SAMENVATTING FINANCIËLE ANALYSE EN KREDIETEN
Hoofdstuk 1 – Gevalsstudie
Dit hoofdstuk geeft extra informatie over de gevalstudie die op het einde
van elk hoofdstuk wordt besproken. Gewoon eens lezen.
Hoofdstuk 3 – Keuze ondernemingsvorm
Eenmanszaak Vennootschap
Natuurlijke persoon Rechtspersoon
Geen onderscheid vermogen van
de natuurlijke persoon en dat van
de zaak
Inkomsten
Vereenvoudigde boekhouding
Eenmanszaak
Natuurlijke persoon
Geen onderscheid vermogen van de natuurlijke persoon en dat van
de zaak
Inkomsten → personenbelasting
Omzet < € 500.000,00
Vereenvoudigde boekhouding
Geen openbaarmakingsverplichtingen
Vennootschap
Rechtspersoon
Eigen rechten, verplichtingen en eigen vermogen
Inkomsten → vennootschapsbelasting (voordeliger)
Wettelijke verplichtingen:
o Dubbele boekhouding
o Neerleggen jaarrekening
o Inschrijven sociale kas
o …
Structuur en organisatie optimaliseren: oprichten holding,
patrimoniumvennootschap en exploitatievennootschap
o Exploitatievennootschap: voert handelsactiviteiten uit
o Patrimoniumvennootschap: beheert (im)materiële vaste activa
o De holding: overkoepelende eigenaar van de aandelen van de
vennootschappen
, BV en CV hebben geen kapitaal maar ‘toereikend
aanvangsvermogen’ nodig
NV nog altijd minimumkapitaal van €61.500,00 nodig
Overdracht vennootschap naar privé
VOF / CommV Vennoten, zaakvoerder
BV, NV, CV Aandeelhouder, bestuurder
1) Vennootschap keert aan de vennoten of aandeelhouders een loon uit
a. Voordeel: = aftrekbare kost, belastbaar resultaat vermindert
b. Vennoot/aandeelhouder kan zelf meebepalen hoeveel loon
c. Wel personenbelasting en rsz-bijdrage
Vennootschapsbelasting = 25%
KMO-vennootschappen = 20% op eerste schrijf van 100.000,00 winst
2) Uitkering dividend
a. Geldt voor alle vennoten of aandeelhouders
b. Vergoeding voor inbreng van kapitaal of geleverde prestaties
c. Wordt berekend vanuit winst na belastingen = geen
belastingvoordeel
d. Enkel roerende voorheffing van 30% betalen geen rsz-bijdrage
BV en CV mogen slechts dividenden uitkeren indien solvabiliteit en
liquiditeit dit toestaan. Nettoactief moet positief zijn en opeisbare schulden
voor de komende 12 maanden moeten kunnen worden voldaan
(solvabiliteitstest).
NV alleen afhankelijk van de solvabiliteit (solvabiliteitstest)
3) Geld opnemen uit vennootschap
a. = lening van vennootschap aan zaakvoerder/bestuurder
b. Hierop is rente verschuldigd
Quiz – zie leerpad
, Hoofdstuk 4 – De jaarrekening
De rapporteringsverplichtingen verschillen naargelang de grootte van de
onderneming. Een onderneming wordt als groot beschouwd indien het 2 of
meer van volgende waarden overschrijdt:
Personeelsbestand van 50 voltijdse eenheden (VTE)
Omzet van 9 miljoen euro
Balanstotaal van 4.5 miljoen euro
Deze ondernemingen moeten een volledig schema gebruiken.
Een jaarrekening bestaat uit 4 onderdelen:
1) De balans
2) De resultatenrekening
3) De toelichting en de waarderingsregels
4a) Voor alle vennootschappen personeel tewerkstellen en voor
verenigingen en
stichtingen vanaf 20 VTE: de sociale balans
4b) Voor grote ondernemingen en zeer grote verenigingen en
stichtingen: het
jaarverslag van het bestuursorgaan en het commissarisverslag
De balans, resultatenrekening en de kasplanning vormen de basis van de
financiële analyse. De kasstroomtabel is een extra onderdeel dat we bij
beursgenoteerde ondernemingen in de IRFS-jaarrekening van de groep
terug vinden.
De balans
= momentopname van de financiële toestand in een onderneming.
Bestaat uit activa en passiva. (= foto)
De activa
o Vaste activa: bezittingen die voor langer dan 1 jaar in de
onderneming zitten.
Materiële vaste activa (gebouwen, machines,…)
Immateriële vaste activa (licenties, goodwill,…)
Financiële vaste activa (deelnemingen, vorderingen,…)
o Vlottende activa: activa die in de loop van het jaar veranderen
Voorraden
Vorderingen
Liquide middelen en geldbeleggingen
Hoofdstuk 1 – Gevalsstudie
Dit hoofdstuk geeft extra informatie over de gevalstudie die op het einde
van elk hoofdstuk wordt besproken. Gewoon eens lezen.
Hoofdstuk 3 – Keuze ondernemingsvorm
Eenmanszaak Vennootschap
Natuurlijke persoon Rechtspersoon
Geen onderscheid vermogen van
de natuurlijke persoon en dat van
de zaak
Inkomsten
Vereenvoudigde boekhouding
Eenmanszaak
Natuurlijke persoon
Geen onderscheid vermogen van de natuurlijke persoon en dat van
de zaak
Inkomsten → personenbelasting
Omzet < € 500.000,00
Vereenvoudigde boekhouding
Geen openbaarmakingsverplichtingen
Vennootschap
Rechtspersoon
Eigen rechten, verplichtingen en eigen vermogen
Inkomsten → vennootschapsbelasting (voordeliger)
Wettelijke verplichtingen:
o Dubbele boekhouding
o Neerleggen jaarrekening
o Inschrijven sociale kas
o …
Structuur en organisatie optimaliseren: oprichten holding,
patrimoniumvennootschap en exploitatievennootschap
o Exploitatievennootschap: voert handelsactiviteiten uit
o Patrimoniumvennootschap: beheert (im)materiële vaste activa
o De holding: overkoepelende eigenaar van de aandelen van de
vennootschappen
, BV en CV hebben geen kapitaal maar ‘toereikend
aanvangsvermogen’ nodig
NV nog altijd minimumkapitaal van €61.500,00 nodig
Overdracht vennootschap naar privé
VOF / CommV Vennoten, zaakvoerder
BV, NV, CV Aandeelhouder, bestuurder
1) Vennootschap keert aan de vennoten of aandeelhouders een loon uit
a. Voordeel: = aftrekbare kost, belastbaar resultaat vermindert
b. Vennoot/aandeelhouder kan zelf meebepalen hoeveel loon
c. Wel personenbelasting en rsz-bijdrage
Vennootschapsbelasting = 25%
KMO-vennootschappen = 20% op eerste schrijf van 100.000,00 winst
2) Uitkering dividend
a. Geldt voor alle vennoten of aandeelhouders
b. Vergoeding voor inbreng van kapitaal of geleverde prestaties
c. Wordt berekend vanuit winst na belastingen = geen
belastingvoordeel
d. Enkel roerende voorheffing van 30% betalen geen rsz-bijdrage
BV en CV mogen slechts dividenden uitkeren indien solvabiliteit en
liquiditeit dit toestaan. Nettoactief moet positief zijn en opeisbare schulden
voor de komende 12 maanden moeten kunnen worden voldaan
(solvabiliteitstest).
NV alleen afhankelijk van de solvabiliteit (solvabiliteitstest)
3) Geld opnemen uit vennootschap
a. = lening van vennootschap aan zaakvoerder/bestuurder
b. Hierop is rente verschuldigd
Quiz – zie leerpad
, Hoofdstuk 4 – De jaarrekening
De rapporteringsverplichtingen verschillen naargelang de grootte van de
onderneming. Een onderneming wordt als groot beschouwd indien het 2 of
meer van volgende waarden overschrijdt:
Personeelsbestand van 50 voltijdse eenheden (VTE)
Omzet van 9 miljoen euro
Balanstotaal van 4.5 miljoen euro
Deze ondernemingen moeten een volledig schema gebruiken.
Een jaarrekening bestaat uit 4 onderdelen:
1) De balans
2) De resultatenrekening
3) De toelichting en de waarderingsregels
4a) Voor alle vennootschappen personeel tewerkstellen en voor
verenigingen en
stichtingen vanaf 20 VTE: de sociale balans
4b) Voor grote ondernemingen en zeer grote verenigingen en
stichtingen: het
jaarverslag van het bestuursorgaan en het commissarisverslag
De balans, resultatenrekening en de kasplanning vormen de basis van de
financiële analyse. De kasstroomtabel is een extra onderdeel dat we bij
beursgenoteerde ondernemingen in de IRFS-jaarrekening van de groep
terug vinden.
De balans
= momentopname van de financiële toestand in een onderneming.
Bestaat uit activa en passiva. (= foto)
De activa
o Vaste activa: bezittingen die voor langer dan 1 jaar in de
onderneming zitten.
Materiële vaste activa (gebouwen, machines,…)
Immateriële vaste activa (licenties, goodwill,…)
Financiële vaste activa (deelnemingen, vorderingen,…)
o Vlottende activa: activa die in de loop van het jaar veranderen
Voorraden
Vorderingen
Liquide middelen en geldbeleggingen