~ Hoofdstuk 3: de babytijd ~
3.1. Lichamelijke en motorische ontwikkelingen
Grote verschillen eerste weken en na 1 levensjaar, opsplitsing neonatus –
latere babytijd. Nestblijver vs nestvlieder. Goeie zorg nodig om te kunnen
overleven. Fysiologisch vroeggeboorte vh kind: Portmann. Daarom zijn
vaccinaties bij ons verplicht maar in sommige conservatief-religieuze
gemeenschappen is dat al langer een probleem.
3.1.1. Neurologische ontwikkeling
Bij geboorte heeft neonatus
100 à 200 miljard neuronen
maar die zijn nog niet
volgroeid. Ze hebben, weinig
tot geen verbindingen, niet
functioneel, niet efficiënt.
Kort na de geboorte zijn er al
meer
neuronenverbindingen die
maken meer contact dit zijn
synapsverbindingen die
worden aangemaakt tussen twee hersencellen.
Er zijn ook dendrieten dit zijn de vertakkingen waar de info langs loopt vn
celkern ene neuron naar andere neuron.
Synapsen zijn uiteinden vn axonen (lange uitloper vn celkern waarlangs
info word doorgegeven aan andere neuron) die raken elkaar net niet.
Myeline: omhulsel rond axon dat zorgt voor snellere info overdracht.
Knopen van Ranvier: snellere overdracht van zenuwimpuls die springen
van de ene knoop naar volgende.
Witte stof: netwerk vn neuronenverbindingen. Grijze stof: cellichamen
samen met dendrieten en synapsen.
Toename gewicht neuronen = afname aantal neuronen. => efficiënter
functioneren. Pruning (snoeien). Er zal
Hersenlateralisatie: functies treden op in linkerhemisfeer (taal &
emoties) andere rechts (ruimtelijk inzicht). Ook plasticiteit uitval
bepaalde functie overgenomen door andere regio’s. => neuroplasticiteit
hele leven bestaan. Groot belang aan stimulatie tijdens gevoelige
periodes. Zo niet = degeneratie (afsterving) neuronen. Experiment kitten.
3 à 4 dagen in donker: begint minder goed te zien, week in donker:
ernstige beschadiging.
, 3.1.2. Motoriek van de pasgeborene
Motorische reacties neonatus = tweeledig. 1e plaats houdingen benen
optrekken, 2e plaats vooral reflexief gedrag. Houding ‘slappe pop’ => te
weinig spierkracht. 2 soorten reflexen Blijvende reflexen: niezen,
slikken, ooglidreflex, kniepees & voorbijgaande reflexen
ARCHAÏSCHE VOORBIJGAANDE REFLEXEN ZIE P. 128
Archaïsche voorbijgaande reflexen: 3 maanden, daarna gerichte &
gecoördineerde handelingen. Ooit nodig geweest om te overleven.
- Grijpreflex: vinger in handpalm baby, zal stevig vasthouden
- Voetzoolgrijpreflex: voorwerp tegen voetzool = teentjes krullen
om vast te nemen
- Stapreflex: baby onder oksels vastnemen & bodem raakt, spontaan
stapbeweging
- Kruipreflex: baby houden waardoor armen & benen grond raken,
kruipbewegingen
- Zwemreflex: gezicht in water = spartelbeweging armen en benen
- Moro-reflex: baby tilt hoofd en gooit armen en benen open om iets
te grijpen is wnr hoofd baby plotse beweging maakt.
- Babinski-reflex: strekken tenen en oprichten grote teen. Wnr
scherp voorwerp rand voetzool strijk vn achter naar voor.
- Asymmetrische tonische nekreflex: hoofd baby naar één kant,
been andere kant buigt en arm strekt.
- Symmetrische tonische nekreflex: als nek gebogen word armen
plooien en benen strekken. Hoofd naar achter armen strekken en
benen plooien.
NIET-ARCHAÏSCHE VOORBIJGAANDE REFLEXEN ZIE P. 129
Blijven steeds belangrijk voor overleving.
- Snuffel of zoek reflex: wang baby word aangeraakt zal opzoek
gaan naar tepel.
- Zuigreflex: voorwerp in mond zal automatisch zuigen
GEDRAGSTOESTANDEN EN STADIA VAN WAAKZAAMHEID
Waakzaamheidstoestanden Heinz Prechtl:
- Gedragstoestand 1: rustige, diepe slaap: langzaam regelmatig
ademen, weinig motorische activiteit.
- Gedragstoestand 2: actieve of REM slaap: dromen, onregelmatige
ademhaling, oogbewegingen, meer activiteit zoals grimassen,
zuchten, beweging, lachen. ½ van de slaap is remslaap.
3.1. Lichamelijke en motorische ontwikkelingen
Grote verschillen eerste weken en na 1 levensjaar, opsplitsing neonatus –
latere babytijd. Nestblijver vs nestvlieder. Goeie zorg nodig om te kunnen
overleven. Fysiologisch vroeggeboorte vh kind: Portmann. Daarom zijn
vaccinaties bij ons verplicht maar in sommige conservatief-religieuze
gemeenschappen is dat al langer een probleem.
3.1.1. Neurologische ontwikkeling
Bij geboorte heeft neonatus
100 à 200 miljard neuronen
maar die zijn nog niet
volgroeid. Ze hebben, weinig
tot geen verbindingen, niet
functioneel, niet efficiënt.
Kort na de geboorte zijn er al
meer
neuronenverbindingen die
maken meer contact dit zijn
synapsverbindingen die
worden aangemaakt tussen twee hersencellen.
Er zijn ook dendrieten dit zijn de vertakkingen waar de info langs loopt vn
celkern ene neuron naar andere neuron.
Synapsen zijn uiteinden vn axonen (lange uitloper vn celkern waarlangs
info word doorgegeven aan andere neuron) die raken elkaar net niet.
Myeline: omhulsel rond axon dat zorgt voor snellere info overdracht.
Knopen van Ranvier: snellere overdracht van zenuwimpuls die springen
van de ene knoop naar volgende.
Witte stof: netwerk vn neuronenverbindingen. Grijze stof: cellichamen
samen met dendrieten en synapsen.
Toename gewicht neuronen = afname aantal neuronen. => efficiënter
functioneren. Pruning (snoeien). Er zal
Hersenlateralisatie: functies treden op in linkerhemisfeer (taal &
emoties) andere rechts (ruimtelijk inzicht). Ook plasticiteit uitval
bepaalde functie overgenomen door andere regio’s. => neuroplasticiteit
hele leven bestaan. Groot belang aan stimulatie tijdens gevoelige
periodes. Zo niet = degeneratie (afsterving) neuronen. Experiment kitten.
3 à 4 dagen in donker: begint minder goed te zien, week in donker:
ernstige beschadiging.
, 3.1.2. Motoriek van de pasgeborene
Motorische reacties neonatus = tweeledig. 1e plaats houdingen benen
optrekken, 2e plaats vooral reflexief gedrag. Houding ‘slappe pop’ => te
weinig spierkracht. 2 soorten reflexen Blijvende reflexen: niezen,
slikken, ooglidreflex, kniepees & voorbijgaande reflexen
ARCHAÏSCHE VOORBIJGAANDE REFLEXEN ZIE P. 128
Archaïsche voorbijgaande reflexen: 3 maanden, daarna gerichte &
gecoördineerde handelingen. Ooit nodig geweest om te overleven.
- Grijpreflex: vinger in handpalm baby, zal stevig vasthouden
- Voetzoolgrijpreflex: voorwerp tegen voetzool = teentjes krullen
om vast te nemen
- Stapreflex: baby onder oksels vastnemen & bodem raakt, spontaan
stapbeweging
- Kruipreflex: baby houden waardoor armen & benen grond raken,
kruipbewegingen
- Zwemreflex: gezicht in water = spartelbeweging armen en benen
- Moro-reflex: baby tilt hoofd en gooit armen en benen open om iets
te grijpen is wnr hoofd baby plotse beweging maakt.
- Babinski-reflex: strekken tenen en oprichten grote teen. Wnr
scherp voorwerp rand voetzool strijk vn achter naar voor.
- Asymmetrische tonische nekreflex: hoofd baby naar één kant,
been andere kant buigt en arm strekt.
- Symmetrische tonische nekreflex: als nek gebogen word armen
plooien en benen strekken. Hoofd naar achter armen strekken en
benen plooien.
NIET-ARCHAÏSCHE VOORBIJGAANDE REFLEXEN ZIE P. 129
Blijven steeds belangrijk voor overleving.
- Snuffel of zoek reflex: wang baby word aangeraakt zal opzoek
gaan naar tepel.
- Zuigreflex: voorwerp in mond zal automatisch zuigen
GEDRAGSTOESTANDEN EN STADIA VAN WAAKZAAMHEID
Waakzaamheidstoestanden Heinz Prechtl:
- Gedragstoestand 1: rustige, diepe slaap: langzaam regelmatig
ademen, weinig motorische activiteit.
- Gedragstoestand 2: actieve of REM slaap: dromen, onregelmatige
ademhaling, oogbewegingen, meer activiteit zoals grimassen,
zuchten, beweging, lachen. ½ van de slaap is remslaap.