Organisatie en management Hoofdstuk 1 en 2
Hoofdstuk 1: Denken over organisatie en management
1.1 Organisatiekunde is een interdisciplinaire wetenschap die draait om de bestudering van
het gedrag van organisaties, de factoren die dit gedrag bepalen en de manier waarop
organisaties het meest doeltreffend kunnen worden bestuurd. Organisatiekunde heeft een
descriptief aspect (een beschrijving van het gedrag, inclusief motieven en gevolgen) en een
prescriptief aspect (een advies over op welke manier het beste kan worden gehandeld en
welke organisatie-inrichtingen kunnen worden gevolgd). De interdisciplinariteit van de
organisatiekunde uit zich in elementen uit o.a. de bedrijfseconomie, de technische
wetenschappen en de gedragswetenschappen. Hierbij zijn de gebruikte disciplines niet meer
als afzonderlijke herkenbaar, terwijl dit wel geldt bij multidisciplinariteit. Besturing kan
worden gezien als een poging tot gerichte beïnvloeding. In hoeverre dit succesvol is, wordt
aangegeven met de doeltreffendheid of effectiviteit.
1.2 Organisatiekunde is begonnen als een sterk technisch georiënteerde afstudeerrichting:
bedrijfsorganisatie. Pas in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is de organisatiekunde
geworden zoals hij nu is. Organisatiekunde wordt ook wel aangeduid met bedrijfskunde of
organisatie en management.
1.3 één van de oudste handelsroutes is de ‘zijderoute’ tussen het Westen en Azië.
1.4 Er zijn verschillende denkrichtingen binnen de organisatiekunde die worden
vertegenwoordigd door verschillende personen.
1.5 Het denken over leidinggeven, management en de inrichting van organisaties is zo oud
als de mensheid. Rond het jaar 1500 gaf Niccolo Machiavelli talrijke richtlijnen die nuttig
konden zijn voor vorsten en andere leiders. Daarna overheerste het mercantilisme, dat stelde
dat de enige welvaartsbron het bezit aan geld en goud was. Vervolgens nam Adam Smith the
scepter over met zijn stelling dat arbeidsproductiviteit de bron van welvaart was.
1.6 Rond 1900 bedacht Frederick Taylor een systematische, samenhangende bedrijfskundige
benadering voor de manier waarop productie moest worden georganiseerd. In dit Scientific
Management moest de bedrijfsleider een brede visie hebben op zijn taak in de organisatie
door te plannen, coördineren, toezicht uitoefenen en het controleren van resultaten.
Daarnaast stelde Taylor acht functies voor als arbeidsverdeling, die het achtbazenstelsel
wordt genoemd.
1.7 Henry Fayol ontwikkelde als eerste in Europa een samenhangend stelsel van opvattingen
over de manier waarop organisaties als geheel moesten worden bestuurd. In zijn General-
Managementtheorie werden zes onafhankelijke managementgebieden onderscheiden:
technisch, commercieel, financieel, zelfbeschermend (veiligheid van mensen en
eigendommen), boekhouding en besturing. Fayol vond eenheid van commando het
belangrijkste principe.
Hoofdstuk 1: Denken over organisatie en management
1.1 Organisatiekunde is een interdisciplinaire wetenschap die draait om de bestudering van
het gedrag van organisaties, de factoren die dit gedrag bepalen en de manier waarop
organisaties het meest doeltreffend kunnen worden bestuurd. Organisatiekunde heeft een
descriptief aspect (een beschrijving van het gedrag, inclusief motieven en gevolgen) en een
prescriptief aspect (een advies over op welke manier het beste kan worden gehandeld en
welke organisatie-inrichtingen kunnen worden gevolgd). De interdisciplinariteit van de
organisatiekunde uit zich in elementen uit o.a. de bedrijfseconomie, de technische
wetenschappen en de gedragswetenschappen. Hierbij zijn de gebruikte disciplines niet meer
als afzonderlijke herkenbaar, terwijl dit wel geldt bij multidisciplinariteit. Besturing kan
worden gezien als een poging tot gerichte beïnvloeding. In hoeverre dit succesvol is, wordt
aangegeven met de doeltreffendheid of effectiviteit.
1.2 Organisatiekunde is begonnen als een sterk technisch georiënteerde afstudeerrichting:
bedrijfsorganisatie. Pas in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is de organisatiekunde
geworden zoals hij nu is. Organisatiekunde wordt ook wel aangeduid met bedrijfskunde of
organisatie en management.
1.3 één van de oudste handelsroutes is de ‘zijderoute’ tussen het Westen en Azië.
1.4 Er zijn verschillende denkrichtingen binnen de organisatiekunde die worden
vertegenwoordigd door verschillende personen.
1.5 Het denken over leidinggeven, management en de inrichting van organisaties is zo oud
als de mensheid. Rond het jaar 1500 gaf Niccolo Machiavelli talrijke richtlijnen die nuttig
konden zijn voor vorsten en andere leiders. Daarna overheerste het mercantilisme, dat stelde
dat de enige welvaartsbron het bezit aan geld en goud was. Vervolgens nam Adam Smith the
scepter over met zijn stelling dat arbeidsproductiviteit de bron van welvaart was.
1.6 Rond 1900 bedacht Frederick Taylor een systematische, samenhangende bedrijfskundige
benadering voor de manier waarop productie moest worden georganiseerd. In dit Scientific
Management moest de bedrijfsleider een brede visie hebben op zijn taak in de organisatie
door te plannen, coördineren, toezicht uitoefenen en het controleren van resultaten.
Daarnaast stelde Taylor acht functies voor als arbeidsverdeling, die het achtbazenstelsel
wordt genoemd.
1.7 Henry Fayol ontwikkelde als eerste in Europa een samenhangend stelsel van opvattingen
over de manier waarop organisaties als geheel moesten worden bestuurd. In zijn General-
Managementtheorie werden zes onafhankelijke managementgebieden onderscheiden:
technisch, commercieel, financieel, zelfbeschermend (veiligheid van mensen en
eigendommen), boekhouding en besturing. Fayol vond eenheid van commando het
belangrijkste principe.