H12.1 t/m 12.5
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: algemene kennis van de werkelijkheid
vergroten. Je stelt hypothesen op en probeert die vervolgens te bevestigen of onderuit te
halen. Je ontkracht dan een bestaande theorie en probeert iets nieuws en beters te
bedenken. De nieuwe theorie is een aanleiding tot een nieuw onderzoek. Je wilt hier ‘weten
om te weten’.
Praktijkgericht onderzoek: je wilt ‘weten om te doen’. Je doet dit om een praktisch
probleem op te lossen. Inzichten toepassen op bijv de beroepspraktijk van een bedrijf.
Wordt ook wel toegepast onderzoek genoemd.
Metavragen: gaan over verwoorden van je vooronderstellingen en invalshoeken.
5 fasen theorievorming:
- Fase 1: Almacht van de media one-step-flow-theory (reuzeinjectienaaldtheorie)
- Fase 2: Beperkte macht van de media/ invloed opinieleider
two-step-flow-theory: van zender naar opinieleider en van opinieleider naar leden van
publiek in omgeving opinieleider
Multi-step-flow-theory: meerdere stappen mogelijk met opinieleider als schakel
- Fase 3: Aandacht voor ontvanger zwamvlokmodel en uses and gratifications
- Fase 4: Sturende macht van media agenda-setting, framing, agenda-vorming
- Fase 5: Media in informatietijdperk/ media-explosie onderzoek 6 dimensies van media-
explosie, wederzijdse betrekkingen tussen zender en ontvanger staan in middelpunt
H13.1 t/m 13.5
Mediarevolutie 1: van spraak naar schrift
Mediarevolutie 2: geschreven tekst wordt gedrukt
Mediarevolutie 3: van telegraaf naar internet
Almachtige media: (1900)
Gevolg van industrialisatie, urbanisatie, alfabetisering, democratisering
Tijd van krant, tijdschrift, radio
Grote massa VS kleine elite
One-step-flow theorie:
Invloed van massamedia is groot
Eenrichtingsverkeer
Ontvangers zijn passief
Boodschap direct van zender bij ontvanger
Massa is te manipuleren, elite niet
Kritiek:
Mensbeeld, verkeerde voorstelling van publiek
Verwaarlozing van intermediërende factoren
, Two-step-flow theorie:
Andere blijken ook invloed hebben op keuzeproces
Opinieleiders
In politiek en marketing
Mediaboodschap van zender naar opinieleider, van opinieleider naar leden van publiek in
directe omgeving
H14.1 t/m 14.5
Invloed opinielieder: vanaf 1930
Opinieleiders bestaan uit influentials en publieke figuren:
Influentials: invloedrijke adviseurs in interpersoonlijke communicatie (eigen omgeving)
Publieke figuren: personen met gezag in de publieke opinie
Multi-step-flow theorie:
Verfijning two-step-flow
Invloed opinieleiders afhankelijk van onderwerp en doelgroep
Meerdere communicatiestromen
Influentials belangrijk
Realistischere weergave van communicatieproces
H15.1 t/m 15.7
Fase 3 ontvangers kregen een actieve rol.
De vraag werd ‘Wat doen mensen met de media?’ ipv ‘wat doet de media met de mensen?’
4 overwegingen lagen hieraan ten grondslag:
- Massacommunicatie en interpersoonlijke communicatie zijn niet meer concurrerend
als complementair, ze vullen elkaar aan.
- De informatiestroom/ flow en de beïnvloedingsstroom (influence flow) zijn 2
verschillende processen waarbij massamedia en interpersoonlijke contacten
verschillende rollen spelen.
- Niet de opinieleiders hebben de meeste invloed, maar de normen- en
waardensystemen die door de publieksgroepen gedeeld worden.
- Zowel nationaal als internationaal zijn maatschappelijke en culturele verschillen van
invloed op de communicatieoverdracht.
Massamedia: effectief in overbrengen basiskennis en informatieve gegevens
Interpersoonlijke communicatie: effectief bij veranderen houding en gedrag
Informatiestroom: gaat over zakelijke inhoud van een boodschap
Beïnvloedingsstroom: normen en waarden spelen grotere rol
Aandacht voor de ontvanger zorgde ervoor dat communicatieonderzoekers steeds meer
aandacht gingen besteden aan de actieve rol van het publiek.
Uitgaan van het ontvangende publiek ipv de zendende partij
De meeste stroomonderzoeken (flow studies) gingen eerst uit van zenderfocus en in de
derde fase van de gevolgfuncties.