Personenbelasting 2
1. Algemeen belastingplicht
1.1 Algemene principes
Algemene principes van de pb:
- 1 v/d 4 Belgische inkomstenbelastingen (Art 1 WIB) waarbij ‘inwonerschap’
en ‘natuurlijk persoon’ bepalend zijn voor de kwalificerende
belastingplichtige (Art 2 $ 1, 1° WIB)
- Belasting heeft betrekking op het wereldwijd netto-inkomen (=belastbare
grondslag) en is een synthetische (Art 6 WIB) en gepersonaliseerde
belasting
- Belastingtarief is progressief en opklimmend. Hoe hoger inkomen = hoe
hoger gem belastingtarief. Sommige inkomsten worden belast aan een
tarief op voorwaarde dat dit voor BP voordeliger is
- Belastbaar tijdperk = kalenderjaar
- Sinds IJ 2004 (AJ 2005) is de samenlevingsvorm principeel ‘fiscaal’ neutraal
- Vanaf 2015 impact 6de staatshervorming:
o Federale dotaties worden afgeschaft en gewesten krijgen
bevoegdheid om (beperkte) opcentiemen te heffen
(autonomiefactor)
o Door exclusieve bevoegdheid voor arbeidsmarkt, huisvesting en
mobiliteit kunnen gewesten hier ook regelgevend gaan in optreden
(voor fiscale aftrekken en belastingverminderingen)
2 begrippen:
- Verrekenbaarheid:
o Stel dat uw aanslag in pb 100 bedraagt, dus je moet een belasting
betalen van 100 en je hebt een voorheffing van 80 ingehouden
gekregen. Dus de vraag is mag je die 80 afhouden van die 100
zodat het saldo 20 wordt?
o Is BV verrekenbaar, mag die afgehouden worden? Ja, dat mag
o Is onroerende voorheffing verrekenbaar? Nee, we betalen PB op ons
roerende inkomen en ook belasting op onze onroerende voorheffing
o BV is een federale belasting
o Onroerende voorheffing is een gewestenbelasting, autonome
belasting
- Terugbetaalbaarheid:
o Aanslag is 100 en je hebt een voorheffing van 120, je hebt teveel
voorgeschoten (20). De vraag is nu krijg je die €20 teruggestort van
de fiscus?
o BV? Ja, je krijgt dit teruggestort
o Onroerende voorheffing? Nee!
o Verschil gemeenschap en gewest:
Gemeenschap = taal-cultuur gebonden
Gewesten = economisch verbonden
3 rechtscolleges:
1
, - Hof van Cassatie
- Raad van staten
- Grondwettelijk hof
2025 = inkomstenjaar (belastbaar tijdperk)
Inhoudingen gebeuren door schuldenaar van het inkomen:
o WG houdt BV in op loon van WN
o Bank houdt roerende voorheffing in op interesten en dividenden van
spaarder
o Zelfstandige ondernemers doen voorafbetalingen
2026 = aanslagjaar
Vanaf 1/1 van het AJ:
o BP moet aangifte doen van zijn of haar wereldwijd netto-inkomen
o Kan PB berekend worden en worden voorheffingen verrekend (evt
terugbetaald)
o Start controletermijn voor belastingadministratie om correctheid van
aangifte te controleren
1.2 Belastingplichtige (Art 2 tot 5/2 WIB)
Art 3 WIB = iedere rijksinwoner is onderworpen aan PB
Rijksinwoner (Art 2 $ 1 WIB 92):
- Iedere natuurlijke persoon die in België zijn woonplaats of wanneer er geen
woonplaats is, de zetel van fortuin (= plaats van waaruit het ‘fortuin’ wordt
beheerd) heeft gevestigd
o Betreft een beoordeling in feite (feitelijke toestand) en kenmerkt
zich door een zekere bestendigheid (duurzaam verblijf)
o Inschrijving in Rijksregister van natuurlijke personen (weerlegbaar
vermoeden)
o Vestiging van het gezin (onweerlegbaar vermoeden)
o Voor jaar van feitelijke scheiding wordt de fiscale woonplaats geacht
overeen te komen met de laatste echtelijke verblijfplaats van gezin
Pb gelokaliseerd in Gewest en gemeente waar BP op 1/1 van AJ zijn fiscale
woonplaats heeft
Gewesten = niet bevoegd om eigen criteria naar voor te schuiven om fiscale
woonplaats te bepalen
Bv:
Een belastingplichtige verhuist op 24 maart 2024 van Bastogne naar Gent:
het volledige inkomstenjaar 2024 (aanslagjaar 2025) wordt geacht
‘Vlaams’ te zijn en enkel de Gentse opcentiemen zijn van toepassing;
Een belastingplichtige immigreert op 02 juni 2024in België: vanaf 2 juni is
deze persoon onderworpen aan de Belgische personenbelasting –
2
, beoordeling toepasselijke gewestelijke regeling gebeurt op 1 januari van
het aanslagjaar (AJ 2025)
Steven en Lotte zijn sinds 2018 gehuwd. Wanneer Steven de echtelijke
woning in Jette (Brussels hoofdstedelijk gewest) op 16.05.2024 verlaat en
terug bij zijn moeder in Groot-Bijgaarden (Vlaams gewest) gaat wonen,
zullen zijn inkomsten en uitgaven van het ganse jaar 2024 het fiscaal
regime van het Brussels hoofdstedelijk gewest ondergaan.
Wie is er niet onderworpen aan PB (Art 4 Voor
WIB): het jaar waarin de
- feitelijke
Buitenlandse diplomatieke ambtenaren en de scheiding
consulaire
plaatsvindt
beroepsambtenaren die in België zijn wordt
geaccrediteerd, huneen
inwonende
gezinsleden en sommige medewerkers
gemeenschappelijke(Verdrag van
van deze zendingen
Wenen 1961 en 1963)
-
aanslag gevestigd
Op voorwaarde van wederkerigheid, de ambtenaren en
vertegenwoordigers van vreemde Staten indien ze de Belgische
nationaliteit niet bezitten of geen duurzaam verblijf houden in België
- Natuurlijke personen ingeschreven in het wachtregister, met uitzondering
van personen die vóór hun inschrijving in het wachtregister hun zetel van
fortuin reeds in België hadden gevestigd
- ‘Exceptie van fiscale woonplaats’ vermeld in diverse verdragen (bv. EU,
SHAPE, IMS, enz. …)
Internationaal recht primeert op intern Belgisch recht!
1.3 Bepaling van de belastbare grondslag
Netto OI – Netto RI – Netto BI – Netto DI
Totaal netto-inkomen
-Betaalde onderhoudsuitkeringen
= gezamenlijk belastbaar inkomen
Per categorie:
1) Hoedanigheid BP
2) Bruto-inkomen (+)
3) Vrijstellingen (0)
4) Kosten (-)
5) Fiscale aftrek (-)
4 belastbare handelingen:
- Leveren van een goed
- Verrichten van een dienst
- Invoer
3
, - Intracommunautaire verwerving
Wie krijgt netto bezoldiging?
- Personen die een arbeidsovk hebben
Wie krijgt onroerend inkomen?
- Als je een zakelijk recht hebt op dat goed, eigenaar
Wat is vrijgesteld van belasting?
- Ecocheques, vrijstelling woon-werkverkeer,…
1.4 Het aanslagstelsel (Art 126 – 129 WIB)
Principe:
- Per BP wordt 1 aanslag (=berekening van het belastbaar inkomen en de
belasting) gevestigd en dient er 1 aangifte ingediend te worden
Uitzondering:
o Gemeenschappelijk aanslag op naam van beide partners in geval van
huwelijk of wettelijke samenwoning maar belastbaar inkomen en de
belastingberekening wordt echt wel in de gemeenschappelijke aanslag
per echtgenoot afzonderlijk vastgesteld en berekend (= decumul of 2
aanslagbasissen)
Gemeenschappelijke aanslag wordt niet gevestigd voor:
- Jaar van huwelijk of verklaring van wettelijke samenwoning
- Jaar van ontbinding huwelijk (echtscheiding of scheiding van tafel en bed)
of wettelijke samenwoning
- Jaar volgend op jaar van feitelijke scheiding, tenzij later ongedaan is
gemaakt
- Jaar waarin echtgenoot beroepsinkomsten heeft verkregen > €13.050 (AJ
2025) dewelke bij ovk zijn vrijgesteld zonder progressievoorbehoud
Voor het jaar van overlijden mag gekozen worden tussen gemeenschappelijke en
afzonderlijke aanslag -> keuze voor gemeenschappelijke aanslag dient
uitdrukkelijk te worden gemaakt
1.5 De gemeenschappelijke aanslag
Iedere BP wordt in principe belast op zijn/haar ‘eigen’ inkomsten:
- ‘eigen’ onroerende en roerende inkomsten obv het zakelijk recht en opb
het huwelijksvermogensrecht (enkel voor gehuwden)
- ‘eigen’ beroepsinkomsten voortkomend uit de persoonlijke
beroepsactiviteit (na toepassing art 86 en 89 WIB)
- De ‘eigen’ diverse inkomsten (Art 90, 1° tot 4° en 12° WIB)
4
1. Algemeen belastingplicht
1.1 Algemene principes
Algemene principes van de pb:
- 1 v/d 4 Belgische inkomstenbelastingen (Art 1 WIB) waarbij ‘inwonerschap’
en ‘natuurlijk persoon’ bepalend zijn voor de kwalificerende
belastingplichtige (Art 2 $ 1, 1° WIB)
- Belasting heeft betrekking op het wereldwijd netto-inkomen (=belastbare
grondslag) en is een synthetische (Art 6 WIB) en gepersonaliseerde
belasting
- Belastingtarief is progressief en opklimmend. Hoe hoger inkomen = hoe
hoger gem belastingtarief. Sommige inkomsten worden belast aan een
tarief op voorwaarde dat dit voor BP voordeliger is
- Belastbaar tijdperk = kalenderjaar
- Sinds IJ 2004 (AJ 2005) is de samenlevingsvorm principeel ‘fiscaal’ neutraal
- Vanaf 2015 impact 6de staatshervorming:
o Federale dotaties worden afgeschaft en gewesten krijgen
bevoegdheid om (beperkte) opcentiemen te heffen
(autonomiefactor)
o Door exclusieve bevoegdheid voor arbeidsmarkt, huisvesting en
mobiliteit kunnen gewesten hier ook regelgevend gaan in optreden
(voor fiscale aftrekken en belastingverminderingen)
2 begrippen:
- Verrekenbaarheid:
o Stel dat uw aanslag in pb 100 bedraagt, dus je moet een belasting
betalen van 100 en je hebt een voorheffing van 80 ingehouden
gekregen. Dus de vraag is mag je die 80 afhouden van die 100
zodat het saldo 20 wordt?
o Is BV verrekenbaar, mag die afgehouden worden? Ja, dat mag
o Is onroerende voorheffing verrekenbaar? Nee, we betalen PB op ons
roerende inkomen en ook belasting op onze onroerende voorheffing
o BV is een federale belasting
o Onroerende voorheffing is een gewestenbelasting, autonome
belasting
- Terugbetaalbaarheid:
o Aanslag is 100 en je hebt een voorheffing van 120, je hebt teveel
voorgeschoten (20). De vraag is nu krijg je die €20 teruggestort van
de fiscus?
o BV? Ja, je krijgt dit teruggestort
o Onroerende voorheffing? Nee!
o Verschil gemeenschap en gewest:
Gemeenschap = taal-cultuur gebonden
Gewesten = economisch verbonden
3 rechtscolleges:
1
, - Hof van Cassatie
- Raad van staten
- Grondwettelijk hof
2025 = inkomstenjaar (belastbaar tijdperk)
Inhoudingen gebeuren door schuldenaar van het inkomen:
o WG houdt BV in op loon van WN
o Bank houdt roerende voorheffing in op interesten en dividenden van
spaarder
o Zelfstandige ondernemers doen voorafbetalingen
2026 = aanslagjaar
Vanaf 1/1 van het AJ:
o BP moet aangifte doen van zijn of haar wereldwijd netto-inkomen
o Kan PB berekend worden en worden voorheffingen verrekend (evt
terugbetaald)
o Start controletermijn voor belastingadministratie om correctheid van
aangifte te controleren
1.2 Belastingplichtige (Art 2 tot 5/2 WIB)
Art 3 WIB = iedere rijksinwoner is onderworpen aan PB
Rijksinwoner (Art 2 $ 1 WIB 92):
- Iedere natuurlijke persoon die in België zijn woonplaats of wanneer er geen
woonplaats is, de zetel van fortuin (= plaats van waaruit het ‘fortuin’ wordt
beheerd) heeft gevestigd
o Betreft een beoordeling in feite (feitelijke toestand) en kenmerkt
zich door een zekere bestendigheid (duurzaam verblijf)
o Inschrijving in Rijksregister van natuurlijke personen (weerlegbaar
vermoeden)
o Vestiging van het gezin (onweerlegbaar vermoeden)
o Voor jaar van feitelijke scheiding wordt de fiscale woonplaats geacht
overeen te komen met de laatste echtelijke verblijfplaats van gezin
Pb gelokaliseerd in Gewest en gemeente waar BP op 1/1 van AJ zijn fiscale
woonplaats heeft
Gewesten = niet bevoegd om eigen criteria naar voor te schuiven om fiscale
woonplaats te bepalen
Bv:
Een belastingplichtige verhuist op 24 maart 2024 van Bastogne naar Gent:
het volledige inkomstenjaar 2024 (aanslagjaar 2025) wordt geacht
‘Vlaams’ te zijn en enkel de Gentse opcentiemen zijn van toepassing;
Een belastingplichtige immigreert op 02 juni 2024in België: vanaf 2 juni is
deze persoon onderworpen aan de Belgische personenbelasting –
2
, beoordeling toepasselijke gewestelijke regeling gebeurt op 1 januari van
het aanslagjaar (AJ 2025)
Steven en Lotte zijn sinds 2018 gehuwd. Wanneer Steven de echtelijke
woning in Jette (Brussels hoofdstedelijk gewest) op 16.05.2024 verlaat en
terug bij zijn moeder in Groot-Bijgaarden (Vlaams gewest) gaat wonen,
zullen zijn inkomsten en uitgaven van het ganse jaar 2024 het fiscaal
regime van het Brussels hoofdstedelijk gewest ondergaan.
Wie is er niet onderworpen aan PB (Art 4 Voor
WIB): het jaar waarin de
- feitelijke
Buitenlandse diplomatieke ambtenaren en de scheiding
consulaire
plaatsvindt
beroepsambtenaren die in België zijn wordt
geaccrediteerd, huneen
inwonende
gezinsleden en sommige medewerkers
gemeenschappelijke(Verdrag van
van deze zendingen
Wenen 1961 en 1963)
-
aanslag gevestigd
Op voorwaarde van wederkerigheid, de ambtenaren en
vertegenwoordigers van vreemde Staten indien ze de Belgische
nationaliteit niet bezitten of geen duurzaam verblijf houden in België
- Natuurlijke personen ingeschreven in het wachtregister, met uitzondering
van personen die vóór hun inschrijving in het wachtregister hun zetel van
fortuin reeds in België hadden gevestigd
- ‘Exceptie van fiscale woonplaats’ vermeld in diverse verdragen (bv. EU,
SHAPE, IMS, enz. …)
Internationaal recht primeert op intern Belgisch recht!
1.3 Bepaling van de belastbare grondslag
Netto OI – Netto RI – Netto BI – Netto DI
Totaal netto-inkomen
-Betaalde onderhoudsuitkeringen
= gezamenlijk belastbaar inkomen
Per categorie:
1) Hoedanigheid BP
2) Bruto-inkomen (+)
3) Vrijstellingen (0)
4) Kosten (-)
5) Fiscale aftrek (-)
4 belastbare handelingen:
- Leveren van een goed
- Verrichten van een dienst
- Invoer
3
, - Intracommunautaire verwerving
Wie krijgt netto bezoldiging?
- Personen die een arbeidsovk hebben
Wie krijgt onroerend inkomen?
- Als je een zakelijk recht hebt op dat goed, eigenaar
Wat is vrijgesteld van belasting?
- Ecocheques, vrijstelling woon-werkverkeer,…
1.4 Het aanslagstelsel (Art 126 – 129 WIB)
Principe:
- Per BP wordt 1 aanslag (=berekening van het belastbaar inkomen en de
belasting) gevestigd en dient er 1 aangifte ingediend te worden
Uitzondering:
o Gemeenschappelijk aanslag op naam van beide partners in geval van
huwelijk of wettelijke samenwoning maar belastbaar inkomen en de
belastingberekening wordt echt wel in de gemeenschappelijke aanslag
per echtgenoot afzonderlijk vastgesteld en berekend (= decumul of 2
aanslagbasissen)
Gemeenschappelijke aanslag wordt niet gevestigd voor:
- Jaar van huwelijk of verklaring van wettelijke samenwoning
- Jaar van ontbinding huwelijk (echtscheiding of scheiding van tafel en bed)
of wettelijke samenwoning
- Jaar volgend op jaar van feitelijke scheiding, tenzij later ongedaan is
gemaakt
- Jaar waarin echtgenoot beroepsinkomsten heeft verkregen > €13.050 (AJ
2025) dewelke bij ovk zijn vrijgesteld zonder progressievoorbehoud
Voor het jaar van overlijden mag gekozen worden tussen gemeenschappelijke en
afzonderlijke aanslag -> keuze voor gemeenschappelijke aanslag dient
uitdrukkelijk te worden gemaakt
1.5 De gemeenschappelijke aanslag
Iedere BP wordt in principe belast op zijn/haar ‘eigen’ inkomsten:
- ‘eigen’ onroerende en roerende inkomsten obv het zakelijk recht en opb
het huwelijksvermogensrecht (enkel voor gehuwden)
- ‘eigen’ beroepsinkomsten voortkomend uit de persoonlijke
beroepsactiviteit (na toepassing art 86 en 89 WIB)
- De ‘eigen’ diverse inkomsten (Art 90, 1° tot 4° en 12° WIB)
4