100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Notas de lectura

Uitwerking werkgroepopdrachten Methoden van Rechtswetenschap

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
23
Subido en
07-12-2025
Escrito en
2025/2026

Uitwerking werkgroepopdrachten Methoden van Rechtswetenschap, met alle in- en output.

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
7 de diciembre de 2025
Número de páginas
23
Escrito en
2025/2026
Tipo
Notas de lectura
Profesor(es)
-
Contiene
Todas las clases

Temas

Vista previa del contenido

Werkgroepopdrachten Methoden van Rechtswetenschap

Week 1: Methodendebat en onderzoeksvraag

Opdracht 1: Vragen bij Van Dijck, Snel & Van Golen
Vraag 1
Aan welke vijf eisen moet rechtswetenschappelijk onderzoek voldoen?
- 1) Originele, relevante en ingebedde onderzoeksvraag, 2) theoretisch kader, 3) uitgewerkte
methode met aandacht voor zorgvuldig bronnenonderzoek, 4) daadwerkelijke en zorgvuldige
beantwoording van de vraag en 5) afleggen van verantwoordelijkheid
(verantwoordingsbeginsel).

Vraag 2
Wat verstaan Van Dijck e.a. onder wetenschappelijk integriteit?
- “Behalve dat de rechtswetenschapper bij het uitvoeren van onderzoek rekening dient te
houden met de door de rechtswetenschappelijke gemeenschap gestelde eisen en richtlijnen,
dient hij zich ook te houden aan meer algemene wetenschappelijke integriteitsnormen.” Dit zijn
de volgende normen: 1) eerlijkheid, 2) zorgvuldigheid en betrouwbaarheid, 3)
controleerbaarheid (transparantie), 4) onpartijdigheid en onafhankelijkheid en 5)
verantwoordelijkheid en respect. De belangrijkste van die normen zijn gecodificeerd in De
Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening en The European Code of Conduct for
Research Integrity.

Vraag 3
Wat zijn voor u – gelet op de analyse van Van Dijck e.a. in h2 – belangrijke overwegingen bij de keuze
voor een onderwerp bij het schrijven van uw masterscriptie?
- Voor mij is haalbaarheid zeer belangrijk. Ik heb soms moeite met afbakenen waardoor de
haalbaarheid van het onderzoek in het gedrang komt. De haalbaarheid zal ik dus goed moeten
toetsen. Daarnaast vind ik relevantie belangrijk: ik wil met mijn onderzoek wel daadwerkelijk
iets bijdragen. Deze twee punten zijn voor mij belangrijke overwegingen bij de keuze voor een
onderwerp. Andere goede antwoorden zijn: 1) affiniteit met het onderwerp, 2) expertise, 3)
vaardigheden, 4) originaliteit, 5) eigenschappen onderzoeker (kennis/vaardigheden), 6)
beschikbare begeleiding en 7) haalbaarheid.

Opdracht 2a: Onderzoeksvraag beoordelen
- Een onderzoeksvraag bevat de volgende punten: 1) originaliteit, 2) relevantie
(maatschappelijk/wetenschappelijk), 3) precisie, 4) methodische invalshoek, 5) haalbaarheid en
6) handelingsdoel. Handelingsdoel kan verder onderverdeeld worden:
o Beschrijven: wat houdt het recht op een bepaald gebied in?
o Definiëren: hoe past een nieuwe uitspraak of norm in het systeem?
o Verklaren: waarom ziet het recht er zo uit?
o Voorspellen: hoe zal het recht er in de toekomst uitzien?
o Vergelijken: wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen twee rechtsstelsels?
o Evalueren: is het recht verenigbaar met een andere (hogere) norm?
o Ontwerpen: hoe kan het recht in concreto worden verbeterd?




1

,Vraag 1
Wat is STMK en waarom wordt daarmee geëxperimenteerd?
- De onderzoeksvraag op pagina 54 van de syllabus voldoet niet aan de voorwaarden van een
onderzoeksvraag. Dit is een deelvraag ten aanzien van de onderzoeksvraag. Je zou deze vraag
kunnen splitsen, omdat de vraag bestaat uit twee vragen. Zie het woord ‘en’. Als je inhoudelijk
dieper ingaat op STMK, dan is een deelvraag correct. Zo niet, dan kan je het kort benoemen in
de inleiding. Deze deelvraag is een beschrijvende vraag.

Vraag 2
Wat zijn de grootste knelpunten van STMK?
- Het woord knelpunten verwijst naar de voorbereiding van de evaluatie. Uit deze deelvraag
wordt al vanuit gegaan dat er knelpunten zijn. Dit is niet correct. Het voldoet niet aan de
wetenschappelijke integriteit, omdat je al vooringenomen bent en daardoor niet onafhankelijk
of onpartijdigheid bent.

Vraag 3
Zijn er andere landen met experimenteren/procedures waarbij in ruil voor openheid en/of
schuldbekentenis een verminderde straf wordt opgelegd en hoe gaan die om met soortgelijke
knelpunten als die van STMK?
- Deze deelvraag is niet voldoende afgebakend, want het moet zo concreet mogelijk. Zie het
woord ‘andere landen’. Ook bevat deze vraag twee vragen. Zie het woord ‘en’.

Opdracht 2b: Analyseren van een inleiding uit het NJB (tijdens college uitgedeeld)
- Het artikel heet Straffen en belonen in detentie van Jan Maarten Elbers e.a. De onderzoeksvraag
is: “Wat is de beleidstheorie van het systeem van Promoveren en Degraderen zoals dat in 2014
is ingevoerd?” Dit moet beoordeeld worden op de criteria van de onderzoeksvraag:
o Het artikel mocht meer actuele bronnen gebruiken. Ook had het begrip
beleidstheorie beter gedefinieerd moeten worden. Het doel van dit artikel is
evalueren. Dit sluit echter niet goed aan bij de onderzoeksvraag, omdat de
onderzoeksvraag beschrijvend is. Er had een evaluerende vraag gesteld moeten
worden.

Opdracht 3: Vragen bij Stolker
Vraag 1
Aan de hand van de Wrongful life-casus laat Stolker zien dat een juridisch vraagstuk op verschillende
manieren kan worden opgelost. Wat betekent dit voor de rechtswetenschap als wetenschap?
- De rechtswetenschap leidt niet tot een antwoord (er zijn verschillende antwoorden/oplossingen
denkbaar), net als de natuurwetenschap wat wel leidt tot een antwoord.

Vraag 2
Waarom zou volgens Stolker gedacht kunnen worden dat de rechtswetenschap geen wetenschap is?
- Er zijn drie aspecten die de rechtswetenschap als wetenschap kwetsbaar maken: 1) het
samenvallen van onderzoeker en onderzoeksobject, 2) de samenloop van wetenschappelijk
onderzoek en rechtspraktijk en 3) haar normatieve karakter, minder gericht op ‘is’ dan op
‘ought’.
- Bij ad 1 wordt ook bepaald welke onderzoeker (conservatief/progressief) naar het onderzoek
kijkt. Bij natuurwetenschap is dat bijvoorbeeld niet, omdat de conclusie altijd dezelfde is,
ongeacht wie de onderzoeker is.
- Bij ad 2 wordt bedoeld wanneer bijvoorbeeld advocaten ook rechter-plaatsvervangers zijn,
waardoor je misschien minder onafhankelijk bent. Veel juristen doen onderzoek alsof ze
rechters zijn (hierop bestaat kritiek), wat dus niet correct is.

2

, - Ad 3 wil zeggen dat het rechtswetenschappelijk onderzoek zich meer richt op het recht zoals
het zou moeten zijn, dan op het recht zoals het is. Daarnaast voert Stolker het volgende aan:
“Het probleem zit hem vooral in de toetsbaarheid als aspect van wetenschappelijk onderzoek.
Het rechtsgeleerde onderzoek zal niet zo gemakkelijk leiden tot theorieën die bevestigd kunnen
worden door volgende bewijsmateriaal (het ‘verificationisme’) of tot theorieën die weerlegbaar
zijn (het ‘falsificationisme’).

Vraag 3
Welke functies van rechtswetenschappelijk onderzoek ziet Stolker?
- 1) Ons object van onderzoek is het recht in zijn maatschappelijke context, 2) op kritische wijze
wordt een onderzoeksvraag geformuleerd, 3) op kritische en integere wijze verzamelen,
ordenen (nauwgezet) analyseren en interpreteren (Verstehen) wij de bronnen (wetgeving,
rechtspraak en literatuur), 4) wij zijn sterk gericht op het debat (recht als discursieve grootheid),
op het vergroten van kennis (het onderzoek is innovatief) en op het formuleren van
(verklarende en voorspellende) theorieën, 5) wij zoeken naar samenhang binnen het recht, 6) er
is aandacht voor de sociaal-wetenschappelijke aspecten, 7) er is waakzaamheid als het gaat om
de normatieve aspecten van zowel de onderzoeksvraag als van de resultaten van het onderzoek
en 8) dat alles binnen een gemeenschap waarin voldoende overeenstemming bestaat over de
methode van goed rechtswetenschappelijk onderzoek.
- Stolker vindt daarbij dat rechtswetenschappelijk onderzoek niet empirisch hoeft te zijn, “maar
de onderzoeker zich het belang ervan wel voortdurend moet realiseren. Voorts zal de
rechtswetenschap oog moeten hebben voor de kwaliteit en de kenbaarheid van haar
methoden, het belang van een open, werkelijk wetenschappelijke structuur en voor de kwaliteit
van de toetsing van haar resultaten.”

Vraag 4
Waarom is juridisch-dogmatisch onderzoek volgens Van Gestel niet repliceerbaar?
- Een onderzoek is repliceerbaar wanneer de uitkomst van verschillende onderzoeken, over
hetzelfde onderwerp met dezelfde onderzoeksmethoden, hetzelfde is. Een juridisch-dogmatisch
onderzoek is niet repliceerbaar, omdat de uitkomsten van de onderzoeken vrijwel bijna altijd
anders is.

Vraag 5
Van Gestel schrijft: ‘… de wilsleer en de verklaringsleer in het contractenrecht. Deze ‘leren’ beogen te
verklaren op grond waarvan contracten juridisch binden. Beide theorieën kunnen echter feitelijke en
normatieve pretenties bezitten.’ Kunt u dit uitleggen? En waarom zou dit problematisch kunnen zijn?
- De wilsleer betekent dat de werkelijke wil van partijen bepalend is – wat iemand echt bedoelde,
is belangrijker dan wat hij heeft verklaard. Verklaringsleer betekent dat de verklaring (wat
iemand zegt of schrijft) bepalend is – de wederpartij mag afgaan op wat er verklaard is, niet wat
iemand innerlijk wilde.
- Het voordeel van de verklaringsleer is dat het op papier staat. Hierdoor is het beter
aantoonbaar en dit bevordert de rechtszekerheid. Je kunt meer recht doen aan de situatie naar
redelijkheid en billijkheid, indien iemand bijvoorbeeld onder dwaling of een ander wilsgebrek
iets heeft bedoeld en je ook zowel de verklaringsleer als de wilsleer erbij haalt.


Vraag 6
Waarom pleit Van Gestel juist voor versterking van juridisch-dogmatisch onderzoek?
- Hij vindt het beter voor het onderwijs dat er meer aandacht wordt besteed aan juridisch-
dogmatisch onderzoek en voor de rechtspraktijk om het recht beter te leren kennen en ook



3
$18.52
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
AnoniemeStudent010 Vrije Universiteit Amsterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
86
Miembro desde
5 año
Número de seguidores
44
Documentos
50
Última venta
3 semanas hace

3.9

18 reseñas

5
10
4
3
3
2
2
0
1
3

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes