Titel Auteur Tijd Veld
1&2: genderstudies: een introductie
Performative Acts and Gender Constitution: An Essay in Phenomenology Butler 1988 Filosofie
and Feminist
Theory
Judith Butler betoogt in "Performative Acts and Gender Constitution" dat gender geen vooraf bestaande essentie is, maar een
performatieve prestatie, een identiteit die wordt geconstrueerd door de "stijlisering van het lichaam" en herhaalde, vaak discontinue,
handelingen. Dit perspectief daagt modellen uit die het gegenderde zelf zien als voorafgaand aan zijn handelingen, en stelt in plaats
daarvan dat deze constituerende handelingen de identiteit creëren als een "dwingende illusie".
Butler beweert dat genderidentiteit wordt gerealiseerd door specifieke "lichamelijke handelingen" die overeenkomsten vertonen met
performatieve handelingen in theatrale contexten. Deze uitvoering wordt afgedwongen door sociale sancties en taboes, waardoor
gender een "culturele fictie" wordt die de eigen ontstaansgeschiedenis verbergt, wat mensen ertoe brengt te geloven in de noodzaak en
natuurlijkheid ervan.
Het lichaam wordt niet gezien als passieve materie, maar als een "voortdurende en onophoudelijke materialisering van mogelijkheden,"
wat betekent dat men zijn lichaam "doet" in plaats van het simpelweg te hebben. Gender wordt gedefinieerd als de culturele betekenis
die het geseksueerde lichaam aanneemt, en deze realiteit is performatief, bestaande alleen voor zover deze wordt uitgevoerd.
Als genderattributen performatief zijn in plaats van expressief, bestaat er geen voorafgaande, ware identiteit die ze zouden kunnen
uitdrukken; het idee van een "ware genderidentiteit" is een "regulerende fictie". Daarom is gender geen rol die een innerlijk zelf
verbergt, maar een "daad" die de sociale fictie van zijn eigen psychologische innerlijkheid construeert. Butler stelt voor dat een kritische
genealogie van gender deze verdinglijkingen moet blootleggen en een wereld moet bedenken waarin de fysieke attributen die
geassocieerd worden met gender "niets uitdrukken".
A History of Gender Meyerowitz 2008 Geschiedenis
en American
Studies
Het artikel van Joanne Meyerowitz bespreekt de blijvende invloed en reputatie van Joan Scott's essay uit 1986, "Gender: A Useful
Category of Historical Analysis," een tekst die uitzonderlijk populair is gebleven binnen de geschiedschrijving. Scott, afkomstig uit de
discipline van de Geschiedenis en zich bewegend binnen het feministische discours, introduceerde "gender" als een analytische
categorie beïnvloed door het poststructuralisme (Derrida, Foucault). Haar kernargument was dat gender niet alleen betrekking had op
de sociale constructie van sekseverschillen, maar vooral diende als een "primaire manier om machtsrelaties te signaleren," waardoor ze
historici uitnodigde om de taal en het discours van sekseverschil te analyseren en zo meer traditionele historische domeinen (zoals
politiek en oorlog) te herzien.
De ontwikkeling van dit argument in de tekst is tweeledig: ten eerste als een oplossing voor de problemen van de vrouwengeschiedenis,
die vastzat in een descriptieve sleur en er niet in slaagde om de master narrative van de geschiedenis te herschrijven. Ten tweede
positioneerde het essay zich in een breder debat over de "linguïstische wending" in de geesteswetenschappen. Hoewel het essay veel
kritiek kreeg van zowel sociale historici (die materialiteit misten) als conservatieve critici (die het gebrek aan objectiviteit hekelden),
zorgde deze controverse juist voor de bekendheid en aantrekkingskracht van de tekst. Uiteindelijk nam het essay een emblematische en
, funderende rol in de verschuiving van sociale naar culturele geschiedenis, hoewel Scott zelf later het woord "gender" begon te
vermijden omdat het zijn kritische, destabiliserende effect had verloren.
Gender Gill-Peterson 2021 Geschiedenis
Dit document, geschreven door Jules Gill-Peterson, onderzoekt de oorsprong en ontwikkeling van het hedendaagse concept "gender" en
de relatie met "sekse," vanuit een perspectief dat sterk leunt op de Gender and Sexuality Studies en kritische theorieën zoals queer,
trans en dekoloniale studies.
Het centrale, verrassende argument is dat de hedendaagse definitie van 'gender' als sociaal/cultureel onderscheiden van 'sekse'
(biologie) niet de uitvinding was van het feminisme, maar van de Amerikaanse gedragspsychologie en geneeskunde in het midden van
de twintigste eeuw. De term 'genderrol' werd in 1955 geïntroduceerd door John Money en zijn team aan het Johns Hopkins Hospital,
voortkomend uit medische en psychologische experimenten op intersekse kinderen.
De ontwikkeling van dit concept werd verder gepopulariseerd door psychiater Robert Stoller in de jaren '60, wiens onderscheid tussen
sekse en gender vervolgens in de jaren '70 werd overgenomen door (vaak witte, Anglophone) feministen, die het gebruikten om
sekshierarchieën en stereotypes te bekritiseren.
De tekst ontwikkelt dit argument door de evolutie van het concept te volgen: van de vroege feministische aanpassing naar de kritische
analyse binnen queer theory (Judith Butler, Eve Kosofsky Sedgwick). Vervolgens wordt benadrukt hoe het witte, Anglophone discours
werd uitgedaagd door Black feminists en dekoloniale theorieën (zoals intersectionaliteit van Kimberlé Crenshaw), die stelden dat sekse-
en gendersystemen inherent verbonden zijn met raciale en koloniale systemen van geweld.
De tekst besluit met de vraag wat de implicaties zijn van de koloniale en sexologische oorsprong van gender voor hedendaagse
progressieve concepten zoals het 'genderspectrum' en stelt de radicale vraag of gender, als een systeem van classificatie en
onderdrukking, niet afgeschaft zou moeten worden, terwijl ook de waarde ervan voor gemarginaliseerde bevolkingsgroepen wordt
erkend.
3: Diversiteit en intersectionaliteit
Intersectionality as Method Lutz 2015 Sociologie
Intersectionality is used across various disciplines, including sociology, anthropology, and political sciences, to analyze social
inequalities and identities, and is debated whether it is a buzzword, a theory, a concept, a heuristic device, or a method. The author,
Helma Lutz, situates herself within the group that views intersectionality primarily as a heuristic device or a method, particularly useful
for detecting the overlapping and co-construction of visible and invisible strands of inequality across multiple analytical levels.
A core argument is that intersectionality's main added value lies in its ability to account for variety in power contexts. This is developed
by proposing that analysis must move beyond a narrow focus on one category (like gender) and instead start with cross-questioning
categories that appear, using Mary Matsuda's "other question" method to expose multiple positions and power inequalities in social
practices and representations.
From a qualitative research background, specifically biographical interviews and hermeneutical case study analysis, the text outlines a
three-level analytical process:
1&2: genderstudies: een introductie
Performative Acts and Gender Constitution: An Essay in Phenomenology Butler 1988 Filosofie
and Feminist
Theory
Judith Butler betoogt in "Performative Acts and Gender Constitution" dat gender geen vooraf bestaande essentie is, maar een
performatieve prestatie, een identiteit die wordt geconstrueerd door de "stijlisering van het lichaam" en herhaalde, vaak discontinue,
handelingen. Dit perspectief daagt modellen uit die het gegenderde zelf zien als voorafgaand aan zijn handelingen, en stelt in plaats
daarvan dat deze constituerende handelingen de identiteit creëren als een "dwingende illusie".
Butler beweert dat genderidentiteit wordt gerealiseerd door specifieke "lichamelijke handelingen" die overeenkomsten vertonen met
performatieve handelingen in theatrale contexten. Deze uitvoering wordt afgedwongen door sociale sancties en taboes, waardoor
gender een "culturele fictie" wordt die de eigen ontstaansgeschiedenis verbergt, wat mensen ertoe brengt te geloven in de noodzaak en
natuurlijkheid ervan.
Het lichaam wordt niet gezien als passieve materie, maar als een "voortdurende en onophoudelijke materialisering van mogelijkheden,"
wat betekent dat men zijn lichaam "doet" in plaats van het simpelweg te hebben. Gender wordt gedefinieerd als de culturele betekenis
die het geseksueerde lichaam aanneemt, en deze realiteit is performatief, bestaande alleen voor zover deze wordt uitgevoerd.
Als genderattributen performatief zijn in plaats van expressief, bestaat er geen voorafgaande, ware identiteit die ze zouden kunnen
uitdrukken; het idee van een "ware genderidentiteit" is een "regulerende fictie". Daarom is gender geen rol die een innerlijk zelf
verbergt, maar een "daad" die de sociale fictie van zijn eigen psychologische innerlijkheid construeert. Butler stelt voor dat een kritische
genealogie van gender deze verdinglijkingen moet blootleggen en een wereld moet bedenken waarin de fysieke attributen die
geassocieerd worden met gender "niets uitdrukken".
A History of Gender Meyerowitz 2008 Geschiedenis
en American
Studies
Het artikel van Joanne Meyerowitz bespreekt de blijvende invloed en reputatie van Joan Scott's essay uit 1986, "Gender: A Useful
Category of Historical Analysis," een tekst die uitzonderlijk populair is gebleven binnen de geschiedschrijving. Scott, afkomstig uit de
discipline van de Geschiedenis en zich bewegend binnen het feministische discours, introduceerde "gender" als een analytische
categorie beïnvloed door het poststructuralisme (Derrida, Foucault). Haar kernargument was dat gender niet alleen betrekking had op
de sociale constructie van sekseverschillen, maar vooral diende als een "primaire manier om machtsrelaties te signaleren," waardoor ze
historici uitnodigde om de taal en het discours van sekseverschil te analyseren en zo meer traditionele historische domeinen (zoals
politiek en oorlog) te herzien.
De ontwikkeling van dit argument in de tekst is tweeledig: ten eerste als een oplossing voor de problemen van de vrouwengeschiedenis,
die vastzat in een descriptieve sleur en er niet in slaagde om de master narrative van de geschiedenis te herschrijven. Ten tweede
positioneerde het essay zich in een breder debat over de "linguïstische wending" in de geesteswetenschappen. Hoewel het essay veel
kritiek kreeg van zowel sociale historici (die materialiteit misten) als conservatieve critici (die het gebrek aan objectiviteit hekelden),
zorgde deze controverse juist voor de bekendheid en aantrekkingskracht van de tekst. Uiteindelijk nam het essay een emblematische en
, funderende rol in de verschuiving van sociale naar culturele geschiedenis, hoewel Scott zelf later het woord "gender" begon te
vermijden omdat het zijn kritische, destabiliserende effect had verloren.
Gender Gill-Peterson 2021 Geschiedenis
Dit document, geschreven door Jules Gill-Peterson, onderzoekt de oorsprong en ontwikkeling van het hedendaagse concept "gender" en
de relatie met "sekse," vanuit een perspectief dat sterk leunt op de Gender and Sexuality Studies en kritische theorieën zoals queer,
trans en dekoloniale studies.
Het centrale, verrassende argument is dat de hedendaagse definitie van 'gender' als sociaal/cultureel onderscheiden van 'sekse'
(biologie) niet de uitvinding was van het feminisme, maar van de Amerikaanse gedragspsychologie en geneeskunde in het midden van
de twintigste eeuw. De term 'genderrol' werd in 1955 geïntroduceerd door John Money en zijn team aan het Johns Hopkins Hospital,
voortkomend uit medische en psychologische experimenten op intersekse kinderen.
De ontwikkeling van dit concept werd verder gepopulariseerd door psychiater Robert Stoller in de jaren '60, wiens onderscheid tussen
sekse en gender vervolgens in de jaren '70 werd overgenomen door (vaak witte, Anglophone) feministen, die het gebruikten om
sekshierarchieën en stereotypes te bekritiseren.
De tekst ontwikkelt dit argument door de evolutie van het concept te volgen: van de vroege feministische aanpassing naar de kritische
analyse binnen queer theory (Judith Butler, Eve Kosofsky Sedgwick). Vervolgens wordt benadrukt hoe het witte, Anglophone discours
werd uitgedaagd door Black feminists en dekoloniale theorieën (zoals intersectionaliteit van Kimberlé Crenshaw), die stelden dat sekse-
en gendersystemen inherent verbonden zijn met raciale en koloniale systemen van geweld.
De tekst besluit met de vraag wat de implicaties zijn van de koloniale en sexologische oorsprong van gender voor hedendaagse
progressieve concepten zoals het 'genderspectrum' en stelt de radicale vraag of gender, als een systeem van classificatie en
onderdrukking, niet afgeschaft zou moeten worden, terwijl ook de waarde ervan voor gemarginaliseerde bevolkingsgroepen wordt
erkend.
3: Diversiteit en intersectionaliteit
Intersectionality as Method Lutz 2015 Sociologie
Intersectionality is used across various disciplines, including sociology, anthropology, and political sciences, to analyze social
inequalities and identities, and is debated whether it is a buzzword, a theory, a concept, a heuristic device, or a method. The author,
Helma Lutz, situates herself within the group that views intersectionality primarily as a heuristic device or a method, particularly useful
for detecting the overlapping and co-construction of visible and invisible strands of inequality across multiple analytical levels.
A core argument is that intersectionality's main added value lies in its ability to account for variety in power contexts. This is developed
by proposing that analysis must move beyond a narrow focus on one category (like gender) and instead start with cross-questioning
categories that appear, using Mary Matsuda's "other question" method to expose multiple positions and power inequalities in social
practices and representations.
From a qualitative research background, specifically biographical interviews and hermeneutical case study analysis, the text outlines a
three-level analytical process: