VAATHEELKUNDE – prof. Fourneau
DEEL 1: ALGEMEEN
HOOFDSTUK 1: ANATOMIE EN FYSIOLOGIE VAN HET ARTERIËLE, VENEUZE EN LYMFATISCH STELSEL
1.1. NORMALE ANATOMIE, STRUCTUREN EN FUNCTIE
Functies vaatstel:
- Niet-trombogeen transport van bloed
- Stockage van bloed
- Regulatie van moleculaire en cellulaire verplaatsing tss vaatlumen en extravasculaire ruimte
ARTERIES
Anatomisch en fysiologisch onderscheid:
- Grote elastische arteries → aorta en vertakkingen
- Middelgrote musculaire arteries → bloedvaten naar organen
- Kleine arteries / arteriolen → in de organen en weefsels
Wand van arteries : 3 lagen -> intima, media, adventitia -> samenstelling verschilt naargelang type arterie
➔ Fysiologisch belang
Grote arteries Tijdens systole -> uitzetten -> verhoogde druk opvangen
Tijdens diastole -> terugveren -> bloedstroom onderhouden
Middelgrote arteries Dempen bloedstroom bij systole , onderhouden bloedvoorziening naar perifere organen in verdere
fases
Kleine arteries Perifere weerstand -> bloeddruk op peil houden -> weefsels beschermen tegen hypertensie
➔ Pathologisch belang
Grote arteries = elastisch en musculair Eerder aangetast door atheromatose
Middelgrote arteries = musculair Eerder aangetast door mediacalcinose
Kleine arteries Eerder diffuse fibromusculaire verdikking en hyalinisatie
ENDOTHEEL
Normale endotheel -> diverse rol:
- Beschermt tegen trombose -> evenwicht aanmaak antitrombotische en protrombotische stoffen
- Regelt vaattonus -> constrictie en dilatatie ->via aanmaak vasoactieve stoffen en reactie op para en ortho ZS
- Herstelt evt schade van endotheellaag -> aanmaak en migratie sturen van gladde spiercellen vanuit media
➔ Evenwicht van functies verstoord: endotheliale dysfunctie -> intravasale trombose, atheromatose,
intimahyperplasie …
VENEN
Veneuze stelsel = oppervlakkig + diep veneus systeem → thv OL: verbonden met elkaar door perforanten
Venen tov arteries:
- Venen hebben kleppen: 1 stroomrichting -> van opp naar diep + van perifeer naar centraal
- grotere diameter dan arteries
- dunnere wand dan arteries + minder spiercellen in wand -> verklaart makkelijke beschadiging van venen bij
trombose (en soms definitieve)
, belangrijke functie = opslag
venen zetten uit -> meer bloed opslaan -> circulerend volume daalt (en omgekeerd)
venewand: weinig spiervezels -> kunnen niet uit zichzelf bloed voortstuwen -> factoren voor bloedstroom:
A) werking van het hart op de veneuze retour -> 2 effecten
- “Vis a tergo” – effect = residuele druk aan veneuze uiteinde van haarvaten
->constant aanbod van bloed bij begin van veneus stelsel
- “vis a fronte” – effect = zuigkracht van RA bij ontlediging
->doorstroming van bloed uit veneus stelsel na pulmonale circulatie
B) Zwaartekracht -> werkt zowel op arteriële als op veneuze vloeistofkolom -> effect in principe in evenwicht
C) Perifere pompwerking
Thv OL: pompwerking door spiercontractie binnen rigide fasciakoker
Kuitspierpomp en voetspierpomp -> bevorderen veneuze retour
➔ In aanw van normale, niet-gedilateerde aders, voorzien van kleppen -> centripetale flow van voeten naar hart
➔ Pomp werkt enkel bij beweging !
D) Ademhalingspomp
Deze pomp brengt dan verder het bloed naar het hart
Uitademen = diafragma omhoog Druk in abdomen daalt: bloed uit OL gezogen
Inademen = diafragma omlaag Druk in abdomen stijgt: minder veneuze flow in OL
Druk in thorax daalt: meer veneuze flow in BL, hoofd en hals
LYMFESTELSEL
Lymfebanen -> vnl aan mediale zijde van voet tot lies
Lymfesysteem:
- Recupereert eiwitten uit interstitiële ruimte (vnl albumine) -> verhindert oedeem
- Filtert lymfevocht thv lymfeknopen -> verwijdert vreemde partikels (bact bv) -> dan vloeit vocht terug naar
bloedcirculatie (met vnl plasmaproteïnen)
➔ Lymfesysteem = belangrijke factor in bescherming tegen bacteriële besmetting !!
Lymfeflow = nul in rust -> neemt toe bij spieractiviteit van lidmaat
1.2. ANATOMIE VOOR KLINISCH GEBRUIK
Klinisch belangrijke arteries, venen en lymfedrainagegebieden -> figuren p27 – 30 in handboek
,HOOFDSTUK 2: SEMEIOLOGIE VAN HET ARTERIËLE, VENEUZE EN LYMFATISCHE STELSEL
Meestal arterieel of veneus vaatlijden
Lymfoedeem of congenitale vaatafwijkingen = zeldzamer
Semeiologie = leer van tekenen → typische kenmerken van een aandoening :
- Symptomatologie
- Klinische tekenen
- Technische onderzoeken
2.1. ARTERIEEL VAATLIJDEN
INLEIDING
Henry H. Bailey: “The history and physical methods of examination must always remain the main channels by which a
diagnosis is made”
Robert B. Rutherford: “There are few areas in medicine in which the conditions encoutered lend themselves zo readily to
diagnosis solely on the basis of thoughtful history and careful physical examination as do vascular diseases”
1. Anamnese EN klinisch onderzoek -> correcte diagnose stellen
2. Dan niet-invasieve onderzoeken aangewezen -> geen schade -> makkelijk + kan herhaald w
3. Dan minder invasieve en invasieve onderzoeken -> wel mogelijk verwikkelingen, duurder -> alleen als nodig
➔ Voor alle onderzoeken geldt: alleen aanvragen als ze bijdrage leveren tot diagnose, behandeling en follow-up
ARTERIEEL VAATLIJDEN EN DE VAATPATIËNT
Arterieel vaatlijden: als bv ouder w -> ofwel dichtslippen ofwel uitzetten
- Vernauwend of stenoserend -> leidt tot occlusief lijden
- Dilaterend -> aneurysma
- Bloedvat kan ook vanbinnen scheuren (3 lagen van bloedvat) -> dissectie
→vormen kunnen ook gemengd voorkomen maar toch onderscheid maken want beetje verschillend ziektebeeld
- inflammatoire en degeneratieve aandoeningen = zeldzamer
occlusief lijden:
meestal door atherosclerose/ atheromatose -> cardiovasculaire risicofactoren
≠ arteriosclerose !! -> arteriosclerose = sclerosering van arteries bij het ouder worden -> is geen ziekte !
Atherosclerotische ziekte -> 1 of meerdere territoria aantasten:
- halsslagaders = extra-craniële vaten -> vertebralis en carotis (vooral carotis)
- arteries van OL = perifere vaten
- digestieve arteries en nierarteries = viscerale vaten
- kransslagaders = coronairen
➔ als meerdere aangetast = polyvasculaire aantasting
klachten en symptomen: acuut of chronisch → ander klachtenpatroon !
➔ chronisch: heel langzaam, pt kan aangepast zijn (collateralen gevormd bv) -> stabiel of evolutief
vaatpatiënt = pt die lijdt aan atherosclerotische ziekte van de arteries in één of meer territoria
en vrijwel altijd één of meerdere risicofactoren heeft
, ANAMNESE
Essentiële zaken:
- naam, leeftijd, geslacht
- hoofdklacht -> wat? Sinds wanneer? Duur? Frequentie? Ernst? Context?
- Andere klachten?
- Persoonlijke (en familiale) antecedenten
- Cardiovasculaire risicofactoren
- Huidig gebruikte medicatie
Ahterosclerose : systeemziekte → mogelijks polyvasculair → ook actief navragen naar andere klachten in vaatterritoria:
Hart Angor, infarct, ritmestoornissen
Onderste ledematen Claudicatio intermittens, rustpijn, weefselnecrose
Halsslagaders Transient ischemic attac (TIA) , cerebrovasculair accident (CVA) , amaurosis fugax
Nier- en digestieve slagaders Nierfunctie, hypertensie, angor abdominalis
KLINISCHE ONDERZOEK
KO -> minimaal gericht op de klachten, bij voorkeur uitgebreider -> rekening houden met polyvasculaire belasting
Duidelijke structuur: inspectie – palpatie – auscultatie → daarna afhv kliniek , bijkomende onderzoeken
A) Inspectie
pt voldoende laten uitkleden -> vermijden dat je zaken mist die belangrijk kunnen zijn:
- Litteken van vroegere (vaat) chirurgie : bv wegname van v. saphena magna voor coronaire chirurgie
- Schimmelinfectie thv de te opereren liesstreek
- Thv OL: letten op huidskleur, kleurverandering, verminderde beharing, trofische stoornissen, ischemische
huidletsels, zwelling, oedeem
➔ Zelfs mineure infecties kunnen bij art insuff aanleiding geven tot rood + pijnlijk oedeem van voet en enkel
B) Palpatie
niet gemakkelijk -> vaak voorkomend: eigen pols voelen doordat vingers te hard aangedrukt worden tegen harde structuur
beste omstandigheden voor palpatie van pulsaties:
- in warme ruimte
- handen van onderzoeker best warm zijn
- Patiënt best in ruglig onderzoeken
- Pulsaties voelen met vingertoppen -> L en R vergelijken
➔ Ook kracht van pulsaties is informatief !! (niet enkel aan/afwezigheid)
Met handrug : huidtemperatuur meten -> huid van handrug is minder dik en meer temperatuur gevoelig dan handpalm
Palpatie van arteries:
Aorta abdominalis Palpeerbaar bij jonge magere pt
pt minder mager -> palpabele aorta verdacht voor aneurysma -> rond en boven navel palp
a.femoralis communis Palperen in lies, net onder middelste derde van lig. inguinale
Soms aneurysma van deze arterie palperen
a.poplitea Gevoeld met 2 handen samengebracht in fossa poplitea -> pt laat been doorhangen terwijl
onderzoeker knie in flexie brengt (pols moeilijk te voelen, zeker als obees of gespierd)
Evt aneurysma kan gepalpeerd w
a.dorsalis pedis Palperen lateraal van extensor hallucis longuspees, tussen 1 ste en 2de MT, distaal van
enkelgewricht
a.tibialis posterior Palperen in groeve post van malleolus internus of medialis
DEEL 1: ALGEMEEN
HOOFDSTUK 1: ANATOMIE EN FYSIOLOGIE VAN HET ARTERIËLE, VENEUZE EN LYMFATISCH STELSEL
1.1. NORMALE ANATOMIE, STRUCTUREN EN FUNCTIE
Functies vaatstel:
- Niet-trombogeen transport van bloed
- Stockage van bloed
- Regulatie van moleculaire en cellulaire verplaatsing tss vaatlumen en extravasculaire ruimte
ARTERIES
Anatomisch en fysiologisch onderscheid:
- Grote elastische arteries → aorta en vertakkingen
- Middelgrote musculaire arteries → bloedvaten naar organen
- Kleine arteries / arteriolen → in de organen en weefsels
Wand van arteries : 3 lagen -> intima, media, adventitia -> samenstelling verschilt naargelang type arterie
➔ Fysiologisch belang
Grote arteries Tijdens systole -> uitzetten -> verhoogde druk opvangen
Tijdens diastole -> terugveren -> bloedstroom onderhouden
Middelgrote arteries Dempen bloedstroom bij systole , onderhouden bloedvoorziening naar perifere organen in verdere
fases
Kleine arteries Perifere weerstand -> bloeddruk op peil houden -> weefsels beschermen tegen hypertensie
➔ Pathologisch belang
Grote arteries = elastisch en musculair Eerder aangetast door atheromatose
Middelgrote arteries = musculair Eerder aangetast door mediacalcinose
Kleine arteries Eerder diffuse fibromusculaire verdikking en hyalinisatie
ENDOTHEEL
Normale endotheel -> diverse rol:
- Beschermt tegen trombose -> evenwicht aanmaak antitrombotische en protrombotische stoffen
- Regelt vaattonus -> constrictie en dilatatie ->via aanmaak vasoactieve stoffen en reactie op para en ortho ZS
- Herstelt evt schade van endotheellaag -> aanmaak en migratie sturen van gladde spiercellen vanuit media
➔ Evenwicht van functies verstoord: endotheliale dysfunctie -> intravasale trombose, atheromatose,
intimahyperplasie …
VENEN
Veneuze stelsel = oppervlakkig + diep veneus systeem → thv OL: verbonden met elkaar door perforanten
Venen tov arteries:
- Venen hebben kleppen: 1 stroomrichting -> van opp naar diep + van perifeer naar centraal
- grotere diameter dan arteries
- dunnere wand dan arteries + minder spiercellen in wand -> verklaart makkelijke beschadiging van venen bij
trombose (en soms definitieve)
, belangrijke functie = opslag
venen zetten uit -> meer bloed opslaan -> circulerend volume daalt (en omgekeerd)
venewand: weinig spiervezels -> kunnen niet uit zichzelf bloed voortstuwen -> factoren voor bloedstroom:
A) werking van het hart op de veneuze retour -> 2 effecten
- “Vis a tergo” – effect = residuele druk aan veneuze uiteinde van haarvaten
->constant aanbod van bloed bij begin van veneus stelsel
- “vis a fronte” – effect = zuigkracht van RA bij ontlediging
->doorstroming van bloed uit veneus stelsel na pulmonale circulatie
B) Zwaartekracht -> werkt zowel op arteriële als op veneuze vloeistofkolom -> effect in principe in evenwicht
C) Perifere pompwerking
Thv OL: pompwerking door spiercontractie binnen rigide fasciakoker
Kuitspierpomp en voetspierpomp -> bevorderen veneuze retour
➔ In aanw van normale, niet-gedilateerde aders, voorzien van kleppen -> centripetale flow van voeten naar hart
➔ Pomp werkt enkel bij beweging !
D) Ademhalingspomp
Deze pomp brengt dan verder het bloed naar het hart
Uitademen = diafragma omhoog Druk in abdomen daalt: bloed uit OL gezogen
Inademen = diafragma omlaag Druk in abdomen stijgt: minder veneuze flow in OL
Druk in thorax daalt: meer veneuze flow in BL, hoofd en hals
LYMFESTELSEL
Lymfebanen -> vnl aan mediale zijde van voet tot lies
Lymfesysteem:
- Recupereert eiwitten uit interstitiële ruimte (vnl albumine) -> verhindert oedeem
- Filtert lymfevocht thv lymfeknopen -> verwijdert vreemde partikels (bact bv) -> dan vloeit vocht terug naar
bloedcirculatie (met vnl plasmaproteïnen)
➔ Lymfesysteem = belangrijke factor in bescherming tegen bacteriële besmetting !!
Lymfeflow = nul in rust -> neemt toe bij spieractiviteit van lidmaat
1.2. ANATOMIE VOOR KLINISCH GEBRUIK
Klinisch belangrijke arteries, venen en lymfedrainagegebieden -> figuren p27 – 30 in handboek
,HOOFDSTUK 2: SEMEIOLOGIE VAN HET ARTERIËLE, VENEUZE EN LYMFATISCHE STELSEL
Meestal arterieel of veneus vaatlijden
Lymfoedeem of congenitale vaatafwijkingen = zeldzamer
Semeiologie = leer van tekenen → typische kenmerken van een aandoening :
- Symptomatologie
- Klinische tekenen
- Technische onderzoeken
2.1. ARTERIEEL VAATLIJDEN
INLEIDING
Henry H. Bailey: “The history and physical methods of examination must always remain the main channels by which a
diagnosis is made”
Robert B. Rutherford: “There are few areas in medicine in which the conditions encoutered lend themselves zo readily to
diagnosis solely on the basis of thoughtful history and careful physical examination as do vascular diseases”
1. Anamnese EN klinisch onderzoek -> correcte diagnose stellen
2. Dan niet-invasieve onderzoeken aangewezen -> geen schade -> makkelijk + kan herhaald w
3. Dan minder invasieve en invasieve onderzoeken -> wel mogelijk verwikkelingen, duurder -> alleen als nodig
➔ Voor alle onderzoeken geldt: alleen aanvragen als ze bijdrage leveren tot diagnose, behandeling en follow-up
ARTERIEEL VAATLIJDEN EN DE VAATPATIËNT
Arterieel vaatlijden: als bv ouder w -> ofwel dichtslippen ofwel uitzetten
- Vernauwend of stenoserend -> leidt tot occlusief lijden
- Dilaterend -> aneurysma
- Bloedvat kan ook vanbinnen scheuren (3 lagen van bloedvat) -> dissectie
→vormen kunnen ook gemengd voorkomen maar toch onderscheid maken want beetje verschillend ziektebeeld
- inflammatoire en degeneratieve aandoeningen = zeldzamer
occlusief lijden:
meestal door atherosclerose/ atheromatose -> cardiovasculaire risicofactoren
≠ arteriosclerose !! -> arteriosclerose = sclerosering van arteries bij het ouder worden -> is geen ziekte !
Atherosclerotische ziekte -> 1 of meerdere territoria aantasten:
- halsslagaders = extra-craniële vaten -> vertebralis en carotis (vooral carotis)
- arteries van OL = perifere vaten
- digestieve arteries en nierarteries = viscerale vaten
- kransslagaders = coronairen
➔ als meerdere aangetast = polyvasculaire aantasting
klachten en symptomen: acuut of chronisch → ander klachtenpatroon !
➔ chronisch: heel langzaam, pt kan aangepast zijn (collateralen gevormd bv) -> stabiel of evolutief
vaatpatiënt = pt die lijdt aan atherosclerotische ziekte van de arteries in één of meer territoria
en vrijwel altijd één of meerdere risicofactoren heeft
, ANAMNESE
Essentiële zaken:
- naam, leeftijd, geslacht
- hoofdklacht -> wat? Sinds wanneer? Duur? Frequentie? Ernst? Context?
- Andere klachten?
- Persoonlijke (en familiale) antecedenten
- Cardiovasculaire risicofactoren
- Huidig gebruikte medicatie
Ahterosclerose : systeemziekte → mogelijks polyvasculair → ook actief navragen naar andere klachten in vaatterritoria:
Hart Angor, infarct, ritmestoornissen
Onderste ledematen Claudicatio intermittens, rustpijn, weefselnecrose
Halsslagaders Transient ischemic attac (TIA) , cerebrovasculair accident (CVA) , amaurosis fugax
Nier- en digestieve slagaders Nierfunctie, hypertensie, angor abdominalis
KLINISCHE ONDERZOEK
KO -> minimaal gericht op de klachten, bij voorkeur uitgebreider -> rekening houden met polyvasculaire belasting
Duidelijke structuur: inspectie – palpatie – auscultatie → daarna afhv kliniek , bijkomende onderzoeken
A) Inspectie
pt voldoende laten uitkleden -> vermijden dat je zaken mist die belangrijk kunnen zijn:
- Litteken van vroegere (vaat) chirurgie : bv wegname van v. saphena magna voor coronaire chirurgie
- Schimmelinfectie thv de te opereren liesstreek
- Thv OL: letten op huidskleur, kleurverandering, verminderde beharing, trofische stoornissen, ischemische
huidletsels, zwelling, oedeem
➔ Zelfs mineure infecties kunnen bij art insuff aanleiding geven tot rood + pijnlijk oedeem van voet en enkel
B) Palpatie
niet gemakkelijk -> vaak voorkomend: eigen pols voelen doordat vingers te hard aangedrukt worden tegen harde structuur
beste omstandigheden voor palpatie van pulsaties:
- in warme ruimte
- handen van onderzoeker best warm zijn
- Patiënt best in ruglig onderzoeken
- Pulsaties voelen met vingertoppen -> L en R vergelijken
➔ Ook kracht van pulsaties is informatief !! (niet enkel aan/afwezigheid)
Met handrug : huidtemperatuur meten -> huid van handrug is minder dik en meer temperatuur gevoelig dan handpalm
Palpatie van arteries:
Aorta abdominalis Palpeerbaar bij jonge magere pt
pt minder mager -> palpabele aorta verdacht voor aneurysma -> rond en boven navel palp
a.femoralis communis Palperen in lies, net onder middelste derde van lig. inguinale
Soms aneurysma van deze arterie palperen
a.poplitea Gevoeld met 2 handen samengebracht in fossa poplitea -> pt laat been doorhangen terwijl
onderzoeker knie in flexie brengt (pols moeilijk te voelen, zeker als obees of gespierd)
Evt aneurysma kan gepalpeerd w
a.dorsalis pedis Palperen lateraal van extensor hallucis longuspees, tussen 1 ste en 2de MT, distaal van
enkelgewricht
a.tibialis posterior Palperen in groeve post van malleolus internus of medialis