4