• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 115 pages
Resume

samenvatting verbintenissenrecht 2026

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 115 pages

Deze samenvatting van het verbintenissenrecht is opgebouwd op basis van de lessen van prof. Brit Weyts. De PowerPoints uit de les zijn verwerkt en aangevuld waar nodig. Voor de moeilijkere onderdelen is ook het handboek gebruikt, zodat de uitleg duidelijker en vollediger is. Daarnaast zijn er veel voorbeelden opgenomen die tijdens de lessen aan bod kwamen, om de leerstof beter te begrijpen en toe te passen.

Aperçu du contenu

VERBINTENISSENRECHT
Prof. B. Weyts

Emma Poortmans

, VERBINTENISSENRECHT – prof B. Weyts
UITGANGSPUNTEN:


● Verbintenissenrecht anno 2020.
o Waar gaat het verbintenissenrecht naartoe?
o Wetsontwerp voor een nieuw verbintenissenrecht van Koen Geens
(geen kracht van wet geworden).
o Evolutie (ipv revolutie): loutere hercodificatie?
o Wat is de toekomst van het verbintenissenrecht?
● Verbintenissenrecht = “Moeder van het recht”
o Omvat:
Verbintenissen uit eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen

Verbintenissen uit rechtsfeiten (= feit waaraan de rechtsgevolgen
gekoppeld wordt) => BCA en oneigenlijke contracten Vb: iemand
krast op wagen  vandalisme (buitencontractuele relatie tav
schadeverwekker)
o Kern van het privaatrecht: regelt de verhoudingen tussen individuen
<-> publiekrecht: regelt de rechtsverhoudingen tussen overheid en
individuen.

Verduidelijking van het begrip individu: een titularis van een subjectief
recht (natuurlijk persoon [NP] of een rechtspersoon [RP])
o Het dagelijks leven is ermee doordrongen.  aankoop brood, huwelijk, …

● Doelstellingen verbintenissenrecht:
o Bindende kracht overeenkomst m.h.o. op een efficiënt en rechtszeker verloop van
het rechtsverkeer (rechter mag niet zomaar herschrijven)
o Contractsvrijheid gehuldigd, steunend op individuele vrijheid en autonomie 
iedereen is vrij om te contracteren
o Maatschappelijke rechtvaardigheid  idealiter iedereen zelfde kennis enzovoort
maar in praktijk is dat niet  machtsonevenwichten

● Recente evolutie van oud naar nieuw recht
o Regels van oud BW van 1804 (= code Napoleon) achterhaald?
o Maar rechtspraak heeft gezorgd voor evolutie, waardoor verbintenissenrecht de
“tand des tijds” relatief goed heeft doorstaan.
o Hoge verwachtingen van Boek 5 BW (ook boek 1)




1

,DEEL 1: HET BEGRIP VERBINTENIS EN DE SOORTEN
VERBINTENISSEN.
HOOFDSTUK 1: HET BEGRIP VERBINTENIS.
Een vermogensrechtelijke verbintenis.
● Definitie: art. 5.1 BW = Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een
schuldeiser van een schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een
prestatie mag eisen.
o Ontleding definitie:
A. Het is een rechtsband tussen personen. (bv: huurder en verhuurder)
B. Ontstaan uit een Rechtshandeling [RH] of een andere menselijke
gedraging waaraan de wet of rechtspraak rechtsgevolgen
vastknoopt.
C. Met als voorwerp het doen ontstaan van in geld waardeerbare
aanspraken.
D. Kan in rechte worden afgedwongen.

A. RECHTSBAND TUSSEN PERSONEN.
● Tussen minstens 2 personen.

● Waarbij de ene een vorderingsrecht heeft op de andere (= een aanspraak
aan een persoon op een bepaalde gedraging).
● <-> zakelijk recht: geeft zeggenschap op een zaak (vb. eigendom, vruchtgebruik,
erfpacht, opstal, …).
● Verschil in geldingskracht!
Zakelijk recht: geldt erga omnes (= een absolute werking = moet
door iedereen gerespecteerd worden). Bv: eigendomsrecht op stuk grond
Verbintenis: geldt in principe inter partes (gelden in beginsel tussen
partijen; derden hebben in beginsel geen uitstaan mee)
● Dit moet echter genuanceerd worden: zien we later!

B. ONTSTAAN UIT RH OF ANDERE GEDRAGINGEN (ZOALS RECHTSFEITEN).
● Een rechtshandeling = een handeling waarbij rechtsgevolgen worden beoogd (art.
1.3 BW)
o Eenzijdig of meerzijdig.
Uit overeenkomst: rechtsband tussen minstens 2 personen =>
meerzijdige RH met het oog op het doen ontstaan van
rechtsgevolgen.
● Vb. koop, huur, …

Uit eenzijdige RH: ook erkent door Cassatie.

● Onderscheiden van rechtsfeiten. (≠ rechtshandeling)
o Staan centraal in het BCA.
o Geen rechtsgevolgen beoogt.
o Vb. fout, gebrekkige zaak, …
o art. 5.3 BW

C. MET HET ONTSTAAN VAN IN GELD WAARDEERBARE AANSPRAKEN TOT VOORWERP.
● Verbintenis om iets te doen, niet te doen of iets te geven (overdracht van een
2

, zakelijk recht).

● Onderscheid dat vaak gemaakt wordt: Inspannings- of resultaatsverbintenis.

● Maakt in het vermogen van de schuldeiser [SE] een in geld waardeerbare
vermogenspost uit en in het vermogen van de schuldenaar [SA] een passief dat
zijn vermogen belast. Bv: ik verkoop boek voor €70 en er wordt een akkoord
gesloten. Die €70 zal dan een in geld waardeerbare vermogenspost uitmaken in
het vermogen van de schuldeiser

D. KAN IN RECHTE WORDEN AFGEDWONGEN.
● Bij niet vrijwillige uitvoering van de verbintenis: afdwingbaarheid in
rechte, eventueel onder dwangsom. Bv: €10 /dag vanaf te laat leveren
● Onderscheid met andere verbintenissen zoals de natuurlijke verbintenissen en de
vriendschappelijke afspraken. Bv: we spreken af dat ik je volgende week naar het
station breng  niet afdwingbaar in de rechtbank

NATUURLIJKE VERBINTENIS:
Art. 5.2 BW
= verbintenis waarvan de uitvoering niet kan worden afgedwongen. Restitutie is niet mogelijk
voor een natuurlijke verbintenis die zonder vergissing of dwang werd nagekomen. De erkenning,
zonder vergissing of dwang, van een natuurlijke verbintenis doet een verbintenis ontstaan.

Restitutie is niet mogelijk  zie lid 2  in principe tot niets gehouden maar wel terugvordering
onmogelijk wnr zonder vergissing en zonder dwang betaald.

Uitgangspunt: situeren tussen morele plichten en vermogensrechtelijke verbintenissen?
● Morele plichten: men voelt zich moreel verplicht om dit te doen => niet in rechte
afdwingbaar.

● Wanneer omzetting in vermogensrechtelijke verbintenis?
o Afweging is niet gemakkelijk
o Door bepaalde gedragingen (bv. Financieel instaan voor de opvoeding
van een kind) kan een persoon zijn louter moreel engagement omzetten in
een natuurlijke verbintenis.
o Deze kan afdwingbaar worden en dus een vermogensrechtelijke
verbintenis genoemd worden.
o 2 voorwaarden:
1. De schuldenaar moet erkennen dat hij tot nakoming is gehouden
door de vrijwillige nakoming van een louter morele plicht
● Verbintenis die geldig bestaat maar die in beginsel niet in rechte
kan worden afgedwongen, hoewel ze – wanneer ze vrijwillig werd
nagekomen- niet kan leiden tot de terugvordering van prestaties
[artikel 1235, lid 2 BW].
2. De gehoudenheid van de schuldenaar wordt door de maatschappij
als vanzelfsprekend aanvaard
● Noopt tot terughoudendheid = niet alles wat iemand belooft of
doet, mag zomaar als een juridische verbintenis worden gezien
● Rekening houdend met maatschappelijke evoluties = Wat de
maatschappij “vanzelfsprekend” vindt, kan doorheen de tijd
veranderen



3

Table des matières

  1. 01 Ontleding definitie: 3
  2. 02 Eenzijdig of meerzijdig. 3
  3. 03 2 voorwaarden: 4
    1. = verbintenis die meerdere prestaties tot voorwerp heeft die door de partijen als ondeelbaar worden beschouwd. = een verbintenis waarbij de schuldenaar meerdere prestaties tegelijk moet leveren aan de schuldeiser. 6
    2. = Verbintenis die betrekking heeft op meerdere prestaties waarvan er slechts één moet worden uitgevoerd opdat SA bevrijd is van zijn contractuele verbintenissen. 7
    3. = de schuldenaar kan zich bevrijden door andere prestaties te leveren dan degene die werd bedongen. 7
    4. = meerdere schuldeisers waarbij elke schuldeiser van de schuldenaar een betaling van de gehele schuld kan vorderen. Betaling SA aan 1 v/d SE’s bevrijdt hem. (= meerdere schuldeisers en 1 schuldenaar) (contract & wet) 8
    5. = meerdere schuldenaars waarbij de schuldeiser mag kiezen welke schuldenaar hij aanspreekt tot betaling van de schuld. (= 1 schuldeiser en meerdere schuldenaars) 8
    6. Opschortend of ontbindend karakter. 12
    7. Een objectief karakter. 13
    8. Een bijkomend karakter. 13
    9. Geen ongeoorloofde voorwaarde 14
    10. Geen onmogelijke voorwaarde 14
  4. 04 Artikel 5.140 tweede lid BW 14
  5. 05 Interpretatie van de voorwaarde: 14
  6. 06 → Art. 5.143 BW 14
    1. Partijen mogen aard van de (opschortende of ontbindende) voorwaarde bepalen 14
    2. Onderscheid toevallige, gemengde en potestatieve voorwaarde 14
  7. 07 Zuivere potestatieve voorwaarde aan de zijde van SA: ongeldig. 15
    1. Merk op: enkel zuiver (of louter) potestatieve voorwaarde aan zijde SA is ongeldig 15
  8. 08 DEEL 2: De bronnen en gevolgen van verbintenissen. 19
    1. Zie: Art. 5.3 BW. Bronnen van verbintenissen 19
    2. 1. Schijntoestand die niet overeenstemt met de werkelijkheid. 19
    3. 2. Toerekenbaarheidsvereiste: schijntoestand is toerekenbaar aan diegene die de gevolgen ervan moet ondergaan. 20
    4. 3. De derde die op de schijntoestand vertrouwde, is ter goeder trouw. 20
    5. → Wat zegt de wetgever? 20
    6. Volgens artikel 1101 oud BW: 20
    7. Volgens de Rechtsleer: 20
    8. Volgens art. 5.4 BW: Definitie van het contract 20
    9. → Is de rechter gebonden door de door partijen gegeven kwalificatie? 21
    10. Uitzonderingen: 21
    11. Wat bij elektronische overeenkomsten? 21
    12. Moet de rechter ambtshalve de regels van Openbare Orde toepassen? 24
    13. Feiten die onontbeerlijk zijn voor de juridische redenering van een partij. 25
    14. Rechtvaardigingsgrond voor ongelijke behandeling op grond van beschermd criterium volgens 3- trapssysteem: 26
    15. Europeanisering en harmonisering 27
    16. Schadevergoeding: 27
    17. Intentieverklaringen: documenten die worden opgesteld door partijen in de precontractuele fase 28
    18. Voorkeurscontracten: Art. 5.24 BW 28
    19. ⇒ Artikelen 5.40 - 5.44 BW 36
    20. Art 5.42 BW 36
    21. Bepaalbaar via een (bindende) derdenbeslissing? 37
    22. Bepaalbaar via partijbeslissingen? 37
    23. Voorwerp moet in de handel zijn (Art. 5.48 BW): 38
    24. Zaak moet opgenomen zijn in het rechtsverkeer  Sommige zaken zijn uit de handel => onttrokken aan de wetgeving. 38
    25. Voorwerp mag niet in strijd zijn met de Openbare Orde en goede zeden: 38
    26. voorwerp mag niet in strijd zijn met een grondrecht. Bv. recht op menselijke waardigheid, recht op vrijheid van godsdienst enz. 39
    27. Relatieve nietigheid: 39
    28. Absolute nietigheid: 39
    29. Eventueel partiële nietigheid (art. 5.63 BW): relevant als overeenkomst meerdere verbintenissen omvat 39
    30. Wat als de oorzaak verdwijnt in de loop van de overeenkomst? (bv. verdwijnen begiftigingsoogmerk). 40
    31. De niet-uitgedrukte oorzaak: Art. 5.55 BW 40
    32. Abstracte verbintenissen zijn toegestaan: 40
    33. → 2 bronnen abstracte verbintenissen: 41
  9. 09 DEEL 3: De gevolgen van het contract voor de contractpartijen. 41
    1. Wat zijn relevante extrinsieke elementen? (voorbeelden) 42
    2. => De geobjectiveerde of vermoedelijke wil. 42
    3. Hoe? 42
    4. Hoe worden deze plichten gecategoriseerd? (rechtspraak) 45
    5. Sancties: 45
    6. Meerdere bijzondere criteria: 46
    7. Sancties rechtsmisbruik: “passend herstel” 47
    8. Niet-toerekenbare tekortkoming: 49
    9. 3 voorwaarden: 49
    10. Wat wordt bedoeld met volstrekte onmogelijkheid? Twee strekkingen: 49
    11. Relevantie? “Soortzaken vergaan niet.” 50
    12. Gevolgen van overmacht 50
    13. Wat betekent dit voor tegenpartij? 50
    14. Uitzonderingen op de geoorloofdheid: 52
    15. Wat met imprevisiebedingen (zgn. hardship clausules)? 52
    16. Schadevoorkomings- en beperkingsplicht 55
    17. Schadebedingen Art. 5.88 BW 56
    18. Kenmerken schadebedingen: 56
    19. Sanctie bij overdreven schadebeding? 56
    20. Andere sanctie bij overdreven schadebeding? 57
    21. Rekening houden met bijzondere wetgeving: 57
    22. Verwante, doch andere bedingen, dus geen toepassing van art. 5.88 BW: 57
    23. Toepassingsvoorwaarden: (opdat u aan rechter de ontbinding kan vragen) 57
    24. Afbakening precieze taak feitenrechter is essentieel: dubbele rol: 58
    25. Ernstige tekortkomingen in hoofde van beide contractspartijen: 58
    26. Wordt de ontbinding op partijverklaring/kennisgeving erkend door Cassatie? 59
    27. Toepassingsvoorwaarden ontbinding bij elk ontbindingsregime: 59
    28. Wat is nieuw? De anticipatieve ontbinding 59
    29. Rechterlijke controle a posteriori 59
    30. Gevolgen van de ontbinding 60
    31. ENAC (art. 5.98 BW) 61
    32. Toepassingsvoorwaarden: 61
    33. Bijzondere toepassing: zgn. exceptio timoris (art. 5.239 BW) 61
    34. Rechtsgevolgen: 61
    35. Retentierecht 62
    36. Toepassingsvoorwaarden: 62
    37. Gevolgen: 62
    38. Contractuele regelingen zijn toegelaten 62
    39. Afbakening: 63
    40. Indeling van de nietigheden 64
    41. ONDERSCHEID 1: Absolute en relatieve nietigheden: ⇒ Art. 5.58 BW 64
    42. ONDERSCHEID 2: Tekstuele vs. virtuele nietigheden: 64
    43. ONDERSCHEID 3: Nietigheden rechtens en facultatieve nietigheden (niet kennen !!) 64
    44. Inwerkingstelling van de nietigheid art. 5.59 BW 64
    45. Bevestiging van de nietigheid art. 5.61 BW 65
    46. Gevolgen tussen partijen: ⇒ Art. 5.62 BW 65
    47. Gevolgen t.a.v. derden: 65
    48. Steeds grotere evolutie naar “nietigheid op maat” 65
    49. Definitie: 66
    50. Onderscheid in herroepingsrecht art. 5.22 BW 66
    51. Uitoefeningsvoorwaarden: 66
    52. Motivering? 67
    53. Opzeggingsgronden: 67
    54. Gevolgen van de opzegging: 67
    55. Opzeggingsvergoeding? 67
    56. Opzeggingstermijn: 67
    57. Rol/taak van de rechter: 68
    58. Draagwijdte: 68
    59. Overlevende bedingen na de beëindiging van de ovk art. 5.114, eerste lid BW 68
    60. Nieuwe verbintenissen na de beëindiging van de ovk art. 5.114, tweede lid BW 68
    61. Toepasselijk regime op postcontractuele verbintenissen art. 5.114, derde lid BW 68
  10. 10 DEEL 4: De gevolgen van het contract voor derden 68
    1. Definitie contractspartij: 69
    2. Contractspartij door rechtsopvolging: 69
    3. Contractspartij door toetreding tot cc, contractsoverdracht of overdracht van schuldvordering en schuld : 69
    4. Definitie derde: 69
    5. Draagwijdte: 70
    6. Geldigheidsvereisten: 70
    7. Creëert driepartijenverhouding: 70
    8. 2. RECHTSTREEKSE VORDERING KRACHTENS DE WET (Art. 5.110 BW): 70
    9. Toepassingsvoorwaarden: 71
    10. 3. ZIJDELINGSE VORDERING (Art. 5.242 BW): 71
    11. Toepassingsvoorwaarden: 72
    12. 1. DERDENBEDING 72
    13. Sterkmaking: (Art. 5.106 BW) 72
    14. Kettingbedingen: 72
    15. Betekenis: 73
    16. Gevolgen 73
    17. Voorwaarden voor tegenwerpbaarheid (niet besproken in de les) 74
    18. Draagwijdte: 74
    19. Gevolg: De overeenkomst tussen A en B, B begaat contractuele wanprestatie en C is daaraan medeplichtig: 75
    20. Maar: uitzonderingen op het principe van de tegenstelbaarheid van de externe werking van ovk: 75
    21. Toepassingsvoorwaarden: 75
  11. 11 DEEL 5: De rechtsfeiten 76
    1. Bronnen van verbintenissen: (Art. 5.3 BW) 76
    2. Oneigenlijke of quasi-contracten: (Art. 5.127 BW) 76
    3. Bewijs 77
    4. Verbintenissen van de zaakwaarnemer (Art. 5.130 en 5.131 BW) 77
    5. Verbintenissen van de meester van de zaak: (Art. 5.132 BW) 77
    6. ⇒ Art. 5.133 BW 78
  12. 12 DEEL 6: Overdracht van verbintenissen en contracten 80
    1. Gevolgen: 80
    2. Overgang onder algemene titel: al eerder gezien !! (hier niet kennen) 80
    3. Overgang onder bijzondere titel: 80
    4. Definitie: 80
    5. Waarom is overdracht schuldvordering mogelijk? 81
    6. Kenmerken overdracht van schuldvordering: 81
    7. Uitzonderingen op mogelijkheid tot cessie: 81
    8. Wettelijke regeling: 82
    9. Totstandkoming cessie: 82
    10. Tegenwerpelijkheid cessie: 82
    11. Eerste nuancering tegenwerpelijkheid aan gecedeerde SA 82
    12. Gevolgen van cessie: verhouding cedent/cessionaris: (A en C) 82
    13. Gevolgen van cessie: tussen overnemer en gecedeerde SA 83
    14. Positie van de gecedeerde SA: (Art. 5.181 BW) 83
    15. Verdere opdeling: 83
  13. 13 DEEL 7: Tenietgaan of uitdoven van de verbintenis of de rechtsvordering 84
    1. Twee uitzonderingen op regel dat een derde de schuld mag betalen: 85
    2. Wanneer is betaling aan derde bevrijdend? (art. 5.198, lid 2 BW) 85
    3. Principes: 86
    4. Betaling van geldschulden: wijze: 86
    5. Wat met intresten? Twee hoofdcategorieën: ⇒ Art. 5.206 BW 87
    6. Nalatigheidsintresten: 87
    7. Opmerking: 87
    8. Plaats van de betaling: ⇒ Art. 5.203 BW 87
    9. Tijdstip: 87
    10. Definitie: 88
    11. Twee hoofdkenmerken: 88
    12. (1) Betaling schuld door een derde: 88
    13. (2) Overdracht van schuldvordering: 88
    14. Onderscheid met overdracht van schuldvordering of cessie: 89
    15. Voordelen subrogatie: art. 5.217 BW 89
    16. Algemene toepassingsvoorwaarden: 89
    17. Oplossing: quasi-subrogatie o.g.v. wettelijke regel 89
    18. Soorten subrogatie: 89
    19. Gevolgen subrogatie als betaling. Art. 5.222 BW 90
    20. Drie stappen: 91
    21. ⇒ Art. 5.233 BW 91
    22. Vorm ingebrekestelling: 91
    23. Ingebrekenstelling ad futurum: 91
    24. Gevolgen ingebrekestelling: 91
    25. Wat bij ontbreken ingebrekestelling? 92
    26. Definitie: ⇒ Art. 5.245 BW 92
    27. Toepassingsvoorwaarden: 93
    28. Nieuwe SE: 93
    29. Ipv vorige SE t.a.v. wie de SA van zijn verbintenis wordt ontslagen. 93
    30. SA verbindt zich jegens nieuwe SE. 93
    31. Vereist akkoord van alle partijen. 93
    32. Onderscheid met overdracht van schuldvordering: 93
    33. Nieuwe SA: (Art. 5.246 BW) 93
    34. In de plaats van oude SA die door SE wordt ontslagen van zijn verbintenis. 93
    35. Ander voorwerp 94
    36. Kenmerken 95
    37. Bewijs 96
    38. Gevolgen 96
    39. Cass: neemt tussenpositie in. Zie Cass. 1 oktober 2010: 97
    40. Waarom is het relevant dat Cass. rechtsverwerking erkent als toepassing van RMB en niet beschouwt als algemeen rechtsbeginsel? 98
    41. Stel dat Cass. rechtsverwerking zou erkennen als algemeen rechtsbeginsel? 98
    42. Onderscheid wettelijke, gerechtelijke en conventionele schuldvergelijking: 98
    43. Toepassingsvoorwaarden: 99
    44. Gevolgen: 99
    45. Geen afbreuk doen aan rechten van derden: ⇒ Art. 5.261 BW 100
    46. Uitzonderingen voorvloeiend uit bijzondere wetten: 100
    47. Kenmerken 101
    48. Toepassingsvoorwaarden: 101
    49. Gevolgen: 101
  14. 14 DEEL 8: HET BEWIJS 107
    1. Uitgangspunt: beschikkingsbeginsel 107
    2. onderscheid theorie/praktijk: 107
    3. Strafzaken: 107
    4. Burgerlijke zaken: 107
    5. Bewijs tussen en tegen ondernemingen: 108
    6. Wat met bewijs van rechtsregels? 108
    7. Wat met bewijs van feiten? 108
    8. Bronnen van het bewijsrecht: 108
    9. Materieel bewijsrecht: 108
    10. Formeel bewijsrecht: 108

Infos sur le Document

Cours
Publié le
7 janvier 2026
Nombre de pages
115
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€11,56

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
emmapoortmans
3,9
(11)
Vendu
111
Abonnés
3
Éléments
17
Dernière vente
3 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions