FAMILIAAL VERMOGENSRECHT
Fundamenteel onderscheid tussen (burgerlijk) huwelijk en samenwonen:
- Huwelijksvermogensrecht (HVR): vermogensrechtelijke aanspraken tussen
GEHUWDEN
- Wettelijk samenwonen: enkele regels specifiek voor wettelijk samenwonen
+ gemeen recht
HVR niet van toepassing
- Feitelijk samenwonen: gemeen recht
HVR niet van toepassing
Huwelijksvermogensrecht biedt bescherming terwijl het samenwoningsrecht
nauwelijks enige bescherming biedt voor partners, zeker na de ontbinding van de
relatie!
vb. samenwoners moeten de bescherming ‘zelf inbouwen’
1. HUWELIJKSVERMOGENSRECHT (HVR)
DEFINITIE
Het huwelijksvermogensrecht regelt de vermogensrechtelijke aanspraken tussen
gehuwden, zowel tussen de echtgenoten als tegenover derden, zowel tijdens het
huwelijk als bij de ontbinding
= lex specialis:
- Vóór andere wetgeving toe te passen HVR primeert!
- Pas als het HVR niets voorziet, is het gemeen recht (verbintenissen- en
contractrecht) van toepassing
- Het HVR wijkt voor vele aspecten af van het gemeen recht
BRONNEN
1. Burgerlijk Wetboek (in hoofdzaak)
- Het primair stelsel: art. 212-224 OBW
- Het secundair stelsel: boek 2, titel 3 BW
2. Bijzondere Wetgeving (eerder uitzonderlijk)
- Vb. in het Gerechtelijk Wetboek: bevoegdheid van de familierechtbanken
voor (de meeste) huwelijksvermogensrechtelijke geschillen)
- Vb. IPR (= internationaal privaatrecht), internationale koppels
- Opm. sinds 01/09/2014: familierechtbank bevoegd om kennis te nemen
van (het overgrote deel van) huwelijksvermogensrechtelijke geschillen
1
, H1: HET PRIMAIR STELSEL
= regelt de minimale rechten en verplichtingen van echtgenoten zowel tussen
hen onderling als in verhouding tot derden
Kenmerken:
1. = “minimum minimorum” voor alle gehuwden afwijken in huwcontract =
onmogelijk
2. = dwingend (niet van OO)
3. = wederkerige verplichtingen op grond van de wet gevolg: na te leven
en het is niet omdat de ene echtgenoot er zich niet aan houdt, dat de
andere echtgenoot het recht heeft om de eigen verplichtingen op te
schorten
Op wie van toepassing? ALLE GEHUWDEN door het enkele feit van het huwelijk
Hoelang?
- Gedurende de hele duur van het huwelijk
- Ook tijdens de feitelijke scheiding
- Ook tijdens de echtscheidingsprocedure (dan soms in andere vorm)
Krachtlijnen: GAS
G: Gelijkheid van de echtgenoten
A: Behoud van Autonomie van elk der echtgenoten
S: Minimale Solidariteit tussen de echtgenoten – bescherming gezinsbelang
1. GELIJKHEID VAN DE ECHTGENOTEN
Elkeen identiek dezelfde rechten en verplichtingen:
- Tot in 1976 had een vrouw niet dezelfde rechten als een man
- Celibaatsclausule in ‘vroegere’ arbeidscontracten
Elkeen handelsbekwaam = principe
- Vb. elke echtgenoot bekwaam om een bankrekening te openen
- Maar gehuwden kunnen niet alles alleen doen! wet bepaalt soms dat de
één iets niet kan doen zonder de andere
- Vb. Bart en Mieke = gehuwd; Bart = enige eigenaar van de gezinswoning.
Zonder instemming van Mieke (handtekening op de notariële akte) kan
Bart de woning niet verkopen zelfs al is hij de enige eigenaar (art. 215 §1
OBW)
2
, 2. AUTONOMIE VAN ELKEEN
= behoud van zelfstandigheid
3 facetten:
1. Vrijheid van beroepsuitoefening (art. 216 OBW)
2. Inning en besteding van de inkomsten (art. 217 OBW)
3. Opening bankrekening of kluis huren (art. 218 OBW)
1/ VRIJHEID VAN BEROEPSUITOEFENING:
Elke echtgenoot heeft het recht om (g)een beroep uit te kiezen
!Zonder instemming van de andere echtgenoot!
Wat als de ander niet akkoord gaat? Verzet is mogelijk door de andere
echtgenoot via procedure voor de familierechtbank als die meent dat aan de
uitoefening van dit beroep een “ernstig nadeel is verbonden voor de belangen
van het gezin en de kinderen”
Vb. Mieke meent dat de kippenboerderij een véél te groot financieel risico
inhoudt. Zij kan naar de familierechtbank gaan en de rechter zal oordelen.
Art. 216 OBW voorziet geen sancties … beslissing van de rechter is niet
afdwingbaar!
Stel rechter geeft Mieke gelijk en hij verbiedt Bart om kippenboer te worden,
maar Bart doet het toch. Mieke kan dan dringende en voorlopige maatregelen tot
echtscheiding vragen of onder een wettelijk stelsel zullen de schulden die Bart
maakt als kippenboer zijn eigen schulden zijn.
Gebruik van naam: gebruik van de naam van de andere echtgenoot? Instemming
is nodig (art. 216, §2)
2/ INNING EN BESTEDING VAN DE INKOMSTEN:
1. Elkeen mag zijn inkomsten innen
2. Vrij besteden van inkomsten? Neen, art. 217 OBW
wet geeft volgorde:
1. Bijdragen in de lasten van het huwelijk
2. Aankoop van goederen verantwoord voor de uitoefening van het beroep
3. Overschot hangt af van het huwelijksstelsel (zie later)
3/ OPENING VAN EN BANKREKENING OF EEN KLUIS:
Elke echtgenoot kan doen openen op eigen naam zonder instemming van de
andere:
- Bank: meldingsplicht van het bestaan (niet de inhoud) post factum aan de
echtgenoot
- Tegenover de bank heeft deze echtgenoot het exclusieve bestuur van deze
goederen (en dus alle gebruikelijke bankverrichtingen doen)
geen kredietverrichtingen!
3
, 3. MINIMALE SOLIDARITEIT TUSSEN DE ECHTGENOTEN – BESCHERMING
VAN HET GEZINSLEVEN
3 facetten:
1. Hulp en bijdrage verplichting (art. 213, 217, 220 en 221 OBW)
2. Bescherming van de gezinswoning (art. 215 en 224 OBW)
3. Hoofdelijkheid voor de huishoudelijke schulden (art. 222 OBW)
1/ HULP EN BIJDRAGE VERPLICHTING:
Hulpplicht: levensstandaard
Bijdrage in de lasten van het huwelijk:
- Inkomsten voor de kosten van het huwelijk en samenleven
- ‘Lasten van het huwelijk’ = ruim begrip
2/ BESCHERMING VAN DE GEZINSWONING
Voornaamste gezinswoning = feitenkwestie
Dienstdoen als gezinswoning: daadwerkelijk bewonen
Gezinswoning = onroerend goed: ook hetgeen erbij hoort zoals garage, tuinhuisje
Huisraad: alle roerende goederen voor gebruik of versiering van de gezinswoning
en behoren tot normale kader
Doel van de bescherming?
Beschermen van de ene echtgenoot tegen de rechtshandelingen gesteld door de
andere echtgenoot
!Geen bescherming tegenover derden – gezinswoning in principe beslagbaar!
Mogelijkheid verklaring van onbeslagbaarheid van de gezinswoning bij notariële
akte (voor iedereen?)
Hoelang? Hele duurtijd van het huwelijk
De bescherming van de gezinswoning is groot maar er zijn
bevoegdheidsbeperkingen!
Wet: “niet zonder instemming van de andere echtgenoot onder bezwarende of
kosteloze titel onder de levenden over de gezinswoning of het huisraad
beschikken of het goed met een hypotheek bezwaren”
echtgenoot – eigenaar = handelingsonbevoegd om te beschikken zonder
instemming
Vb. gehuwde man erft grond – koppel bouwt er een woning op en gaat daar
samenwonen.
Grond + gebouwen: eigen van de man (wie eigenaar is van de grond, is eigenaar
van de gebouwen)
Mag de man de woning zonder instemming van de vrouw verkopen?
4
Fundamenteel onderscheid tussen (burgerlijk) huwelijk en samenwonen:
- Huwelijksvermogensrecht (HVR): vermogensrechtelijke aanspraken tussen
GEHUWDEN
- Wettelijk samenwonen: enkele regels specifiek voor wettelijk samenwonen
+ gemeen recht
HVR niet van toepassing
- Feitelijk samenwonen: gemeen recht
HVR niet van toepassing
Huwelijksvermogensrecht biedt bescherming terwijl het samenwoningsrecht
nauwelijks enige bescherming biedt voor partners, zeker na de ontbinding van de
relatie!
vb. samenwoners moeten de bescherming ‘zelf inbouwen’
1. HUWELIJKSVERMOGENSRECHT (HVR)
DEFINITIE
Het huwelijksvermogensrecht regelt de vermogensrechtelijke aanspraken tussen
gehuwden, zowel tussen de echtgenoten als tegenover derden, zowel tijdens het
huwelijk als bij de ontbinding
= lex specialis:
- Vóór andere wetgeving toe te passen HVR primeert!
- Pas als het HVR niets voorziet, is het gemeen recht (verbintenissen- en
contractrecht) van toepassing
- Het HVR wijkt voor vele aspecten af van het gemeen recht
BRONNEN
1. Burgerlijk Wetboek (in hoofdzaak)
- Het primair stelsel: art. 212-224 OBW
- Het secundair stelsel: boek 2, titel 3 BW
2. Bijzondere Wetgeving (eerder uitzonderlijk)
- Vb. in het Gerechtelijk Wetboek: bevoegdheid van de familierechtbanken
voor (de meeste) huwelijksvermogensrechtelijke geschillen)
- Vb. IPR (= internationaal privaatrecht), internationale koppels
- Opm. sinds 01/09/2014: familierechtbank bevoegd om kennis te nemen
van (het overgrote deel van) huwelijksvermogensrechtelijke geschillen
1
, H1: HET PRIMAIR STELSEL
= regelt de minimale rechten en verplichtingen van echtgenoten zowel tussen
hen onderling als in verhouding tot derden
Kenmerken:
1. = “minimum minimorum” voor alle gehuwden afwijken in huwcontract =
onmogelijk
2. = dwingend (niet van OO)
3. = wederkerige verplichtingen op grond van de wet gevolg: na te leven
en het is niet omdat de ene echtgenoot er zich niet aan houdt, dat de
andere echtgenoot het recht heeft om de eigen verplichtingen op te
schorten
Op wie van toepassing? ALLE GEHUWDEN door het enkele feit van het huwelijk
Hoelang?
- Gedurende de hele duur van het huwelijk
- Ook tijdens de feitelijke scheiding
- Ook tijdens de echtscheidingsprocedure (dan soms in andere vorm)
Krachtlijnen: GAS
G: Gelijkheid van de echtgenoten
A: Behoud van Autonomie van elk der echtgenoten
S: Minimale Solidariteit tussen de echtgenoten – bescherming gezinsbelang
1. GELIJKHEID VAN DE ECHTGENOTEN
Elkeen identiek dezelfde rechten en verplichtingen:
- Tot in 1976 had een vrouw niet dezelfde rechten als een man
- Celibaatsclausule in ‘vroegere’ arbeidscontracten
Elkeen handelsbekwaam = principe
- Vb. elke echtgenoot bekwaam om een bankrekening te openen
- Maar gehuwden kunnen niet alles alleen doen! wet bepaalt soms dat de
één iets niet kan doen zonder de andere
- Vb. Bart en Mieke = gehuwd; Bart = enige eigenaar van de gezinswoning.
Zonder instemming van Mieke (handtekening op de notariële akte) kan
Bart de woning niet verkopen zelfs al is hij de enige eigenaar (art. 215 §1
OBW)
2
, 2. AUTONOMIE VAN ELKEEN
= behoud van zelfstandigheid
3 facetten:
1. Vrijheid van beroepsuitoefening (art. 216 OBW)
2. Inning en besteding van de inkomsten (art. 217 OBW)
3. Opening bankrekening of kluis huren (art. 218 OBW)
1/ VRIJHEID VAN BEROEPSUITOEFENING:
Elke echtgenoot heeft het recht om (g)een beroep uit te kiezen
!Zonder instemming van de andere echtgenoot!
Wat als de ander niet akkoord gaat? Verzet is mogelijk door de andere
echtgenoot via procedure voor de familierechtbank als die meent dat aan de
uitoefening van dit beroep een “ernstig nadeel is verbonden voor de belangen
van het gezin en de kinderen”
Vb. Mieke meent dat de kippenboerderij een véél te groot financieel risico
inhoudt. Zij kan naar de familierechtbank gaan en de rechter zal oordelen.
Art. 216 OBW voorziet geen sancties … beslissing van de rechter is niet
afdwingbaar!
Stel rechter geeft Mieke gelijk en hij verbiedt Bart om kippenboer te worden,
maar Bart doet het toch. Mieke kan dan dringende en voorlopige maatregelen tot
echtscheiding vragen of onder een wettelijk stelsel zullen de schulden die Bart
maakt als kippenboer zijn eigen schulden zijn.
Gebruik van naam: gebruik van de naam van de andere echtgenoot? Instemming
is nodig (art. 216, §2)
2/ INNING EN BESTEDING VAN DE INKOMSTEN:
1. Elkeen mag zijn inkomsten innen
2. Vrij besteden van inkomsten? Neen, art. 217 OBW
wet geeft volgorde:
1. Bijdragen in de lasten van het huwelijk
2. Aankoop van goederen verantwoord voor de uitoefening van het beroep
3. Overschot hangt af van het huwelijksstelsel (zie later)
3/ OPENING VAN EN BANKREKENING OF EEN KLUIS:
Elke echtgenoot kan doen openen op eigen naam zonder instemming van de
andere:
- Bank: meldingsplicht van het bestaan (niet de inhoud) post factum aan de
echtgenoot
- Tegenover de bank heeft deze echtgenoot het exclusieve bestuur van deze
goederen (en dus alle gebruikelijke bankverrichtingen doen)
geen kredietverrichtingen!
3
, 3. MINIMALE SOLIDARITEIT TUSSEN DE ECHTGENOTEN – BESCHERMING
VAN HET GEZINSLEVEN
3 facetten:
1. Hulp en bijdrage verplichting (art. 213, 217, 220 en 221 OBW)
2. Bescherming van de gezinswoning (art. 215 en 224 OBW)
3. Hoofdelijkheid voor de huishoudelijke schulden (art. 222 OBW)
1/ HULP EN BIJDRAGE VERPLICHTING:
Hulpplicht: levensstandaard
Bijdrage in de lasten van het huwelijk:
- Inkomsten voor de kosten van het huwelijk en samenleven
- ‘Lasten van het huwelijk’ = ruim begrip
2/ BESCHERMING VAN DE GEZINSWONING
Voornaamste gezinswoning = feitenkwestie
Dienstdoen als gezinswoning: daadwerkelijk bewonen
Gezinswoning = onroerend goed: ook hetgeen erbij hoort zoals garage, tuinhuisje
Huisraad: alle roerende goederen voor gebruik of versiering van de gezinswoning
en behoren tot normale kader
Doel van de bescherming?
Beschermen van de ene echtgenoot tegen de rechtshandelingen gesteld door de
andere echtgenoot
!Geen bescherming tegenover derden – gezinswoning in principe beslagbaar!
Mogelijkheid verklaring van onbeslagbaarheid van de gezinswoning bij notariële
akte (voor iedereen?)
Hoelang? Hele duurtijd van het huwelijk
De bescherming van de gezinswoning is groot maar er zijn
bevoegdheidsbeperkingen!
Wet: “niet zonder instemming van de andere echtgenoot onder bezwarende of
kosteloze titel onder de levenden over de gezinswoning of het huisraad
beschikken of het goed met een hypotheek bezwaren”
echtgenoot – eigenaar = handelingsonbevoegd om te beschikken zonder
instemming
Vb. gehuwde man erft grond – koppel bouwt er een woning op en gaat daar
samenwonen.
Grond + gebouwen: eigen van de man (wie eigenaar is van de grond, is eigenaar
van de gebouwen)
Mag de man de woning zonder instemming van de vrouw verkopen?
4