functieleer, deel 1
inhoudstafel → laatste pagina
2. waarneming
2.1 belang
1. venster op de wereld
→ dankzij waarneming: wereld kennen + gedrag aanpassen
→ mens = visuele diersoort (infovoor)
→ ⅓ v brein verwerkt visuele info
2. venster op de geest
→ dankzij waarneming: antwoorden op geest-lichaam probleem
geest-lichaam probleem:
prikkels → raken netvlies → zenuwbaan naar hersenen → waarneming
waarneming: bv. smaak v aardbei = subjectief
→ overgang: fysieke prikkels → subjectieve beleving = mysterie
→ probleem v geest-lichaam/bewustzijn: waar en wanneer ontstaat bewustzijn?
→ waarneming bestuderen: helpt ons om op die vraag antwoord proberen vinden
→ 1 vd laatste groot mysterie voor de wetenschap
__________________________________________________________________________________________
, J.W. 2025-2026
2.2 centrale vraag
‘why do things look the way they do?’ - Koffka
2 antwoorden:
- omdat dingen zijn wat ze zijn
→ objectieve werkelijkheid draagt bij aan onze werkelijkheid
- omdat wij zijn wie we zijn
→ waarnemer zelf levert grote bijdrage
→ combinatie beantwoord vraag
centrale vraag: heeft te maken met:
- objectivisme vs. subjectivisme
- materialisme vs. idealisme
- empirisme vs. rationalisme
___________________________________________________________________________________________
, J.W. 2025-2026
2.3 enkele noties v oog en visueel brein
→ bouw + werk v oog en brein: belangrijke implicaties over hoe waarneming begrijpen
belangrijk inzicht:
het oog is geen perfect optisch instrument:
→ niet de beste camera om visuele prikkels op te pikken
- evolutie vs. intelligent design
→ oog is zo geworden door evolutie
→ oog bewijst: geen designer (bv. God) die oog heeft ontworpen (zou anders beter zijn)
- biologisch systeem vs. artefact
→ oog = biologisch systeem
→ oog ≠ gemaakt iets
kernidee:
visuele waarneming ≠ perfecte registratie van de fysische realiteit
visuele waarneming = wel een subjectieve constructie (voorstelling)
→ bv. optische illusies
besluit:
waarneming toont niet perfect de werkelijkheid, M maakt een subjectieve voorstelling
, J.W. 2025-2026
het oog is geen camera:
oog = bol
licht komt naar binnen → kleine opening vooraan
licht wordt door lens afgebogen
licht wordt geprojecteerd op netvlies achteraan
→ netvlies heeft lichtgevoelige cellen
→ oog bestaat uit meerdere componenten M geen perfect optisch instrument
5 verklaringen:
1. lichtgevoelige receptoren (= kegeltjes en staafjes)
→ achteraan oog in netvlies (= retina)
→ niet handig: er zit veel rommel voor die receptoren → vervormt het licht
2. die kegeltjes (cones) zitten enkel in de fovea
→ in het midden (enkel daar = detail geregistreerd)
→ staafjes (rods) zitten overal → M minder goed voor detail
3. daardoor: scherpte neemt erg af in periferie
→ periferie zicht = wazig
4. voor kegeltjes en staafjes: veel andere cellen
→ belemmert ook visie
5. blinde vlek: ter hoogte v optische zenuw
vertrek zenuwbaan: geen receptoren (geen lichtgevoelige cellen)
→ licht niet geregistreerd (naast fixatiepunt)