ONDERWIJS EN ONTWIKKELING;
1.1)
- Wat is het idee van het persoonlijk interpretatiekader?
Doorheen hun carrière doen lkr. Mentale voorstellingen op
zo concrete onderwijssituaties waarnemen, betekenis aan geven
Zo starten erin te handelen
1.2) Wie maakte dit kader?
- Geert Kelchtermans, wie is dat?
Gewone hoogleraar psychologie
Hoofd van centrum onderwijsvernieuwingen
Hoofd van ontwikkeling leraar en school
- Inzichtelijk maken van onderwijspraktijken
Zo handvaten aanreiken om ze te verbeteren
1.3)
Professioneel zelfverstaan = hoe ziet een lkr. Zichzelf?
Subjectieve ondw. Theorie = hoe denk ik dat ik mijn taak als lkr. Best
uivoer?
- Kader toont waarom lkr. In praktijk doen wat ze doen zoals ze het doen.
1.4) PROFESSIONEEL ZELFVERSTAAN
- Opvattingen over jezelf als lkr. – waarop ze hun eigen leeraarschap
begrijpen
= product
Manier waarop iemand zichzelf ziet, iemands visie van zichzelf op een
moment
= proces
Opvattingen blijven gebeuren door verschillende ervaringen
Persoonlijke interpretatie is een levenslang proces.
1.5) DE 5 COMPONENTEN VAN PROFESSIONEEL ZELFVERSTAAN
5 componenten:
- Zelfbeeld
- Zelfwaardegevoel
- Taakopvatting
- Beroepsmotivatie
- Toekomstperspectief
1) Zelfbeeld
- Manier waarop je jezelf ziet, typeert, beschrijft als lkr.
- Gebasseerd op zelfperceptie + feedback van anderen over ‘verschijning’
Valt niet perse samen
, 2) Zelfwaardegevoel
- Hoe evalueer ik mijn eigen beroepsactiviteit
- Emotioneel: in welke mate vind ik mezelf een goed lkr.
- Feedback belangrijk!
Niet alle feedback relevant/ belangrijk, wie heeft het verteld?
Leerling = belangrijke bron van info voor zelfwaarde
Oudleerling, collega, leidinggevende, ouder of andere externen zijn ook
een bron
- Emoties belangrijk in leeraarschap: positief zelfwaardegevoel = cruciaal
voor goed te voelen in job + beroepsvoldoening
- Positieve zelfevaluatie: verandert met tijd, altijd opnieuw verwerven
- Negatieve publieke beoordeling: kan heel hard zijn
3) TAAKOPVATTING
Wat zie ik als inhoud van dit beroep?
- Wat hoort er vgm. In dit taakpakket?
- Wat is mijn opdracht en verantwoordelijkheid?
- Wat is NIET mijn taak?
Normatieve component = toont gevoel van verplichting om een goede
leerkracht te zijn, wat is er volgens deze school de norm van een goede
leerkracht?
Hoe beter zelfbeeld overeenkomt met taakopvatting (puntje 1 & 3) hoe
beter je zult voelen (2) en hoe beter je je zult voelen in je beroep
Taakopvatting = visie lkr. Over goed ondw. + hoe maak ik die waar?
Overheid bezit ook beroepsstandaard over goede lkr. + functiebeschrijving
in detail
- Lkr. Moet zich houden aan externe visies maar eigen interpretatie van
visies maken, “doelen nastreven leuk maken”
Taakopvatting toont dat ondw + leraarschap niet neutraal is
- Altijd oordeel geven over peda. + did. Wenselijk of noodzakelijk is voor
leerling
- vereist keuzes rond persoonlijke waardes en morele overwegingen
draait niet alleen om “wat werkt hier?” maar ook “hoe doe ik het
meeste juist voor educatieve nood van mijn leerlingen”
vernieuwing van ondw, evaluatiesystemen, nieuwe voorschriften die
tegengaan eigen taakopvatting kan zorgen voor negatieve gevolgen
(burn-out, onderwijs verlaten
4) BEROEPSMOTIVATIE
“Waarom kiest men om lkr. Te worden”, werkzaam te blijven of in ruil van
een andere baan
Taakopvatting + motivatie dichte samenhang
- Omstandigheden die zorgen voor niet/ weinig toelating recht te doen zorgt
voor vermindering motivatie
Beroepsmotief kan ook later ontwikkelen (passie voor vakkennis
betekent veel voor leerlingen)
5) TOEKOMSTPERSPECTIEF
, “wat verwacht ik van toekomstige ik als lkr in mijn loopbaan?
- “ hoe zie ik mezelf als toekomstige leerkracht?”
- “Hoe voel ik me daarbij of wat denk ik ervan?”
1.6) COMPONENTEN VAN ZELFVERSTAAN
Componenten liggen dicht van elkaar
Zelfwaarde: balans tussen feitelijk zelfbeeld en ideaal in de nastrevende
taakopvatting
Prof. Zelfverstaan bevindt zich in een context: gebouwd door waardevolle
interactie van de lkr. Met omgeving of anderen…
Situeren in tijd: (zelfbeeld, zelfwaarde, beroepsmotivatie & taakopvatting)
= te maken met ervaringen uit verleden, toekomstperspectief =
vooruitkijkend
1.7) SUBJECTIEVE ONDERWIJSTHEORIE
Hoe ik denk dat ik best mijn taken uitvoer als lkr.
Persoonlijke opvattingen/kennis over onderwijzen da lkr. Gebruiken om hun
praktijk te vormen
Toont het persoonlijke antw. Van een lkr. Op de vragen:
- “Wat is de beste manier om deze situatie aan te pakken?” (hoe?)
- “Waarop baseer ik mijn denkwijze voor de beste manier van aanpak? (en
waarom?)”
Antwoordt toont de mengeling van kennis en opvattingen
1.8) KENNIS EN OPVATTINGEN
Kennis & opvattingen zorgen dat ik weet hoe te handelen in specifieke
situatie, om opdracht waar te maken
Wanneer ik ervaar dat die nieuwe inzichten “werken” of herkenbaar zijn in
mijn ervaringen, zal ik mijn plaats krijgen in sub. Ondw. Theorie
- Kennis = gebaseerd op onderzoek
- Opvatting = gebaseerd op individuele ervaring, concrete situaties, tips van
de buitenwereld die werken
- Sub. Ondw. Theorie is in eerste instantie juist voor de leerkracht in kwestie
Focus ligt bij vinden van passende antw. Voor specifieke uitdagingen in
hun praktijk
1.9) ZIE JE HIER FOUTEN IN?
Subjectieve ondw. Theorie kan onvolledig, eenzijdig of fout zijn.
Het duidelijk maken van de eigen onderwijstheorie a.d.h.v. reflectie
Heel belangrijk als je professioneel wil ontw. En de juistheid van hun
kennis verfijnen/vergroten
- Anderen kunnen vragen stellen, commentaar geven, aanvulling formuleren
of tegen-argumenteren
- Zo wordt kennis en opvatting versterkt, beter geformuleerd en beter
onderbouwd
Interpretatiekader is altijd in beweging = weerspiegelt je ontw. Als lkr.
- Anderzijds zorgen ervaringen dat kader aangepast, rijker of herzien worden
1.10) REFLECTIE ALS SLEUTELVAARDIGHEID & HOUDING
Kunnen reflecteren is sleutel om aansluitend bij ervaringen bewust te
worden van eigen interpretatiekader, duidelijk maken ervan, toetsen naar
ervaring van de ander en te optimaliseren
, Kritische toetsende reflectie zorgt voor toenemende geldigheid van
persoonlijk interpretatiekader bouwt betere basis voor prof. Handelen
Reflectie vormt de kern van prof. Ontwikkeling voor het levenslange leer &
ontw. Proces in loopbeen lkr.
ONDW. & ONTW. LES 2: onderwijsvrijheid
1.1) Onderwijsbeleid
Focus op het macro- en mesoniveau, niet! Op het microniveau
- Macro: wetgeving, regering, minister….
- Meso: netten, koepels, samenwerking tussen lkr., scholengroep
- Micro: leerkracht in de klas: werkvorm, evaluatie, kenmerken van
bepaalde leerling….
Vlaamse regering vanaf 30 september 2024
https://www.vlaanderen.be/publicaties/vlaams-regeerakkoord-2024-
2029-samen-werken-aan-een-warm-en-welvarend-vlaanderen
1.2) Grondwettelijke vrijheid van onderwijs (1831)
(samengevat)*
Onderwijs is vrij
Onderwijs is kosteloos, ALS het door de staat wordt ingericht.
1.3) Van vrijheid vvan ondw. Naar recht op ondw.
Eerst: actieve vrijheid = recht om scholen op te richten en ondw. Te
verstrekken
In de loop van de jaren: passieve vrijheid = keuze aan de ouders om
ondw. Te kiezen voor hun kind, erbovenop nog in een godsdienstig
milieu naar keuze
1) Actieve vrijheid = vrijheid om onderwijs te inrichten, vrijheid van de
verstrekkers om te organiseren en inhoudelijk vorm te geven.
2) Passieve vrijheid = vrije schoolkeuze, onderwijsgebruikers mogen
kiezen welk onderwijs aansluit bij eigen overtuiging, schoolproject
kiezen volgens eigen levensbeschouwing of pedagogische voorkeur
Koppeling artikel 17 van ondw. Aan 2 artikels uit de grondwet.
Discussie over kost van ondw.
Grondwet voorzag alleen financiering van rijksondw. (school
ingericht door de stad
Vraag voor steun van overheid voor alle onderwijsvormen
ingericht door een belg
Aanleiding van 2de schoolstrijd
(= politieke crisis rond financiën van het ondw. Ivbm. Door de
staat gefinancierd en het vrije katholieke ondw.)
2de schoolstrijd schoolpact
GRONDWET ART. 24 (1988)
Essentie ervan:
Onderwijs is vrij, sanctie enkel door decreet/wet
Gemeenschap garandeert keuzevrijheid van ouder en organisatie
van neutraal ondw. Met respect voor iedereen’s
levensbeschouwingen
1.1)
- Wat is het idee van het persoonlijk interpretatiekader?
Doorheen hun carrière doen lkr. Mentale voorstellingen op
zo concrete onderwijssituaties waarnemen, betekenis aan geven
Zo starten erin te handelen
1.2) Wie maakte dit kader?
- Geert Kelchtermans, wie is dat?
Gewone hoogleraar psychologie
Hoofd van centrum onderwijsvernieuwingen
Hoofd van ontwikkeling leraar en school
- Inzichtelijk maken van onderwijspraktijken
Zo handvaten aanreiken om ze te verbeteren
1.3)
Professioneel zelfverstaan = hoe ziet een lkr. Zichzelf?
Subjectieve ondw. Theorie = hoe denk ik dat ik mijn taak als lkr. Best
uivoer?
- Kader toont waarom lkr. In praktijk doen wat ze doen zoals ze het doen.
1.4) PROFESSIONEEL ZELFVERSTAAN
- Opvattingen over jezelf als lkr. – waarop ze hun eigen leeraarschap
begrijpen
= product
Manier waarop iemand zichzelf ziet, iemands visie van zichzelf op een
moment
= proces
Opvattingen blijven gebeuren door verschillende ervaringen
Persoonlijke interpretatie is een levenslang proces.
1.5) DE 5 COMPONENTEN VAN PROFESSIONEEL ZELFVERSTAAN
5 componenten:
- Zelfbeeld
- Zelfwaardegevoel
- Taakopvatting
- Beroepsmotivatie
- Toekomstperspectief
1) Zelfbeeld
- Manier waarop je jezelf ziet, typeert, beschrijft als lkr.
- Gebasseerd op zelfperceptie + feedback van anderen over ‘verschijning’
Valt niet perse samen
, 2) Zelfwaardegevoel
- Hoe evalueer ik mijn eigen beroepsactiviteit
- Emotioneel: in welke mate vind ik mezelf een goed lkr.
- Feedback belangrijk!
Niet alle feedback relevant/ belangrijk, wie heeft het verteld?
Leerling = belangrijke bron van info voor zelfwaarde
Oudleerling, collega, leidinggevende, ouder of andere externen zijn ook
een bron
- Emoties belangrijk in leeraarschap: positief zelfwaardegevoel = cruciaal
voor goed te voelen in job + beroepsvoldoening
- Positieve zelfevaluatie: verandert met tijd, altijd opnieuw verwerven
- Negatieve publieke beoordeling: kan heel hard zijn
3) TAAKOPVATTING
Wat zie ik als inhoud van dit beroep?
- Wat hoort er vgm. In dit taakpakket?
- Wat is mijn opdracht en verantwoordelijkheid?
- Wat is NIET mijn taak?
Normatieve component = toont gevoel van verplichting om een goede
leerkracht te zijn, wat is er volgens deze school de norm van een goede
leerkracht?
Hoe beter zelfbeeld overeenkomt met taakopvatting (puntje 1 & 3) hoe
beter je zult voelen (2) en hoe beter je je zult voelen in je beroep
Taakopvatting = visie lkr. Over goed ondw. + hoe maak ik die waar?
Overheid bezit ook beroepsstandaard over goede lkr. + functiebeschrijving
in detail
- Lkr. Moet zich houden aan externe visies maar eigen interpretatie van
visies maken, “doelen nastreven leuk maken”
Taakopvatting toont dat ondw + leraarschap niet neutraal is
- Altijd oordeel geven over peda. + did. Wenselijk of noodzakelijk is voor
leerling
- vereist keuzes rond persoonlijke waardes en morele overwegingen
draait niet alleen om “wat werkt hier?” maar ook “hoe doe ik het
meeste juist voor educatieve nood van mijn leerlingen”
vernieuwing van ondw, evaluatiesystemen, nieuwe voorschriften die
tegengaan eigen taakopvatting kan zorgen voor negatieve gevolgen
(burn-out, onderwijs verlaten
4) BEROEPSMOTIVATIE
“Waarom kiest men om lkr. Te worden”, werkzaam te blijven of in ruil van
een andere baan
Taakopvatting + motivatie dichte samenhang
- Omstandigheden die zorgen voor niet/ weinig toelating recht te doen zorgt
voor vermindering motivatie
Beroepsmotief kan ook later ontwikkelen (passie voor vakkennis
betekent veel voor leerlingen)
5) TOEKOMSTPERSPECTIEF
, “wat verwacht ik van toekomstige ik als lkr in mijn loopbaan?
- “ hoe zie ik mezelf als toekomstige leerkracht?”
- “Hoe voel ik me daarbij of wat denk ik ervan?”
1.6) COMPONENTEN VAN ZELFVERSTAAN
Componenten liggen dicht van elkaar
Zelfwaarde: balans tussen feitelijk zelfbeeld en ideaal in de nastrevende
taakopvatting
Prof. Zelfverstaan bevindt zich in een context: gebouwd door waardevolle
interactie van de lkr. Met omgeving of anderen…
Situeren in tijd: (zelfbeeld, zelfwaarde, beroepsmotivatie & taakopvatting)
= te maken met ervaringen uit verleden, toekomstperspectief =
vooruitkijkend
1.7) SUBJECTIEVE ONDERWIJSTHEORIE
Hoe ik denk dat ik best mijn taken uitvoer als lkr.
Persoonlijke opvattingen/kennis over onderwijzen da lkr. Gebruiken om hun
praktijk te vormen
Toont het persoonlijke antw. Van een lkr. Op de vragen:
- “Wat is de beste manier om deze situatie aan te pakken?” (hoe?)
- “Waarop baseer ik mijn denkwijze voor de beste manier van aanpak? (en
waarom?)”
Antwoordt toont de mengeling van kennis en opvattingen
1.8) KENNIS EN OPVATTINGEN
Kennis & opvattingen zorgen dat ik weet hoe te handelen in specifieke
situatie, om opdracht waar te maken
Wanneer ik ervaar dat die nieuwe inzichten “werken” of herkenbaar zijn in
mijn ervaringen, zal ik mijn plaats krijgen in sub. Ondw. Theorie
- Kennis = gebaseerd op onderzoek
- Opvatting = gebaseerd op individuele ervaring, concrete situaties, tips van
de buitenwereld die werken
- Sub. Ondw. Theorie is in eerste instantie juist voor de leerkracht in kwestie
Focus ligt bij vinden van passende antw. Voor specifieke uitdagingen in
hun praktijk
1.9) ZIE JE HIER FOUTEN IN?
Subjectieve ondw. Theorie kan onvolledig, eenzijdig of fout zijn.
Het duidelijk maken van de eigen onderwijstheorie a.d.h.v. reflectie
Heel belangrijk als je professioneel wil ontw. En de juistheid van hun
kennis verfijnen/vergroten
- Anderen kunnen vragen stellen, commentaar geven, aanvulling formuleren
of tegen-argumenteren
- Zo wordt kennis en opvatting versterkt, beter geformuleerd en beter
onderbouwd
Interpretatiekader is altijd in beweging = weerspiegelt je ontw. Als lkr.
- Anderzijds zorgen ervaringen dat kader aangepast, rijker of herzien worden
1.10) REFLECTIE ALS SLEUTELVAARDIGHEID & HOUDING
Kunnen reflecteren is sleutel om aansluitend bij ervaringen bewust te
worden van eigen interpretatiekader, duidelijk maken ervan, toetsen naar
ervaring van de ander en te optimaliseren
, Kritische toetsende reflectie zorgt voor toenemende geldigheid van
persoonlijk interpretatiekader bouwt betere basis voor prof. Handelen
Reflectie vormt de kern van prof. Ontwikkeling voor het levenslange leer &
ontw. Proces in loopbeen lkr.
ONDW. & ONTW. LES 2: onderwijsvrijheid
1.1) Onderwijsbeleid
Focus op het macro- en mesoniveau, niet! Op het microniveau
- Macro: wetgeving, regering, minister….
- Meso: netten, koepels, samenwerking tussen lkr., scholengroep
- Micro: leerkracht in de klas: werkvorm, evaluatie, kenmerken van
bepaalde leerling….
Vlaamse regering vanaf 30 september 2024
https://www.vlaanderen.be/publicaties/vlaams-regeerakkoord-2024-
2029-samen-werken-aan-een-warm-en-welvarend-vlaanderen
1.2) Grondwettelijke vrijheid van onderwijs (1831)
(samengevat)*
Onderwijs is vrij
Onderwijs is kosteloos, ALS het door de staat wordt ingericht.
1.3) Van vrijheid vvan ondw. Naar recht op ondw.
Eerst: actieve vrijheid = recht om scholen op te richten en ondw. Te
verstrekken
In de loop van de jaren: passieve vrijheid = keuze aan de ouders om
ondw. Te kiezen voor hun kind, erbovenop nog in een godsdienstig
milieu naar keuze
1) Actieve vrijheid = vrijheid om onderwijs te inrichten, vrijheid van de
verstrekkers om te organiseren en inhoudelijk vorm te geven.
2) Passieve vrijheid = vrije schoolkeuze, onderwijsgebruikers mogen
kiezen welk onderwijs aansluit bij eigen overtuiging, schoolproject
kiezen volgens eigen levensbeschouwing of pedagogische voorkeur
Koppeling artikel 17 van ondw. Aan 2 artikels uit de grondwet.
Discussie over kost van ondw.
Grondwet voorzag alleen financiering van rijksondw. (school
ingericht door de stad
Vraag voor steun van overheid voor alle onderwijsvormen
ingericht door een belg
Aanleiding van 2de schoolstrijd
(= politieke crisis rond financiën van het ondw. Ivbm. Door de
staat gefinancierd en het vrije katholieke ondw.)
2de schoolstrijd schoolpact
GRONDWET ART. 24 (1988)
Essentie ervan:
Onderwijs is vrij, sanctie enkel door decreet/wet
Gemeenschap garandeert keuzevrijheid van ouder en organisatie
van neutraal ondw. Met respect voor iedereen’s
levensbeschouwingen