100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Alle stof - BOEK - Rechtspsychologie VU

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
57
Subido en
09-12-2025
Escrito en
2025/2026

In deze samenvatting is alle voorgeschreven stof voor het tentamen van Rechtspsychologie opgenomen, per week, per hoofdstuk. Alle hoofdstukken staan er in!

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
9 de diciembre de 2025
Número de páginas
57
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Week 1

H1 Over de rechtspsychologie
De rechtspsychologie omvat alle facetten van menselijk gedrag binnen de forensische context. Het is een
descriptieve wetenschap die zich bezighoudt met hoe mensen zich daadwerkelijk gedragen; hoe
beslissingen worden genomen en welke rol de normatieve rechtsregels daarin spelen. William Stern
(1871-1938) kan als grondlegger van de rechtspsychologie worden aangewezen, hij was de eerste die
zich bezighield met het toepassen van algemene principes over het menselijke herinneringsvermogen op
getuigenverklaringen.

Binnen de rechtspsychologie bestaan drie deelgebieden: (1) validiteit van verklaringen, (2) leugendetectie
en (3) bewijs en bewijsvergaring.
1.​ In strikt psychologische zin gaat betrouwbaarheid over de mate waarin steeds hetzelfde resultaat
wordt verkregen: de interne consistentie. De meer gangbare betekenis van het woord
betrouwbaar is de mate waarin de verklaring overeenkomt met wat er is gebeurd, binnen de
rechtspsychologie wordt dat validiteit genoemd.
2.​ Leugendetectie wordt in Nederland niet beoefend op deze manier.
3.​ Bewijs en bewijsvergaring kan zowel heel breed als heel specifiek worden gezien: een brede
analyse betreft bijvoorbeeld het toepassen van psychologische inzichten over biases tijdens het
opsporingsonderzoek. Een nauwe analyse bijvoorbeeld, een evaluatie van een uitgevoerde
herkenningsprocedure.

, H2 Klassieke experimenten in de rechtspsychologie

Rechtspsychologie is een toegepaste vorm van psychologie, en is daarmee bij uitstek een empirische
wetenschap. In klassieke experimenten wordt een voormeting en een nameting gedaan. De groep
respondenten wordt willekeurig in minimaal twee groepen verdeeld – deze groepen mogen niet significant
van elkaar verschillen. Door middel van experimenten is het mogelijk om bepaalde (causale) relaties te
onderzoeken en vast te stellen. Hierbij is de interne validiteit vaak hoog, maar dat gaat dan ten koste van
de externe validiteit (generaliseerbaarheid), omdat er niet kan worden gewerkt met grote steekproeven
die representatief zijn voor de gehele bevolking.
-​ Experimenten waarbij de deelnemers niet willekeurig worden verdeeld in groepen mogen geen
zuivere klassieke experimenten heten: dit zijn quasi-experimenten. Hierbij komt de interne
validiteit namelijk ook in het geding, aangezien er te grote verschillen bestaan tussen groepen, of
omdat er zelfs helemaal geen controlegroep is.

Er worden 8 experimenten beschreven die invloedrijk zijn geweest op de rechtspsychologie:


Loftus & de botsende auto’s – Loftus (onderzoeker) liet de respondenten kijken naar een video van botsende auto’s. Aan de
verschillende groepen mensen stelde ze vervolgens dezelfde vraag, maar met een net andere formulering: hoe hard reden de auto’s
toen ze elkaar raakten/botsten/ crashten. Wanneer de meest heftige vorm van het woord werd gebruikt (crash), werd de snelheid
van de auto’s gemiddeld 14,4 km/h hoger ingeschat. Daarnaast herinnerden deze respondenten zich ook in grotere mate dat ze
gebroken glas hadden gezien, terwijl dat op de video niet te zien was. 15 tot 20% van de respondenten liet zich misleiden doo
suggesties/verkeerde informatie. Uit verder onderzoek van Loftus bleek ook nog dat mensen valse herinneringen aangepraa
kunnen worden: mensen kunnen zich dingen “herinneren”, die helemaal niet zijn gebeurd. Er was in wel 35% van de gevallen
sprake van valse herinneringen. Het menselijke geheugen kan dus veranderen door achteraf, na de gebeurtenis die zij hebben
waargenomen of meegemaakt, misleidende informatie te geven.

De deurstudie: Simons en Levin deden in 1998 onderzoek naar veranderingsblindheid en het vermogen van mensen om
veranderingen in visuele informatie te detecteren. Hierbij werd een willekeurige voorbijganger op straat gevraagd om de weg te
wijzen. Tijdens het gesprek kwamen er 2 mensen tussen het gesprek door, terwijl zij een deur vasthielden. Tijdens dit langslopen
wisselde degene die de vraag stelde met een van de mannen achter de deur. Meer dan de helft van de voorbijgangers had de
persoonswisseling niet opgemerkt. Dit kan ook optreden bij ooggetuigen van een delict. Veranderingsblindheid komt vooral voor als
mensen informatie op een oppervlakkige manier encoderen. Dingen die voor onze neus afspelen kunnen we soms volledig over he
hoofd zien, dat noemen deze onderzoekers inattentional blindness.

Het Alt-toets-experiment van Kassin en Kiechel ging over valse bekentenissen, en internalisering hiervan. Aan de proefpersonen
werd gezegd dat ze de Alt-toets op het toetsenbord niet mochten raken, omdat de systemen dan vast zouden lopen. Bij iedere
proefpersoon liep het systeem op enig moment vast, zonder dat ze die toets hadden aangeraakt. Na confrontatie met vals bewijs
bekende bijna iedereen wel die toets aan te hebben geraakt. In de variant met een hoge voorleestempo bekende een veel groter
deel van de respondenten de toets te hebben aangeraakt, zonder dat er (vals) bewijs werd gegeven. Na dit valse bewijs bekende
100% van deze respondenten. 35% van de proefpersonen met het hoge tempo verzon hier vervolgens ook allerlei details bij: zi
internaliseerden de bekentenis. Dit laat dus zien dat het mogelijk is valse bekentenissen te verkrijgen als vals bewijs wordt getoond
aan de verdachte (tijdens een verhoor).

Crashing memories & source monitoring. De experimenten van Crombag, Wagenaar en Van Koppen gingen over de vraag o
mensen een pseudoherinnering zouden kunnen oproepen. Aan respondenten werd gevraagd of zij de beelden hadden gezien van
het vliegtuig dat op de flats in de Bijlmer was gestort. Hier waren alleen helemaal geen beelden van – de ground truth was bekend
Ook werd hen gevraagd hoelang het duurde voordat het vuur begon na de crash. Hieruit kwam dat 55% van de respondenten
beweerde de beelden te hebben gezien, en 82% daarvan dacht dat het vuur direct of kort erna begon. Na meer details te hebben
gegeven aan een andere groep respondenten, meende zelfs 66% de beelden te hebben gezien. De mensen die de beelden gezien
menen te hebben verzonnen hier zelf ook details bij. Hierbij wordt dus een foutieve afweging gemaakt als wordt beslist of de

,beelden zijn gebaseerd op fantasie (intern), of op een waarneming (extern) – dat is de source monitoring error.

Deese-Roediger-McDermott (DRM) paradigma: hierbij werd een groep proefpersonen een woordenlijst gegeven die ze uit hun
hoofd moesten leren. Deze woorden waren allemaal sterk geassocieerd met een woord, het lokwoord, dat niet in de lijst was
opgenomen. Vervolgens werd voor een aantal woorden gevraagd of deze in die lijst stonden. Het lokwoord werd verrassend vaak
aangemerkt alsof het in de oude lijst voorkwam, hiermee werd dus een pseudoherinnering aangemaakt. Tussen de 40 en 55% van
de respondenten merkte het woord als ‘oud’ aan. Het accepteren van het lokwoord kan op 2 manieren worden verklaard: door de
activation/monitoring theorie, en door de fuzzy-trace theorie. De eerste stelt dat de woordenlijst een sterke associatie met he
lokwoord aanwakkert. De tweede stelt dat er 2 geheugensporen achterblijven na een waarneming: de verbatim-herinnering en he
algemene geheugenspoor – alleen die tweede blijft na verloop van tijd over, en daar komt het lokwoord wel in voor, omdat da
geheugenspoor met name de gist, de grote lijnen onthoudt.

Asch’ experiment naar groepsconformiteit bij het schatten van lengtes komt uiteindelijk neer op een theorie over compliance
Veel mensen zijn geneigd zich aan te passen naar het groepsstandpunt, zelfs als het glashelder is dat dat standpunt onjuist is
(contrary to the fact). Die neiging noemt men compliance. Groepsconformiteit wordt gezien als een van de processen die he
optreden van tunnelvisie in groepen kunnen versterken. Niet iedereen is vatbaar voor groepsconformiteit, dit kan per individu worden
gemeten met de GCS (Gudjonsson Compliance Scale).

Bij het Milgram experiment met elektrische schokken werd aan de proefpersonen gevraagd om elektrische schokken toe te
dienen aan een ander, zonder dat hij die ander kon zien. Hij kon de derde persoon, aan wie hij de “schokken” toediende wel horen
Van de 40 proefpersonen ging 65% door tot het bittere eind. Dit draagt bij aan de theorie over conformisme. Milgram zei hierover da
de essentie van gehoorzaamheid ligt in het feit dat een persoon zichzelf gaat zien als het middel om de wens van een ander uit te
voeren, waardoor hij zichzelf geen verantwoordelijkheid meer toekent.

Het onderzoek van Schünemann naar het effect van dossierkennis vooraf op het bewijsoordeel van rechters. Als mensen zich
een mening over een bepaald onderwerp hebben gevormd, zijn zij geneigd die vast te houden, zelfs als hen informatie bereikt die de
grondslag onder de neming wegslaat. Deze cognitieve bias wordt belief perseverance genoemd. Deze en andere cognitieve biases
laten zich moeilijk veranderen.



H3 Rechtspsychologie en strafrecht
Interactie in concrete zaken
Het maakt in een bepaalde zaak wel uit wanneer een verzoek voor een deskundigenrapport wordt
gedaan. Voor verzoeken die pas bij aanvang of tijdens het onderzoek ter terechtzitting worden gedaan,
geldt namelijk een strenger juridisch criterium en is afwijzing eerder mogelijk. Ook kan een verzoek van
de verdediging tot nader onderzoek worden afgewezen als het voor de rechter reeds duidelijk is dat de
zaak zal uitmonden in een vrijspraak.

Ook als een rechtspsycholoog wel een rapport heeft uitgebracht, is de rechter niet gebonden aan dat
rapport, en hoeft hij de conclusies van de rechtspsycholoog dus ook niet over te nemen. Wel zal hij zijn
beslissing om af te wijken van het advies moeten uitleggen indien een van de partijen op dat punt een
uitdrukkelijk onderbouwd verweer heeft gevoerd en de rechter daarin niet meegaat.

Frictie tussen juristen en rechtspsychologen
De twee genoemde disciplines kunnen niet altijd goed met elkaar overweg. Daar zijn een aantal redenen
voor, bijvoorbeeld dat rechtspsychologen in het verleden soms een neerbuigende toon konden aanslaan,
en dat er grote verschillen zijn in de terminologie en betekenissen van woorden tussen de wetenschap en
de juristerij. Zo betekent betrouwbaarheid voor de juristen iets anders dan voor wetenschappers, voor
hen staat het namelijk voor de mate waarin een test bij herhaling dezelfde resultaten geeft, maar binnen
de juridische wereld ziet betrouwbaarheid op de mate waarin een verklaring overeenkomt met de
werkelijkheid.

, Voorbeeld: de Mr. Big methode
Deze methode houdt een intensief en uitgebreid undercover traject in, waarbij de verdachte wordt ingelijfd
in ‘criminele netwerken’, die volledig zijn opgezet door de opsporingsdiensten, met als doel om hem
binnen die context te bewegen tot het afleggen van een bekennende verklaring ten overstaan van de
grote baas van de neppe organisatie, Mr. Big. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de psychologische
principes van minimaliseren en maximaliseren: de ernst van het misdrijf wordt geminimaliseerd terwijl de
gevolgen van niet bekennen tegen Mr. Big worden gemaximaliseerd. Het gevaar bestaat dat een
onschuldige verdachte onder die omstandigheden ook kan bekennen. Rechtspsychologen waarschuwen
voor dat gevaar, en zeggen dat de verklaring alleen gebruikt zou moeten worden als de juistheid ervan
kan worden gecontroleerd, bijvoorbeeld omdat deze daderkennis bevat.

De Mr. Big Methode is juridisch gezien ook soms lastig te verantwoorden, aangezien het nemo tenetur
beginsel hiermee in het geding komt: een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling,
en hem moet voor het afnemen van een verhoor altijd cautie worden verleend. De rechter moet concreet
beoordelen of de verkregen verklaring in strijd is met de verklaringsvrijheid van de verdachte. Hierbij heeft
de Hoge Raad een aantal gezichtspunten ontwikkeld:
-​ Het verloop van het opsporingstraject en de eventueel reeds door de verdachte ingenomen
proceshouding met betrekking tot de strafbare feiten waarvan hij wordt verdachte; de mate van
(psychische) druk die in dat traject is uitgeoefend; de mate waarin en de wijze waarop de
verdachte is misleid en de bemoeienis die opsporingsambtenaren hebben gehad met de inhoud
van (wezenlijke onderdelen van) de door de verdachte afgelegde verklaring.

Beperkingen in rechtspsychologie
De met experimenten vergaarde kennis kan niet altijd worden toegepast op een concrete casus: veel
onderzoeken hebben een lage externe validiteit. Veldstudies hebben hierbij de voorkeur door hun hogere
externe validiteit, alleen het nadeel daarvan is dat de ground truth vaak onbekend is.
Het directional condition-probleem houdt in dat rechtspsychologisch onderzoek zich vooral richt op het
schatten van de kans dat een specifieke respons optreedt in aan- of afwezigheid van een specifieke
stimulus, terwijl de rechter in een concrete zaak het omgekeerde doet: hij wil doorgaans weten wat de
waarschijnlijkheid is geweest van een bepaalde stimulus gegeven een bepaalde respons (uitkomst).



H32 Schuld toedelen
Attributies
Mensen proberen het functioneren van hun sociale omgeving te begrijpen door gebeurtenissen en het
gedrag van anderen een onderliggende oorzaken toe te schrijven, dat heet attributie. Mensen zijn
voortdurende op zoek naar een causale structuur die ten grondslag zou liggen een sociale
gebeurtenissen. Interne attributie is het toeschrijven van de oorzaak aan de actor zelf, en externe
attributie is het toeschrijven van de oorzaak aan de omgeving. De andere belangrijke dimensie hierbij is
de stabiliteit van de oorzaak: sommige oorzaken zijn tijdelijk, en sommige zijn permanent.

Als we een onderliggende oorzaak van gedrag geïdentificeerd denken te hebben, dan krijgen we het
gevoel dat we iemand begrijpen. Als de oorzaken stabiel zijn, kunnen we hiermee zelfs het gedrag van de
actor voorspellen. In Kelley’s theorie zijn er 3 criteria op basis waarvan we besluiten intern of extern te
attribueren: gedifferentieerdheid, consistentie en consensus. Gedifferentieerdheid ziet op de vraag of de
actor zelf kritisch is in de dingen die hij doet of zegt; consistentie spreekt voor zich; consensus ziet op of
andere mensen dezelfde mening dragen / dezelfde dingen doen.
$14.51
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
hedwigluten Vrije Universiteit Amsterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
83
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
12
Documentos
39
Última venta
3 días hace

2.9

9 reseñas

5
1
4
1
3
5
2
0
1
2

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes