Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 40 pages
Resume

Samenvatting Grammaire de base - frans

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 40 pages

Dit is een volledige samenvatting van alle grammaire die er aan bod komt in het boek. De basis kennis en de uitgebreide kennis met de Nederlandse uitleg bij.

Aperçu du contenu

Grammaire frans

1. L’article indéfini (Het onbepaald lidwoord)

Het onbepaald lidwoord gebruik je als je spreekt over iets dat niet specifiek is, of als je iets voor het
eerst noemt.

Geslacht / Getal Frans Nederlands Voorbeeld

Mannelijk enkelvoud un een un garçon

Vrouwelijk enkelvoud une een une fille

Meervoud (m/v) des (geen vertaling) des enfants

Let op: In het Nederlands vertalen we des vaak niet, of we gebruiken woorden als "enkele" of "een
paar".



2. L’article défini (Het bepaald lidwoord)

Het bepaald lidwoord gebruik je voor een specifiek persoon of voorwerp, of voor een hele categorie
(bijv. bij werkwoorden van voorkeur zoals aimer of détester).

Vorm Gebruik Voorbeeld

le Mannelijk enkelvoud le livre

la Vrouwelijk enkelvoud la porte

l’ Voor een klinker of een stomme 'h' l'école, l'homme

les Meervoud (mannelijk en vrouwelijk) les copains



3. L’article contracté (Het samengetrokken lidwoord)

In het Frans versmelten de voorzetsels à (naar/aan) en de (van/over) met de lidwoorden le en les. Bij
la en l’ gebeurt dit niet.

3.1 Het voorzetsel à + le / la / l’ / les

 à + le = au (Je vais au cinéma)

 à + la = à la (Je vais à la piscine)

 à + l' = à l' (Je vais à l'école)

 à + les = aux (Je parle aux enfants)

3.2 Het voorzetsel de + le / la / l’ / les


1

,  de + le = du (Le livre du professeur)

 de + la = de la (La voiture de la dame)

 de + l' = de l' (La porte de l'école)

 de + les = des (Les sacs des élèves)



4. L’article partitif (Het deelaangevend lidwoord)

Dit lidwoord gebruik je voor een onbepaalde hoeveelheid van iets dat je niet kunt tellen (zoals eten,
drinken of abstracte zaken). In het Nederlands gebruiken we hier meestal geen lidwoord.

 du (mannelijk): Je mange du pain. (Ik eet brood.)

 de la (vrouwelijk): Je bois de la limonade. (Ik drink limonade.)

 de l’ (voor klinker/h): Je bois de l’eau. (Ik drink water.)

 des (meervoud): Je mange des frites. (Ik eet frieten.)



Belangrijke uitzondering: De ontkenning

In de methode Grammaire de base wordt vaak gehamerd op de "pas de" regel.

Bij een ontkenning (ne ... pas) veranderen de onbepaalde lidwoorden (un, une, des) en de
deelaangevende lidwoorden (du, de la, des) bijna altijd in de of d’.

 J'ai un chien.-> Je n'ai pas de chien.

 Je mange du chocolat. -> Je ne mange pas de chocolat.

 J'ai des idées. -> Je n'ai pas d'*idées.

2/ LE SUBSTANTIF (Het zelfstandig naamwoord)

1. Le pluriel du substantif (Het meervoud)

1.1 Règle générale (Basisregel)

In het Frans vorm je het meervoud van een zelfstandig naamwoord meestal door een -s toe te voegen
aan het enkelvoud. Deze -s wordt niet uitgesproken.

 un livre ->des livres

 une chaise -> des chaises

1.2 Règles particulières (Speciale regels)

Er zijn belangrijke uitzonderingen op de basisregel:

 Eindigt op -s, -x, -z: Het woord verandert niet in het meervoud.

o un fils -> des fils

o un prix -> des prix


2

, o un nez -> des nez

 Eindigt op -au, -eau, -eu: Deze woorden krijgen een -x in plaats van een -s.

o un gateau -> des gâteaux

o un cheveu ->des cheveux

 Eindigt op -al: De uitgang verandert meestal in -aux.

o un journal -> des journaux



2. Le genre du substantif (Het geslacht)

In het Frans heeft elk zelfstandig naamwoord een geslacht: het is ofwel mannelijk (masculin) of
vrouwelijk (féminin).

2.1 Les noms de personnes (Namen van personen)

Bij personen volgt het grammaticaal geslacht meestal het natuurlijk geslacht:

 Mannelijk: un homme, un garçon, un père.

 Vrouwelijk: une femme, une fille, une mère.

2.2 Les noms de choses et les noms abstraits (Dingen en abstracte woorden)

Omdat voorwerpen geen natuurlijk geslacht hebben, moet je het geslacht leren. Er zijn echter
hulpmiddelen:

 2.2.1 La terminaison (De uitgang): Bepaalde achtervoegsels wijzen vaak op een specifiek
geslacht.

o Mannelijk: woorden op -age, -isme, -ment, -oir.

o Vrouwelijk: woorden op -tion, -sion, -té, -ette, -ance, -ence.

 2.2.2 Le sens (De betekenis): Groepen woorden delen vaak hetzelfde geslacht.

o Mannelijk: talen (le français), dagen, maanden, seizoenen en bomen.

 2.2.3 Cas spéciaux (Speciale gevallen): Sommige woorden hebben een ander geslacht dan je
op basis van de uitgang zou verwachten.

2.3 Le féminin du substantif (De vorming van het vrouwelijk)

2.3.1 Règle générale (Basisregel)

Meestal maak je een mannelijk zelfstandig naamwoord vrouwelijk door een -e toe te voegen.

 un ami -> une amie

 un marchand -> une marchande



2.3.2 Règles particulières (Speciale regels)


3

, Bij veel beroepen of persoonsnamen verandert de spelling van de stam bij het vrouwelijk:

 -er $\rightarrow$ -ère: un boulanger -> une boulangère

 -f $\rightarrow$ -ve: un sportif -> une sportive

 -en / -on $\rightarrow$ -enne / -onne: un pharmacien ->une pharmacienne

 -eur $\rightarrow$ -euse: un vendeur -> une vendeuse

 -teur $\rightarrow$ -trice: un directeur -> une directrice



3/ L'ADJECTIF (Het bijvoeglijk naamwoord)

1. L’emploi de l’adjectif (Het gebruik)

Een bijvoeglijk naamwoord geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord. De belangrijkste
regel in het Frans is de overeenkomst (l'accord): het bijvoeglijk naamwoord past zich altijd aan in
geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud) aan het woord waar het bij hoort.



2. Le pluriel de l’adjectif (Het meervoud)

2.1 Règle générale (Basisregel)

In de meeste gevallen vorm je het meervoud door een -s toe te voegen aan het enkelvoud. Deze -s
wordt niet uitgesproken.

 un petit garçon wordt des petits garçons

 une petite fille wordt des petites filles

2.2 Règles particulières (Speciale regels)

Er zijn een aantal uitzonderingen op de basisregel:

 Eindigt op -s of -x: Het bijvoeglijk naamwoord verandert niet in het mannelijk meervoud (bijv.
un vieux livre blijft des vieux livres).

 Eindigt op -al: De uitgang verandert meestal in -aux (bijv. un journal national wordt des
journaux nationaux).

 Eindigt op -eau: Deze woorden krijgen een -x in het meervoud (bijv. un nouveau vélo wordt
des nouveaux vélos).



3. Le féminin de l’adjectif (Het vrouwelijk)

3.1 Règle générale (Basisregel)

Om een mannelijk bijvoeglijk naamwoord vrouwelijk te maken, voeg je meestal een -e toe. Hierdoor
verandert vaak de uitspraak van de laatste medeklinker.



 grand wordt grande

4

Livre connecté
 image
Leen van Craesbeek Grammaire de base
Éditeur: maart 2014 ISBN: 9789033493300 Édition: 1

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
5 janvier 2026
Nombre de pages
40
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€11,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
8
Abonnés
0
Éléments
7
Dernière vente
2 semaines de cela

Avis d'acheteurs vérifiés




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions