Chemie overal vwo hoofdstuk 2 Bouwstenen van stoffen
Macroniveau, alles wat je met het blote oog kunt waarnemen.
Microniveau, alles wat je kleiner is dan wat je met het blote oog kunt waarnemen.
Het atoommodel van Bohr
Een atoom bestaat uit een kern, met daarin protonen en neuronen en daaromheen schillen met
elektronen.
Het aantal protonen en elektronen in een atoom is gelijk aan elkaar.
Het aantal protonen in de kern bepaald welk element het atoom is. Het aantal protonen wordt
daarom aangegeven met het atoomnummer. In het periodiek systeem staat het atoomnummer
linksonder het element.
Het aantal neutronen in de kern verschilt per element.
Isotopen zijn variaties van elementen. Deze hebben wel een gelijk aantal protonen en zijn
hiermee hetzelfde element, maar verschillen in het aantal neutronen in de kern.
Met de naamgeving van de verschillende elektronenschillen is Bohr begonnen bij de letter K,
halverwege het alfabet. Hij wist namelijk nog niet of er ook kleinere schillen zouden zijn dan
degene die hij had ontdekt.
De schillen lopen van binnen naar buiten als volgt:
Schil K, bevat maximaal 2 elektronen
Schil L, bevat maximaal 8 elektronen
Schil M, bevat maximaal 18 elektronen
Schil N, bevat maximaal 32 elektronen
(alle verdere schillen bevatten ook maximaal 32 elektronen)
De binnenste schillen moeten eerst gevuld zijn voordat er een volgende schil ontstaat.
(Hierop bestaan wel uitzonderingen, maar dat hoef je niet te kennen.)
Valentie-elektronen zijn de elektronen in de buitenste schil van een atoom.
Het massagetal is het totaal aantal deeltjes in de kern van een atoom. Het aantal protonen +
het aantal neutronen. Dit getal geeft de massa van het atoom weer. Het gewicht van
elektronen is verwaarloosbaar en wordt hierin niet meegenomen.
Er zijn twee manieren om het massagetal van een element te noteren:
1. Klein linksboven bijvoorbeeld, 16O
2. Element – massagetal bijvoorbeeld, O-16
In het periodiek systeem staat de relatieve atoommassa, dit is het gemiddelde massagetal van
alle isotopen die in de natuur voorkomen. Dit getal staat linksboven in het hokje van het
element.
, Periodiek systeem
Perioden, de elementen staan horizontaal gerangschikt op oplopend aantal protonen in de
kern. In horizontale richting wordt het atoomnummer steeds hoger.
Groepen, de elementen staan verticaal gerangschikt op vergelijkbare stofeigenschappen.
Een aantal belangrijke groepen zijn:
Groep 18 edelgassen
Groep 17 Halogenen
Groep 2 Aardalkalimetalen
Groep 1 Alkalimetalen
Edelgassen hebben volle elektronenschillen.
bijvoorbeeld
2 elektronen, dus een volle K schil
of 10 elektronen, dus een volle K en L schil
Eigenlijk wil elk element op een edelgas lijken en dus volle elektronenschillen hebben. Dit is
het meest stabiel, het beste evenwicht.
Hierbij geldt de octetregel. Deze regel stelt dat atomen na de K schil (hier is ruimte voor maar
2 elektronen) setjes van 8 elektronen in de elektronenschillen willen verzamelen.
De eerste paar elementen in het periodiek systeem (horizontaal geteld) zijn een uitzondering
op deze regel en willen een volle K schil (anders moeten ze te veel elektronen verzamelen).
Elementen krijgen een volle valentieschil (buitenste elektronenschil) door onderling
elektronen uit te wisselen. Een element kan elektronen afstaan of juist opnemen.
Hierbij ontstaat een ladingsverschil. Een atoom is niet langer neutraal, omdat het aantal
protonen en elektronen niet meer gelijk zal zijn.
Protonen hebben een positieve lading +
Neutronen zijn neutraal
Elektronen hebben een negatieve lading -
Een geladen atoom noem je een ion.
Als een atoom elektronen afstaat, verliest het atoom negatieve lading en wordt het atoom
positief geladen. Er zijn nu meer positief geladen protonen dan negatief geladen elektronen in
het ion aanwezig.
Als een atoom elektronen opneemt, komt er meer negatieve lading bij het atoom en wordt het
atoom negatief geladen. Er zijn nu minder positief geladen protonen en meer negatief geladen
elektronen in het ion aanwezig.
De atoommassa van een element en ion is hetzelfde. Van een element naar een ion verandert
het aantal elektronen, maar deze zijn verwaarloosbaar voor het massagetal.
Macroniveau, alles wat je met het blote oog kunt waarnemen.
Microniveau, alles wat je kleiner is dan wat je met het blote oog kunt waarnemen.
Het atoommodel van Bohr
Een atoom bestaat uit een kern, met daarin protonen en neuronen en daaromheen schillen met
elektronen.
Het aantal protonen en elektronen in een atoom is gelijk aan elkaar.
Het aantal protonen in de kern bepaald welk element het atoom is. Het aantal protonen wordt
daarom aangegeven met het atoomnummer. In het periodiek systeem staat het atoomnummer
linksonder het element.
Het aantal neutronen in de kern verschilt per element.
Isotopen zijn variaties van elementen. Deze hebben wel een gelijk aantal protonen en zijn
hiermee hetzelfde element, maar verschillen in het aantal neutronen in de kern.
Met de naamgeving van de verschillende elektronenschillen is Bohr begonnen bij de letter K,
halverwege het alfabet. Hij wist namelijk nog niet of er ook kleinere schillen zouden zijn dan
degene die hij had ontdekt.
De schillen lopen van binnen naar buiten als volgt:
Schil K, bevat maximaal 2 elektronen
Schil L, bevat maximaal 8 elektronen
Schil M, bevat maximaal 18 elektronen
Schil N, bevat maximaal 32 elektronen
(alle verdere schillen bevatten ook maximaal 32 elektronen)
De binnenste schillen moeten eerst gevuld zijn voordat er een volgende schil ontstaat.
(Hierop bestaan wel uitzonderingen, maar dat hoef je niet te kennen.)
Valentie-elektronen zijn de elektronen in de buitenste schil van een atoom.
Het massagetal is het totaal aantal deeltjes in de kern van een atoom. Het aantal protonen +
het aantal neutronen. Dit getal geeft de massa van het atoom weer. Het gewicht van
elektronen is verwaarloosbaar en wordt hierin niet meegenomen.
Er zijn twee manieren om het massagetal van een element te noteren:
1. Klein linksboven bijvoorbeeld, 16O
2. Element – massagetal bijvoorbeeld, O-16
In het periodiek systeem staat de relatieve atoommassa, dit is het gemiddelde massagetal van
alle isotopen die in de natuur voorkomen. Dit getal staat linksboven in het hokje van het
element.
, Periodiek systeem
Perioden, de elementen staan horizontaal gerangschikt op oplopend aantal protonen in de
kern. In horizontale richting wordt het atoomnummer steeds hoger.
Groepen, de elementen staan verticaal gerangschikt op vergelijkbare stofeigenschappen.
Een aantal belangrijke groepen zijn:
Groep 18 edelgassen
Groep 17 Halogenen
Groep 2 Aardalkalimetalen
Groep 1 Alkalimetalen
Edelgassen hebben volle elektronenschillen.
bijvoorbeeld
2 elektronen, dus een volle K schil
of 10 elektronen, dus een volle K en L schil
Eigenlijk wil elk element op een edelgas lijken en dus volle elektronenschillen hebben. Dit is
het meest stabiel, het beste evenwicht.
Hierbij geldt de octetregel. Deze regel stelt dat atomen na de K schil (hier is ruimte voor maar
2 elektronen) setjes van 8 elektronen in de elektronenschillen willen verzamelen.
De eerste paar elementen in het periodiek systeem (horizontaal geteld) zijn een uitzondering
op deze regel en willen een volle K schil (anders moeten ze te veel elektronen verzamelen).
Elementen krijgen een volle valentieschil (buitenste elektronenschil) door onderling
elektronen uit te wisselen. Een element kan elektronen afstaan of juist opnemen.
Hierbij ontstaat een ladingsverschil. Een atoom is niet langer neutraal, omdat het aantal
protonen en elektronen niet meer gelijk zal zijn.
Protonen hebben een positieve lading +
Neutronen zijn neutraal
Elektronen hebben een negatieve lading -
Een geladen atoom noem je een ion.
Als een atoom elektronen afstaat, verliest het atoom negatieve lading en wordt het atoom
positief geladen. Er zijn nu meer positief geladen protonen dan negatief geladen elektronen in
het ion aanwezig.
Als een atoom elektronen opneemt, komt er meer negatieve lading bij het atoom en wordt het
atoom negatief geladen. Er zijn nu minder positief geladen protonen en meer negatief geladen
elektronen in het ion aanwezig.
De atoommassa van een element en ion is hetzelfde. Van een element naar een ion verandert
het aantal elektronen, maar deze zijn verwaarloosbaar voor het massagetal.