Fiscaal recht jaar 2 samenvatting
Inhoud
H4 Box 1: winst uit onderneming.................................................................3
4.1 Algemeen............................................................................................3
4.2 Inleiding..............................................................................................3
4.3 onderneming.......................................................................................3
4.4 ondernemers en andere winstgenieters.............................................4
4.5 verhouding tussen winst uit onderneming en andere
inkomensbronnen.....................................................................................8
4.6 inleiding............................................................................................10
4.8 vermogensetikettering......................................................................13
4.9 waardering van vermogensbestanddelen.........................................16
4.10 kapitaalstortingen en -onttrekkingen..............................................21
4.11 niet aftrekbare en beperkte aftrekbare kosten...............................23
4.13 Inleiding..........................................................................................27
4.14 willekeurig afschrijving...................................................................28
4.15 Investeringsaftrek...........................................................................29
4.16 desinvesteringsbijtelling.................................................................31
4.17 kostenegalisatiereserve..................................................................32
4.18 herinvesteringsreserve art. 3:54 wet IB..........................................33
4.19 oudedagsreserve............................................................................34
4.20 ondernemersaftrek.........................................................................34
4.21 de mkb-winstvrijstelling..................................................................36
4.22 inleiding..........................................................................................36
4.23 stakingswinst en stakingsfaciliteiten..............................................37
H6 Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.............................40
6.2 aanmerkelijk belang..........................................................................40
6.3 reguliere voordelen...........................................................................43
6.4 kosten ter verwerving van reguliere voordelen................................45
6.5 vervreemdingsvoordelen..................................................................45
6.6 fictieve vervreemdingen...................................................................47
6.10 genietingsmoment..........................................................................49
6.11 verliesverrekening..........................................................................50
1
,H5.4 belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden.............................50
H9 vennootschapsbelasting.......................................................................56
9.1 Inleiding............................................................................................56
9.2 subjectieve belastingplicht (wie?).....................................................57
9.3 objectieve belastingplicht (waarover?).............................................60
9.4 tarief (hoeveel)?................................................................................67
9.6 deelnemingsvrijstelling.....................................................................67
9.7 (afgewaardeerde) vorderingen.........................................................71
9.8 fiscale eenheid..................................................................................72
9.9 fusie en splitsing...............................................................................75
2
,H4 Box 1: winst uit onderneming
4.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het bepalen van één van de
inkomensbestanddelen in box 1: de belastbare winst uit
onderneming (artikelen 3.2 tot en met 3.79a Wet IB).
Dit hoofdstuk bestaat uit vier onderdelen: a. Onderneming,
ondernemerschap en medegerechtigden b. Bepalen van de winst
uit onderneming c. Ondernemings- en
ondernemersfaciliteiten d. Staking van de onderneming
De regels voor de winstbepalingen in de Wet IB zijn niet alleen van belang
voor ondernemers en andere winstgenieters die onder de
inkomstenbelasting vallen, maar zijn voor een groot deel ook van
toepassing bij de vennootschapsbelasting en voor een deel bij de bepaling
van het resultaat uit overige werkzaamheden.
3.2 IB Belastbare winst uit onderneming
De belastbare winst uit onderneming is het gezamenlijke bedrag van de
winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit één of meer
ondernemingen, verminderd met de ondernemingsaftrek en de mkb-
vrijstelling.
Onderneming, ondernemerschap en
medegerechtigden
4.2 Inleiding
De belastbare winst uit onderneming wordt in art. 3.2 Wet IB
omschreven als: ‘het gezamenlijke bedrag van de winst die de
belastingplichtige als ondernemer geniet uit één of meer ondernemingen,
verminderd met de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling.’ In dit
onderdeel wordt ingegaan op deze begrippen.
4.3 onderneming
Volgende definitie onderneming ontstaan: duurzame organisatie, van kapitaal en
arbeid, die erop gericht is om deel te nemen aan het maatschappelijke
productieproces (het economische verkeer), met het oogmerk winst te behalen.
Kenmerken:
- Organisatie van kapitaal en arbeid
Zelfstandig beroep is gelijkgesteld aan onderneming (art 3.5 IB).
Elementen onderneming: Zelfstandigheid, aantal opdrachtgevers,
3
, inschrijving KVK, zekerheid inkomen, voeren administratie,
ondernemersrisico etc.
- Duurzaamheid
Duurzaamheid hoeft slechts latent aanwezig of bedoeld te zijn. Het moet
een duurzame organisatie betreffen, waarmee wordt bedoeld dat
de activiteiten niet een incidenteel karakter hebben.
- Deelname aan economisch verkeer.
Diensten/producten die door de overheid belast wordt.
- Winstoogmerk (of winst redelijkerwijs te verwachten).
Er moet naar winst worden gestreefd of winst moet redelijkerwijs te
verwachten zijn. Ook als winst niet bedoeld is maar wel te verwachten is
(psychotherapeut) dan onderneming. Vanaf moment dat winstgevend is
alsnog in heffing betrokken wanneer niet duidelijk is. Op grond van 3.10
IB mogen de verliezen in de aanloopfase (max 5 jaar(alsnog in aanmerking
genomen worden.
Voor inkomstenbelasting 3 bronnen van arbeidsinkomen:
Winst uit onderneming;
Loon uit dienstbetrekking;
Resultaat uit overige werkzaamheden
4.4 ondernemers en andere winstgenieters
Ondernemer is: ‘de belastingplichtige voor rekening van wie een
onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor
verbintenissen betreffende die onderneming’ (art. 3.4 Wet IB). De
ondernemer moet zelfstandig een onderneming drijven, waarbij sprake is
van een zekere continuïteit. Essentieel is dat de ondernemer
ondernemersrisico loopt.
‘Rechtstreeks verbonden voor verbintenissen’ betekent dat de
belastingplichtige tegenover de zakelijke crediteuren aansprakelijk is voor
de schulden van de onderneming. Deze verbondenheid moet
‘rechtstreeks’ zijn.
Samenwerkingsvormen:
Eenmanszaak: Als zou een ondernemer al het werk door werknemers of anderen
laten verrichten blijft hij ondernemer. Is rechtstreeks aansprakelijk voor
verbintenissen.
Vennootschap onder firma/ Maatschap: Alle deelnemers zijn
ondernemer als in het samenwerkingsverband een onderneming wordt
gedreven. Maatschap: Ieder is slechts aansprakelijk voor zijn aandeel in
de schulden. VOF: Iedere ondernemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de
totale schulden. VOF/Maagschap zijn niet belastingplichtig voor IB,
4
Inhoud
H4 Box 1: winst uit onderneming.................................................................3
4.1 Algemeen............................................................................................3
4.2 Inleiding..............................................................................................3
4.3 onderneming.......................................................................................3
4.4 ondernemers en andere winstgenieters.............................................4
4.5 verhouding tussen winst uit onderneming en andere
inkomensbronnen.....................................................................................8
4.6 inleiding............................................................................................10
4.8 vermogensetikettering......................................................................13
4.9 waardering van vermogensbestanddelen.........................................16
4.10 kapitaalstortingen en -onttrekkingen..............................................21
4.11 niet aftrekbare en beperkte aftrekbare kosten...............................23
4.13 Inleiding..........................................................................................27
4.14 willekeurig afschrijving...................................................................28
4.15 Investeringsaftrek...........................................................................29
4.16 desinvesteringsbijtelling.................................................................31
4.17 kostenegalisatiereserve..................................................................32
4.18 herinvesteringsreserve art. 3:54 wet IB..........................................33
4.19 oudedagsreserve............................................................................34
4.20 ondernemersaftrek.........................................................................34
4.21 de mkb-winstvrijstelling..................................................................36
4.22 inleiding..........................................................................................36
4.23 stakingswinst en stakingsfaciliteiten..............................................37
H6 Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.............................40
6.2 aanmerkelijk belang..........................................................................40
6.3 reguliere voordelen...........................................................................43
6.4 kosten ter verwerving van reguliere voordelen................................45
6.5 vervreemdingsvoordelen..................................................................45
6.6 fictieve vervreemdingen...................................................................47
6.10 genietingsmoment..........................................................................49
6.11 verliesverrekening..........................................................................50
1
,H5.4 belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden.............................50
H9 vennootschapsbelasting.......................................................................56
9.1 Inleiding............................................................................................56
9.2 subjectieve belastingplicht (wie?).....................................................57
9.3 objectieve belastingplicht (waarover?).............................................60
9.4 tarief (hoeveel)?................................................................................67
9.6 deelnemingsvrijstelling.....................................................................67
9.7 (afgewaardeerde) vorderingen.........................................................71
9.8 fiscale eenheid..................................................................................72
9.9 fusie en splitsing...............................................................................75
2
,H4 Box 1: winst uit onderneming
4.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het bepalen van één van de
inkomensbestanddelen in box 1: de belastbare winst uit
onderneming (artikelen 3.2 tot en met 3.79a Wet IB).
Dit hoofdstuk bestaat uit vier onderdelen: a. Onderneming,
ondernemerschap en medegerechtigden b. Bepalen van de winst
uit onderneming c. Ondernemings- en
ondernemersfaciliteiten d. Staking van de onderneming
De regels voor de winstbepalingen in de Wet IB zijn niet alleen van belang
voor ondernemers en andere winstgenieters die onder de
inkomstenbelasting vallen, maar zijn voor een groot deel ook van
toepassing bij de vennootschapsbelasting en voor een deel bij de bepaling
van het resultaat uit overige werkzaamheden.
3.2 IB Belastbare winst uit onderneming
De belastbare winst uit onderneming is het gezamenlijke bedrag van de
winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit één of meer
ondernemingen, verminderd met de ondernemingsaftrek en de mkb-
vrijstelling.
Onderneming, ondernemerschap en
medegerechtigden
4.2 Inleiding
De belastbare winst uit onderneming wordt in art. 3.2 Wet IB
omschreven als: ‘het gezamenlijke bedrag van de winst die de
belastingplichtige als ondernemer geniet uit één of meer ondernemingen,
verminderd met de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling.’ In dit
onderdeel wordt ingegaan op deze begrippen.
4.3 onderneming
Volgende definitie onderneming ontstaan: duurzame organisatie, van kapitaal en
arbeid, die erop gericht is om deel te nemen aan het maatschappelijke
productieproces (het economische verkeer), met het oogmerk winst te behalen.
Kenmerken:
- Organisatie van kapitaal en arbeid
Zelfstandig beroep is gelijkgesteld aan onderneming (art 3.5 IB).
Elementen onderneming: Zelfstandigheid, aantal opdrachtgevers,
3
, inschrijving KVK, zekerheid inkomen, voeren administratie,
ondernemersrisico etc.
- Duurzaamheid
Duurzaamheid hoeft slechts latent aanwezig of bedoeld te zijn. Het moet
een duurzame organisatie betreffen, waarmee wordt bedoeld dat
de activiteiten niet een incidenteel karakter hebben.
- Deelname aan economisch verkeer.
Diensten/producten die door de overheid belast wordt.
- Winstoogmerk (of winst redelijkerwijs te verwachten).
Er moet naar winst worden gestreefd of winst moet redelijkerwijs te
verwachten zijn. Ook als winst niet bedoeld is maar wel te verwachten is
(psychotherapeut) dan onderneming. Vanaf moment dat winstgevend is
alsnog in heffing betrokken wanneer niet duidelijk is. Op grond van 3.10
IB mogen de verliezen in de aanloopfase (max 5 jaar(alsnog in aanmerking
genomen worden.
Voor inkomstenbelasting 3 bronnen van arbeidsinkomen:
Winst uit onderneming;
Loon uit dienstbetrekking;
Resultaat uit overige werkzaamheden
4.4 ondernemers en andere winstgenieters
Ondernemer is: ‘de belastingplichtige voor rekening van wie een
onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor
verbintenissen betreffende die onderneming’ (art. 3.4 Wet IB). De
ondernemer moet zelfstandig een onderneming drijven, waarbij sprake is
van een zekere continuïteit. Essentieel is dat de ondernemer
ondernemersrisico loopt.
‘Rechtstreeks verbonden voor verbintenissen’ betekent dat de
belastingplichtige tegenover de zakelijke crediteuren aansprakelijk is voor
de schulden van de onderneming. Deze verbondenheid moet
‘rechtstreeks’ zijn.
Samenwerkingsvormen:
Eenmanszaak: Als zou een ondernemer al het werk door werknemers of anderen
laten verrichten blijft hij ondernemer. Is rechtstreeks aansprakelijk voor
verbintenissen.
Vennootschap onder firma/ Maatschap: Alle deelnemers zijn
ondernemer als in het samenwerkingsverband een onderneming wordt
gedreven. Maatschap: Ieder is slechts aansprakelijk voor zijn aandeel in
de schulden. VOF: Iedere ondernemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de
totale schulden. VOF/Maagschap zijn niet belastingplichtig voor IB,
4