BEWIJS IN STRAFZAKEN
2025-2026
, WEEK 1: WAARHEIDSVINDING IN STRAFZAKEN
Strafzaken gaan over het reconstrueren van het verleden. We hebben bewijs nodig
om objectief te kunnen vaststellen wat er in werkelijkheid is gebeurd. Het
Nederlands recht doet immers een nogal onbescheiden claim: het stelt dat het op
zoek is naar de waarheid. Dat is nogal wat.
Hoe een bepaald strafbaar feit zich heeft voorgedaan en wie daarvan strafrechtelijk
een verwijt kan worden gemaakt, dient te worden gereconstrueerd. Dat betekent
dat de waarheid moet worden beschreven. Soms is dat betrekkelijk eenvoudig:
bijvoorbeeld als het gaat om de vaststelling van ‘kale feiten’ die objectief vast te
stellen zijn, zoals de constatering dat iemand op een bepaalde datum letsel heeft
opgelopen. Voor andere onderdelen van delictsomschrijvingen – zoals subjectieve
bestanddelen als opzet en schuld – is dat ingewikkelder. Hoe toon je immers aan of
iemand een bepaalde gedraging wilde, of er tenminste op bedacht moest zijn dat
één en ander zich kon voltrekken?
Het proces van waarheidsvinding vangt aan in het vooronderzoek, als politie en
justitie bewijsmateriaal verzamelen. Uiteindelijk is het de strafrechter die naar
aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting de feiten vaststelt en aldaar ‘de
waarheid’ vindt. Dat gebeurt grotendeels op basis van het bewijsmateriaal dat in
het vooronderzoek is verzameld. Het bewijs dat de strafrechter ter beschikking
staat, moet worden geselecteerd, geïnterpreteerd en gewaardeerd. De Nederlandse
strafrechter is daarbij aan regels gebonden die beogen te verzekeren dat de
bewijsbeslissing zoveel mogelijk overeenstemt met de waarheid. Het bestaan van
dergelijke regels is niet vanzelfsprekend: er zijn ook bewijsstelsels die gebaseerd
zijn op de veronderstelling dat waarheidsvinding niet kan worden gebonden aan
algemene regels en dus volledig moet worden overgelaten aan de wijsheid van de
rechter of de jury.
In deze bijeenkomst zal nader worden ingegaan op de verschillende soorten
bewijsstelsels, de kenmerken van het Nederlandse bewijsstelsel en het proces van
waarheidsvinding in strafzaken.
BOOMBASIC
- Bewijsrecht hangt samen met de eerste materiële vraag van art. 350 Sv: heeft
de verdachte het tenlaste gelegde feit begaan? (de bewezenverklaring)
NEGATIEF WETTELIJK BEWIJSSTELSEL:
- In Nederland kennen we een negatief wettelijk bewijsstelsel de rechter kan
alleen tot een beslissing komen, als hij daarvan door het onderzoek ter
terechtzitting en door wettelijke bewijsmiddelen overtuigd is geraakt (art. 338
Sv)
o Wettelijk= De rechter is bij de bewezenverklaring gebonden aan in de wet
genoemde bewijsmiddelen
o Negatief = De rechter mag niet tot een bewezenverklaring komen als hij
op basis van de bewijsmiddelen niet overtuigd is geraakt van het feit dat
de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.
WETTELIJKE BEWIJSMIDDELEN:
1
,In de wet staan 5 bewijsmiddelen limitatief opgenomen in art. 339 Sv.
1) De eigen waarneming van de rechter (art. 340 Sv.)
o Denk aan foto/video materiaal dat ter terechtzitting door de rechter
persoonlijk wordt waargenomen.
2) Verklaringen van de verdachte ter terechtzitting (art. 341 Sv)
o Verdachte is niet tot antwoorden verplicht en hij wordt niet beëdigd. Een
liegende verdachte pleegt een meineed (art. 207 Sr)
o Voordat de rechter een verdachte hoort, geeft hij hem een cautie (art. 273
lid 2 Sv)
3) Verklaringen van een getuige ter terechtzitting (art. 342 Sv.)
o Het moet gaan om feiten en omstandigheden die de getuigen zelf hebben
gezien of ondervonden (art. 291Sv.)
Zijn verklaringen mogen geen mening, vermoeden of gissingen
bevatten.
o De getuigen worden beëdigd (art. 290 lid 4 Sv).
Hij kan dus meineed plegen (art. 207 Sr.).
o De getuige is tot antwoorden verplicht, tenzij hij verschoningsrecht heeft.
4) Verklaringen deskundigen ter terechtzitting (art. 343 Sv)
o Een deskundige moet een op zijn specifieke deskundigheid gebaseerde
verklaring afleggen. Ook een deskundige wordt beëdigd.
5) Schriftelijke bescheiden (Art. 344 Sv)
o Denk aan een proces-verbaal (lid 1 sub 2)
DE BEWIJSMINIMA:
De wettelijke bewijsregeling kent een aantal basisregels, de zogeheten bewijsminima:
- Een bekentenis alleen is niet voldoende (art. 341 lid 4 Sv)
- Een getuigen is geen getuige (unis testis nullus testis, 342 lid 2 Sv)
uitzondering 344 lid 2 Sv
- Schriftelijke stukken die niet in art. 344 lid 1 sub 1-4 Sv worden genoemd,
kunnen alleen in verband met andere bewijsmiddelen als bewijsmiddel dienen
(344 lid 1 sub 5 Sv.)
- Uitsluitend anonieme verklaringen zijn onvoldoende voor een
bewezenverklaring (art. 344a lid 1 sv).
o Onder bepaalde voorwaarden kunnen die verklaringen wel meewerken tot
het bewijs (art. 344a lid 2 sv)
De HR heeft aan de bewijsminimumregel van art. 343 lid 2 nadere invulling gegeven:
Unis testis I en II:
- Een bewijsgrond alleen is niet voldoende.
o Er moet ten minste een tweede bewijsgrond zijn.
Deze tweede bewijsgrond moet
1) uit een andere bron stammen dan de eerste bewijsgrond
2) inhoudelijk voldoende steun bieden aan de eerste
bewijsgrond, alhoewel het mag gaan om een betrekkelijk
ondergeschikt onderdeel van de eerste bewijsgrond
ANDERE BEWIJSREGELS ZIJN:
2
, - Art. 344a lid 3 Sv: Een schriftelijk bescheid met daarin een verklaring van een
anonieme getuige kan alleen als bewijsrecht dienen, indien het steunbewijs is
en niet door de verdediging is gevraagd om de anonieme getuigen zelf te
kunnen horen.
- Art. 341 lid 3 Sv: De verklaring van verdachte geldt alleen ten aanzien van
hemzelf.
DE ANONIEME GETUIGEN:
Er zijn verschillende soorten anonieme getuigenverklaringen:
Soort anonieme Omschrijving Bewijsregeling
getuige
Beperkte Deze getuige verschijnt (soms - Art. 342 SV.:
anonieme onherkenbaar of in een andere verklaring geldt
getuige ruimte) ter terechtzitting, maar hoeft alleen als ‘normale
i.v.m. overlast of beperkingen voor de getuigenverklaring’
uitoefening van zijn beroep bepaalde
vragen niet te beantwoorden. - Art. 344a Sv is niet
van toepassing
- Motiveringsverplich
ting van art. 360
Sv. geldt.
Bedreigde De RC bepaalt of een getuige een - Er geldt een
getuige bedreigde getuige is. bijzondere
bewijsregeling: art.
De bedreigde getuige wordt niet ter 344a lid 2 Sv en
terechtzitting gehoord, maar 226a – 226f Sv.
uitsluitend in het besloten kabinet van
de RV die zijn identiteit wel kent. - Ook geldt de
motiveringsverplich
De verdediging kan schriftelijk ting van 360 Sv.
vastleggen.
Anoniem Het gaat om anonieme tipgevers en - Art. 344a lid 3 Sv:
persoon in PV toevallige voorbijgangers. verklaring mag
worden gebruikt
Verklaringen worden opgenomen in mits er
het PV. andersoortig niet-
anoniem bewijs is
Belangrijk hier is dat het gaat om een en de verdachte de
schriftelijk bescheidt en niet om een anonieme getuige
verklaring ter terechtzitting niet zelf wil
ondervragen.
- Ook hier geldt
motivering
3
2025-2026
, WEEK 1: WAARHEIDSVINDING IN STRAFZAKEN
Strafzaken gaan over het reconstrueren van het verleden. We hebben bewijs nodig
om objectief te kunnen vaststellen wat er in werkelijkheid is gebeurd. Het
Nederlands recht doet immers een nogal onbescheiden claim: het stelt dat het op
zoek is naar de waarheid. Dat is nogal wat.
Hoe een bepaald strafbaar feit zich heeft voorgedaan en wie daarvan strafrechtelijk
een verwijt kan worden gemaakt, dient te worden gereconstrueerd. Dat betekent
dat de waarheid moet worden beschreven. Soms is dat betrekkelijk eenvoudig:
bijvoorbeeld als het gaat om de vaststelling van ‘kale feiten’ die objectief vast te
stellen zijn, zoals de constatering dat iemand op een bepaalde datum letsel heeft
opgelopen. Voor andere onderdelen van delictsomschrijvingen – zoals subjectieve
bestanddelen als opzet en schuld – is dat ingewikkelder. Hoe toon je immers aan of
iemand een bepaalde gedraging wilde, of er tenminste op bedacht moest zijn dat
één en ander zich kon voltrekken?
Het proces van waarheidsvinding vangt aan in het vooronderzoek, als politie en
justitie bewijsmateriaal verzamelen. Uiteindelijk is het de strafrechter die naar
aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting de feiten vaststelt en aldaar ‘de
waarheid’ vindt. Dat gebeurt grotendeels op basis van het bewijsmateriaal dat in
het vooronderzoek is verzameld. Het bewijs dat de strafrechter ter beschikking
staat, moet worden geselecteerd, geïnterpreteerd en gewaardeerd. De Nederlandse
strafrechter is daarbij aan regels gebonden die beogen te verzekeren dat de
bewijsbeslissing zoveel mogelijk overeenstemt met de waarheid. Het bestaan van
dergelijke regels is niet vanzelfsprekend: er zijn ook bewijsstelsels die gebaseerd
zijn op de veronderstelling dat waarheidsvinding niet kan worden gebonden aan
algemene regels en dus volledig moet worden overgelaten aan de wijsheid van de
rechter of de jury.
In deze bijeenkomst zal nader worden ingegaan op de verschillende soorten
bewijsstelsels, de kenmerken van het Nederlandse bewijsstelsel en het proces van
waarheidsvinding in strafzaken.
BOOMBASIC
- Bewijsrecht hangt samen met de eerste materiële vraag van art. 350 Sv: heeft
de verdachte het tenlaste gelegde feit begaan? (de bewezenverklaring)
NEGATIEF WETTELIJK BEWIJSSTELSEL:
- In Nederland kennen we een negatief wettelijk bewijsstelsel de rechter kan
alleen tot een beslissing komen, als hij daarvan door het onderzoek ter
terechtzitting en door wettelijke bewijsmiddelen overtuigd is geraakt (art. 338
Sv)
o Wettelijk= De rechter is bij de bewezenverklaring gebonden aan in de wet
genoemde bewijsmiddelen
o Negatief = De rechter mag niet tot een bewezenverklaring komen als hij
op basis van de bewijsmiddelen niet overtuigd is geraakt van het feit dat
de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.
WETTELIJKE BEWIJSMIDDELEN:
1
,In de wet staan 5 bewijsmiddelen limitatief opgenomen in art. 339 Sv.
1) De eigen waarneming van de rechter (art. 340 Sv.)
o Denk aan foto/video materiaal dat ter terechtzitting door de rechter
persoonlijk wordt waargenomen.
2) Verklaringen van de verdachte ter terechtzitting (art. 341 Sv)
o Verdachte is niet tot antwoorden verplicht en hij wordt niet beëdigd. Een
liegende verdachte pleegt een meineed (art. 207 Sr)
o Voordat de rechter een verdachte hoort, geeft hij hem een cautie (art. 273
lid 2 Sv)
3) Verklaringen van een getuige ter terechtzitting (art. 342 Sv.)
o Het moet gaan om feiten en omstandigheden die de getuigen zelf hebben
gezien of ondervonden (art. 291Sv.)
Zijn verklaringen mogen geen mening, vermoeden of gissingen
bevatten.
o De getuigen worden beëdigd (art. 290 lid 4 Sv).
Hij kan dus meineed plegen (art. 207 Sr.).
o De getuige is tot antwoorden verplicht, tenzij hij verschoningsrecht heeft.
4) Verklaringen deskundigen ter terechtzitting (art. 343 Sv)
o Een deskundige moet een op zijn specifieke deskundigheid gebaseerde
verklaring afleggen. Ook een deskundige wordt beëdigd.
5) Schriftelijke bescheiden (Art. 344 Sv)
o Denk aan een proces-verbaal (lid 1 sub 2)
DE BEWIJSMINIMA:
De wettelijke bewijsregeling kent een aantal basisregels, de zogeheten bewijsminima:
- Een bekentenis alleen is niet voldoende (art. 341 lid 4 Sv)
- Een getuigen is geen getuige (unis testis nullus testis, 342 lid 2 Sv)
uitzondering 344 lid 2 Sv
- Schriftelijke stukken die niet in art. 344 lid 1 sub 1-4 Sv worden genoemd,
kunnen alleen in verband met andere bewijsmiddelen als bewijsmiddel dienen
(344 lid 1 sub 5 Sv.)
- Uitsluitend anonieme verklaringen zijn onvoldoende voor een
bewezenverklaring (art. 344a lid 1 sv).
o Onder bepaalde voorwaarden kunnen die verklaringen wel meewerken tot
het bewijs (art. 344a lid 2 sv)
De HR heeft aan de bewijsminimumregel van art. 343 lid 2 nadere invulling gegeven:
Unis testis I en II:
- Een bewijsgrond alleen is niet voldoende.
o Er moet ten minste een tweede bewijsgrond zijn.
Deze tweede bewijsgrond moet
1) uit een andere bron stammen dan de eerste bewijsgrond
2) inhoudelijk voldoende steun bieden aan de eerste
bewijsgrond, alhoewel het mag gaan om een betrekkelijk
ondergeschikt onderdeel van de eerste bewijsgrond
ANDERE BEWIJSREGELS ZIJN:
2
, - Art. 344a lid 3 Sv: Een schriftelijk bescheid met daarin een verklaring van een
anonieme getuige kan alleen als bewijsrecht dienen, indien het steunbewijs is
en niet door de verdediging is gevraagd om de anonieme getuigen zelf te
kunnen horen.
- Art. 341 lid 3 Sv: De verklaring van verdachte geldt alleen ten aanzien van
hemzelf.
DE ANONIEME GETUIGEN:
Er zijn verschillende soorten anonieme getuigenverklaringen:
Soort anonieme Omschrijving Bewijsregeling
getuige
Beperkte Deze getuige verschijnt (soms - Art. 342 SV.:
anonieme onherkenbaar of in een andere verklaring geldt
getuige ruimte) ter terechtzitting, maar hoeft alleen als ‘normale
i.v.m. overlast of beperkingen voor de getuigenverklaring’
uitoefening van zijn beroep bepaalde
vragen niet te beantwoorden. - Art. 344a Sv is niet
van toepassing
- Motiveringsverplich
ting van art. 360
Sv. geldt.
Bedreigde De RC bepaalt of een getuige een - Er geldt een
getuige bedreigde getuige is. bijzondere
bewijsregeling: art.
De bedreigde getuige wordt niet ter 344a lid 2 Sv en
terechtzitting gehoord, maar 226a – 226f Sv.
uitsluitend in het besloten kabinet van
de RV die zijn identiteit wel kent. - Ook geldt de
motiveringsverplich
De verdediging kan schriftelijk ting van 360 Sv.
vastleggen.
Anoniem Het gaat om anonieme tipgevers en - Art. 344a lid 3 Sv:
persoon in PV toevallige voorbijgangers. verklaring mag
worden gebruikt
Verklaringen worden opgenomen in mits er
het PV. andersoortig niet-
anoniem bewijs is
Belangrijk hier is dat het gaat om een en de verdachte de
schriftelijk bescheidt en niet om een anonieme getuige
verklaring ter terechtzitting niet zelf wil
ondervragen.
- Ook hier geldt
motivering
3