Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

samenvatting communicatie

Note
-
Vendu
-
Pages
66
Publié le
08-01-2026
Écrit en
2025/2026

Alle leerstof van de ppw












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
8 janvier 2026
Nombre de pages
66
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Aperçu du contenu

Communicatiewetenschappen : Beknopte samenvatting
HOOFDSTUK 1 : inleiding :
Ontstaan communicatiewetenschappen :
- Na WOII (wat doet propaganda met mensen)
- In Europa vanaf 1950  zelfstandige discipline
Waarom is communicatie belangrijk/nuttig voor andere wetenschappen?
1. Sociologie : media zijn een belangrijke socialisatiebron
2. Politiek: media als 4e macht (na wettelijke, rechterlijke en uitvoerende)
3. (Social) profit organisaties : voor bedrijven en organisaties is comm.
essentieel
4. Mediaprofessionals : journalisten spelen cruciale rol in democratie +
communicatieverantwoordelijkheden zijn cruciaal bij crisissen
Heath & Bryant : 4 invalshoeken van communicatietheorie
1. Retoriek : ontwikkeld door Aristoteles (hoe sprekers publiek kunnen
overtuigen). Hij onderscheidde drie overtuigingsmiddelen : ethos, pathos
en logos.
2. Propaganda en media-effecten : Voor en tijdens WOI & II . Hoe media
mensen beïnvloed, manipuleert of overtuigt. Propaganda als krachtig
middel op opinies/gedrag te sturen.
3. Informatietheorie : hoe kan informatie efficiënt + correct elektronisch
worden verstuurd?
4. Groepsdynamica : dit perspectief kijkt naar de communicatie tussen
personen in groepen. Twee perspectieven : 1) Lewin (leiderschap) 2) Mead
(identiteit)

HOOFDSTUK 2 : BASISCONCEPTEN:
2.1 Inleiding :
Communicatiewetenschap = wil de realiteit begrijpen en verklaren dmv
theorieën, concepten en modellen, en empirisch onderzoek. (wetenschappelijk
statements onderzoeken (gamen)). Bestaat tussen de psychologie en sociologie.
Social learning theory = mensen leren gedrag door observatie, maar enkel als
gedrag beloond of sociaal aanvaard wordt.
Anxious generation ; boek legt link tussen mentale problemen en sociale
media Communicatiedenkers zijn kritisch : correlatie betekent niet automatisch
causaliteit.
2.2 Wat is communicatie
Er bestaan meerdere definities :
1. Communicatie als overdracht van informatie : klemtoom op zender
2. Communicatie als uitwisseling van informatie : ideeën gemeenschappelijk
maken
3. Communicatie als verbinding of verkeer : communicatie wordt gezien als
transport

,Tegenspraak van Fauconnier (1981) : geen enkele definitie is dé definitie van
communicatiewetenschappen. Hij was de grondlegger van com. Wet. In
Vlaanderen. Een definitie is goed als ze : 1)
bruikbaar is in bepaalde visie 2) logisch en consistent is 3) niet innerlijk
tegenstrijdig is. Welke def je gebruikt, hangt af van wat je onderzoekt.


Heath en Bryant (1992) :
- Vier invalshoeken van communicatietheorie
- Twee communicatiescholen
Zij omschreven twee veel voorkomende visie in definities als scholen:
1) Processchool = comm als overdracht (of transmissie ) van boodschappen
 Focus op zenders encoderen (zender zet gedachten om in signalen),
ontvangers decoderen (ontvanger begrijpt en verwerkt die signalen)
, efficiënt gebruiken van kanalen en media
 Communicatie is een beïnvloedingsproces (doel om iets te bereiken)
: zender wil ontvanger beïnvloeden (éénzijdig proces)
 Communicatiefout ontstaat wanneer bedoelde effect niet bereikt
wordt
2) Betekeniscreatieschool = comm als de productie en uitwisseling van
betekenissen
 Boodschappen interageren met mensen om betekenissen te creëren
 zender en ontvanger staan op gelijke hoogte (geen éénzijdig
proces)
 Communicatie is een dynamisch proces
 Verschillende interpretaties zijn niet automatisch fouten , maar
kunnen het gevolg zijn van : culturele verschillen of persoonlijke
ervaringen
 Uitgezonden boodschap van zender kan andere betekenis krijgen bij
ontvanger
Communicatiewetenschappen bestudeert de producten van communicatie
(krantenartikelen, reclame, kunst,..)  Teksten maken en lezen zijn
parallelprocessen.
2.3 Breek/discussiepunten in de definities van communicatie :
1) Intentionaliteit = er moet intentie zijn om te communiceren
 McQuail onderscheidt vier situaties (passief-actief model)R:
ontvanger K : zender
o Actief – Actief
o Passief – Actief
o Actief – Passief
o Passief – Passief
 Visies op intentionaliteit :
o Teleologische visie (processchool) : alleen situaties met
intenties zijn communicatie (sit 1 en soms sit 3)
o Gedragsopvatting : alle menselijk gedrag is communicatief
(1-4).

, o Probleem : intentie is vaak moeilijk vast te stellen of zelfs
verborgen
2) Geslaagdheid = comm is geslaagd (GC) wanneer aan alle voorwaarden
is voldaan
 Formule van Fauconnier : GC = T + Ox + Ib = Ub
 GC = geslaagde communicatie
 Voorbeeld : Temptation Island – Tim & Deborah
3) Observatieniveau = commwetenschap beperkt zich tot menselijke
communicatie. Er zijn verschillende observatieniveaus
 Intrapersoonlijk = comm met jezelf
 Interpersoonlijk = comm tussen 2 personen (met een vriend)
 Groepscommunicatie = comm in kleine groep (klas)
 Organisatiecommunicatie = comm binnen organsitie (unief naar
studenten)
 Massacommunicatie = comm van één naar velen (radio)
 Recent ook aandacht voor niet-menselijke comm zoals AI
4) Richting van de communicatie : gaat comm één richting uit of is ze
wederkerig?
 Processchool  Éénrichtingsverkeer
 Betekeniscreatieschool of gedragsopvatting  Tweerichtingsverkeer
 ICT : hybride vorm met voortdurende feedback
2.4 Elementen in het communicatieproces
1) zender/bron
 bron = communicator (de persoon die de booschap verstuurt)
 zender = medium (het technische apparaat)
2) Ontvanger/bestemmeling
 Bestemmeling = communicator (de persoon die de boodschap
ontvangt)
 Ontvanger = medium
3) Boodschap
= de inhoud die wordt overgedragen van de zender naar de ontvanger.
Boodschappen bestaan uit tekens die betekenis hebben. Elk teken heeft 1)
signifiant 2) signifié  3 categorieën tekens : 1) symbolen 2) iconen 3)
indices
4) Signaal
= dragers van tekens, de materiële vorm waarin de boodschap wordt
verzonden
 Primaire signalen : directe communicatie (face-to-face-
communicatie)
 Secundaire signalen : indirect communicatie (mechanische of
elektrische wijze)
5) Kanaal
 Drager van het signaal of de fysieke weg waarlangs signalen
worden verstuurd
 Het overbrugt de scheiding (tijd en/of ruimte) tussen zender en
ontvanger, het verbindt hen (internetwerken, kabels,…)
6) Medium
 Het medium is een (technisch-)hulpmiddel dat een boodschap
draagt of mogelijk maakt. Het zet boodschappen om in signalen die

, via een kanaal worden verzonden, waardoor communicatie mogelijk
wordt over tijd en/of ruimte.
7) Ruis
 Elke stimulus die de ontvangst van een boodschap belemmert (alles
wat het begrijpen van de boodschap verstoort) : invloed op
Ontvanger
 Dit concept komt uit de processchool : ruis beïnvloedt de overdracht
 4 categorieën van ruis :
o Fysieke/mechanische/kanaalruis : lawaai, slechte verbinding
o Psychologische ruis : afleiding, emoties
o Fysiologische ruis : vermoeidheid, honger
o Semantische ruis : andere taal, jargon
8) Feedback
 De info die de ontvanger stuurt naar de zender zodat die het
communicatieproces kan evalueren.
 Kan verbaal (“ik snap het”) of non-verbaal (knikken) zijn
 Kan onmiddellijk (gesprek) of uitgesteld (later reageren op bericht)
zijn
 Belangrijk : feedback maakt communicatie dynamisch en
bijstuurbaar
o In eenrichtingscomm is feedback niet noodzakelijk/mogelijk
o In tweerichtingscommunicatie is feedback essentieel om
betekenis af te stemmen.
Tekening uitleg : communicatieproces = bron/zender verstuurd boodschap
waarbij een gedacht inhoud wordt opgezet in tekens die door middel van een
medium worden omgezet in signalen die via een kanaal worden doorgestuurd
naar de ontvanger/bestemmeling.
Classificatie van media/medium (Bordewijk & Van Kaam)  hoor
eigenlijk bij 6) medium
Zij delen media in op basis van :
 Controle over de informatiebron (kolommen) : wie bezit de inhoud?
 Controle over tijd en onderwerpskeuze (rijen) : wie beslist wanneer en
wat?
 Ingedeeld op basis van centraal en individueel
1. Allocutie = zenden van informatie van één naar velen (tv-uitzending)
2. Registratie = systeem verzamelt gegevens over gebruikers (Cookies)
3. Consultatie = gebruiker zoekt actief info op (Wikipedia)
4. Conversatie = interactie tussen gebruikers (Whatsapp)
Sociale media als medium :
Bevat alle 4 componenten in één van de classificatie van media. Daarom worden
ze meta-medium genoemd
Sociale media = internettoepassingen die gebaseerd zijn op Web 2.0 : interactie
en samenwerking. Ze maken het mogelijk dat gebruikers content maken delen
(user generated content). Daarom noemen ze meta-medium : ze combineren veel
soorten communicatie in één.
€10,16
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
xantheliekens

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
xantheliekens Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
4
Membre depuis
11 mois
Nombre de followers
0
Documents
9
Dernière vente
3 jours de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions