Omzetbelasting (Wet OB)
Omzetbelasting = BTW.
↳ Belasting die steeds over de toegevoegde waarde wordt betaald.
Werking wet OB ⇒ door te lopen stappen:
Is er sprake van een belastbaar feit? (Artikelen 1, 3, 4, 5, 6 en 7)
Wat is de maatstaf? (Artikel 8)
Wat is het tarief? (Artikel 9)
Is er sprake van een vrijstelling? (Artikel 11)
Er is sprake van een belastbaar feit wanneer gaat om een levering van goederen en diensten,
welke in Nederland door een handelende ondernemer onder bezwarende titel wordt
Verricht (artikel 1 Wet OB).
Onder Nederland wordt verstaan: het land Nederland en de BES-eilanden (Bonaire, Si
nt Eustatius en Saba).
Bezwarende titel → een juridische grondslag voor overdracht waarbij de verkrijger
Een tegenprestatie moet leveren, zoals betaling.
Leveringen van goederen zijn de overdracht van de macht.
Om als eigenaar over een goed te beschikken … (artikel 3 Wet OB)
↳ Je hoeft dus nog geen eigenaar te zijn, maar zolang je de macht hebt, moet je belasting
Betalen.
Een ABC-transactie houdt in dat bij een keten van leveringen tussen meerdere partijen
(A verkoopt aan B en B aan C), het goed rechtstreeks van A naar C gaat, maar fiscaal
wordt geacht dat elke partij het goed heeft geleverd (artikel 3 lid 4 Wet OB).
Of je wel of geen Nederlandse OB verschuldigd bent, hangt af van:
Bij levering van een goed (artikel 5 Wet OB):
- De plaats waar de verzending of het vervoer aanvangt
- De plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de levering
Bij levering van een dienst: (artikel 6 Wet OB)
- De plaats waar de ondernemer zijn bedrijfsuitvoering heeft gevestigd.
- Voor onroerend goed (bijv. verhuur): de plaats waar het goed is gelegen.
De belasting wordt berekend over de vergoeding. De vergoeding is het totaalbedrag dat in
rekening wordt gebracht (excl. btw) (artikel 8 Wet OB).
De belasting bedraagt 21 % (artikel 9 Wet OB).
De levering van onroerende zaken zijn vrijgesteld van omzetbelasting, tenzij (de
verkopende partij moet een ondernemer zijn):
1. Het gaat om de levering van een onroerende zaak vóór, op of uiterlijk 2 jaren na het
tijdstip van eerste ingebruikneming.
, 2. Het gaat om de levering van een bouwterrein.
3. Er wordt gekozen voor het optieverzoek dit is alleen mogelijk als zowel de
verkoper als de koper btw - ondernemers zijn en de koper de zaak gebruikt voor btw-
belaste prestaties met vrijwel volledig recht op aftrek van voorbelasting. Uit een
notariële akte moet blijken dat zij er beide voor hebben gekozen of gezamelijk een
verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan (artikel 11 Wet OB).
Onder een bouwterrein wordt verstaan onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om
te worden bebouwd met een of meer gebouwen (artikel 11 lid 6).
De verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld van omzetbelasting, tenzij...
Lid 5. Er wordt gekozen voor het optieverzoek. ⇒ dit is alleen mogelijk als zowel de huurder
als de verhuurder btw-ondernemers zijn en de huurder de zaak gebruikt voor
btw-belaste prestaties en de belasting volledig of nagenoeg volledig in aftrek kan brengen.
(artikel 11 Wet OB).
! Als de verkopende partij een particulier is, is de levering van onroerende zaken altijd
vrijgesteld van OB (artikel 1 Wet OB).
De eerste ingebruikname is het moment dat het gebouw voor het eerst wordt gebruikt voor
de doeleinden waarvoor het gebouw is gebouwd.
Als een ondernemer kiest voor het optieverzoek om bij de levering van een onroerende zaak
toch btw in rekening te brengen, geldt er een herzieningstermijn van 10 jaar.
De regeling voorkomt dat ondernemers btw aftrekken op investeringen die later voor
vrijgestelde prestaties worden gebruikt. Het termijn start op 1 januari van het jaar waarin
het pand in gebruik is genomen. Elk jaar telt voor 1 Hoe deel van de oorspronkelijke
afgetrokken btw en de koper is verplicht de onroerende zaak voor minstens 90% te gebruiken
voor btw-belaste activiteiten. Bij een tijdelijke daling onder de 90% - grens wordt alleen dat
betreffende jaar herzien. Zodra het gebruik weer voldoet, geldt opnieuw volledige aftrek
voor dat jaar. Als de ondernemer de onroerende zaak binnen het herzieningentermijn
verkoopt, moet hij de resterende schuld in één keer terugbetalen.
Van een nieuw vervaardigd pand is sprake wanneer een pand dermate ingrijpend wordt verb
ouwd, dat er na de verbouwing naar maatschappelijke opvattingen een hieuw) object is
ontstaan dat daarvoor niet bestond en er in wezen sprake is van nieuwbouw.
Het gebouw is dan weer van rechtswege belast met BTW.
, Overdrachtsbelasting (WBRV)
Overdrachtsbelasting is belasting die wordt geheven ter zake van de verkrijging van in
Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen (artikel
2 WBRV).
Bij overdrachtsbelasting moeten dezelfde stappen doorlopen worden als bij OB:
1. Belastbaar feit (artikelen 2,3, 4,5 en 6)
2. Maatstaf (artikelen 9, 11 en 13)
3. Tarief (artikel 14)
4. Vrijstelling (artikel 15)
Verkrijging en die niet onder overdrachtsbelasting vallen:
Boedel mening, erfrecht of verjaring
Verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap
Natrekking
Artikel 3 WBRV
Een uitzondering geldt altijd en voor iedereen en om een vrijstelling moet je vragen.
Het kan voorkomen dat er overdrachtsbelasting betaald moet worden als er aandelen
Verkocht (overgedragen) worden (fictieve onroerende zaken). Stappenplan:
1. Bestaan de aandelen voor 50% of meer uit vastgoed? Zo ja
2. Staat dit vastgoed voor 30% of meer in Nederland? Zo ja
3. Verdient het bedrijf geld met dit vastgoed? Zo ja
4. De onderneming moet overdrachtsbelasting betalen.
Artikel 4 WBRV.
Rechten die zijn uitgezonderd van overdrachtsbelasting (artikel 5 WBRV):
Grondrente
Pand
Hypotheek.
Overdrachtsbelasting wordt berekend over de waarde in het economisch verkeer of de
waarde van de tegenprestatie (artikel 9 WBRV). De hoogste van de twee is het uitgangspunt.
Als er over zowel de economisch als de juridische verkrijging OVB verschuldigd is, wordt de
waarde van de OVB bij de 2e verkrijging in mindering gebracht met de waarde van de OVB
die verschuldigd was bij de 1e verkrijging (artikel 9 lid 4 WBRV).
Dit kan voorkomen als de economische en juridische verkrijging niet op hetzelfde moment
plaatsvinden.
Bij verkrijging van een erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal of beklemming wordt de waarde
van het recht verhoogd met de waarde van de canon, retributie of huur. De som van beide
mag niet hoger zijn dan de waarde van de volle eigendom van de onroerende zaak (artikel
11 lid t WBRV).
Als een onroerende zaak binnen 6 maanden na verkrijging opnieuw wordt overgedragen,
mag de waarde verminderd met het bedrag waarover bij de vorige verkrijging OVB was