Pedagogiek
Hoofdstuk 2: verhouding tussen pedagogiek en opvoedingspraktijk
1) Verschil tussen pedagogie en pedagogiek
Pedagogie = de praktijk van het opvoeden
Pedagogiek = de theoretische leer of wetenschap
In 1923 maakte Gunning dit onderscheid
1.2) Pedagogiek als zelfstandige wetenschap
- professor Ernst Christian
- periode van verlichting en romantiek (1779)
- voor het eerst status zelfstandige wetenschap
- deeldiscipline (ortho, onderwijskunde, schoolpeda,..) kwamen traag op gang
2) Verhouding tussen theorie en praktijk
2.1) Visie van Gunning
‘Theorie zonder praktijk is voor genieën, praktijk zonder theorie is voor gekken of
schurken, maar voor het gros der opvoeders is de innige onverbrekelijk
vereniging van beide.’
(Pro domo)
2.2) Pedagogie als wetenschap
‘Pedagogie heeft geen officële voorschriften want het is namelijk geen
natuurwetenschap!’
onderzoeksterrein = opvoedingspraktijk waar opvoeder een rol speelt
materiaal = het kind (=onvoorspelbaar)
aanbod v.d. opvoeder = wat dit kind kan leren/ niet objectief
middelen = bruikbaarheid afhankelijk van kind, leerstof en
opvoeder
2.3) Visies over pedagogiek
Pedagogie is een receptenboek
- opschriften die er zijn om op te volgen
Theorie is deel van de opleidingsperiode
- tijdens de praktijk mag je de theorie volledig laten vallen
Theorie is onzin
Theorie en praktijk is geen eenrichtingsverkeer en kunnen niet zonder elkaar
, Vaak is er drang naar pasklare voorschriften maar in pedagogie bestaan die
niet
Pedagogiek
Hoofdstuk 3: Opvoeden staat niet los van cultuur en maatschappij
1) Polariteit in de opvoeding
- pessimisme vs optimisme
- debat rond invloed van erfelijkheid en milieu
Nature
Staat voor alles m.b.t. erfelijkheid, aanleg en constitutie (toestand lichaam en
geest)
Nurture
Staat voor alles m.b.t. invloeden van milieu op het ontwikkelen (omgeving,
opvoeder,.)
2) Het nativisme
- zeer pessimistisch t.o.v. opvoeden
- alles is aangeboren & opvoeding is nutteloos (nature)
De visie van Lombroso
‘Een misdadiger heeft al criminiele kernmerken voor hij/zij effectief crimineel is.’
2.1) Nationaal socialisme
- elimineren an ‘niet-aangepasten’
- oorzaak van rascisme/discriminatie
3) Het naturalisme of pedagogisch optimisme
- (te) groot geloof in de kinderlijke mogelijkheden
- mens komt als ‘natuurschat’ ter wereld en ontplooit door innerlijke kracht
3.1) Jean-jacques Rousseau
‘Alles is goed zoals het uit de handen van de Schepper komt, alles ontaardt in de
handen van de mens.’
-enige steun in het wegnemen van schadelijke factoren
-zo weinig mogelijk aanbod
- straffen vermijden/tolereren bepaald gedrag voor individualiteit kind
3.1.2) Toekomst beeld Jean-jacques Rousseau
‘contrat social’= eigen belang laten vallen
Hoofdstuk 2: verhouding tussen pedagogiek en opvoedingspraktijk
1) Verschil tussen pedagogie en pedagogiek
Pedagogie = de praktijk van het opvoeden
Pedagogiek = de theoretische leer of wetenschap
In 1923 maakte Gunning dit onderscheid
1.2) Pedagogiek als zelfstandige wetenschap
- professor Ernst Christian
- periode van verlichting en romantiek (1779)
- voor het eerst status zelfstandige wetenschap
- deeldiscipline (ortho, onderwijskunde, schoolpeda,..) kwamen traag op gang
2) Verhouding tussen theorie en praktijk
2.1) Visie van Gunning
‘Theorie zonder praktijk is voor genieën, praktijk zonder theorie is voor gekken of
schurken, maar voor het gros der opvoeders is de innige onverbrekelijk
vereniging van beide.’
(Pro domo)
2.2) Pedagogie als wetenschap
‘Pedagogie heeft geen officële voorschriften want het is namelijk geen
natuurwetenschap!’
onderzoeksterrein = opvoedingspraktijk waar opvoeder een rol speelt
materiaal = het kind (=onvoorspelbaar)
aanbod v.d. opvoeder = wat dit kind kan leren/ niet objectief
middelen = bruikbaarheid afhankelijk van kind, leerstof en
opvoeder
2.3) Visies over pedagogiek
Pedagogie is een receptenboek
- opschriften die er zijn om op te volgen
Theorie is deel van de opleidingsperiode
- tijdens de praktijk mag je de theorie volledig laten vallen
Theorie is onzin
Theorie en praktijk is geen eenrichtingsverkeer en kunnen niet zonder elkaar
, Vaak is er drang naar pasklare voorschriften maar in pedagogie bestaan die
niet
Pedagogiek
Hoofdstuk 3: Opvoeden staat niet los van cultuur en maatschappij
1) Polariteit in de opvoeding
- pessimisme vs optimisme
- debat rond invloed van erfelijkheid en milieu
Nature
Staat voor alles m.b.t. erfelijkheid, aanleg en constitutie (toestand lichaam en
geest)
Nurture
Staat voor alles m.b.t. invloeden van milieu op het ontwikkelen (omgeving,
opvoeder,.)
2) Het nativisme
- zeer pessimistisch t.o.v. opvoeden
- alles is aangeboren & opvoeding is nutteloos (nature)
De visie van Lombroso
‘Een misdadiger heeft al criminiele kernmerken voor hij/zij effectief crimineel is.’
2.1) Nationaal socialisme
- elimineren an ‘niet-aangepasten’
- oorzaak van rascisme/discriminatie
3) Het naturalisme of pedagogisch optimisme
- (te) groot geloof in de kinderlijke mogelijkheden
- mens komt als ‘natuurschat’ ter wereld en ontplooit door innerlijke kracht
3.1) Jean-jacques Rousseau
‘Alles is goed zoals het uit de handen van de Schepper komt, alles ontaardt in de
handen van de mens.’
-enige steun in het wegnemen van schadelijke factoren
-zo weinig mogelijk aanbod
- straffen vermijden/tolereren bepaald gedrag voor individualiteit kind
3.1.2) Toekomst beeld Jean-jacques Rousseau
‘contrat social’= eigen belang laten vallen