Biologie: genetica
Hoofdstuk 1: de erfelijke code
1 Geleiding en innesteling van de bevruchte eicel
- ontwikkeling follikel
- eisprong
- corpus luteum of geel lichaam (afscheiding progesteron)
- eventuele bevruchting
- eerste celdeling
- morula (hoopje cellen na 4 delingen)
- blastula (nadat in de morula een kiemblaasholte onstaat)
- effectieve innesteling
1.1 Ontstaan van een tweeling
→ Twee-eiige tweeling
(apart vruchtwater/moederkoek)
→ Eén-eiige tweeling
(apart vruchtwater/zelfde moederkoek)
→ Eén-eiige tweeling (siamees mogelijk)
(zelfde vruchtwater/zelfde moederkoek)
1.2 Onstaan van een drieling
- drie-eiige niet-identieke drieling
- één-eiige tweeling + niet-identieke éénling
- één-eiige identieke drieling
1.3 Blastula
Binnenste cellaag
- vliezen (amnion en chorion)
- dooierzak
- moederkoek
Buitenste cellaag
- embryoblast met drie kiembladen
- ectoderm (huid, zenuwweefsel)
- mesoderm (skelet, spieren, bindweefsel, bloedsomloop, nieren, geslachtsorganen,..)
- endoderm (klieren, ademhalingsorganen, spijsverteringsorganen,..)
→ Na vorming kiembladen begint differentiatie naar vorming menselijk wezen
→ Differentiatie betekent dat de verschillende functies zich gaan verspreiden
, 1.4 Embryonale (0-12 weken) tot foetale periode (12-40 weken)
1.5 Moeilijkheden voor/tijdens de zwangerschap
Voor de zwangerschap
- kwaliteit/bewegingssnelheid sperma - loslaten placenta
- erectiestoornissen - onderontwikkel baarmoederslijmvlies
- onregelmatige cyclus - zwangerschapsdiabetes
- innestelingsproblemen - ,.
2 Onderdelen van de cel
Mitochondriën Lysosoom
- verbrandingsplaats voedingsstoffen - regeling of import eiwitten
- energiecentrale cel - afbraakplaats onbruikbare stoffen (via enzym)
Endoplasmatisch reticulum Ribosoom
- buisjes -en kanaalsystemen - omzetting van genetische code naar eiwitten
Golgi-apparaat Centriool
- vormen en sorteren eiwitten - belangrijke rol bij celdeling
- tot uitting in vorming hormonen
Vacuole
- stapelplaats voor secretieproducten
3 Celkern tijdens mitose
- cel in rust = cel maakt chromatine aan (slierten chromosonen)
- interfase = verdubbelen van alle chromosonen
- profae = alle delingschromosomen + 2 centriolen om spoelfiguur te vormen
- metafase = delingschromosonen naar middenvlak en binden aan spoelfiguur
- anafase = delingschromosonen worden uit elkaar getrokken
- telofase = insnoering tot twee gelijke of diploïde cellen van 46 chromosonen
Hoofdstuk 1: de erfelijke code
1 Geleiding en innesteling van de bevruchte eicel
- ontwikkeling follikel
- eisprong
- corpus luteum of geel lichaam (afscheiding progesteron)
- eventuele bevruchting
- eerste celdeling
- morula (hoopje cellen na 4 delingen)
- blastula (nadat in de morula een kiemblaasholte onstaat)
- effectieve innesteling
1.1 Ontstaan van een tweeling
→ Twee-eiige tweeling
(apart vruchtwater/moederkoek)
→ Eén-eiige tweeling
(apart vruchtwater/zelfde moederkoek)
→ Eén-eiige tweeling (siamees mogelijk)
(zelfde vruchtwater/zelfde moederkoek)
1.2 Onstaan van een drieling
- drie-eiige niet-identieke drieling
- één-eiige tweeling + niet-identieke éénling
- één-eiige identieke drieling
1.3 Blastula
Binnenste cellaag
- vliezen (amnion en chorion)
- dooierzak
- moederkoek
Buitenste cellaag
- embryoblast met drie kiembladen
- ectoderm (huid, zenuwweefsel)
- mesoderm (skelet, spieren, bindweefsel, bloedsomloop, nieren, geslachtsorganen,..)
- endoderm (klieren, ademhalingsorganen, spijsverteringsorganen,..)
→ Na vorming kiembladen begint differentiatie naar vorming menselijk wezen
→ Differentiatie betekent dat de verschillende functies zich gaan verspreiden
, 1.4 Embryonale (0-12 weken) tot foetale periode (12-40 weken)
1.5 Moeilijkheden voor/tijdens de zwangerschap
Voor de zwangerschap
- kwaliteit/bewegingssnelheid sperma - loslaten placenta
- erectiestoornissen - onderontwikkel baarmoederslijmvlies
- onregelmatige cyclus - zwangerschapsdiabetes
- innestelingsproblemen - ,.
2 Onderdelen van de cel
Mitochondriën Lysosoom
- verbrandingsplaats voedingsstoffen - regeling of import eiwitten
- energiecentrale cel - afbraakplaats onbruikbare stoffen (via enzym)
Endoplasmatisch reticulum Ribosoom
- buisjes -en kanaalsystemen - omzetting van genetische code naar eiwitten
Golgi-apparaat Centriool
- vormen en sorteren eiwitten - belangrijke rol bij celdeling
- tot uitting in vorming hormonen
Vacuole
- stapelplaats voor secretieproducten
3 Celkern tijdens mitose
- cel in rust = cel maakt chromatine aan (slierten chromosonen)
- interfase = verdubbelen van alle chromosonen
- profae = alle delingschromosomen + 2 centriolen om spoelfiguur te vormen
- metafase = delingschromosonen naar middenvlak en binden aan spoelfiguur
- anafase = delingschromosonen worden uit elkaar getrokken
- telofase = insnoering tot twee gelijke of diploïde cellen van 46 chromosonen