College 1 : waardering vaste activa : begrippen deel IV – studie van de activa –
hoofdstuk 1 oprichtingskosten p291-306
Verwerving van activa (in de loop van het boekjaar)
- Aankoop : je koopt iets, en telt alle extra kosten erbij (transport, installatie…)
- Zelf vervaardigen : de directe kosten meetellen & indirecte kosten optioneel
Indirecte kosten niet opnemen in de aanscha<ingswaarde – minder winst – meer kosten
Indirecte kosten wel opnemen in de aanscha<ingswaarde – meer winst – minder kosten
à activeren = kost opnemen bij de aanscha<ingswaarde van actief à je spreidt de kost dan
over de jaren en de afschrijvingskost zal hoger zijn
- Inbreng : je brengt iets in vanuit privébezit in je bedrijf à in ruil aandelen van het bedrijf
Waardebepaling aan het einde van het jaar (waardedaling)
- Afschrijvingen : activa een beperkte levensduur bv : machines die elk jaar een beetje
minder waard worden à je mag zelf beslissen hoeveel jaar je gebruikt
o Lineaire afschijvingsmethode : elk jaar evenveel afschrijven
- Niet-recurrente afschrijvingen : activa een beperkte levensduur à gevolg van nieuwe
technologische & economische evoluties (extra afschrijving)
- Waardevermindering : voor dingen met een onbeperkte levensduur (terrein…) die toch
in waarde dalen à als terrein bv vervuild is kan de waarde wel dalen
à Actief daalt - kost stijgt
Eindcijfer 0= aanscha0ingswaarde
Eindcijfer 8= geboekte meerwaarde
Eindcijfer 9= geboekte afschrijving
actief BALANS passief
OPRICHTINGSKOSTEN
I 20 Oprichtingskosten EIGEN VERMOGEN
VASTE ACTIVA
I 10/11 Inbreng
II 21 Immateriële vaste activa II 12 Herwaarderingsmeerwaarden
III 22 -> 27 Materiële vaste activa III 13 Reserves
klasse 2 IV 28 Financiële vaste activa IV 14 Overgedragen resultaat
V 15 Kapitaalsubsidies
VLOTTENDE ACTIVA
VI 16 Voorschot vennoten verdeling actief
V 29 Vorderingen op meer dan 1 jaar klasse 1
VREEMD VERMOGEN
klasse 3 VI 30 -> 37 Voorraden en bestellingen in Voorzieningen en uitgestelde belastingen
uitvoering VII 16 Voorzieningen en uitgestelde
belastingen
klasse 4 VII 40 -> 41 Vorderingen op ten hoogste 1 jaar
Schulden
klasse 5 VIII 50 -> 53 Geldbeleggingen VIII 17 Schulden op meer dan 1 jaar
IX 54 -> 58 Liquide middelen
IX 42 -> 48 Schulden op ten hoogste 1 jaar klasse 4
klasse 4 X 490/491 Overlopende rekeningen X 492/493 Overlopende rekeningen
kosten RESULTATENREKENING opbrengsten
60 -> 64 Bedrijfskosten 70 -> 74 Bedrijfsopbrengsten
klasse 6 65 Financiële kosten 75 Financiële opbrengsten klasse 7
66 Niet-recurrente bedrijfs- en financiële 76 Niet-recurrente bedrijfs- en financiële
kosten opbrengsten
67 Belastingen 77 Regularisering belastingen
68 Overboeking naar belastingvrije 78 Onttrekking aan de belastingvrije
reserves reserves
69 Resultaatverwerking 79 Resultaatverwerking
1
, Waarde van investeringsgoederen plaatsen onder vaste activa
à wel ervoor zorgen dat aankoopwaarde wel als kost opgenomen wordt
- Gaan dit gespreid doen
Als je een gebouw, installatie… koopt à hoeveel jaren ga je het gebruiken?
- € 250.000 voor 25 jaar = € 10.000 per jaar als kost opnemen
Stel een actief van € 100.000 met een looptijd van 5 jaar, en geen restwaarde
LINEAIR AW Afschrij-ving Geb. Afschr. BW eind 20Xt
20X1 100 000 20 000 20 000 80 000 20% x AW
20X2 20 000 40 000 60 000 20% x AW
20X3 20 000 60 000 40 000 20% x AW
20X4 20 000 80 000 20 000 20% x AW
20X5 20 000 100 000 0 20% x AW
Waardebepaling – waardestijging
- Terugname van afschrijvingen & waardeverminderingen : als je iets minder waard hebt
gemaakt maar blijkt dat het nu toch meer waard is
o Recurrente afschrijvingen (normale) : volgens plan, wordt in principe niet
teruggenomen (mag wel)
o Niet-recurrente afschrijvingen : moeten worden teruggenomen
o Waardeverminderingen : moeten worden teruggenomen
à Actief (& opbrengst) stijgen – kosten dalen
- Herwaardering : ondernemingen mogen de waarden herwaarderen
à actief stijgt – passief stijgt (eigen vermogen)
Realisatie : verkoop van een vast actief
- Verkoopprijs vast actief à geen opbrengst
- Verkoopprijs (wat je krijgt) vergelijken met boekwaarde
à meerwaarde/minderwaarde
Voorbeeld : Installatie met aanschafwaarde van €30 000, is al voor 60% afgeschreven en wordt
voor € 10 000 verkocht
- 60% (18.000) al afgeschreven dus boekwaarde = 12.000
- Verkoop voor 10.000
- 2.000 minderwaarde
à er is geen restwaarde (wat je krijgt als je na gebruiksduur actief verkoopt)
2
, Oprichtingskosten
Oprichtingskosten activeren à is niet verplicht
- 200 : kosten van oprichting, kapitaalverhoging, verhoging inbreng
- 201 : kosten van uitgifte lening
o 6501 : afschrijving bij uitgave lening
- 202 : andere oprichtingskosten
- 204 : herstructureringskosten
o 649 : als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten
o 6690 : als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten
- 489 : andere diverse schulden
2 opties : verwerving oprichtingskosten (niet verplicht)
- Activeren : bovenstaande rekeningnummers gebruiken
à dat jaar minder kosten & meer winst
- Niet activeren : opnemen in het resultaat (61)
à dat jaar meer kosten & minder winst
Wijziging in waardering (enkel bij activering)
- Afschrijvingen : verplicht max. 5 jaar met uitzondering : kosten bij uitgifte lening
- Niet-recurrente afschrijvingen : verplicht
- Waardeverminderingen : neen à geen onbeperkte gebruiksduur
- Herwaardering : neen à waarde niet controleerbaar verhoogbaar
- Realisatie : neen à je kan het niet verkopen
3
, Hoe boeken?
- Een afschrijving zorgt voor
o Daling vaste activa
o Stijging kosten
1. Directe afschrijvingsmethode : je schrijft rechtstreeks af op dezelfde rekening waar
actief geboekt was à aanscha<ingswaarde daalt elk jaar
2. Indirecte afschrijvingsmethode : je laat de oorspronkelijke waarde staan op de balans,
maar je boekt op een aparte afschrijvingsrekening
§ 0 : oorspronkelijke waarde
§ 9 : afschrijving / waardevermindering
- Kostenrekening 63
- 630 : afschrijvingen & waardeverminderingen op vaste activa
o 6300 : afschrijvingen op oprichtingskosten
o 6301 : afschrijvingen op immateriële vaste activa
o 6302 : afschrijvingen op materiële vaste activa
- 65 : financiële kosten
o 650 : kosten van schulden
o 6500 : rente…
o 6501 : afschrijvingen van kosten bij uitgifte van leningen
Voorbeeld kosten van oprichting / overige oprichtingskosten
• VERWERVEN
• Voorbeeld: De registratiekosten bij de opstart van een onderneming bedragen €2 000,
exclusief 21% btw (AF/1). De publiciteitskosten om de onderneming bekend te maken,
bedragen €5 400, exclusief 21% btw (AF/2)
• Optie 1: niet activeren (volledig als kost)
à kosten stijgen
• Optie 2 : activering
à activa stijgen
4
hoofdstuk 1 oprichtingskosten p291-306
Verwerving van activa (in de loop van het boekjaar)
- Aankoop : je koopt iets, en telt alle extra kosten erbij (transport, installatie…)
- Zelf vervaardigen : de directe kosten meetellen & indirecte kosten optioneel
Indirecte kosten niet opnemen in de aanscha<ingswaarde – minder winst – meer kosten
Indirecte kosten wel opnemen in de aanscha<ingswaarde – meer winst – minder kosten
à activeren = kost opnemen bij de aanscha<ingswaarde van actief à je spreidt de kost dan
over de jaren en de afschrijvingskost zal hoger zijn
- Inbreng : je brengt iets in vanuit privébezit in je bedrijf à in ruil aandelen van het bedrijf
Waardebepaling aan het einde van het jaar (waardedaling)
- Afschrijvingen : activa een beperkte levensduur bv : machines die elk jaar een beetje
minder waard worden à je mag zelf beslissen hoeveel jaar je gebruikt
o Lineaire afschijvingsmethode : elk jaar evenveel afschrijven
- Niet-recurrente afschrijvingen : activa een beperkte levensduur à gevolg van nieuwe
technologische & economische evoluties (extra afschrijving)
- Waardevermindering : voor dingen met een onbeperkte levensduur (terrein…) die toch
in waarde dalen à als terrein bv vervuild is kan de waarde wel dalen
à Actief daalt - kost stijgt
Eindcijfer 0= aanscha0ingswaarde
Eindcijfer 8= geboekte meerwaarde
Eindcijfer 9= geboekte afschrijving
actief BALANS passief
OPRICHTINGSKOSTEN
I 20 Oprichtingskosten EIGEN VERMOGEN
VASTE ACTIVA
I 10/11 Inbreng
II 21 Immateriële vaste activa II 12 Herwaarderingsmeerwaarden
III 22 -> 27 Materiële vaste activa III 13 Reserves
klasse 2 IV 28 Financiële vaste activa IV 14 Overgedragen resultaat
V 15 Kapitaalsubsidies
VLOTTENDE ACTIVA
VI 16 Voorschot vennoten verdeling actief
V 29 Vorderingen op meer dan 1 jaar klasse 1
VREEMD VERMOGEN
klasse 3 VI 30 -> 37 Voorraden en bestellingen in Voorzieningen en uitgestelde belastingen
uitvoering VII 16 Voorzieningen en uitgestelde
belastingen
klasse 4 VII 40 -> 41 Vorderingen op ten hoogste 1 jaar
Schulden
klasse 5 VIII 50 -> 53 Geldbeleggingen VIII 17 Schulden op meer dan 1 jaar
IX 54 -> 58 Liquide middelen
IX 42 -> 48 Schulden op ten hoogste 1 jaar klasse 4
klasse 4 X 490/491 Overlopende rekeningen X 492/493 Overlopende rekeningen
kosten RESULTATENREKENING opbrengsten
60 -> 64 Bedrijfskosten 70 -> 74 Bedrijfsopbrengsten
klasse 6 65 Financiële kosten 75 Financiële opbrengsten klasse 7
66 Niet-recurrente bedrijfs- en financiële 76 Niet-recurrente bedrijfs- en financiële
kosten opbrengsten
67 Belastingen 77 Regularisering belastingen
68 Overboeking naar belastingvrije 78 Onttrekking aan de belastingvrije
reserves reserves
69 Resultaatverwerking 79 Resultaatverwerking
1
, Waarde van investeringsgoederen plaatsen onder vaste activa
à wel ervoor zorgen dat aankoopwaarde wel als kost opgenomen wordt
- Gaan dit gespreid doen
Als je een gebouw, installatie… koopt à hoeveel jaren ga je het gebruiken?
- € 250.000 voor 25 jaar = € 10.000 per jaar als kost opnemen
Stel een actief van € 100.000 met een looptijd van 5 jaar, en geen restwaarde
LINEAIR AW Afschrij-ving Geb. Afschr. BW eind 20Xt
20X1 100 000 20 000 20 000 80 000 20% x AW
20X2 20 000 40 000 60 000 20% x AW
20X3 20 000 60 000 40 000 20% x AW
20X4 20 000 80 000 20 000 20% x AW
20X5 20 000 100 000 0 20% x AW
Waardebepaling – waardestijging
- Terugname van afschrijvingen & waardeverminderingen : als je iets minder waard hebt
gemaakt maar blijkt dat het nu toch meer waard is
o Recurrente afschrijvingen (normale) : volgens plan, wordt in principe niet
teruggenomen (mag wel)
o Niet-recurrente afschrijvingen : moeten worden teruggenomen
o Waardeverminderingen : moeten worden teruggenomen
à Actief (& opbrengst) stijgen – kosten dalen
- Herwaardering : ondernemingen mogen de waarden herwaarderen
à actief stijgt – passief stijgt (eigen vermogen)
Realisatie : verkoop van een vast actief
- Verkoopprijs vast actief à geen opbrengst
- Verkoopprijs (wat je krijgt) vergelijken met boekwaarde
à meerwaarde/minderwaarde
Voorbeeld : Installatie met aanschafwaarde van €30 000, is al voor 60% afgeschreven en wordt
voor € 10 000 verkocht
- 60% (18.000) al afgeschreven dus boekwaarde = 12.000
- Verkoop voor 10.000
- 2.000 minderwaarde
à er is geen restwaarde (wat je krijgt als je na gebruiksduur actief verkoopt)
2
, Oprichtingskosten
Oprichtingskosten activeren à is niet verplicht
- 200 : kosten van oprichting, kapitaalverhoging, verhoging inbreng
- 201 : kosten van uitgifte lening
o 6501 : afschrijving bij uitgave lening
- 202 : andere oprichtingskosten
- 204 : herstructureringskosten
o 649 : als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten
o 6690 : als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten
- 489 : andere diverse schulden
2 opties : verwerving oprichtingskosten (niet verplicht)
- Activeren : bovenstaande rekeningnummers gebruiken
à dat jaar minder kosten & meer winst
- Niet activeren : opnemen in het resultaat (61)
à dat jaar meer kosten & minder winst
Wijziging in waardering (enkel bij activering)
- Afschrijvingen : verplicht max. 5 jaar met uitzondering : kosten bij uitgifte lening
- Niet-recurrente afschrijvingen : verplicht
- Waardeverminderingen : neen à geen onbeperkte gebruiksduur
- Herwaardering : neen à waarde niet controleerbaar verhoogbaar
- Realisatie : neen à je kan het niet verkopen
3
, Hoe boeken?
- Een afschrijving zorgt voor
o Daling vaste activa
o Stijging kosten
1. Directe afschrijvingsmethode : je schrijft rechtstreeks af op dezelfde rekening waar
actief geboekt was à aanscha<ingswaarde daalt elk jaar
2. Indirecte afschrijvingsmethode : je laat de oorspronkelijke waarde staan op de balans,
maar je boekt op een aparte afschrijvingsrekening
§ 0 : oorspronkelijke waarde
§ 9 : afschrijving / waardevermindering
- Kostenrekening 63
- 630 : afschrijvingen & waardeverminderingen op vaste activa
o 6300 : afschrijvingen op oprichtingskosten
o 6301 : afschrijvingen op immateriële vaste activa
o 6302 : afschrijvingen op materiële vaste activa
- 65 : financiële kosten
o 650 : kosten van schulden
o 6500 : rente…
o 6501 : afschrijvingen van kosten bij uitgifte van leningen
Voorbeeld kosten van oprichting / overige oprichtingskosten
• VERWERVEN
• Voorbeeld: De registratiekosten bij de opstart van een onderneming bedragen €2 000,
exclusief 21% btw (AF/1). De publiciteitskosten om de onderneming bekend te maken,
bedragen €5 400, exclusief 21% btw (AF/2)
• Optie 1: niet activeren (volledig als kost)
à kosten stijgen
• Optie 2 : activering
à activa stijgen
4