Samenvatting WFT hypothecair krediet
Inhoud
1 Consumptief krediet............................................................................................ 3
1.1 het verschil tussen consumptief krediet en hypothecair krediet...................3
1.2 Verschillende vormen van consumptief krediet.............................................3
1.3 Alternatieve financieringsvormen..................................................................8
1.4 wet- en regelgeving..................................................................................... 17
1.5 het verstrekking proces............................................................................... 23
1.6 toetsingen................................................................................................... 29
1.7 voorkomen overkreditering.........................................................................34
H2 De aankoop van een woning...........................................................................39
2.1 kopen of huren?........................................................................................... 39
2.2 De woningmarkt.......................................................................................... 41
2.3 De koop van een woning............................................................................. 44
2.4 het afsluiten van hypothecair krediet..........................................................49
2.6 Maximale hypotheek op basis van inkomen................................................61
2.7 Nationale Hypotheek Garantie....................................................................67
2.8 Naar de notaris............................................................................................ 69
H3 financieringsconstructies en hypotheekvormen..............................................70
3.1 aflosvormen en renteconstructies...............................................................70
3.2 Financieringsconstructies............................................................................ 82
H4 fiscaliteit eigen woning................................................................................... 85
4.1 Inkomstenbelasting..................................................................................... 85
4.2 overdrachtsbelasting................................................................................. 109
H5 life-events en risicobeheersing.....................................................................113
5.1 arbeidsongeschikt..................................................................................... 113
5.2 overlijden.................................................................................................. 116
5.3 Werkloosheid............................................................................................. 117
5.4 pensionering.............................................................................................. 118
5.5 (echt)scheiding.......................................................................................... 121
5.6 Risicobeheersing....................................................................................... 124
5.7 schadeverzekeringen................................................................................ 129
H6 Wet- en regelgeving hypotheekadvisering....................................................131
6.1 leidraaad hypotheek advisering................................................................131
6.2 informatieverstrekking.............................................................................. 135
6.3 Kredietbeheer............................................................................................ 137
1
,6.4 Wanbetaling.............................................................................................. 139
2
,1 Consumptief krediet
1.1 het verschil tussen consumptief krediet en hypothecair
krediet
Wat is consumptief krediet?
Een consumptief krediet kan worden gebruik voor bijv. een verbouwing of
verbetering van eigen woning.
Bij een consumptief krediet wordt net als ij iedere vorm van een krediet, een
lening verstrekt tegen vergoeding van rente. De hoogte van het krediet is de
kredietsom en de verschuldigde rente en kosten vormen samen de
kredietvergoeding. Doordat jee en kredietvergoeding (rente) moet betalen ben
je duurder uit met consumptief krediet uit dan wanneer je eigen vermogen
gebruikt.
Een consumptief krediet is dus anders dan hypothecair krediet. Hypothecair
krediet is een krediet waarbij een recht van hypotheek wordt gevestigd op een
registergoed. Bij het recht van hypotheek geeft de klant aan de geldverstrekker
het recht om de woning te verkopen zonder tussenkomst van een rechter als de
klant niet Ana betalingsverplichting voldoet.
Wat is een hypothecair krediet?
Een hypothecair krediet is een krediet waarbij een recht van hypotheek wordt
gevestigd op Ee registergoed. Regstergoederen zijn goederen die geregistreerd
staan in openbare registers. Als een registergoed wordt verkocht, dan wordt dit in
het desbetreffende register ingeschreven. In en uit schrijvingen vinden plaats via
notaris. Bij hypothecair krediet is het registergoed meestal een woning en de
grond onder de woning.
Bij het recht van hypotheek geeft klant aan geldverstrekker het recht om woning
te verkopen zonder tussenkomst van rechters als consument niet kan betalen.
Consument = hypotheekgever.
Geldverstrekker = hypotheeknemer.
Als huist verkocht wordt heeft hypotheeknemer (bank) voorrang op opbrengst
van verkoop woning. het vestigen van hypotheek heeft niet tot gevolg dat de
geldverstrekker juridisch eigenaar wordt van de woning. de hypotheekgever,
de consument, blijft de enige juridische eigenaar.
1.2 Verschillende vormen van consumptief krediet
Geld en goederenkrediet
Als met consumptief krediet een geldbedrag wordt geleend is het een
geldkrediet. Het geldbedrag wordt dan overgemaakt naar de kredietnemer
(klant). Wordt het consumptief krediet gebruikt voor het kopen van een goed,
bijv. auto of tv en wordt het geldbedrag direct overgemaakt naar hen, is het
goederenkrediet.
Aflopend krediet
3
, Bij een aflopend krediet is er sprake van leenbehoefte. De klant wil iets aankopen
maar heeft onvoldoende budget om het zelf te kopen. Een aflopend krediet kan
zowel in vorm van een goederenkrediet (koop op afbetaling en huurkoop) als
in de vorm van een geldkrediet (persoonlijke lening) voorkomen.
Als het een aflopend goederenkrediet is, dan zal de kredietsom
overeenkomen met de prijs van het aangekochte goed. Ingeval van een
aflopend geldkrediet wordt de kredietsom in een keer naar de klant
overgemaakt. De klant weet bij een aflopend krediet precies waar hij aan toe is
omdat alles vast staat.
Kenmerken aflopend krediet:
- de kredietsom wordt ineens ter beschikking gesteld
- vaste looptijd
- het kredietvergoedingspercentage staat voor de gehele looptijd vast (vaste
rente)
- de maandtermijn is een vast bedrag, bestaande uit rente en aflossing
(annuïteit
Het bedrag van rente en aflossing vormt de annuïteit. De verhouding tussen
rente en aflossing wijzigt gedurende tijd. Begin betaal je veel rente en weinig
aflossing maar aan eind wordt minder rente en meer aflossing. Komt doordat
rente over krediet wordt berekend hoe meer je aflost hoe minder rente. Afgeloste
bedragen kunnen niet meer worden opgenomen
De kredietsom is het bedrag dat geleend wordt. Wanneer er betalingen
plaatsgevonden hebben, wordt het restant van het nog verschuldigde bedrag aan
de kredietverstrekker het uitstaand saldo genoemd. Als klant vervroeg aflost,
moet klant meestal gemaximeerde vergoeding voor vervroegde aflossing
betalen.
Staat de looptijd van de lening gelijk aan de economische looptijd van het
product is vervroegde aflossing toegestaan. Boete kan wel van toepassing zijn.
Looptijd kan variëren. Wordt vaak uitgedrukt in maande. Vaak wordt bepaald
aflopend krediet afgelost moet zijn voordat klant 70 of 75 is. Hogere leeftijd
hogere kant op overlijden. Het bedrag van rente en aflossing vormt de annuïteit.
De verhouding tussen rente en aflossing wijzigt gedurende tijd. Begin betaal je
veel rente en weinig aflossing maar aan eind wordt minder rente en meer
aflossing. Komt doordat rente over krediet wordt berekend hoe meer je aflost hoe
minder rente. Afgeloste bedragen kunnen niet meer worden opgenomen
De kredietsom is het bedrag dat geleend wordt. Wanneer er betalingen
plaatsgevonden hebben, wordt het restant van het nog verschuldigde bedrag aan
de kredietverstrekker het uitstaand saldo genoemd. Als klant vervroeg aflost,
moet klant meestal gemaximeerde vergoeding voor vervroegde aflossing
betalen.
Als een kredietnemer ervoor kiest om aan het einde van de lening een bepaald
bedrag ineens af te lossen wordt gesproken van een slottermijn. De slottermijn
is dan geen aflopende lening, maar een vaste lening (het krediet is dan een
combinatie van een aflopend krediet en een vaste lening). Het gevolg van
4
Inhoud
1 Consumptief krediet............................................................................................ 3
1.1 het verschil tussen consumptief krediet en hypothecair krediet...................3
1.2 Verschillende vormen van consumptief krediet.............................................3
1.3 Alternatieve financieringsvormen..................................................................8
1.4 wet- en regelgeving..................................................................................... 17
1.5 het verstrekking proces............................................................................... 23
1.6 toetsingen................................................................................................... 29
1.7 voorkomen overkreditering.........................................................................34
H2 De aankoop van een woning...........................................................................39
2.1 kopen of huren?........................................................................................... 39
2.2 De woningmarkt.......................................................................................... 41
2.3 De koop van een woning............................................................................. 44
2.4 het afsluiten van hypothecair krediet..........................................................49
2.6 Maximale hypotheek op basis van inkomen................................................61
2.7 Nationale Hypotheek Garantie....................................................................67
2.8 Naar de notaris............................................................................................ 69
H3 financieringsconstructies en hypotheekvormen..............................................70
3.1 aflosvormen en renteconstructies...............................................................70
3.2 Financieringsconstructies............................................................................ 82
H4 fiscaliteit eigen woning................................................................................... 85
4.1 Inkomstenbelasting..................................................................................... 85
4.2 overdrachtsbelasting................................................................................. 109
H5 life-events en risicobeheersing.....................................................................113
5.1 arbeidsongeschikt..................................................................................... 113
5.2 overlijden.................................................................................................. 116
5.3 Werkloosheid............................................................................................. 117
5.4 pensionering.............................................................................................. 118
5.5 (echt)scheiding.......................................................................................... 121
5.6 Risicobeheersing....................................................................................... 124
5.7 schadeverzekeringen................................................................................ 129
H6 Wet- en regelgeving hypotheekadvisering....................................................131
6.1 leidraaad hypotheek advisering................................................................131
6.2 informatieverstrekking.............................................................................. 135
6.3 Kredietbeheer............................................................................................ 137
1
,6.4 Wanbetaling.............................................................................................. 139
2
,1 Consumptief krediet
1.1 het verschil tussen consumptief krediet en hypothecair
krediet
Wat is consumptief krediet?
Een consumptief krediet kan worden gebruik voor bijv. een verbouwing of
verbetering van eigen woning.
Bij een consumptief krediet wordt net als ij iedere vorm van een krediet, een
lening verstrekt tegen vergoeding van rente. De hoogte van het krediet is de
kredietsom en de verschuldigde rente en kosten vormen samen de
kredietvergoeding. Doordat jee en kredietvergoeding (rente) moet betalen ben
je duurder uit met consumptief krediet uit dan wanneer je eigen vermogen
gebruikt.
Een consumptief krediet is dus anders dan hypothecair krediet. Hypothecair
krediet is een krediet waarbij een recht van hypotheek wordt gevestigd op een
registergoed. Bij het recht van hypotheek geeft de klant aan de geldverstrekker
het recht om de woning te verkopen zonder tussenkomst van een rechter als de
klant niet Ana betalingsverplichting voldoet.
Wat is een hypothecair krediet?
Een hypothecair krediet is een krediet waarbij een recht van hypotheek wordt
gevestigd op Ee registergoed. Regstergoederen zijn goederen die geregistreerd
staan in openbare registers. Als een registergoed wordt verkocht, dan wordt dit in
het desbetreffende register ingeschreven. In en uit schrijvingen vinden plaats via
notaris. Bij hypothecair krediet is het registergoed meestal een woning en de
grond onder de woning.
Bij het recht van hypotheek geeft klant aan geldverstrekker het recht om woning
te verkopen zonder tussenkomst van rechters als consument niet kan betalen.
Consument = hypotheekgever.
Geldverstrekker = hypotheeknemer.
Als huist verkocht wordt heeft hypotheeknemer (bank) voorrang op opbrengst
van verkoop woning. het vestigen van hypotheek heeft niet tot gevolg dat de
geldverstrekker juridisch eigenaar wordt van de woning. de hypotheekgever,
de consument, blijft de enige juridische eigenaar.
1.2 Verschillende vormen van consumptief krediet
Geld en goederenkrediet
Als met consumptief krediet een geldbedrag wordt geleend is het een
geldkrediet. Het geldbedrag wordt dan overgemaakt naar de kredietnemer
(klant). Wordt het consumptief krediet gebruikt voor het kopen van een goed,
bijv. auto of tv en wordt het geldbedrag direct overgemaakt naar hen, is het
goederenkrediet.
Aflopend krediet
3
, Bij een aflopend krediet is er sprake van leenbehoefte. De klant wil iets aankopen
maar heeft onvoldoende budget om het zelf te kopen. Een aflopend krediet kan
zowel in vorm van een goederenkrediet (koop op afbetaling en huurkoop) als
in de vorm van een geldkrediet (persoonlijke lening) voorkomen.
Als het een aflopend goederenkrediet is, dan zal de kredietsom
overeenkomen met de prijs van het aangekochte goed. Ingeval van een
aflopend geldkrediet wordt de kredietsom in een keer naar de klant
overgemaakt. De klant weet bij een aflopend krediet precies waar hij aan toe is
omdat alles vast staat.
Kenmerken aflopend krediet:
- de kredietsom wordt ineens ter beschikking gesteld
- vaste looptijd
- het kredietvergoedingspercentage staat voor de gehele looptijd vast (vaste
rente)
- de maandtermijn is een vast bedrag, bestaande uit rente en aflossing
(annuïteit
Het bedrag van rente en aflossing vormt de annuïteit. De verhouding tussen
rente en aflossing wijzigt gedurende tijd. Begin betaal je veel rente en weinig
aflossing maar aan eind wordt minder rente en meer aflossing. Komt doordat
rente over krediet wordt berekend hoe meer je aflost hoe minder rente. Afgeloste
bedragen kunnen niet meer worden opgenomen
De kredietsom is het bedrag dat geleend wordt. Wanneer er betalingen
plaatsgevonden hebben, wordt het restant van het nog verschuldigde bedrag aan
de kredietverstrekker het uitstaand saldo genoemd. Als klant vervroeg aflost,
moet klant meestal gemaximeerde vergoeding voor vervroegde aflossing
betalen.
Staat de looptijd van de lening gelijk aan de economische looptijd van het
product is vervroegde aflossing toegestaan. Boete kan wel van toepassing zijn.
Looptijd kan variëren. Wordt vaak uitgedrukt in maande. Vaak wordt bepaald
aflopend krediet afgelost moet zijn voordat klant 70 of 75 is. Hogere leeftijd
hogere kant op overlijden. Het bedrag van rente en aflossing vormt de annuïteit.
De verhouding tussen rente en aflossing wijzigt gedurende tijd. Begin betaal je
veel rente en weinig aflossing maar aan eind wordt minder rente en meer
aflossing. Komt doordat rente over krediet wordt berekend hoe meer je aflost hoe
minder rente. Afgeloste bedragen kunnen niet meer worden opgenomen
De kredietsom is het bedrag dat geleend wordt. Wanneer er betalingen
plaatsgevonden hebben, wordt het restant van het nog verschuldigde bedrag aan
de kredietverstrekker het uitstaand saldo genoemd. Als klant vervroeg aflost,
moet klant meestal gemaximeerde vergoeding voor vervroegde aflossing
betalen.
Als een kredietnemer ervoor kiest om aan het einde van de lening een bepaald
bedrag ineens af te lossen wordt gesproken van een slottermijn. De slottermijn
is dan geen aflopende lening, maar een vaste lening (het krediet is dan een
combinatie van een aflopend krediet en een vaste lening). Het gevolg van
4