HOOFDSTUK 4: BLOED
ONDERDEEL VAN BIND- EN STEUNWEEFSELS
Ontstaan uit mesoderm: mesenchymcellen = multipotente stamcellen
Mesenchymaal of embryonaal bindweefsel
Algemeen
Indeling - Cellulair component: +/- 45%
- Extracellulaire matrix (vloeibaar): +/- 55% = bloedplasma
Functie Gespecialiseerde vorm van bindweefsel
Extracellulaire component
- Vloeibare ECM = bloedplasma
Opbouw - Waterige oplossing(92%) van anorganische zouten, plasma-eiwitten en
andere organische stoffen (aminozuren, vitaminen, hormonen…)
- Plasma-eiwitten (7%) (o.a. bloedstollingseiwitten)
- Andere opgeloste stoffen (1%)
!!Bloedplasma mag niet stollen!!
Functie Zeer efficiënt transportmiddel ≠ bloedserum
Met anti-coagulans (niet stollend) Zonder anti-coagulans (wel stollend)
- Vloeistof = bloedplasma (55%) - Vloeistof = bloedserum
- Witte bloedcellen en bloedplaatjes (1%) - Fibrinogeen omgezet tot fibrine
= buffy coat - Fibrinebloedklonter (bloedcellen)
- Rode bloedlichaampjes (44%) = - Proces van bloedstolling of coagulatie
hematocriet
Cellulaire component
- Voorlopercellen in beenmerg en lymfoid weefsel
- Na uitrijpen naar bloedbaan
Rode bloedlichaampjes, witte bloedcellen en bloedplaatjes
- Identificatie van bloed gerelateerde aandoeningen:
• Bloedstaal in cell counter (cytoflow)
➔ Aantal cellen per volume bloed (per bloedceltype)
• Bloeduitstrijkje
= uitsmeren van een bloeddruppel op draagglaasje, drogen, fixeren en kleuren
➔ Bestuderen van morfologie
, - Erythrocyten = rode bloedlichaampjes
Opbouw - 6,2-4,2*106 per mm3
- Biconcave (=ingedeukt langs beide kanten) schijfjes ( 7,5 µm)
- Zonder kern
- Weinig organellen
- Glycocalyx +bloedgroepen
- Hemoglobine/ Hb
- Afbraak in milt, lever en beenmerg (= aanmaakplaats RBL)
Reticulocyten
= soort voorlopercellen, jonge erythrocyten
Beperkt in bloedbaan (1%, 72h)
Zeer basofiel cytoplasma (RER, ribosoom)
Levensduur 120 dagen
Functie Transport via binding O2 en CO2 (Fe 2+)
Pathologie - Doornappelvorm of hemolyse i.p.v. normale vorm
- Agglutinatie (= klontering) i.p.v. Rouleauxvorming
Afwijkingen - Aantal: anemie(=bloedarmoede) en polyglobulinemie (= te veel rode
bloedcellen)
- Hb-gehalte: hypochromie (=kleurverlies) of hyperchromie (=meer kleur)
(ipv normochromie)
- Grootte: anisocytose (=BL hebben ongelijke grootte) macrocyten (>9µm)
en microcyten (<6µm)
- Vorm: poikilocytose (=abnormale vorm RBL) (vaak samen met annemie);
ovalocyten, sferocyten, sikkelcellen (maanvorm) …
Sikkel cell annemie => tekort aan normale functionerende BL
- Abnormale bestanddelen:
Basofiele korreling (RNA) → loodvergifting
Howell-Jolly lichaampje (DNA-fargent)
BLOEDGROEPENSYSTEEM:
O- O+ A- A+ B- B+ AB- AB+
Antigen D A A B B A A
(RBL) D D B B
D
Antilichaam Anti-A Anti-A Anti-B Anti-B Anti-A Anti-A (anti-D)
(plasma) Anti-B Anti-B (anti-D) (anti-D)
(anti-D)
O negatief = universele donor
AB positief = universele acceptor
Zelfde bloedgroepen mogen aan elkaar geven
Negatieve groepen mogen aan zelfde positieve groepen geven
OSMOSE IN RODE BLOEDLICHAAMPJES:
Hypertoon Isotoon Hypotoon
Conc uitw > 0,9 NaCl-opl Conc uitw = 0,9 NaCl-opl Conc uitw < 0,9 NaCl-opl
(conc inw) (conc inw) (conc inw)
ONDERDEEL VAN BIND- EN STEUNWEEFSELS
Ontstaan uit mesoderm: mesenchymcellen = multipotente stamcellen
Mesenchymaal of embryonaal bindweefsel
Algemeen
Indeling - Cellulair component: +/- 45%
- Extracellulaire matrix (vloeibaar): +/- 55% = bloedplasma
Functie Gespecialiseerde vorm van bindweefsel
Extracellulaire component
- Vloeibare ECM = bloedplasma
Opbouw - Waterige oplossing(92%) van anorganische zouten, plasma-eiwitten en
andere organische stoffen (aminozuren, vitaminen, hormonen…)
- Plasma-eiwitten (7%) (o.a. bloedstollingseiwitten)
- Andere opgeloste stoffen (1%)
!!Bloedplasma mag niet stollen!!
Functie Zeer efficiënt transportmiddel ≠ bloedserum
Met anti-coagulans (niet stollend) Zonder anti-coagulans (wel stollend)
- Vloeistof = bloedplasma (55%) - Vloeistof = bloedserum
- Witte bloedcellen en bloedplaatjes (1%) - Fibrinogeen omgezet tot fibrine
= buffy coat - Fibrinebloedklonter (bloedcellen)
- Rode bloedlichaampjes (44%) = - Proces van bloedstolling of coagulatie
hematocriet
Cellulaire component
- Voorlopercellen in beenmerg en lymfoid weefsel
- Na uitrijpen naar bloedbaan
Rode bloedlichaampjes, witte bloedcellen en bloedplaatjes
- Identificatie van bloed gerelateerde aandoeningen:
• Bloedstaal in cell counter (cytoflow)
➔ Aantal cellen per volume bloed (per bloedceltype)
• Bloeduitstrijkje
= uitsmeren van een bloeddruppel op draagglaasje, drogen, fixeren en kleuren
➔ Bestuderen van morfologie
, - Erythrocyten = rode bloedlichaampjes
Opbouw - 6,2-4,2*106 per mm3
- Biconcave (=ingedeukt langs beide kanten) schijfjes ( 7,5 µm)
- Zonder kern
- Weinig organellen
- Glycocalyx +bloedgroepen
- Hemoglobine/ Hb
- Afbraak in milt, lever en beenmerg (= aanmaakplaats RBL)
Reticulocyten
= soort voorlopercellen, jonge erythrocyten
Beperkt in bloedbaan (1%, 72h)
Zeer basofiel cytoplasma (RER, ribosoom)
Levensduur 120 dagen
Functie Transport via binding O2 en CO2 (Fe 2+)
Pathologie - Doornappelvorm of hemolyse i.p.v. normale vorm
- Agglutinatie (= klontering) i.p.v. Rouleauxvorming
Afwijkingen - Aantal: anemie(=bloedarmoede) en polyglobulinemie (= te veel rode
bloedcellen)
- Hb-gehalte: hypochromie (=kleurverlies) of hyperchromie (=meer kleur)
(ipv normochromie)
- Grootte: anisocytose (=BL hebben ongelijke grootte) macrocyten (>9µm)
en microcyten (<6µm)
- Vorm: poikilocytose (=abnormale vorm RBL) (vaak samen met annemie);
ovalocyten, sferocyten, sikkelcellen (maanvorm) …
Sikkel cell annemie => tekort aan normale functionerende BL
- Abnormale bestanddelen:
Basofiele korreling (RNA) → loodvergifting
Howell-Jolly lichaampje (DNA-fargent)
BLOEDGROEPENSYSTEEM:
O- O+ A- A+ B- B+ AB- AB+
Antigen D A A B B A A
(RBL) D D B B
D
Antilichaam Anti-A Anti-A Anti-B Anti-B Anti-A Anti-A (anti-D)
(plasma) Anti-B Anti-B (anti-D) (anti-D)
(anti-D)
O negatief = universele donor
AB positief = universele acceptor
Zelfde bloedgroepen mogen aan elkaar geven
Negatieve groepen mogen aan zelfde positieve groepen geven
OSMOSE IN RODE BLOEDLICHAAMPJES:
Hypertoon Isotoon Hypotoon
Conc uitw > 0,9 NaCl-opl Conc uitw = 0,9 NaCl-opl Conc uitw < 0,9 NaCl-opl
(conc inw) (conc inw) (conc inw)